
Het is half tien ’s avonds. De kinderen liggen eindelijk in bed. Je zit aan de keukentafel met je laptop open, en op je scherm staat de pagina die je al drie weken af hebt. Je nieuwe aanbod. Je eerlijke prijs. Een tekst waar je eigenlijk best trots op bent.
Eén klik en hij staat online.
Je cursor hangt boven de knop. En dan hoor je het. Niet hardop, maar wel heel duidelijk. Misschien klinkt het bij jou zo: wie denk je wel dat je bent? Of: zoek eerst maar eens iets met zekerheid. Of gewoon die ene zucht, die je als kind al hoorde als je met een plan aankwam.
Je klapt de laptop dicht. Morgen. Of volgende week. Als het rustiger is.
En het rare is: je moeder woont al jaren aan de andere kant van het land. Ze weet niet eens dat je een nieuw aanbod hebt. Of je vader leeft al een tijd niet meer. En toch zat hij net aan die keukentafel. Toch hoorde je hem.
Daar wil ik het vandaag met je over hebben. Over een stem die blijft praten, ook als degene van wie hij is er niet meer bij is.
Ik was te gast in de Freedom Unlocked podcast van Kim de Graeve, in een aflevering over grenzen en zelfliefde. Kim stelde een vraag die ik in allerlei vormen terughoor: hoe voel je het verschil tussen wat je hart wil en wat je moet? En hoe komt het dat je jezelf er soms gewoon niet toe zet?
Dit was mijn antwoord, bijna woord voor woord:
“En daar kom je dus weer met de zelfkennis en weten wat daaronder zit. Heel veel mensen die zich bijvoorbeeld ergens niet toe aanzetten: dat heeft soms ook juist heel veel te maken met hoe onzeker of hoeveel zelfvertrouwen ze hebben. Of hoe druk ze zich maken om wat andere mensen van hen vinden. Stel dat je het wel doet, dat je wel stappen gaat zetten: wat gaat mijn omgeving, mijn partner, mijn kinderen, wat gaan mijn collega, mijn vader, mijn moeder ervan vinden? En soms zitten hun vader en moeder in een ander land, zien ze niet eens wat ze doen. Alsnog zit dat stemmetje er wel. Soms zijn hun ouders overleden, en zit dat stemmetje er nog wel.”
Alsnog zit dat stemmetje er wel.
Ik zie het bij zoveel vrouwen die bij mij komen. Ze zijn volwassen. Ze hebben een eigen gezin, een eigen huis, een eigen bedrijf. Soms hebben ze hun ouders in maanden niet gesproken. En toch vragen ze bij elke grote keuze, zonder het te merken, toestemming aan iemand die niet eens in de kamer is.
Hoe kan dat? Waarom blijft zo’n stem niet gewoon achter in het huis waar je bent opgegroeid? Waarom verdwijnt hij niet als je ouders er niet meer zijn?
Omdat het geen stem is die van buiten komt. Het is een stem die je ooit naar binnen hebt gehaald.
Als kind had je geen keus. Je ouders waren je hele wereld. Wat zij goed vonden, was veilig. Wat zij afkeurden, was gevaarlijk. Dus je leerde hun stem uit je hoofd, zoals je een liedje leert. Niet omdat je zwak was, maar omdat je erbij wilde horen. Omdat je van ze hield.
In systemisch werk noemen we dat loyaliteit. Een kind blijft trouw aan het systeem waar het uit komt. Ook als dat systeem pijn deed. Ook als je allang bewust hebt besloten dat jij het anders wilt doen. Diep vanbinnen kan het nog steeds een beetje voelen als verraad om groter te worden dan je ouders mochten zijn. Om te kiezen voor iets waar zij nooit voor durfden te kiezen. Om gelukkiger te worden dan je moeder ooit was.
Dus doe je het niet. Of je doet het half. Of je doet het, en saboteert het daarna. En je denkt dat het aan jou ligt. Aan je discipline. Aan je planning.
Maar het ligt niet aan je planning. Je bent gewoon heel trouw.
En als je ouders er niet meer zijn, kan die trouw juist sterker worden. Dan is hun stem soms het laatste wat je nog van ze hebt. Wie wil dat loslaten? Wie wil het laatste stukje van haar vader weggooien, ook als dat stukje haar al jaren klein houdt?
Ik snap dat. Echt. En toch is dat precies de vraag waar ik je in deze blog doorheen wil helpen.
Er zit nog een laag onder. In dezelfde aflevering zei ik er iets achteraan wat ik heel belangrijk vind, omdat het zo vaak gemist wordt:
“Maar ook het realiseren: als ik het wel doe, dat betekent dat ik daarna nog meer moet doen. Dat betekent dat als ik het wel toe zet, dat ik er echt ga committen in mijn leven. Dat dit echt wordt. En echt worden is heel eng. Want als ik nu een stap zet richting mijn dromen, dan kunnen mijn dromen uitkomen. […] En soms heb je al een aantal stappen gezet en dan voel je de imposter syndrome, en dan denk je: ik kan het allemaal niet, ik ben niet goed genoeg. En dan geef je daarna op, en dan ga je jezelf op die manier saboteren.”
Lees die ene zin nog eens. Als ik nu een stap zet, dan kunnen mijn dromen uitkomen.
Klinkt raar, toch? Dat je bang bent dat je dromen uitkomen. Maar kijk eens eerlijk. Zolang je droom een droom blijft, kan niemand hem afkeuren. Niet je moeder, niet je schoonmoeder, niet de vriendinnen van vroeger. Zolang die pagina niet online staat, kan niemand zeggen dat hij niet goed is. En kan ook niemand zeggen dat je jezelf te belangrijk vindt.
Het stemmetje van je ouders en de angst om echt te worden zijn vaak twee kanten van hetzelfde. Het stemmetje zegt: dat is niks voor jou. En de angst fluistert erachteraan: en stel dat het wel wat voor je is, wat dan?
En dan het stuk dat misschien even schuurt. Ik zei:
“En het grappige is: heel veel dingen hebben weer allemaal met interne shit te maken. Het heeft niet met de buitenwereld of wat je vader en moeder vindt of wat je collega gaat vinden te maken. Hoe deal jij dus met die dingen?”
Het heeft niet te maken met wat je vader en moeder vinden.
Dat klinkt misschien hard, na alles wat ik net over loyaliteit schreef. Maar het is precies hetzelfde verhaal. Je vader zit niet aan je keukentafel. Je moeder kijkt niet mee op je laptop. De stem die je hoort, is van jou geworden. En dat is goed nieuws. Want wat van jou is, daar kun jij iets mee.
Mild voor je ouders. Ze gaven door wat ze zelf kregen. Mild voor het meisje dat hun stem uit haar hoofd leerde. Ze had geen keus. Maar streng voor het patroon dat er vandaag nog voor zorgt dat jij je laptop dichtklapt.
Ik zei het in die aflevering zo: “Aan het eind van de dag kijk jij jezelf in een spiegel aan.” En even later: “We leven in een land, in een wereld waarbij heel veel mensen de beloftes naar zichzelf constant niet meer nakomen. En als je dat lang genoeg doet, weet je helemaal niet meer wat je eigen behoeftes zijn en wie je bent, en hoe lastig het is om dan weer een stap te zetten.”
Dat is wat het stemmetje je uiteindelijk kost. Niet die ene pagina die niet online gaat. Maar dat je jezelf, belofte na gebroken belofte, niet meer gelooft.
Aan het eind van het gesprek had Kim nog één vraag. Wat doe je met mensen die bij je komen en zeggen: ik weet gewoon niet wat ik wil?
Die zin hoor ik vaak. Van vrouwen met een bedrijf dat niet meer klopt. Van moeders die na jaren zorgen ineens weer wat tijd hebben, en niet weten waarvoor. Van ondernemers die vijf ideeën hebben en er niet één kiezen.
Dit was mijn antwoord:
“Er zit altijd wat achter het niet weten wat ik wil. Want als je goed jezelf kent, dan heb je al kleine interesse in bepaalde dingen. Maar vind je het misschien eng om stappen te zetten. Dus voordat ik daarin ga geloven dat mensen niet weten wat ze willen, ga ik eerst onderzoeken: weet je het nou echt niet? Of zit daar meer onder? Dus vind je het eng om stappen te zetten? Heb je al wel iets in je hoofd, maar zit je te denken aan wat papa en mama willen van jou in jouw leven? Ben je bang dat als je daarvoor kiest, dat je uitgelachen wordt door je vrienden, vriendinnen? […] Dus dat ga ik altijd eerst onderzoeken. Want misschien zit daar gewoon heel veel conditionering en angst en zelfvertrouwensissues onder.”
Zit je te denken aan wat papa en mama willen van jou in jouw leven?
Ik geloof niet zo snel dat iemand echt niet weet wat ze wil. Meestal weet ze het wel. Een klein beetje. Een interesse die ze al jaren wegwuift. Een idee dat ze alleen ’s nachts durft te denken. Maar zodra het hardop dreigt te worden, schuift er een stem voor. En dan wordt het weer: ik weet het niet.
Ik weet het niet is soms gewoon de veiligste plek om te staan. Want wie niks kiest, kan ook niks fout kiezen. En kan ook niemand teleurstellen. Ook niet iemand die er al jaren niet meer is.
Ik zei er in die aflevering ook bij: “Je kunt makkelijker een hele lange periode zeggen: ik hoef niet te kiezen, dan dat je een baan probeert wat tegen gaat vallen. Want dat is veel enger.”
Ik zeg dit niet vanaf een berg. Ik vertelde Kim ook: “En ik ben zo ook heel lang geweest: ik weet niet wat ik wil, ik weet niet wat ik moet kiezen. Waarom? Omdat ik heel vaak dezelfde keuzes heb gemaakt. Omdat ik heel vaak precies hetzelfde heb gedaan.”
Ik heb jarenlang dingen gedaan omdat het zo hoorde. Omdat dat het patroon was dat ik had meegekregen. En wat ik daarvan heb geleerd, is dit: je komt er niet achter wat je wilt door er nog langer over na te denken. Je komt erachter door iets anders te doen.
“Probeer eens verschillende shit,” zei ik. “Want als je anders doet, dan ga je anders denken en anders voelen.”
Veel vrouwen denken dat het probleem wilskracht is. Ik moet me gewoon harder toezetten. Ik moet meer discipline hebben. Morgen begin ik echt.
Ik vertelde in die aflevering over onderzoeken waarin mensen een chocoladekoekje moesten laten liggen en daarna een test moesten maken. De wilskracht die ze nodig hadden om dat koekje niet te eten, ging ten koste van die test. “Wilskracht hebben we maar zoveel van,” zei ik. “Iedereen wil alles maar doen op wilskracht. In de sportschool, gezond eten, ik wil afvallen binnen zes weken, ik wil een business hebben. Maar wilskracht: wat nou als je vandaag geen wilskracht hebt?”
Als je kinderen, je klanten en je huishouden de hele dag al aan je wilskracht hebben getrokken, dan is er om half tien ’s avonds niks meer over om tegen de stem van je vader in te gaan. Dan wint hij. Elke keer.
Je hebt dus iets anders nodig. Dit zei ik:
“Het gaat niet altijd om wilskracht. Wat zit daaronder? En hoeveel hou je van jezelf? En daarom gooi ik in mijn coaching zoveel zelfliefde erin, dat mensen gewoon, ja, het klinkt raar, maar dat ze gewoon naar zichzelf kunnen kijken en zeggen: ik vind je een mooie mens, en ik vind je genoeg, en ik gun je alles. Als je dat doet, dan ben je veel minder met wilskracht bezig. En gooi dan nog een missie bovenop. Waarom wil je dit? Voor wie wil je dit?”
Ik vind je een mooie mens. Ik vind je genoeg. Ik gun je alles.
Weet je wat zo bijzonder is aan die drie zinnen? Het zijn vaak precies de zinnen die je als kind van je ouders had willen horen. En die je misschien nooit hebt gehoord. Het stemmetje dat je nu nog hoort, zegt vaak het tegenovergestelde. Je stelt je aan. Je bent te veel. Wie denk je wel dat je bent.
Je kunt dat oude stemmetje niet wegduwen met wilskracht. Wat je wel kunt doen, is er een nieuwe stem naast zetten. Een stem die jij zelf kiest. Die van een volwassen vrouw die tegen het kleine meisje zegt: ik zie je, en ik gun je dit.
De vraag is dus niet of je ouders het je gunnen. De vraag is: gun jij het jezelf?
En dan het tweede deel: de missie. Ik vertelde Kim hoe ik dat met mijn klanten doe:
“Dat doe ik standaard met mijn klanten. Wat wil je? Hoeveel redenen kun jij bedenken waarom je dit wilt? Ken je er drie? Maak er maar dertig van.”
Ik gaf er een voorbeeld uit die week bij. Een klant, ik noem haar Nienke, zei dat ze meer wilde sporten. Ik vroeg waarom. Ze gaf me vijf redenen. Prima. Maar vijf redenen zijn zo weg als het regent of als je moe bent. Dus ik zei: “Eind van de dag wil ik twintig redenen horen waarom jij graag wil sporten.” En de dag erna vroeg ik haar om over die twintig redenen na te denken.
Waarom zoveel? Omdat de eerste vijf redenen vaak niet eens van jou zijn. Het zijn de redenen die je hoort te hebben. Gezond blijven. Afvallen. Een goed voorbeeld geven. Pas rond reden twaalf, dertien, veertien wordt het persoonlijk. Daar komt het meisje tevoorschijn dat vroeger zo graag buiten rende. Daar komt de vrouw tevoorschijn die zich gewoon sterk wil voelen in haar eigen lijf. Daar hoor je ineens je eigen stem.
“Heel helder hebben waarom je iets wilt, een missie, drijfveren, maakt het een stuk bewuster en maakt het een stuk makkelijker om daarvoor te kiezen,” zei ik. “Dus dan heb je het niet over wilskracht. Dan heb je het over zelfliefde. Dan heb je het over een missie wat sterker is.”
Een missie die sterker is. Sterker dan de stem van papa. Sterker dan het oordeel van mama. Niet omdat je tegen ze vecht, maar omdat je eindelijk iets hebt wat harder klinkt.
Nog één ding, vooral als jouw vader of moeder er niet meer is.
Loslaten betekent niet dat je ze kwijtraakt. Het betekent niet dat je hun liefde weggooit, of dat je doet alsof ze er nooit zijn geweest. Je mag hun stem een plek geven. Achter je, in plaats van naast je aan de keukentafel.
In mijn trajecten werk ik met een zin die ik vrouwen laat uitspreken met hun handen op hun hart. Vijf keer. Ook als het niet lukt om hem meteen te voelen:
“Ik vergeef je, ik bedank je uit de grond van mijn hart, en ik laat je met liefde los.”
Je bedankt ze voor wat ze je gaven. Want dat was ook wat. Het leven, om te beginnen. En misschien ook doorzettingsvermogen, zorgzaamheid of een harde werkhouding. Je vergeeft ze voor wat ze niet konden geven. En je laat hun stem met liefde gaan, zodat er ruimte komt voor die van jou.
Je hoeft hun kind niet te blijven door klein te blijven. Je bent al hun kind. Dat verandert nooit. Daar hoef je niks voor te laten.
1. Geef het stemmetje een afzender. Schrijf deze week elke keer op wat het stemmetje zegt, op het moment dat je een stap wilt zetten en het toch niet doet. Letterlijk, in de woorden die je hoort. Schrijf erachter van wie die zin oorspronkelijk is. Van je moeder? Je vader? Je oma? Soms weet je het meteen. Soms moet je er even bij blijven zitten. Zolang een stem geen afzender heeft, denk je dat hij van jou is.
2. Vraag het zeven keer. Merk je dat je zegt dat je niet weet wat je wilt? Stel jezelf dan de vraag: weet ik het echt niet? En stel hem nog een keer. En nog een keer. Zeven keer, op papier. Het eerste antwoord komt uit je hoofd. Ergens rond het vijfde of zesde antwoord komt je gevoel.
3. Maak er dertig van. Kies één ding dat je al heel lang wilt, maar steeds uitstelt. Schrijf aan het eind van de dag twintig redenen op waarom je het wilt. De dag erna maak je er dertig van. Let op bij welke reden je ineens iets voelt. Daar zit jouw stem.
4. Doe één keer iets anders. Eén klein ding dat je normaal niet zou doen, omdat het stemmetje het niet goedkeurt. Zet dat bericht online. Noem die prijs. Schrijf je in voor die cursus waar je al een jaar naar kijkt. Niet omdat het perfect moet, maar omdat je anders gaat denken als je anders doet.
5. Spreek de nieuwe stem uit. Elke avond, voor je gaat slapen: hand op je hart, en zeg tegen jezelf: ik vind je een mooie mens. Ik vind je genoeg. Ik gun je alles. Het klinkt raar. Doe het toch. Een stem die je elke dag hoort, gaat vanzelf harder klinken.
En als het stemmetje van vroeger deze week toch weer wint? Dat mag er zijn. Het heeft heel lang de tijd gehad. Jij bent net begonnen.
Lees ook Je tranen mogen er zijn, mijn grens blijft staan: als je moeder huilt om jouw grens en Ik wil niet eindigen zoals mijn moeder: waarom wegrennen je juist op haar pad houdt.
Herken je patronen die je van thuis hebt meegekregen? Lees hoe je oude patronen kunt helen.
Zet hem op deze week.
Liefs,
Jonathan
Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.