“Proberen bestaat niet.” Ik heb een opdracht voor je.
Zoek een stoel. Loop ernaartoe. Pak hem vast en probeer hem op te tillen.
(Ik wacht…)
Heb je de stoel nu opgetild? Zet hem dan terug en probeer het nog een keer.
Als je hem opnieuw hebt opgepakt, heb je het niet geprobeerd. Je hebt het gedaan. Proberen bestaat namelijk niet: je doet iets, of je doet het niet. Een stoel proberen op te tillen is in werkelijkheid het niet optillen van de stoel.
Dit principe geldt voor alles in je leven.
- Je bent bezig met afvallen, of je doet het niet.
- Je bent bezig met sporten, of je doet het niet.
- Je bent bezig om een betere partner te worden, of je doet het niet.
- Je bent bezig om beter voor jezelf te zorgen, of je doet het niet.
- Je wilt meer rust in je hoofd en gaat daarom mediteren, of je doet het niet.
- Je wilt je grenzen beter aangeven en spreekt daarom vaker je behoeftes uit, of je doet het niet.
- Je bent bezig je generationele patronen te doorbreken zodat je een bewustere moeder kunt zijn, of je doet het niet.
- Je bent bezig je onderneming succesvol te maken, of je doet het niet.
De wedervraag die je jezelf mag stellen
Als je zegt “ik probeer om… te doen” of “ik probeer om… te worden,” gebruik je vaak verkleinwoorden om te verbloemen dat je iets niet of te weinig hebt gedaan. Doe je het namelijk al, dan heb je bewijs, en ben je het niet meer aan het proberen.

Let er dus op wanneer je de woorden “ik probeer” uitspreekt. Wees daarna eerlijk naar jezelf en stel jezelf deze vraag: doe ik ook echt genoeg?
Actie in de taxi, dus. Zet hem deze week op.
Liefs, Jonathan