Kritiek zegt meer over de criticus dan over jou (en de stem in je hoofd is niet van wie je denkt)

Vrouw zit alleen op de tribune van een leeg stadion

“Moet dat nou wel?”

Ze had net haar eerste berichten online gezet. Een paar posts op Instagram. Een paar op Threads. Klein beginnen, het water een beetje voelen.

Ik noem haar Wendy. Rond de veertig, moeder van een zoontje van bijna drie, bezig met een eigen aanbod voor vrouwen. Na een lange, onrustige periode woont ze eindelijk ergens dat als thuis voelt. En nu wil ze naar buiten. Zichtbaar worden.

Ze vertelde me hoe dat ging. “Dus ik ben zeg maar voor mezelf, hoe noem je dat, een beetje het water aan het voelen, omdat ik daar niet gewend ben.” Die week had ze een thread geplaatst over vermoeidheid. En ze kreeg reacties die helemaal niks met haar bericht te maken hadden. “Dus voor mezelf om er ook al een beetje aan te wennen van: ja, je krijgt ook gewoon stomme reacties waar je niks aan hebt.”

En toen zei ze iets wat ik zo vaak hoor, alleen zelden zo eerlijk.

“Het klinkt heel gek misschien, dat ik altijd mijn broer in mijn achterhoofd heb. Want die was altijd degene die dan zoiets had van: oh ja, moet dat nou wel, is dat nou wel nodig?”

Moet dat nou wel.

Vier woorden. En ze waren er al voordat er ook maar één vreemde had gereageerd.

Wendy had er een strategie voor bedacht. Ze hield haar broer bewust in haar achterhoofd, als een soort oefenpop. “Dan denk ik: ja, maar jij hebt geen ruk aan jezelf gedaan, dus het doet mij helemaal niks.” Ze zei erbij: “Omdat ik gewoon ook een gevoelige persoon ben.” Ze wilde zich alvast voorbereiden. Straks komt die kritiek toch. Dan maar alvast oefenen.

Misschien herken je dit. Je hebt nog niks gepost, en je hoort de reacties al. Niet van vreemden. Van één specifiek iemand. Je zus. Je schoonmoeder. Je vader. Die ene vriendin. Je kunt hun gezicht erbij tekenen.

Daar wil ik het vandaag met je over hebben. Over kritiek. Over wie er eigenlijk aan het woord is. En over waarom het soms zoveel harder binnenkomt dan je zou willen.

Wie het beter doet, heeft geen kritiek nodig

Mijn eerste reactie op Wendy was simpel. Ik zei:

“Iemand die het beter doet dan jou heeft geen behoefte om kritiek te leveren. Iemand die gelukkiger is dan jou heeft geen behoefte om een ander zijn geluk weg te nemen.”

Denk daar eens over na. Ken jij een vrouw die echt gelukkig is, die vol in haar kracht staat, die keihard aan het bouwen is aan haar eigen leven, en die daarnaast tijd heeft om onder jouw post te schrijven wat er niet aan deugt?

Ik niet.

Ik zei het tegen Wendy zo: “Dus als je niet gelukkig bent in jezelf of als je keihard aan het vlammen bent, ben je helemaal niet bezig met kritiek te leveren om een ander naar beneden te halen. Dus het is een eigen onvrede wat ze met zich meedragen, wat ze op jou projecteren en daar wat van moeten vinden. Want kritiek geven op iemand anders is altijd makkelijker dan zelf creëren.”

Wendy maakte het af, en ik laat haar woorden precies staan zoals ze ze zei: “Absoluut, absoluut. Het is makkelijker over iemand anders heen te pissen dan zelf te creëren.”

Ja.

Dat is het. Iets maken is eng. Iets laten zien is eng. Iets vinden van wat een ander maakt kost niks. Dat is waarom de mensen met de hardste meningen bijna nooit de mensen zijn die zelf in het licht staan. “Het zijn nooit de mensen die zelf creëren, zelf gelukkig zijn of zelf stappen aan het zetten,” zei ik.

Maar ik bleef daar niet hangen. Want als ik het daarbij had gelaten, had Wendy een mooi inzicht gehad en was ze de volgende dag met precies dezelfde stem in haar hoofd achter haar laptop gaan zitten. Ik wilde weten waar die stem vandaan kwam.

Is het wel de stem van je broer?

Dus ik vroeg: “En lijkt je broer op je vader? Deels? Moeder?”

“Ja, meer op mijn vader dan op mijn moeder, maar allebei wel. Maar vooral alles binnenhouden, dus nergens over praten, alle gevoel van binnen.”

Ik vroeg door. Eerder in die sessie had ze verteld over haar vader. Over hoe hij er vroeger weinig was. Hoe hij werkte, sportte, sliep. En hoe ze als puber zo met hem botste dat ze twee jaar niet met hem sprak, terwijl ze gewoon nog thuis woonde. “Ik had haat aan hem, dus ik sprak niet met hem, want hij snapte mij toch niet.”

Dus ik legde die twee naast elkaar. “Toen jij boos was en je zei: ik haat mijn vader. Is dat een beetje dezelfde chagrijnigheid die je richting je broer voelt, omdat hij eigenlijk ook een beetje zo in het leven staat? Triggert je broer niet gewoon dat stuk ook?”

Haar eerste antwoord was nee. Hij is gewoon zo.

Ik vroeg het nog een keer. “Nee, maar triggert je broer dus niet dat stuk ook?”

En toen: “Ja, misschien wel. Hoe hij doet lijkt eigenlijk deels op mijn vader, hoe mijn vader ook kon zijn.”

Zie je wat daar gebeurt? De eerste keer antwoordt het hoofd. Het hoofd heeft een verhaal klaar: mijn broer is een chagrijn, klaar. Pas als je blijft vragen, komt er iets onder vandaan. Een oud gevoel. Een puber die boos was op haar vader, en dat gevoel dat nu een nieuw adres heeft gekregen.

Je kunt alleen haten van wie je houdt

Over dat woord haat wil ik even blijven stilstaan. Want toen Wendy het zei, gaf ik haar een andere bril om ernaar te kijken.

“De haat is: je houdt te veel van iemand en daarom haat je iemand. En de enige reden om iemand te haten is omdat je heel graag liefde wilt.”

Ze zei: “Of zo graag de liefde willen hebben.”

Precies. “Als je niet van je vader hield, kon je niet van hem haten.”

Ik weet dat dat schuurt. Haat voelt als het tegenovergestelde van liefde. Maar het tegenovergestelde van liefde is onverschilligheid. Je wordt niet woedend op iemand die je niks kan schelen. Een puber die twee jaar niet praat tegen haar vader is geen puber die niks voelt. Het is een meisje dat zo graag gezien wilde worden dat ze het niet meer kon verdragen dat het niet gebeurde. En misschien, zei ik er voorzichtig bij, zorgde dat haten er ook voor dat ze dan in ieder geval wél aandacht kreeg.

Waarom vertel ik je dit, in een blog over kritiek?

Omdat de kritiek die het hardst binnenkomt bijna nooit van een vreemde is. Het is van iemand die ergens in jouw systeem op een plek staat waar je vroeger liefde zocht. Een vader. Een moeder. Een broer die op je vader lijkt. Een vriendin die je eigenlijk ziet als familie. Daar zit de lading. Niet in de woorden zelf. In het verlangen eronder.

“Het voelt dat we al te lang over hem praten”

Ik ging verder. Ik wilde weten waarom haar broer zo is geworden. Niet om hem goed te praten, maar omdat het Wendy zou helpen om de stem een plek te geven.

Ze vertelde dat iedereen in haar familie zo was. Ik vroeg naar haar oma, die eerder in het gesprek een brombeer was genoemd. “Iedereen in mijn familie was, waren brommers.”

Ik legde uit wat ik onder een brombeer versta: iemand die de realiteit niet kan accepteren en elke dag wil vasthouden aan wat er niet meer is. “Dus je kunt de realiteit niet accepteren en daardoor word je chagrijnig van de realiteit.” Haar broer was in mijn ogen geen uitzondering. Hij was een kopie van hoe iedereen in die lijn met zware emoties omging. “Hij heeft de veerkracht niet geleerd, van je ouders.”

En toen zei Wendy iets wat me raakte. “Het voelt dat we al te lang over hem praten.”

“Waarom?”

“Ik heb geen gevoel meer dat ik een broer heb. Dus het feit dat we al vijf minuten over hem praten, dat is al te veel voor mij. Hij geeft niks om mij, dus ik heb geleerd om gewoon daar geen tijd meer aan te besteden.”

Ik snap dat. Echt. Als iemand je jarenlang pijn doet met zijn houding, is afstand nemen een gezonde keuze. Maar ik hoorde ook iets anders. Ze zei dat ze hem losliet. Terwijl ze tien minuten eerder had verteld dat hij in haar achterhoofd zat bij alles wat ze maakte.

Dus ik werd even de vervelende boeman. “Je hebt het over je broer, dus hij zit in je systeem. Je hebt het over: wat zou mijn broer ervan vinden? Hij zit in je systeem. Dus wat je zegt, dat klopt niet. Je laat het niet los.”

Ze verweerde zich. Het was niet specifiek hém, zei ze, maar meer een vorm. “Het is niet zozeer dat ik aan hem denk als ik creëer. Het is wel dat ik aan de manier denk zoals hij is.”

“Ja, maar wat dat ook is. Het zit dus wel in je systeem. Het stemmetje zit daar toch.”

Mild over de mens, streng over het patroon. Wendy is een sterke vrouw die veel heeft overleefd. Ze heeft alle recht om haar broer op afstand te houden. Maar zolang ze denkt dat ze hem al heeft losgelaten, kan ze niet zien dat zijn stem nog steeds meeschrijft aan elke post. En dan blijft ze zich voorbereiden op een criticus die al lang in haar eigen hoofd woont.

Ik vatte het voor haar samen in één zin:

“Je hebt een stem van je broer, maar het is dus niet van je broer. Het is jouw broer die reageert op het systeem.”

Met liefde kijken, en toch verantwoordelijk houden

Nu wil ik iets heel duidelijk maken, want hier gaat het vaak mis. Als ik zeg dat iemand ergens vandaan komt, bedoel ik niet dat alles dan oké is.

Ik zei het zo tegen Wendy: “Om met liefde naar die type mensen te kijken, betekent niet goedkeuren de manier hoe ze het doen. Betekent niet goedkeuren dat ze niet aan zichzelf werken en daarin dus een super negatief persoon zijn en soms dingen benoemen wat pijnlijk is. Dus daar hebben ze zeker verantwoordelijkheid over.”

En dan de kern: “Met liefde daar naar kijken, maar wel verantwoordelijk maken voor hun eigen gedrag. Die twee dingen kunnen naast elkaar staan, hoe gek dat ook klinkt.”

Twee dingen tegelijk. Hij komt ergens vandaan. En hij is verantwoordelijk voor hoe hij nu doet. Je hoeft niet te kiezen tussen begrip en een grens. Je mag allebei.

Ik gaf haar er een zin bij die ik zelf ook gebruik als iemand mij raakt met iets wat meer over hem zegt dan over mij:

“I get it, ik snap waar je vandaan komt, sucks to be you, ik ben blij dat ik niet in je schoenen sta, maar ik laat je met liefde lopen en ik kijk met liefde naar je.”

Wendy zei: “Ja, dat is de volgende stap.”

Daarna zei ik iets wat misschien nog het moeilijkst te horen is. “Het is niet mijn manier van liefde tonen. En hij vindt het überhaupt ingewikkeld om liefde te tonen, maar het is zijn manier van liefde tonen, hoe raar dat ook klinkt. Zijn manier van verbinden.” Iemand die nooit heeft geleerd om warm te zijn, verbindt soms via commentaar. Via moet dat nou wel. Het is een armoedige manier van verbinden. Maar het is wel de enige die hij kent.

En Wendy? “Een deel is het leven wat je mee hebt gemaakt, een deel is je familiesysteem. En jij kiest ervoor om er los van te staan en te groeien.” Door zichzelf te delen, gaat ze tegen dat hele systeem van binnenhouden in. Dat is geen klein ding. Dat is een lijn doorbreken.

Waarom het van je beste vriendin dubbel pijn doet

Ik wil je nog een andere vrouw laten zien. Een andere sessie, een ander verhaal, en toch precies hetzelfde thema.

Ik noem haar Esther. Ondernemer, moeder van een dochter van bijna drie. Ze had een lange carrière achter zich gelaten om voor zichzelf te beginnen. Ik vroeg haar wat haar patroon haar kost in haar onderneming. Wat er anders zou zijn als die strenge stem in haar er niet was.

Ze was eerlijk. “Nou, nu maak ik mezelf heel veel kleiner dan ik ben.”

En toen kwam het verhaal. Ze had verwacht dat het moeilijkste aan ondernemen zou zijn om een klant af te wijzen die niet bij haar paste. Dat bleek mee te vallen. Wat niet meeviel, was dit:

“Maar als gewoon iemand die helemaal niet je klant is, maar wel je beste vriendin, zegt: ik snap niet waarom mensen dit zouden doen. Nou, echt een steek in mijn hart gewoon.”

Een steek in haar hart. Niet van een anonieme reactie op internet. Van haar beste vriendin.

Ik zei tegen haar dat daar meerdere dingen samenkomen. En ik wil ze alle drie met je delen, omdat ik denk dat ze voor jou ook gelden.

Het eerste: je wil gezien worden, juist door de mensen van wie je houdt. “Daar zit het stuk. Daar zit je moeder rond.” Een vreemde die jouw aanbod niet snapt, prima. Maar als de mensen die het dichtst bij je staan het niet zien, raakt dat een oude plek. De plek van het kind dat gezien wilde worden door mama.

Het tweede: je wil gesteund worden. Niet alleen gezien. Ik verwoordde het namens haar: “Ik kies het dappere pad en vervolgens doe jij een zegje daarover. Weet je niet hoe dapper dat wel niet is.” Voor jezelf beginnen, zeker als moeder, is een sprong. Je laat zekerheid achter. En dan wil je dat de mensen om je heen dat snappen. Niet dat ze applaudisseren voor alles. Wel dat ze zien hoeveel moed het kost.

Het derde, en dit is de diepste laag: je wijst jezelf al af. “Dus het is dubbel pijnlijk als ik nog afgewezen word door andere mensen. Dat doe ik de hele dag al bij mezelf. Ik hou mezelf ook klein.”

Lees die nog eens. Dubbel pijnlijk. Als jij jezelf al de hele dag kleiner maakt, is de kritiek van een ander geen nieuwe klap. Het is een bevestiging. Het is de buitenwereld die hardop zegt wat jij al fluisterde. En dan voelt het als bewijs.

Dus ik stelde haar een vraag. “Als dit liefde is, als die stem stil was, als je jezelf volledig accepteert: draag je haar afwijzing dan minder met je mee of meer?”

“Nee, dan is dat minder belangrijk.”

“En alsnog kan het pijn doen.”

En toen zei Esther zelf de zin waar dit hele stuk om draait: “Ja, alleen zegt het niks meer over je waarde, want die heb je zelf al bepaald. En het zegt ook niks over of je aanbod op dat moment wel of niet passend is, als zij er niet in gelooft.”

Je waarde heb je zelf al bepaald.

Dat is het verschil. Het doet nog steeds pijn als je beste vriendin je werk niet snapt. Dat mag. Maar het wordt geen oordeel over wie je bent. Het blijft wat het is: de mening van één mens, die vanuit haar eigen pad naar jouw pad kijkt.

Ik zei er nog iets bij: “Je zei: ik ben genoeg. En je hart, je blikken en je lijf, die verraden je van alle kanten dat je het niet voelde.” En meteen daarachter: “Ik ben je niet aan het uitlachen.” Want je lichaam soms nog onthoudt wat je hoofd allang weet. Daar mogen we eerlijk over zijn.

Je hebt twee keuzes

Terug naar Wendy. Want op een gegeven moment zei ik dat ik een mooie quote wilde opzoeken. En Wendy zei: wacht, ik heb er ook een.

“The only way to avoid criticism: do nothing, say nothing, and be nothing.”

De enige manier om kritiek te vermijden: niks doen, niks zeggen en niks zijn.

“Oh, hell yes,” zei ik. “Dus je hebt twee keuzes. Of je kiest om niks te doen, niks te zeggen en niks te zijn, of kritiek krijgen. Je hebt geen andere keuze. Dus je kiest om het masker op te zetten, niet jezelf eruit, geen zelfexpressie, niet te kiezen voor jezelf. Dan krijg je inderdaad geen kritiek. Of je krijgt kritiek.”

“Er is geen andere weg,” zei ze.

“Welke versie wil je dan leven?”

“Ik kies voor mezelf.”

Ik vind dat zo mooi, omdat het zo simpel is. We doen vaak alsof er een derde weg bestaat. Zichtbaar worden, maar dan zo voorzichtig dat niemand er wat van kan vinden. Iets laten zien, maar dan zo glad en zo veilig dat het niemand stoort. Die weg bestaat niet. Wie iets van zichzelf laat zien, krijgt reacties. Ook nare. Wie dat niet wil, moet zichzelf verstoppen.

Je hebt twee keuzes. Gun jij het jezelf om de tweede te kiezen?

Mensen kunnen je maar zo diep ontmoeten als ze zichzelf hebben ontmoet

Ik had de quote die ik zocht inmiddels gevonden. Ik was hem net toevallig tegengekomen op Instagram.

“People can only meet you as deeply as they’ve met themselves.”

Mensen kunnen je maar zo diep ontmoeten als ze zichzelf hebben ontmoet.

“Dat is echt genoeg,” zei ik. “En de meeste mensen kennen zichzelf niet. Kunnen dus niet jou ontmoeten. Die zien hun eigen spiegelbeeld. Daarom is het altijd projectie.” En daarna, wat rauwer, want zo voel ik het ook: ze zijn hun eigen pijn over jou heen aan het uitstorten, zonder dat ze weten dat ze die elke dag met zich meedragen. “Kritiek is negen van de tien keer iets wat ze met zichzelf meedragen, wat ze op jou projecteren.”

Denk aan die beste vriendin van Esther. Misschien heeft zij zelf ooit een droom gehad die ze nooit heeft durven najagen. Misschien voelt het voor haar onveilig als iemand zo dichtbij ineens een andere richting op gaat. Ik weet het niet. Esther weet het ook niet. Maar het zegt iets over háár pad. Niet over dat van Esther.

Bereid je er niet op voor

Wendy vond dat inzicht fijn. “Als je dat eenmaal weet, maakt het wel alles een stuk makkelijker. Alleen ik bereid mezelf gewoon voor dat dat opnieuw gewoon zal plaatsvinden.”

En daar werd ik weer even streng.

“Nou, bereid je er helemaal niet op voor. Want het heeft helemaal geen nut. Je gaat het toch krijgen, je hoeft je er niet op voor te bereiden. En daarnaast, wat doe je dan? Energy flows where focus goes. Waar focus je dus op? Op de kritiek, dat het komt, dat die mensen er zijn.”

Weet je wat er gebeurt als je elke post schrijft met de criticus naast je? Dan schrijf je voor hem. Je schaaft. Je zwakt af. Je haalt het randje eraf, de zin die te veel is, het woord dat te eerlijk is. En dan heb je een post die niemand stoort en ook niemand raakt.

Ik zei tegen Wendy: creëer niet je eigen boemannen. Maak niet zelf het publiek waar je zo bang voor bent, door er de hele tijd op te focussen. “Dus focus vooral op de mensen die je graag wil helpen en op de mooie boodschappen.” Je voorkomt de kritiek toch niet, of je nou in het licht leeft of je erop voorbereidt. “Het kost je alleen maar dubbel veel energie als je je erop moet voorbereiden.”

Dubbel. Eén keer van tevoren, in je hoofd. En één keer als het echt komt. En vaak komt het niet eens. Dan heb je die energie voor niks uitgegeven.

Het is niet dat je niet geraakt wordt

Wendy zei daarna iets wat stoer klonk. “We hebben eigenlijk al zoveel samen gehad, qua woorden en qua narigheid. Eigenlijk raakt niks ons meer.”

Ik geloofde het niet. Niet omdat ze loog, maar omdat ik dacht dat ze iets anders bedoelde dan ze zei.

“En dat is niet wat je zegt. Eigenlijk zeg je: ik ben zo blij met onze keuze dat ik daar achter sta. En liefde raakt me nog. En mensen die om me houden raken me nog.”

Ze vulde het aan: “Mensen die me zien raken me nog.”

“Het prachtige uitzicht raakt me nog. Fantastisch. Maar ik hou zoveel van mijn eigen keuze dat de mensen die daar wat van vinden, die laat ik me niet raken, want ik sta achter mijn keuze.”

Dat is een groot verschil. Niet geraakt worden is een harnas. Dan word je ook niet meer geraakt door je kind dat je een tekening geeft, of door een klant die huilt van opluchting. Waar ik naartoe wil, is iets anders. Ik zei het zo:

“Het is niet dat je niet geraakt wordt, het is dat je heel erg zeker bent van jou. Ik weet zo helder wat ik weet, wat ik voel, dat het onmiskenbaar is, en daardoor is het ook heel makkelijk om die dingen van je af te laten glijden. Omdat zij je niet aan het twijfelen brengen, en omdat je geen waarde hecht aan hun mening, meer dan dat je waarde hecht aan jouw eigen stuk.”

Je wordt pas echt geraakt door kritiek als je zelf al twijfelt. Als je ergens nog denkt: misschien hebben ze gelijk. Misschien moet ik eerst nog eens aan iedereen vragen wat ze ervan vinden. Dan ga je bij iedereen rondvragen: maar wat vind jij ervan? Wat vind jij ervan? “Maar dat heb je niet, omdat je weet: dit is mijn pad.”

En dan de zin die ik je echt wil meegeven:

“Ik ben genoeg op mijn pad, want ik heb bij mezelf gevoeld dat dit het juiste is. Daar kun je wat van vinden, maar je gaat mij niet meer doen twijfelen.”

Gladiatoren herkennen elkaar

Ik ging nog een stap verder. Want als iemand op jou afgeeft, laat hij eigenlijk iets over zichzelf zien. “En het enige wat jij laat zien, is dat je je pad nog niet weet, want anders heb je geen kritiek voor mij.”

“Je moet wat vinden van ieders pad, want je hebt je eigen pad niet gevonden. Want iemand op zijn eigen pad herkent en erkent het pad van een ander. Inclusief het ongeheelde pad.”

Wendy zei: “Ja, vooral die.”

Dat is het mooie. Wie zelf het werk heeft gedaan, herkent de pijn van een ander. Je ziet iemand afgeven en je denkt: ik ken dat. Ik zie waar dat vandaan komt. Ik zie dat jij nog op een ongeheeld stuk van je pad staat. En dan hoef je je niet meer te verdedigen. Ik speelde het voor: “Oh wacht, ik zit op mijn pad. Ik zie nu dat jij op je ongeheelde pad zit. Doei. Dat is jouw pad. Ik herken hem.”

Toen kwam ik bij een beeld dat je misschien kent: de bekende quote over de man in de arena. De man die in de arena staat, onder het stof en het zweet en het bloed, en die het gevecht echt aangaat. Niet de toeschouwer die vanaf de tribune roept wat er allemaal fout gaat.

“Degene die in de arena staat, bloed, zweet en tranen, en die aan het vechten is, dat zijn de echte gladiatoren. Die herkennen de andere gladiatoren, die ook kiezen voor een pad, die ook kiezen om dingen achter te laten, die ook voor hun dromen kiezen. Het zijn de mensen die het niet doen, die vastzitten aan het overleven, die er niet uit kunnen komen, die het nodig hebben om een ander naar beneden te halen, omdat ze de weg kwijt zijn.”

Kijk maar eens om je heen. Wie zelf in de arena staat, wie zelf zichtbaar is en zelf weleens onderuit gaat, weet hoeveel moed het kost. Die herkent het bij een ander. De hardste oordelen komen van de tribune.

Verdrinken, of je laten optrekken

Het laatste beeld van die sessie is het beeld dat ik het vaakst terugzie bij vrouwen die bij mij komen.

“Dus je gaat je verliezen in een ander, of je gaat je vinden in een ander.”

Er zijn twee soorten mensen die naar jou kijken als je jezelf laat zien. De ene groep zit zelf midden in het overleven, ziet jou en denkt: daar wil ik ook naartoe. Die laat zich inspireren. Die laat zich, zoals ik het zei, naar boven trekken door het verhaal van iemand anders.

En de andere groep is ook aan het verdrinken. Alleen kijkt die anders. Ik sprak het uit namens hen: “Ik verdrink in mijn pijn. Ik verdrink in mijn ongeluk. Ik verdrink in mijn ongeheelde pad. Ik ben niet happy. Dus alsjeblieft, ga met mij mee. Hier is mijn mening, hier is mijn kritiek. Ik heb nooit de liefde van papa en mama gehad, nu haal ik iedereen naar beneden. Verdrink met mij mee.”

Hurt people hurt people. Mild over de mens die dat doet, want er zit een hoop pijn onder. Maar jij hoeft niet mee onder water.

“Je bent een baas, vergeet dat niet,” zei ik. “En laat lekker mensen verdrinken, en als ze ervoor openstaan, ga jij die mensen helpen die zich in jou willen vinden.”

Wendy maakte er zelf een beeld van: “Die de boei willen hebben van jou.”

Ja. Jouw werk is een boei. Voor de vrouw die zich eraan vastgrijpt, naar het land wordt getrokken, opdroogt, en ineens voelt: ik hoef niet terug naar de zee. “En de mensen die willen blijven verdrinken, die ga je toch houden,” zei ik. Daar ben jij niet voor. Jij bent voor de vrouwen die gevonden willen worden. En jij laat ze zien dat er meer is dan alleen overleven.

Misschien herken je dit

Laat me het naar jou vertalen. Want misschien ben jij niet Wendy en niet Esther. Misschien ben je een moeder die al een tijd droomt van iets eigens. Een praktijk, een webshop, een cursus, een eerste post waarin je eerlijk vertelt wat je hebt meegemaakt.

Misschien zit je ’s avonds, als de kinderen slapen, met je telefoon in je hand. De tekst staat klaar. En je denkt aan je schoonzus die op een verjaardag gaat zeggen: “Zo, jij bent ook lekker bezig op Instagram.” Met die blik erbij. Of aan je moeder die vraagt of je daar wel van kunt leven. Of aan die vriendin die het niet zegt, maar het wel laat merken door het nergens over te hebben.

En dus wacht je. Nog even. Tot het perfect is. Tot je zeker weet dat niemand er wat van kan vinden.

Ik wil je iets vragen. Van wie is de stem die je hoort? Is hij echt van je schoonzus? Of klinkt hij eigenlijk als iemand van vroeger? Iemand bij wie jij als meisje zo graag gezien wilde worden, en bij wie je altijd het gevoel had dat het niet genoeg was?

Als je die vraag eerlijk beantwoordt, verandert er iets. Dan is het niet meer de hele wereld die over je oordeelt. Dan is het één oude stem, met een afzender, uit een systeem waar jij inmiddels uit aan het groeien bent.

En jouw kinderen kijken mee. Als zij zien dat mama zichzelf laat zien, ook als er iemand iets van vindt, leren ze iets wat geen enkele les kan leren. Dat je niet klein hoeft te blijven om geliefd te zijn. Dat je je eigen pad mag lopen, ook als niet iedereen het snapt.

Wat je deze week kunt doen

1. Geef de stem een afzender. Schrijf de kritiek op die je het meest vreest. Letterlijk, in de woorden die je hoort. “Moet dat nou wel?” “Daar kun je toch niet van leven.” Schrijf erachter van wie die stem is. En stel jezelf dan de vraag die ik Wendy stelde: lijkt deze persoon op iemand van vroeger? Op je vader, je moeder, iemand in je familie? Blijf bij die vraag zitten. Het eerste antwoord komt uit je hoofd. Vraag het nog een keer.

2. Zeg de twee dingen naast elkaar. Denk aan iemand van wie de kritiek je raakt. Schrijf twee zinnen op. De eerste: “Ik snap waar jij vandaan komt.” De tweede: “En jij bent verantwoordelijk voor hoe je nu met mij omgaat.” Lees ze allebei hardop. Voel dat ze naast elkaar mogen bestaan. Je hoeft niet te kiezen tussen begrip en een grens.

3. Stel bij elke reactie de padvraag. Krijg je deze week een opmerking die steekt, online of aan de keukentafel? Leg je hand op je hart en vraag: “Zegt dit iets over mijn waarde, of over het pad van de ander?” Zeg daarna hardop: “Ik ben genoeg op mijn pad. Daar kun je wat van vinden, maar je gaat mij niet meer doen twijfelen.”

4. Schrijf voor de vrouw met de boei. Voordat je iets plaatst of iemand vertelt over je werk, schrijf je bovenaan één zin: “Dit is voor …” En dan vul je in voor wie het is. Niet voor de criticus. Voor die ene vrouw die het nodig heeft. Focus waar je energie heen moet stromen.

5. Kies één keer de tweede keuze. Do nothing, say nothing, be nothing, of kritiek krijgen. Doe deze week één ding waarmee je zichtbaar wordt. Eén post. Eén eerlijk gesprek. Eén keer zeggen wat je echt vindt. Niet perfect. Gewoon echt.

De criticus zit op de tribune. Jij staat in de arena. Dat is precies de plek waar je hoort.

Lees ook Je kunt je gevoel niet weganalyseren: waarom je het al wist in het eerste gesprek en Jij bent de uitsmijter van je eigen club.

Wil je dit niet alleen doen? Als coach in Lelystad en online help ik je om helder te krijgen wat je wilt, en wat je nog tegenhoudt.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar