Je tranen mogen er zijn, mijn grens blijft staan: als je moeder huilt om jouw grens

Moeder in de keuken met haar dochter aan tafel

Kwart voor zes, en papa is moe

Mijn dochter was om kwart voor zes wakker. Ik was supermoe. En voor mij helpt het op zo’n ochtend om lekker muziek aan te zetten. Mijn muziek.

Maar dat wilde ze niet. Ze wilde haar liedje. Dat ene liedje dat ze zo leuk vindt. “Chichiwa, chichiwa.”

Toen ik dit in een sessie vertelde, reageerde mijn klant meteen. Ze kende het. “Ik heb alle versies al gehoord.”

Iedere ouder kent dat liedje. Het liedje dat je al honderd keer hebt gehoord. En dat je om kwart voor zes nog één keer zou kunnen opzetten, want dan is het tenminste rustig.

Ik zei: “Nee, sorry, dat gaan we niet doen. Papa is even moe. We gaan straks jouw muziek opzetten, maar nu mag papa’s muziek op.”

Nou. Ze ging huilen.

En ik vond dat niet leuk. Ik vertelde het later zo: “Ik vond het niet leuk om mijn dochter huilend bij me te hebben. Ik zei: je mag huilen, de muziek blijft staan, dat is oké, je bent veilig, ik verbreek de verbinding niet. Haar emoties mochten er zijn. Dat betekent nog niet dat ik ook niet lekker een muziekje mocht draaien. En dat ik ook niet energie mocht krijgen van even lekker chillen, en even geen chichiwa wilde. En dat mijn behoeftes er ook mogen zijn op zo’n dag.”

Ik zei er eerlijk bij: “Al is het makkelijker om dat liedje op te zetten dan een kind te hebben dat tien minuten huilt.”

Want dat is het, toch? Het is zoveel makkelijker om toe te geven. Eén klik en de tranen zijn weg. Eén klik en jij hoeft het verdriet van je kind niet te voelen.

Maar dan verdwijnt mijn grens mee.

“Nou, succes”

Ik vertelde dit verhaal aan een vrouw die ik hier Lotte noem. Eind dertig, moeder van twee jonge kinderen. We hadden het die sessie veel over haar moeder. Een moeder die over iedereen een oordeel heeft, en die diep gekwetst reageert zodra Lotte iets aangeeft.

Ik had eerder in de sessie voorgesteld dat Lotte haar moeder gewoon zou aanspreken als ze iets zei wat niet oké was. En ergens tegen het eind kwam ze daarop terug. Heel eerlijk.

“Toen je er een uur geleden of zo over begon, toen dacht ik: mijn moeder gaan aanspreken. Nou, succes. Meestal eindigt dat in dat ik heel bot uit de hoek kom en mijn moeder helemaal gekwetst is.”

Nou, succes.

Misschien ken je dit. Je hebt maar twee standen. Of je slikt het in en je zegt niks. Of het komt eruit, en dan komt het er te hard uit. Bot. Scherp. Harder dan je wilde. En dan zit je moeder daar, gekwetst, met tranen in haar ogen. En dan voel jij je de slechtste dochter van de wereld.

En de volgende keer slik je het weer in. Want dat gedoe wil je niet nog een keer.

Groot en sterk, of een klein grijs muisje

Ik probeerde Lotte te laten zien wat er in die twee momenten eigenlijk gebeurt. Bij haar, en bij haar moeder.

Bij Lotte zit er onder die botheid een kind dat al heel lang niet gezien wordt. Een kind dat denkt: je ziet me niet. De enige manier om gezien te worden, is schreeuwen.

En bij haar moeder? Ik zei het zo: “Het moment dat ze aangesproken wordt, is het weer: oh, ik ben een klein grijs muisje. En ik bedoelde het allemaal niet. Gewoon een copingmechanisme.”

Het ene moment is ze groot en sterk. Ze heeft overal een mening over, ze neemt alle ruimte in. En op het moment dat iemand een grens trekt, wordt ze ineens heel klein. Gekwetst. Zielig, bijna.

Lotte benoemde het zelf ook: “En daarnaast is het gewoon slachtoffergedrag.”

Ik wil daar voorzichtig mee zijn. Want ik wil niemand in een hokje stoppen, en zeker niet een moeder die ik nooit heb ontmoet. Maar het patroon herken ik wel. Bij heel veel moeders van vrouwen die bij mij komen. En eerlijk gezegd ook in mijn eigen familie.

Als je je moet aanpassen, word je niet aangevallen

Ik legde Lotte uit waarom een grens bij sommige mensen voelt als een aanval. Terwijl het dat niet is.

“Ik hoor je, en ik hoef me niet te gedragen als een klein zielig persoontje dat aangevallen wordt, want het heeft niks met aanvallen te maken. Het aanvallen is jouw interne onrust, waardoor je je aangevallen voelt. Een volwassen persoon kan gewoon een grens voelen en het zien voor wat het is: dat we in een gelijkwaardig systeem zitten waarbij twee mensen zich aan elkaar aanpassen. En als je je moet aanpassen, ben je niet meteen een slachtoffer.”

Als je je moet aanpassen, ben je niet meteen een slachtoffer.

En toen pakte ik er mijn eigen huis bij. “Gaat mijn vrouw huilen omdat ze de schoenen weg moet leggen? Gaat ze huilen omdat ze de vaatwasser zo in moet ruimen als ik het zou willen?”

Nee. Natuurlijk niet. Ze voelt zich er niet door aangevallen. Het is gewoon een grens van mij, en zij past zich een beetje aan. En ik pas me aan aan haar grenzen. Zo leven twee mensen naast elkaar.

“Maar dat is eigenlijk wat er gebeurt, hè? Ik moet me aanpassen. Dus dan ga ik maar huilen. Dat is toch super raar?”

“Maar zij mag dat nog”

En toen kwam ik weer bij mijn dochter uit. Bij de muziek om kwart voor zes.

“Nou, ze ging huilen. Het is precies hetzelfde. Precies hetzelfde. Ik kan jouw grens niet horen, en ik wil me niet aanpassen. Dan ga ik maar huilen.”

En daarna zei ik de zin die voor mij het verschil maakt: “Maar zij mag dat nog.”

Een peuter mag huilen om een grens. Sterker nog, dat hoort erbij. Een klein kind heeft nog geen andere manier om met teleurstelling om te gaan. Haar zenuwstelsel is nog aan het leren dat je iets niet krijgt en dat je dan toch veilig bent. Dat papa toch van je houdt. Dat de verbinding blijft. Daarom zei ik ook: ik verbreek de verbinding niet.

Maar een volwassen vrouw die huilt omdat haar dochter zegt “mam, ik vind het niet oké dat je dit tegen mijn kinderen zegt”? Dat is hetzelfde mechanisme. Alleen tientallen jaren later. Dat is een klein meisje dat nooit heeft geleerd dat een grens geen afwijzing is.

“Ja, en dat is dus de grap. Zo’n volwassen vrouw die zichzelf tot slachtoffer maakt, en daardoor denkt: als mensen mij zielig vinden, misschien moeten ze dan wel naar me luisteren. Dat is gewoon coping.”

Coping. Overleven. Iets wat ze ooit heeft geleerd omdat het werkte.

Ik ben mild over die moeder. Ze heeft het ergens geleerd, in haar eigen gezin, bij haar eigen ouders. Maar ik ben streng over het patroon. Want het patroon zet haar dochter elke keer weer schaakmat.

Wanneer tranen het gesprek overnemen

Hier moet ik voorzichtig zijn, want ik werd in die sessie best fel. Dus laat ik het zo zorgvuldig mogelijk zeggen.

Tranen zijn echt. Verdriet is echt. Ik zeg niet dat je moeder doet alsof. Maar soms nemen tranen een gesprek over. Ik zei het zo: “Soms wordt het gewoon ingezet. Want dan hoef je niet meer over het onderwerp. Dan kan het alleen nog maar gaan over: maar ik ben zo zielig, en hou rekening met mij en met mijn emoties. En dat betekent niet dat het altijd zo is. Maar als het altijd gebeurt, dan is het ook een strategie.”

Lees dat laatste nog een keer. Als het altijd gebeurt.

Als jij elke keer dat je iets aangeeft hetzelfde ziet gebeuren. Tranen, gekwetstheid, stilte aan de telefoon, een appje met “ik bedoelde het toch goed”. Als het gesprek dan elke keer ineens niet meer over jouw grens gaat, maar over haar verdriet. En als jij elke keer degene bent die troost, die sorry zegt, die het goedmaakt.

Dan is het misschien geen bewuste keuze van haar. Maar het is wel een patroon. En dat patroon heeft een doel: dat de grens verdwijnt.

“Of je luistert naar me, of ik ben de boeman.”

Zo voelt het voor jou. Als je je grens laat staan, ben jij de boeman. De harde dochter. De ondankbare.

Ik zei tegen Lotte: “Je bent geen boeman.”

Je tranen mogen er zijn, mijn grens blijft staan

Wat doe je dan wel? Je hoeft haar tranen niet weg te wuiven. Je hoeft niet hard te worden. Je hoeft alleen niet mee te gaan.

“Mam, ik zie je. Ik kies ervoor om niet mee te gaan in jouw emotie. Er is niks krachtiger dan bij jezelf blijven als iemand in de volle emoties zit. Oké, maar mijn grens blijft staan.”

En dan de zin waar deze hele blog om draait:

“Jouw emoties mogen er zijn, maar ze nemen mijn grens niet weg.”

Allebei waar. Tegelijk. Jouw verdriet is echt, en mijn grens is ook echt. Het een maakt het ander niet ongedaan.

Ik ging nog een stap verder: “Je mag het ingewikkeld vinden, maar dat jij het ingewikkeld vindt, is niet mijn stuk om te dragen. Dat jij emotioneel niet tot dat punt kan komen om met die ingewikkeldheid om te gaan, en daardoor moet huilen, betekent nog steeds niet dat de grens waarmee het hele gesprek begon, ineens weg is. Het laat alleen maar zien dat je het ingewikkeld vindt. Punt.”

En dan rustig, steeds opnieuw: “Ik heb het alleen over mijn grens. Ik heb het alleen over mijn grens.”

Dat is geen kilte. Dat is helderheid. Je laat het verdriet van je moeder bij haar. Waar het hoort. Ik zei het in het beeld dat Lotte al kende uit eerdere gesprekken: “Want wat ze dus wil, is met die verdrietigheid weer op jouw eiland gaan staan. Het zijn jouw emoties, het is jouw verdriet.”

Later in de sessie maakte ik er een nog kortere zin van, eentje die je echt kunt zeggen als het moment daar is: “Je verdriet mag er zijn. Maar ik vind het nog wel belangrijk dat je mijn grens respecteert.”

Ik zei er wel iets eerlijks bij. Bij sommige mensen is alleen al zo’n zin te veel. Die kunnen er niet mee omgaan dat je hun verdriet ziet en toch blijft staan. Dat is oké. Dat zegt iets over waar zij staan. Niet over wat jij waard bent.

En toen liet ik mijn eigen trigger zien

Ik moet je iets eerlijks vertellen. Terwijl ik dit allemaal aan Lotte uitlegde, ging ik steeds harder. Ik had het over mensen die twintig jaar lang over het verleden blijven praten. Over hoe ze een hekel hebben aan iemand die niet mee slachtoffert. Ik werd fel.

En toen hoorde ik mezelf. “En nu liet ik even mijn trigger eventjes zien.”

Want dat is het. Ik heb een trigger op dit thema. Eerder in diezelfde sessie, toen Lotte vertelde over iemand die haar enorm kon raken, had ik al verteld waar die van mij vandaan komt.

“Slachtoffergedrag is een trigger voor mij, omdat mijn vader het was. Mijn vader ligt al vijftien jaar op de bank. Werkt niet, doet helemaal niks. Dus ik heb een trigger van mensen die zichzelf als slachtoffer zien. De wereld is zo slecht, of mijn trauma is zo slecht, en ik kan helemaal niks, en o jee, ik wou dat ik andere keuzes had gemaakt. Maar nooit andere keuzes maken.”

Ik weet dus waarom ik zo fel word. Het is niet de vrouw tegenover me. Het is mijn eigen geschiedenis met mijn vader die op dat moment meepraat.

En dat betekent iets voor mij. Ik zei het zo: “Het betekent niet dat ik niet met die mensen om kan gaan. Het betekent dat ik bij mezelf bewust moet zijn. Dat ik mijn zenuwstelsel leer reguleren. Dat ik doorheb: oh, ik word sneller geraakt. En dat betekent dat ik dan sneller niet bij mezelf kan blijven.”

En dan het stuk dat ik het lastigst vind om toe te geven: “Omdat ik getriggerd word, blaas ik mijn ballon op. Mijn trigger zorgt dat mijn ballon opblaast en dat ik minder ruimte voor anderen creëer. Als ik te boos op mijn dochter word, is het niks anders dan dat ik mijn ruimte groter maak en haar niet meer gelijkwaardig.”

Zie je? Het werkt twee kanten op. Jouw moeder die in tranen schiet, neemt met haar verdriet alle ruimte in. Maar ik, als ik getriggerd boos word, neem met mijn boosheid net zo goed alle ruimte in. Het voelt anders, maar het is hetzelfde: een volwassene die even geen volwassene is.

“En nogmaals: het heeft dus altijd niks met anderen te maken.”

Vroeger schreeuwde ik al

En weet je wat het grappige is? Lotte zei aan het begin dat zij, als ze haar moeder aanspreekt, altijd heel bot uit de hoek komt. Ik herken dat. Heel goed zelfs.

Ik vertelde het haar in diezelfde sessie: “Vroeger was mijn moeder bij me en dan hoefde er maar niks te gebeuren, en ik, bam, ik schreeuwde al. Ik kon zo boos zijn op mijn moeder. Heel af en toe gebeurt het nog, en dan denk ik: oh man, wacht eens even. Het is gewoon mijn innerlijke kindpijn die gehoord wil worden.”

Mijn innerlijke kindpijn die gehoord wil worden.

Dat is wat er gebeurt als jij bot uit de hoek komt. Het is niet de volwassen Lotte die bot is. Het is het meisje dat al zo lang probeert gezien te worden, en dat nu eindelijk haar mond opendoet. Alleen doet ze dat met de kracht van jaren opgekropte frustratie. Geen wonder dat het hard aankomt.

Dus als je bot uit de hoek komt, hoef je jezelf niet af te maken. Je mag het meisje zien dat daar schreeuwt. En je mag haar zachtjes achter je zetten, zodat de volwassen vrouw het gesprek kan voeren. Rustig. Zonder schreeuwen. Want de volwassen vrouw hoeft niet te schreeuwen om gezien te worden. Die weet al wie ze is.

Het verschil tussen vroeger en nu is bij mij niet dat ik nooit meer getriggerd raak. Het verschil is dat ik het sneller doorheb. Heel af en toe gebeurt het nog. En dan denk ik: oh man, wacht eens even.

Misschien kan ze meer dan je denkt

Ik wilde Lotte niet laten gaan met het idee dat haar moeder een hopeloos geval is. Want dat weet ik niet. Dat weet niemand.

“Misschien is je moeder geen puur slachtoffer. En als dat zo is, dan is dat heel mooi. Want dat betekent dat ze nog wel ruimte heeft om het te zien. En dat gun ik wel. Maar dat kun je pas ontdekken als je bij jezelf kan blijven op jouw eiland.”

Dat vind ik misschien wel het belangrijkste inzicht van dit hele verhaal. Zolang jij elke keer toegeeft, weet je nooit wat je moeder eigenlijk kan. Zolang jij haar tranen oplost, krijgt zij nooit de kans om er zelf doorheen te gaan. Net zoals mijn dochter nooit leert dat ze een teleurstelling overleeft als ik altijd meteen haar liedje opzet.

“De enige manier om een andere moeder te krijgen, en dat is niet de wens of de hoop of de verwachting die je moet hebben, maar de kans is groter als jij je eigen eiland blijft behouden. Want dat is de enige manier om haar te leren: als we samenkomen, dan neem ik een gelijkwaardig eiland mee. Overal waar ik naartoe ga, neem ik mijn eigen grond mee.”

Lotte herhaalde het: “Op mijn grond, op mijn eigen eiland.”

Ik hoef me niet te bewijzen

En toen vatte ik het samen in een paar zinnen die ik je ook wil meegeven.

“Ik zie jou voor wat het is. Ik zie mijn trigger voor wat het is. Jij bent niet minder dan ik. Ik ben niet meer dan jij. Jij bent niet beter dan ik. En ik ben niet beter dan jij.”

Gelijkwaardig. Dat is het woord. Je moeder is niet de vijand. Ze is ook niet de baas. Ze is een mens naast jou, met haar eigen pijn en haar eigen eiland.

“En als je in jezelf voelt: ik ben veilig en ik ben genoeg, dan hoef je ook niks te bewijzen. Mijn grens is daar, punt. Mijn grens. Ik hoef me niet te bewijzen. Ik heb bij mezelf gevoeld dat dit belangrijk is en daarom communiceer ik het ook. Ik twijfel niet. Zie jij hem ook? Ik hou zoveel van mij en mijn kinderen. Zie jij hem ook? En als dat niet lukt: oké. Sorry. Ik heb me niks te bewijzen.”

En de laatste zin, die zo zacht is en zo hard tegelijk: “Je verdient om gelijkwaardig te zijn en onvoorwaardelijke liefde te ontvangen. En als je dat niet krijgt, moet je het automatisch dus aan jezelf geven. Want als dat de start is, zit het er al. Dan hoef je niet smekend te wachten om het te krijgen van je moeder.”

Dan hoef je niet smekend te wachten.

Hoeveel jaar heb jij al gewacht? Op die ene keer dat ze zegt: je hebt gelijk, het spijt me, ik zie je. Misschien komt die dag. Ik gun het je. Maar je hoeft er niet meer op te wachten om vrij te zijn.

Misschien herken je dit

Misschien belt je moeder op zondagochtend en vraagt of jullie vanmiddag komen. En jij zegt, voor het eerst in maanden: nee mam, we blijven vandaag thuis, ik heb rust nodig. En dan valt het stil aan de andere kant. Je hoort haar ademen. “Oh. Nou ja. Dan niet.”

En je voelt het meteen. Die steen in je maag. Dat schuldgevoel dat je kent sinds je zes was. En je hoort jezelf zeggen: “Nou ja, misschien kunnen we wel even langskomen na het eten.”

Of misschien gaat het met je zus, je schoonmoeder, je beste vriendin. Of met je dochter van veertien, die huilt omdat ze niet naar dat feestje mag. Het patroon is hetzelfde. Iemand is verdrietig om jouw grens, en jij schuift de grens op tot het verdriet weg is.

Wat als je het verdriet gewoon laat bestaan? Wat als je zegt: ik hoor dat je het jammer vindt, mam. Dat mag. En we blijven vandaag thuis.

Het voelt de eerste keer alsof je iets kapotmaakt. Je maakt niks kapot. Je laat alleen zien dat er twee mensen aan de lijn hangen. Niet één.

En als je bot uit de hoek komt, omdat het al zo lang opgekropt zit? Dan is dat ook oké. Dat is het meisje dat eindelijk haar stem gebruikt. Je mag het de volgende keer zachter proberen. Je bent mens.

Wat je deze week kunt doen

1. Schrijf de zin op. Pak een kaartje en schrijf: “Je verdriet mag er zijn, en mijn grens blijft staan.” Zeg hem een paar keer hardop, als je alleen bent. In de auto, onder de douche. Zodat je mond eraan gewend raakt. Want als het moment komt, zit je in je lijf en niet in je hoofd, en dan wil je dat de zin er al ligt.

2. Kies één grens die je al tijden inslikt. Bij je moeder, of bij iemand anders die vaak gekwetst reageert. Schrijf hem op. Kort. Geen uitleg erbij. En schrijf eronder hoe die persoon waarschijnlijk gaat reageren. Tranen, stilte, een verwijt. Zo word je er niet door overvallen. Je weet het al. En je weet ook: dat is haar stuk.

3. Oefen het “alleen over mijn grens”. Als het gesprek deze week afdwaalt naar het verdriet of de gekwetstheid van de ander, leg dan je hand op je hart en zeg rustig: “Ik heb het alleen over mijn grens.” Eén keer. Twee keer als het moet. Zonder harder te gaan praten.

4. Kijk wie er bot is. Als je merkt dat je toch fel uit de hoek komt, stop dan even. Vraag jezelf: wie is hier aan het schreeuwen? Is het de volwassen vrouw, of het meisje dat gezien wil worden? Zeg in jezelf tegen dat meisje: “Ik zie je. Ik neem het over.” En ga dan verder, rustiger.

5. Oefen bij je eigen kind. Als je kind deze week huilt omdat je ergens nee tegen zegt, probeer dan wat ik bij mijn dochter deed: “Je mag huilen, en het blijft nee. Je bent veilig. Ik blijf bij je.” Laat het verdriet er zijn, zonder je grens op te geven. Je leert het jezelf net zo goed als haar.

Je tranen mogen er zijn. Mijn grens blijft staan. Allebei waar.

Lees ook Ik wil niet eindigen zoals mijn moeder: waarom wegrennen je juist op haar pad houdt en Je mag het oude loslaten voordat je het nieuwe kent (en er daarna toch om rouwen).

Herken je patronen die je van thuis hebt meegekregen? Lees hoe je oude patronen kunt helen.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar