Oefen nu het rustig is: hoe goed voor jezelf zorgen je laat zien wanneer je jezelf afwijst

Vrouw alleen op een rustig strand bij zonsopkomst

“Ik snap je vraag niet”

Soms stel ik een vraag die ik zelf heel helder vind. En dan kijkt de vrouw tegenover me me aan alsof ik Chinees praat.

Zo ging het met Lotte. Ik noem haar hier zo. Een vrouw van eind dertig, moeder van twee jonge kinderen, en midden in een periode waarin alles tegelijk veranderde. Ze had op dat moment net iets meer lucht dan ze straks zou hebben, als ze weer meer ging werken.

En ik vroeg haar zoiets als: “Stel nou dat je een paar maanden de tijd hebt om gewoontes op te bouwen. Is het dan makkelijker om het toe te passen als de druk hoger wordt en je harder moet werken? Als je bepaalde gewoontes al hebt? Of wordt het dan ingewikkelder om het allemaal nog te leren?”

Ze keek me aan. “Ik snap je vraag niet.”

Eerlijk. En ik werd een beetje gek van mezelf. “Nee, dat heb ik hoor. En dan frustreert het me. Ik denk: zeg ik het nou zo raar?”

Ja. Ik zei het zo raar. Dus ik probeerde het opnieuw. Simpeler.

“Het is beter om het nu te kunnen en nu te oefenen, als het rustiger is. Er is een quote: it’s better to prepare for war when it’s peacetime.”

Bereid je voor op oorlog in vredestijd

Bereid je voor op oorlog als het vrede is.

Het klinkt zwaar. Oorlog. Maar ik bedoel het heel praktisch. “Het is beter om de gewoontes om voor jezelf te zorgen, om te kiezen voor jezelf, op te bouwen als je wat minder werkt, dan als je straks meer werkt en meer druk hebt. Dus nu oefenen is daarom des te belangrijker. Er is geen perfectere tijd dan nu oefenen.”

Denk er maar eens over na. Wanneer begin jij met goed voor jezelf zorgen? Waarschijnlijk als het al te laat is. Als je al uitgeput bent. Als je al ziek op de bank ligt. Als je al huilend in de auto zit. Dan denk je: oké, nu moet ik echt iets gaan doen. Meditatie, wandelen, eerder naar bed.

Maar op dat moment heb je er de energie niet voor. Je moet iets nieuws leren, terwijl je al op je reserves leeft. De motor rijdt op reserve en jij probeert onderweg nog even de motor om te bouwen.

“Want de patronen hebben als alle druk, alle stress, alles erbij komt, is beter dan het dan nog allemaal aan te moeten leren. Want dat is een stuk lastiger.”

Een soldaat leert niet schieten op de dag dat de oorlog begint. Een brandweerman oefent niet pas als het huis in brand staat. Ze oefenen als het rustig is. Zodat hun lijf het weet als het spannend wordt.

Zo werkt goed voor jezelf zorgen ook.

Een blokje om, of even naar zee

Ik maakte het zo klein mogelijk. Want goed voor jezelf zorgen is geen weekend weg naar een spa. Het zit tussen de regels door.

“Dus tussen de regels door goed voor jezelf zorgen en momenten voor jezelf pakken. Mama loopt even een blokje om. Als je in een weekend tien minuten voor jezelf een blokje om loopt. Mama gaat even een half uurtje naar de zee. Letterlijk en figuurlijk uitwaaien.”

Even uitwaaien.

Dat zijn de oefeningen. Niet groot, niet heldhaftig. Tien minuten. Een half uur. Een rondje. Maar je doet het als het nog kan. Als je nog niet in het rood zit. Als het eigenlijk ook nog wel zonder zou gaan.

Juist dan.

“Ik heb het niet door”

En toen kwam er iets wat ik zelf het mooiste vond van dat hele stuk van de sessie. Want ik zag ineens dat dit antwoord gaf op een angst die Lotte al vanaf het begin van ons werk met zich meedroeg.

Ze had in het begin gezegd dat ze het niet doorheeft als ze zichzelf afwijst. Dat het zo automatisch gaat, zo onderbewust, dat ze het pas achteraf ziet. Als het al gebeurd is.

Misschien herken je dat. Iedereen zegt: je moet je patronen leren herkennen. Maar hoe herken je iets wat zo vanzelf gaat dat je het niet eens voelt? Het is alsof je je eigen accent moet horen. Je hoort het niet. Het is gewoon hoe je praat.

Dus ik zei: “Weet je wat het mooie is aan dit stuk? Daarmee geef ik deels antwoord op een onzekerheid die je had in het begin van de coaching. In het begin zei je: ik heb het niet door, het patroon dat ik mezelf afwijs. Het mooie is dat je dat patroon beter doorhebt als je het tegenovergestelde doet op andere momenten.”

Zo voelt dat

Lees dat nog een keer. Je hebt het patroon beter door als je het tegenovergestelde doet op andere momenten.

“Dus als je van jezelf houdt, goed voor jezelf zorgt, ga je het makkelijker herkennen als je het niet doet. Dat het patroon zichtbaarder gaat worden. Het is een fantastische tegenhanger van: ik heb het niet door. Fantastisch. Want je gaat het daardoor makkelijker doorhebben als je wel goed voor jezelf zorgt. Dan denk je: zo voelt dat. Dan herken je dus ook het negatieve sneller.”

Zo voelt dat.

Als je nooit weet hoe het voelt om goed voor jezelf te zorgen, dan weet je ook niet hoe het voelt als je het niet doet. Dan is het allemaal één grijze massa. Dan is moe gewoon normaal. Dan is jezelf wegcijferen gewoon hoe je bent. Er is geen contrast.

Maar als je een paar keer per week dat blokje om loopt. Als je een paar keer per week tien minuten echt voor jezelf pakt. Als je een paar keer per week nee zegt en voelt hoe licht dat is. Dan weet je ineens hoe het voelt als je wél op je eigen grond staat. En dan, de volgende keer dat je over je grens gaat, voel je het verschil. Er schuurt iets. Je denkt: wacht, dit klopt niet. Zo voelde het vanmorgen niet.

Je hoeft dus niet eindeloos in je patroon te graven om het te vinden. Je kunt het ook vanaf de andere kant benaderen. Ik zei het zo:

“Het is lastig om een onbewust patroon bewust te maken. En soms hoef je niet per se alleen in het patroon te graven. Soms helpt het om op een andere manier beter van jezelf te houden, op een ander moment. Om dan door te hebben: ik hou helemaal niet van mezelf op dit moment.”

Zo heb ik het zelf geleerd

Ik vertel dit niet als theorie. Zo heb ik het zelf geleerd.

“Dat is ook een manier hoe ik het heb geleerd. Omdat ik dus keuzes maakte die heel goed voor me werkten. En daardoor had ik het achteraf door: oh, ik ben nu een keuze aan het maken waarbij ik me helemaal niet lekker voel, helemaal niet goed. Of ik verloochen mezelf. Of ik luister niet naar mijn behoefte. Omdat ik dus als tegenhanger momenten pakte waarop ik heel goed voor mezelf zorgde. En daardoor het contrast groter maakte. En het daardoor doorhad.”

Pas toen ik dingen ging doen die echt goed voor me waren, merkte ik hoe vaak ik het tegenovergestelde deed. Het goede maakte het andere zichtbaar.

Je eigen voelsprieten

En toen gaf ik Lotte iets wat ze elke dag kon gebruiken. Want het mooie is: elke kleine keer telt.

“Dus weet dat het ook werkt. Elke keer als je naar boxfit gaat, elke keer als je communiceert met je partner, als je wandelt, als je gezond eet, is het een bewijs: ik verdien beter, ik hou van mezelf. Waardoor je, als je jezelf afwijst, het ook gaat herkennen. Je creëert je eigen voelsprieten.”

Je eigen voelsprieten.

Dat vind ik zo’n mooi beeld. Een vlinder of een slak heeft voelsprieten om de wereld af te tasten. Wat is veilig, wat niet. Waar moet ik heen, waar niet. Die voelsprieten groeien niet vanzelf bij jou. Je bouwt ze. Elke keer dat je goed voor jezelf zorgt, wordt een voelspriet een beetje gevoeliger. Tot je op een dag ergens binnenloopt en meteen voelt: hier ga ik over mijn grens. Nog voordat het gebeurd is.

“Make sense? Word je daardoor meer hoopvol?”

“Ja,” zei ze.

En ik zei er nog iets achteraan, omdat ik wist dat ze het nodig had: “Je kan ook wel heel goed keuzes maken voor jezelf.”

“Ja, jawel.”

En toen kwam de storm

Dat was de vrede. Toen kwam de oorlog.

In een latere sessie zat Lotte er heel anders bij. Het huis stond te koop. Ze was moe. Er kwamen steeds mensen kijken. En haar moeder kwam vier dagen logeren. Een moeder die over iedereen een oordeel heeft, en die heel goed is in liefde terugtrekken als iets haar niet bevalt.

Slechter getimed kan bijna niet.

Ze vertelde hoe ze zich voelde als haar moeder er was. “Ik ben dan echt wel heel alert ook. Op alles.”

Wat in jou is alert?

Ik stelde haar een vraag die ik vaak stel. “Ja, maar ben jij alert? Of is er in jou nog iets wat alerter is? Zo zeg ik dat altijd: wat in jou is alert?”

“Ja, dat is denk ik het kleine kind in mij. Dat is alert.”

“En is het het gelukkige kindje in jou dat alert is?”

“Nee. Het is altijd een beetje op mijn tenen lopen. Het bange kindje.”

Op je tenen lopen. In je eigen huis. Als volwassen vrouw, moeder van twee, met je eigen gezin om je heen. En toch loopt er een meisje op haar tenen rond, omdat mama er is.

“En als je bang bent, moet je alert zijn. Omdat je moeder heel goed is in het liefde ontnemen.”

Herken je dat? Dat je ergens binnenloopt en meteen alles scant? Hoe kijkt ze? Wat is de toon? Is ze goed gehumeurd? Dat je je huis net iets beter opruimt als zij komt. Dat je je kinderen vooraf al een beetje instrueert. Dat je lichaam al gespannen is voordat de bel gaat.

Dat is niet de volwassen vrouw. Dat is het bange meisje dat ooit leerde dat ze moest opletten. Omdat de liefde zomaar kon verdwijnen.

Train as you fight

En toen draaide ik het om. Want ik zag iets wat Lotte op dat moment zelf niet kon zien.

“Het is een nadeel, het komt op een moment dat het niet uitkomt. En daardoor is het een perfect voordeel. Want je bent moe, je hebt geen weerstand, je hebt het super druk, je zit met dat huis en al die andere craziness. Het komt eigenlijk helemaal niet uit. En dan moet je ook nog dat systeem. Er is eigenlijk niks perfecter dan nu te oefenen om het anders te doen. Want het is zo chaos.”

Ik weet het. Het klinkt bijna gemeen. Maar ik meende het.

“Als het gaat om de vuurdoop: de vuurdoop is soms aan de andere kant de beste manier om het te leren. In defensie noemden ze dat train as you fight. Je moet de oorlog zo goed mogelijk nabootsen, en op die manier kun je goed oefenen. Maar ja, je hebt nu de interne oorlog super duidelijk. Chaos, het huis, alles.”

Train as you fight. Train zoals je vecht.

Je kunt nog zo goed oefenen op rustige dagen. Maar het echte werk gebeurt als het spannend wordt. Als je moe bent. Als je moeder in je keuken staat en iets zegt over hoe je je kinderen opvoedt. Daar, op dat moment, merk je of het werkt.

“Dus nu heb je vier perfecte dagen om te oefenen. Helaas.”

Lotte zag het. “En tegelijkertijd: perfect.”

“En dat is dus perfect, tegelijkertijd. Omdat het de perfecte trigger is. Dus als je dan toch wil doorbreken, is er niks beter dan de vuurdoop. Ja, je doorbreekt iets van drie generaties.”

Hey meisje

Wat moest ze dan doen, die vier dagen? Ik gaf haar een opdracht. Een hele concrete.

“Elke keer als je dat voelt: ik voel wat. En ik ga terug naar mezelf. Ik hou van mezelf, maar grenzen mogen er zijn. En heel misschien mag je het kleine meisje in jou eventjes aanspreken. Hey meisje, je verdient liefde, dat is oké. Ik hou van je, zoals je bent.”

Hey meisje. Je verdient liefde. Ik hou van je, zoals je bent.

“Want als het bange meisje het zenuwstelsel aanzet, mag je het bange meisje aanspreken. Want je bange meisje kan jij nu aanspreken. De volwassene in jou. De vrouw die daar gewoon met een fantastisch gezin zit en allemaal mooie stappen gaat maken.”

En dan, terwijl je moeder in de kamer is, terwijl die spanning er is, zeg je in jezelf tegen dat meisje:

“Kijk eens, klein meisje, het mag er zijn. Kijk eens wat ik aan het doen ben. Jij mag lekker kind zijn. Ik hou het. En geef haar de liefde die je moeder zo makkelijk kan ontnemen. Dus: oké, ik geef het aan je. Kom in je zenuwstelsel, ik geef het al aan je. Ik leer je om het hier te houden, bij jezelf, dat je genoeg bent. Ik leer je om niet te kijken naar buiten, maar om te voelen wat jij nodig hebt.”

Ik geef het al aan je.

Daar zit het hele geheim. Het meisje is alert omdat ze wacht op liefde die misschien niet komt. Op goedkeuring van mama. Op een teken dat het goed is. En zolang ze daarop wacht, loopt ze op haar tenen.

Maar als de volwassen vrouw zegt: ik geef het je al, je hoeft niet meer te wachten, dan kan het meisje gaan zitten. Achter in de auto. Niet aan het stuur. Ze mag mee, ze mag er zijn, maar ze hoeft niet meer op te letten. Dat doet de volwassen vrouw nu.

Allebei waar

Zie je de spanning tussen die twee sessies?

In de eerste zei ik: oefen in vredestijd. Begin nu het rustig is. Bouw je gewoontes op voordat de storm komt.

In de tweede zei ik: de vuurdoop is de beste les. Juist nu het chaos is. Train as you fight.

Spreek ik mezelf tegen? Nee. Het is allebei waar. En ze hebben elkaar nodig.

Wat je in vredestijd oefent, is je fundament. De voelsprieten. Het weten hoe het voelt als het goed is. De gewoonte om tien minuten een blokje om te lopen. Het contrast.

En wat je in de storm oefent, is de toepassing. Daar blijkt of het fundament houdt. Daar leer je het echt, in je lijf, met je moeder in de keuken en je hart in je keel.

Zonder vredestijd heb je in de storm niks om op terug te vallen. Dan word je gewoon weggeblazen. En zonder storm weet je nooit of het werkt. Dan blijft het een mooi idee.

Dus als het rustig is: oefen. En als het stormt: oefen ook. Alleen is het oefenen dan anders. Rustig is het bouwen. Storm is het testen.

Het is niet niks

Ik wil eerlijk zijn over hoe zwaar dit kan voelen. Aan het eind van die eerste sessie, na al dat praten over vredestijd en voelsprieten en gewoontes, zag ik dat Lotte moe was. Niet enthousiast. Gewoon moe.

Ik benoemde het. “Niet enthousiast, hoor.”

“Nee.”

En ik zei: “Het is niet niks, dit allemaal. Het is een totaal andere manier van hoe je naar jezelf kijkt, maar ook hoe je met de wereld omgaat en met je omgeving omgaat. Het is niet niks. Het is niet iets wat ik vanzelfsprekend vind, alsof je denkt: dat doe je maar eventjes. Het is allemaal heel makkelijk. Nee, absoluut niet. Het is een gigantische shift in identiteit, maar ook in de omgang met jou en je omgeving. En welke keuzes je maakt. Het is prachtig werk, prachtige dingen. Maar het werk daarin is nog wel, wow.”

Lotte zei daarop iets heel nuchters: “Maar goed, dat was de bedoeling.”

Ik vind dat zo mooi. Ze wist waarom ze hier zat. Ze wist dat het zwaar zou zijn. En ze bleef zitten.

Als jij dit leest en denkt: pff, dat klinkt als veel werk. Klopt. Het is veel werk. Het is een andere manier van leven. Je hoeft het niet in één week te doen. Je hoeft het niet perfect te doen. Maar het is wel de moeite waard.

Never suffer alone

En toen zei ik iets wat ik zelf pas laat heb geleerd.

“Wees welkom om te zeggen: ik ben eigenlijk moe. Of: de periode is druk en ik kom er gewoon eventjes niet uit. Help me eventjes. Wees welkom om hulp te vragen, want daar ben ik ook voor.”

Want ik ken dat patroon. Ik heb het zelf ook. “Ik ben iemand die een heel diep patroon van ik moet het alleen doen heeft doorbroken. En een van mijn positieve copingmechanismen om daartegenin te gaan, is in ieder geval met één iemand delen.”

Eén iemand. Meer hoeft niet.

“Never suffer alone is een quote die ik heb gehoord op een seminar. Nou, ontzettend waardevol.”

En toen legde ik uit waarom delen zo krachtig is. Niet omdat je dan advies krijgt. Maar om iets veel kleiners, en tegelijk veel groters.

“Omdat je het deelt, mag het er een klein beetje zijn voor jezelf. Want vaak mag het er niet eens zijn. Je stoeit er zo mee, omdat je zo in je afwijzing zit, zo in ik ben het niet waard om van te houden, zo in je overweldiging, dat het er niet mag zijn. Maar door het te delen, is het even: ik laat je een kijkje in me nemen, en het mag er zijn. Anders had je het niet kunnen delen. En daarom is het zo krachtig. En daarom is dat soms nog waardevoller dan het advies dat je vervolgens krijgt.”

Omdat je het deelt, mag het er een klein beetje zijn.

Als je in de storm zit, en je moeder is er, en het bange meisje loopt op haar tenen, en het lukt allemaal niet zoals je had gehoopt. Dan hoef je dat niet alleen te dragen. Stuur één berichtje. Aan je partner, aan een vriendin, aan je coach. “Het lukt me nu even niet.” Meer niet.

En dat berichtje is ook een oefening. Ook dat is goed voor jezelf zorgen. Ook dat bouwt voelsprieten.

Misschien herken je dit

Misschien is het bij jou nu rustig. De kinderen slapen goed, het werk loopt, er is even geen gedoe. En misschien denk je: mooi, dan hoef ik nu niks. Dan ga ik eens lekker niks doen aan mezelf, want het gaat toch goed.

Dit is je vredestijd. Dit is het moment om te oefenen.

Of misschien zit je er nu middenin. Een verhuizing, een zieke ouder, een drukke maand in je bedrijf, je schoonfamilie die een week komt logeren. En misschien denk je: dit is echt niet het moment om aan mezelf te werken. Als dit voorbij is, dan.

Dit is je vuurdoop. Dit is ook het moment om te oefenen.

Er is geen verkeerd moment om goed voor jezelf te zorgen. Er is alleen een verkeerd moment om ermee te wachten. En dat moment is altijd: later.

Wat je deze week kunt doen

1. Kies drie vredestijd-oefeningen. Schrijf drie kleine dingen op die goed voor je zijn en die je in tien tot dertig minuten kunt doen. Een blokje om. Even uitwaaien. Twintig minuten op bed met je ogen dicht. Een kop thee zonder telefoon. Doe er deze week elke dag minstens één, ook en juist op de dagen dat het goed gaat.

2. Schrijf op: zo voelt dat. Na elke oefening schrijf je één zin op over hoe het voelt in je lijf. “Mijn schouders zakten.” “Ik ademde dieper.” “Ik voelde me even weer mezelf.” Dat zijn je voelsprieten. Lees het lijstje aan het eind van de week terug. Dit is hoe het voelt als je goed voor jezelf zorgt.

3. Merk het contrast op. Als je deze week een moment hebt waarop er iets schuurt, waarop je ja zegt terwijl je nee bedoelt, of waarop je jezelf wegcijfert, schrijf dat dan ook op. Vergelijk het met je “zo voelt dat”-zinnen. Wat is het verschil? Waar in je lijf merk je het?

4. Vraag jezelf in de storm: wat in mij is alert? Als je deze week gespannen bent in het bijzijn van iemand, leg dan je hand op je hart en vraag: ben ik alert, of is er iets in mij dat alert is? Als het het bange meisje is, zeg dan in jezelf: “Hey meisje, je verdient liefde. Ik hou van je, zoals je bent. Ik geef het je al.”

5. Deel het met één iemand. Als het deze week even niet lukt, stuur dan één berichtje aan iemand die je vertrouwt. Je hoeft geen oplossing te vragen. Alleen: “Het lukt me even niet.” Zodat het er een klein beetje mag zijn.

Oefen nu het rustig is. En oefen ook als het stormt. Allebei is het goed voor je.

Lees ook Waar laat jij je boosheid? Over vrouwen die nooit leerden frustratie te uiten en Wat gaat jouw toekomst bewijzen? Over de oude zin die zichzelf waarmaakt.

Wil je dit niet alleen doen? Als coach in Lelystad en online help ik je om helder te krijgen wat je wilt, en wat je nog tegenhoudt.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar