Licht en donker tegelijk: waarom je niet eerst gelukkig hoeft te zijn

Vrouw zit in een donkere gang op een vensterbank terwijl het zonlicht naar binnen valt

Drie artsen en een Latijns woord

Mijn vader heeft nu al zo’n drie jaar kanker. Twee jaar geleden was het heel ernstig. We zaten samen in een spreekkamer, tegenover drie artsen. En die drie artsen gingen helemaal uitleggen hoe ernstig het allemaal was.

Misschien heb je zelf ooit in zo’n gesprek gezeten. Dan weet je hoe het is als er woorden binnenkomen die je niet wilt horen.

En weet je wat ik deed?

Ik zat te genieten.

Niet van het nieuws. Van mijn vader.

Mijn vader is heel goed in taal. Hij spreekt elf talen. En daar, midden in dat gesprek, terwijl drie artsen hem vertelden hoe slecht het ervoor stond, begon hij die artsen iets uit te leggen over een Latijns woord. Waar dat woord vandaan komt. Hij vond dat heel leuk. Hij zat er met een glimlach.

Ik zat er van een afstand naar te kijken. Zo vertelde ik het later ook aan een klant: “Ik zat daar in dat dokterding, ik denk: de hele situatie is kut, en ik zit er te genieten van mijn vader, wie echt mijn vader is. Wie geniet, wie uitlegt, wie gepassioneerd is, wie daar met een glimlach zit.”

Donker en licht.

In dezelfde kamer. Op hetzelfde moment. In hetzelfde hart.

Dezelfde dinsdag, om vijf uur

Ik vertel je dit verhaal niet zomaar. Een week voordat ik de vrouw sprak over wie deze blog gaat, hoorden we dat mijn vader weer kanker heeft. Op een dinsdag.

En op diezelfde dag, om vijf uur, kwam mijn dochter van drie thuis van de opvang. Heel vrolijk. “Papa, papa.”

Ik heb toen allebei gevoeld. Het nieuws over mijn vader. En dat vrolijke meisje dat mij riep, waar ik zo erg van genoot. Ik zei het in die sessie zo: “Ik kan vorige week dinsdag horen dat mijn vader kanker had en tegelijkertijd zo erg genieten toen mijn dochter om vijf uur heel vrolijk thuiskomt van de opvang: papa, papa. Ik denk: het bestaat naast elkaar.”

Het bestaat naast elkaar.

Dat klinkt simpel. Het is het niet. Want ergens in ons zit een stem die zegt dat het niet mag. Dat je niet mag genieten als er iets ergs gebeurt. Dat je eerst het donker moet oplossen voordat je het licht mag toelaten. Dat je eerst gelukkig moet zijn, en pas daarna mag leven.

Ik ben op 7 oktober veertig geworden. Ik heb veertig jaar nodig gehad om te snappen dat die stem liegt.

“Ik wil gewoon meer de positieve kant op”

Ik noem haar Merel. Een vrouw van begin dertig. Ze heeft een dak boven haar hoofd, werk, lieve mensen om zich heen. Op papier staat alles op orde. En toch zei ze in onze eerste sessie dat het voelt alsof ze vaak faalt in het leven. Het moet altijd meer. Beter. Sterker. Gezonder.

Ergens in het laatste halfuur van die sessie zei ze iets wat ik zo vaak hoor, ook van ondernemende moeders:

“Ik zit gewoon in een hele negatieve spiraal daarin vaak. Vaker de laatste tijd dan dat ik zou willen. Wat het heel erg weer doorcirkelt in inderdaad een stukje klein voelen, niet genoeg zijn. En het leven is heel leuk, je moet alleen zelf de slingers ophangen. En ik voel dat ik dat gewoon niet heel erg doe.”

En toen: “Ik wil gewoon meer de positieve kant op. Ik wil gewoon iets minder zwaarte erin hebben.”

Herken je dat? Dat je denkt: als ik nou maar positiever was. Als ik die zwaarte nou maar weg kon krijgen. Dan zou ik eindelijk goed genoeg zijn. Dan zou ik eindelijk kunnen genieten van wat ik allemaal heb opgebouwd.

Het is zo’n begrijpelijke wens. En tegelijk is het precies de val.

Wat als dit de grootste versie van jou is?

Ik stelde haar een vraag. “En wat nou als de versie die je nu voelt, de grootste versie is van jou op dit moment? En dat er op dit moment geen krachtige, sterke, grotere versie is dan wie letterlijk voor mijn neus staat, je kwetsbaar te zijn en het moeilijke doet. En dat is dapper.”

Ze zei ja. Maar ik zag dat het nog niet binnenkwam. Dus ik ging verder.

“Dat is het vuur aankijken. Dat is de donkere kamer openen en voelen. Dat is het niet vermijden. Is dat stoerder of zwakker?”

Ze begon te praten over dat ze het beter wel kon tonen. Ik liet het niet los. “Maar is het dan stoerder of zwakker om dit te doen?”

“Stoerder, dat sowieso.”

“Is het dan een kleinere versie of een grotere versie van jezelf?”

“Ja, groter.”

Zie je wat daar gebeurt? Ze zit tegenover mij met haar twijfel, met haar spiraal, met het gevoel dat ze niet genoeg is. En ze is op dat moment het dapperste wat ze kan zijn. Ze vlucht niet. Ze kijkt. Ze voelt. Ze zegt het hardop.

Zij dacht dat ze eerst uit het donker moest komen om groot te zijn. Maar ze wás groot. Daar. In het donker.

Ik zei het zo: “Leven is motherfucking paradoxaal. Dus terwijl je in de spiraal zit, ben je tegelijkertijd de grootste versie van jezelf vandaag.”

Waarom je brein van zwart-wit houdt

Merel was eerlijk. “Ja, heel interessant om op die manier naar te kijken wel. Dat voel ik nog niet helemaal, ondanks dat ik wel je woorden hoor.”

Ik snap dat. Logisch. Want ons hele systeem is erop gebouwd om die twee niet naast elkaar te zetten. Ik legde het haar zo uit:

“Donker en licht, het helpt ons brein en alles in ons systeem om die twee niet naast elkaar te zetten. Dus allemaal goed of allemaal slecht, het helpt. Kost minder energie, weet je wel. En als ik me goed voel, voelt het allemaal goed. Als het slecht is, dan moet het automatisch allemaal kut zijn. Maar het kan ook tegelijkertijd samen zijn.”

Zwart-wit kost minder energie. Dat is het hele geheim. Je brein houdt van hokjes. Een goede dag. Een slechte dag. Een goede moeder. Een slechte moeder. Een geslaagde ondernemer. Een mislukte ondernemer.

En dus, als er één ding misgaat, kleurt je brein de hele dag zwart. Een klant die afhaakt, en ineens is je hele bedrijf niks. Een uitbarsting tegen je kind aan het ontbijt, en ineens ben je een slechte moeder. Een week waarin je niet hebt gesport, en ineens ben je iemand die nergens wat van bakt.

En andersom gebeurt het ook. Als alles goed gaat, durf je nergens meer naar te kijken wat schuurt. Want dan zou het mooie kapotgaan.

Maar zo werkt het leven niet. Zo werkt geen enkele spreekkamer. Zo werkt geen enkele dinsdag.

Je bent én de grootste versie, én je hebt een kutte periode

Toen ik Merel het verhaal over mijn vader vertelde, zei ze: “Wat mooi. Twee dingen kunnen naast elkaar bestaan.”

“Ja.”

“Het is niet zwart-wit.”

En toen zei ik de zin die ik jou ook wil meegeven: “Je bent én de grootste versie, én je hebt een kutte periode.”

Lees hem nog eens. Langzaam.

Je bent én de grootste versie, én je hebt een kutte periode.

Het is geen “maar”. Het is geen “eerst dit, dan dat”. Het is én. Allebei waar. Tegelijk.

Ik zei er nog iets achteraan: “Het kan niet alleen maar geluk zijn en positief en rainbows and so.” Merel knikte. “Nee. Dat is letterlijk het leven. Dingen overkomen je en gebeuren.”

Precies.

Ik merk dat veel vrouwen die bij mij komen een verborgen afspraak met zichzelf hebben. Ze denken: als ik maar hard genoeg aan mezelf werk, dan komt er een dag waarop het donker weg is. Dan ben ik eindelijk klaar. Dan ben ik eindelijk die vrouw die alles rustig en positief en met een glimlach doet.

Die dag komt niet.

En dat is geen slecht nieuws. Dat is bevrijdend. Want het betekent dat je niet hoeft te wachten. Je kunt nu al genieten. Midden in het moeilijke. Net zoals ik in die spreekkamer kon genieten van mijn vader die het over Latijn had.

Stop met verslaafd zijn aan niet genoeg

Ik werd die sessie ook even streng. Niet op Merel. Op het patroon.

“Stop met verslaafd te zijn aan jezelf niet goed genoeg voelen.”

Ze zei ja. En ik ging door: “You need another drug, babe. You need another drug.”

Ze lachte. “De self-love drug is echt wel beter.”

Ik zei het als iemand die het kent. Letterlijk zei ik: “Spreek het van iemand die de andere drug echt zoveel in zijn veins gespoten heeft. Van niet genoeg. Jij verdient die kostprijs niet meer. Jij verdient meer en beter.”

Want zo werkt “niet genoeg” echt. Het is een gewoonte waar je aan vast zit. Het voelt vertrouwd. Het voelt zelfs veilig, omdat je het al zo lang kent. Je zoekt het op, net als een verslaving. Je scrolt langs de vrouwen die het beter doen. Je zoekt in elke dag het ene ding dat misging. Je laat het licht niet binnen, want dan zou je kunnen teleurgesteld worden.

En de kostprijs? Die betaal je elke dag. Met je rust. Met je plezier. Met de momenten met je kinderen waar je wel bij bent, maar niet echt.

Ik ben mild over de vrouw die dit doet. Ze heeft ooit geleerd dat het zo moest. Maar ik ben streng over het patroon. Want het kost haar haar leven.

Perfectly imperfect

Aan het eind van dat stuk van de sessie zei ik iets wat eigenlijk over mijzelf gaat.

“En perfectly imperfect is het licht en het donker bij elkaar. Ik ben én screwed up, én een fantastisch mens. Best of both.”

Ik ben allebei. Ik ben een vader die bewust bezig is met hoe hij zijn dochter opvoedt, en ik ben een vader die soms zijn geduld verliest. Ik ben een coach die vrouwen helpt om zachter te zijn voor zichzelf, en ik ben een man die zelf nog steeds af en toe streng is op zichzelf. Dat sluit elkaar niet uit. Het hoort bij elkaar.

Merel zei het mooi: “Ja, en dat is ook uiteindelijk van: je bent mens. Dus je hebt je dingetjes en je struggles. Sterke punten en minder sterke punten.”

In een Engelstalige aflevering van mijn podcast Hart & Zakelijk, met Caroline Middelsdorf, zei ik iets wat hier precies bij hoort. Vrij vertaald: “Ik wens zoveel meer mensen dat ze vrij zijn om zichzelf te zijn, vrij om meer van zichzelf te houden […] het donker en het licht laten zien. En het is oké dat je allebei hebt. Het is oké. We hebben allemaal twee kanten. Het is oké om die kanten van jezelf te laten zien. Dat maakt je niet minder waard om liefde te krijgen.”

Dat maakt je niet minder waard om liefde te krijgen.

Daar zit het voor zoveel vrouwen. Ze denken dat ze pas liefde verdienen als het donker weg is. Als ze eerst positiever zijn. Eerst rustiger. Eerst slanker, succesvoller, geduldiger. En dus verstoppen ze het donker. Voor hun partner. Voor hun klanten. Voor hun kinderen. Voor zichzelf.

Maar alles wat je verstopt, blijft in een donkere kamer zitten. Het gaat niet weg. Het wacht.

Misschien herken je dit

Laat me het naar jou vertalen. Want misschien ben je geen dertig meer, en misschien zit je niet in een spreekkamer. Misschien zit je gewoon aan de keukentafel.

Je dochter vertelt over haar dag. Over een tekening die ze maakte. Ze is trots, ze praat snel, haar ogen glimmen. En jij zit erbij, maar je hoofd is ergens anders. Bij die klant die vandaag afzegde. Bij die omzet die achterblijft. Bij dat gesprek met je moeder dat weer niet goed liep.

En ergens in je denk je: ik kan nu niet genieten. Eerst moet dat andere opgelost zijn.

Dus je knikt, je zegt “wat mooi, lieverd”, en je eet je bord leeg zonder het te proeven.

Wat als je allebei mag voelen? De zorgen om je bedrijf. En het licht in de ogen van je dochter. Wat als je die zorgen niet eerst hoeft op te lossen om dat licht binnen te laten?

Ik zei in dezelfde sessie, op een ander moment, iets over mijn dochter: “Als ik weer moet opstaan met mijn 40-jarige knietjes met mijn 3-jarige dochter, denk ik: ik had liever ook 25-jarige knieën gehad als ik weer op de grond zit te spelen met haar.” En dan: “Wat voor cadeau van bewuste aanwezigheid ik haar op dat moment geef, komt zij niet tekort.”

Mijn knieën zijn veertig. Dat is het donker, als je wilt. Klein donker, maar toch. En ik zit op de grond met mijn dochter. Dat is het licht. Ik hoef niet eerst nieuwe knieën te hebben om daarvan te genieten.

Je kinderen hebben geen moeder nodig die alleen maar licht is. Ze hebben een moeder nodig die er is. Met alles. Een moeder die verdrietig kan zijn en tegelijk kan lachen om een tekening. Een gelukkige moeder is geen moeder zonder donker. Een gelukkige moeder is een moeder die het donker niet meer hoeft te verstoppen.

En daarmee geef je ze iets door wat veel waardevoller is dan een perfect plaatje. Je laat ze zien dat het mag. Dat licht en donker naast elkaar mogen bestaan. Dat je je niet hoeft te schamen voor de zware dagen.

Het mag er zijn

Ik weet niet wat de komende periode met mijn vader brengt. Ik weet wel dat ik niet ga wachten met genieten tot het donker voorbij is. Want dan mis ik de glimlach waarmee hij over Latijn praat. Dan mis ik “papa, papa” om vijf uur.

En ik weet dat ik het donker ook niet ga wegduwen. Het verdriet mag er zijn. De zorgen mogen er zijn. Ik ga er gewoon in zitten als het komt. En als mijn dochter dan binnenkomt, mag ik ook daar weer in zitten.

Dat is wat ik Merel wilde laten voelen. En wat ik jou wil laten voelen.

Je hoeft niet eerst gelukkig te zijn om te mogen leven. Je hoeft niet eerst het donker op te ruimen om het licht te mogen voelen. Je mag allebei. Tegelijk.

Ik sloot dat deel van de sessie af met een zin die voor jou ook geldt: “Je hoeft de komende periode niet alleen te doen dit.”

Wat je deze week kunt doen

1. Schrijf elke avond één én-zin. Pak een schrift en schrijf voor het slapen één zin op die begint met “Vandaag was …” en die zowel het donker als het licht van die dag bevat. Bijvoorbeeld: “Vandaag was de omzet tegenvallend, én ik heb gelachen met mijn zoon in de auto.” Of: “Vandaag voelde ik me klein, én ik heb toch die mail verstuurd.” Geen “maar”. Alleen “én”. Doe dit zeven avonden. Kijk aan het eind van de week hoeveel licht er eigenlijk was, naast het donker.

2. Stel jezelf de vraag die ik Merel stelde. Als je merkt dat je in een spiraal zit, leg je hand op je hart en vraag: “Is dit stoerder of zwakker, dat ik dit nu voel en niet wegloop?” Laat het antwoord komen. Zeg daarna hardop: “Het mag er zijn.”

3. Geniet één keer per dag van een afstand. Zoals ik in die spreekkamer zat te kijken naar mijn vader. Kies één moment per dag waarop je even stilvalt en kijkt naar iemand die helemaal zichzelf is. Je kind dat geconcentreerd een toren bouwt. Je partner die lacht om iets op zijn telefoon. Een klant die enthousiast vertelt. Of jezelf in de spiegel, als je durft. Ook als die dag zwaar was. Juist dan.

Je bent én de grootste versie van jezelf, én je mag een kutte periode hebben. Allebei waar. Allebei welkom.

Lees ook Letterlijk en figuurlijk gevangen: de ene gedachte die mijn celdeur openzette en Oefen nu het rustig is: hoe goed voor jezelf zorgen je laat zien wanneer je jezelf afwijst.

Wil je dit niet alleen doen? Als coach in Lelystad en online help ik je om helder te krijgen wat je wilt, en wat je nog tegenhoudt.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar