Ik wil niet eindigen zoals mijn moeder: waarom wegrennen je juist op haar pad houdt

Vrouw loopt over een pad door een groen veld

“Waarom ga je niet uit elkaar?”

Een meisje van een jaar of twaalf. Thuis is het onrustig, al heel lang. Continu bonje tussen haar ouders. En op een dag zit ze bij haar moeder en stelt ze de vraag die een kind eigenlijk nooit zou moeten hoeven stellen.

Waarom ga je niet uit elkaar?

Haar moeder antwoordt. En dat antwoord neemt dat meisje mee, tot op de dag van vandaag.

Ik noem haar Lotte. Eind dertig, moeder van twee jonge kinderen. Ze vertelde het me in een sessie waarin het eigenlijk over haar werk ging. Over haar baan die ze net had opgezegd, en de vacatures waar ze toch alweer naar keek. En ineens, na een vraag van mij, was ze terug bij dat moment:

“En daarbij heb ik, en ik denk dat die heel erg in mijn hoofd geprint is, een moment gehad met mijn moeder. Die zat, ja, dat ik zei, waarom ga je niet uit elkaar? Want dat was toen een continu bonje. Ik denk dat ik toen een jaar of twaalf was. Toen was het, ja, ik weet niet waar ik heen moet. Want ik kan niks, ik heb geen opleiding, heb geen werk. Ja, die is bij mij gebleven als: ik moet werken, ik moet opleiden en ik moet altijd weg kunnen. In ieder geval altijd voor mezelf kunnen zorgen.”

Ik kan niks. Ik heb geen opleiding. Ik heb geen werk.

Stel je dat meisje voor. Ze kijkt naar haar moeder en ziet een vrouw die ongelukkig is en niet weg kan. En wat blijft er bij haar hangen? Ze zei het zelf: ik moet werken, ik moet altijd weg kunnen, ik moet altijd voor mezelf kunnen zorgen. Zo klinkt een besluit dat een kind neemt, ook als ze het nooit hardop uitspreekt.

Het is een logisch besluit. Een slim besluit, zelfs, voor een kind van twaalf. Maar zoals zo vaak met besluiten van kinderen: het besluit groeit niet mee. Het blijft twaalf. En het stuurt een vrouw van eind dertig.

Het masker van verantwoordelijkheid

Laat me je meenemen naar hoe we daar kwamen. Want Lotte begon niet bij haar moeder. Ze begon bij iets wat heel volwassen klinkt.

“Toch nog steeds het stuk verantwoordelijkheid moeten pakken in het financiële deel.”

Daarom keek ze weer naar vacatures in het werk dat ze al jaren doet en waar ze leeg van raakte. Verantwoordelijkheid. Ze moest bijdragen. Ze moest verdienen.

Ik vroeg: “Is dat zo?”

“Ja, dat vind ik…”

“Of gebruik je dat als excuus? Want je hebt namelijk net al gezegd dat dat niet zo is en dat dat niet hetgeen is dat je tegenhoudt.”

Want dat had ze. Eerder in de sessie had ze verteld dat haar partner het prima vond als ze het financieel een tijd anders zouden doen. Dat idee kwam zelfs van hem. Het zat niet bij hem. Het zat in haar hoofd. “Dat is meer mijn eigen hoofd en overtuigingen vanuit mijn opvoeding die dan gaan roepen,” zei ze zelf.

Dus ik nam haar mee naar de plek waar ze niet heen wilde:

“Stel nou, dan gaan we de andere kant op, waar je niet heen durft te gaan. Je laat alles vallen, of nog erger, bam! […] Je kunt helemaal niks, je kunt niet [werken], je raakt afgekeurd, en dan? Oké, wat zegt dat over jou, en wat gaat [je partner] dan over jou zeggen? Dit is een gedachte waar je niet heen durft te gaan, en daarom gaan we er heen.”

Dit is een gedachte waar je niet heen durft te gaan, en daarom gaan we er heen.

Zo werk ik. Niet om iemand pijn te doen. Maar omdat achter de deur waar je nooit doorheen loopt, meestal precies zit wat je gevangen houdt. Ik vroeg verder. Wat gaat hij dan van je vinden? En je kinderen? “Vinden je dan een loser, moeder, die je dan allemaal niet kan dragen? Nee. En geen verantwoordelijkheid kan nemen? Nee. Oké, maar dan gaat het dus niet over verantwoordelijkheid nemen. […] Dus dan is het een oordeel richting jezelf.”

“Ja.”

“Dan gaat het dus niet over verantwoordelijkheid, maar gaat het dus over een oordeel. Ja. Daarom sta ik erbij stil. Daarom dat ik het zeg, verantwoordelijkheid nemen is het masker. Dan zit het onder het masker als je het af doet, dan komt de angst. Wat zegt die angst over wie je dan bent als mens? Over jezelf.”

Ze zei: “Nou, dat vond ik verschrikkelijk.”

“Dan over jou, als je dat allemaal niet kan. Je moet waardevol zijn. Je moet iets kunnen leveren. Ja, dat is zoals het altijd was.”

En dat is het moment waarop het meisje van twaalf in de kamer kwam.

“Ik wil niet zo eindigen als zij”

Ik vroeg haar: “Oké, en waarom moet je het op dezelfde manier blijven doen dan, zoals je moedertje geleerd heeft?”

Haar antwoord kwam snel. Te snel, eigenlijk. Zoals een zin komt die je al heel lang klaar hebt liggen.

“Ja niet, het is alleen, ik wil niet zo eindigen als zij.”

En hier wil ik dat je even met me stilstaat. Want ik denk dat heel veel vrouwen die dit lezen precies die zin in zich dragen. Ik word niet zoals mijn moeder. Ik ga het anders doen. Bij mij gaat het niet zo.

Het klinkt als bevrijding. Het voelt als een belofte aan jezelf. Maar kijk wat ik tegen Lotte zei:

“Maar tegelijkertijd reageer je op dezelfde manier als zij. Overwhelm: help, in plaats van overwhelm: kracht. En dan is er dan, daarbij zit nog extra angst, waardoor je niet uit vertrouwen, maar vanuit angst stappen zet. Net als zij eigenlijk. Zij reageert op een andere angst, jij reageert op ik wil niet zo eindigen, maar doet eigenlijk hetzelfde. Nergens vertrouwen, vertrouwen in jezelf, vertrouwen door middel van dingen doen. Angst is leidend in deze situatie. Ik kan niet op mezelf vertrouwen dat ik dit in goede banen kan leiden.”

Overwhelm: help. In plaats van overwhelm: kracht.

Haar moeder voelde zich klem en dacht: ik kan niks, ik kan nergens heen. Lotte voelt zich klem en denkt: ik moet werken, ik moet terug naar wat ik ken, anders word ik zoals zij. Twee verschillende zinnen. Maar dezelfde beweging eronder. Angst die het stuur vasthoudt. Geen vertrouwen in jezelf. Kiezen voor het ongelukkige bekende, omdat het onbekende te eng is.

En toen zei ik iets wat hard binnenkwam, en wat ik toch wil delen, omdat het zo waar is:

“Dan sta je daar als 12-jarig meisje en denk je, dus je bent niet gelukkig mama, maar je vertrouwt ook niet op jezelf. Dus je kiest vanuit al die onzekerheid en al die angst om ongelukkig te blijven, niet op jezelf te vertrouwen en tegelijkertijd ook niet proactief verantwoordelijkheid te nemen en stappen te zetten. Voor jezelf. Laat staan voor de 12-jarige dochter die letterlijk voor haar neus staat. Want waar ben je een voorbeeld voor? […] Maar je hoeft je moeder niet na te doen.”

“Nee, liever niet.”

“Je hoeft ook niet de strategieën toe te passen van: zo moet je dus op overwhelm reageren. Jij hebt een keuze. Kies ik voor angst of liefde?”

Waar je bang voor bent, eindig je

Iets later in die sessie kwamen we er nog een keer op terug. Lotte wist dat het opzeggen van haar baan goed was geweest. En toch voelde ze de drang om weer te solliciteren in het werk dat ze al jaren doet. Ik zag het patroon van haar moeder er dwars doorheen lopen, en ik werd een beetje streng. Niet op haar. Op het patroon.

“Waarom twijfel je dan constant aan jezelf? Waarom vind jij constant dat je niet beter verdient? En dan is het masker, ja, maar ik doe het voor mijn gezin. Ja, die heb je bij je moeder gezien. […] Waarom wil je zo eindigen? Dat wil je niet. Waar je bang voor bent, eindig je. Dat slaat nog nergens op. Dus dan of je bent er niet bang genoeg voor, of omdat je dus angst als leidraad laat. Je bent er zo bang voor dat je wegrent en dan weer terugkomt bij hetzelfde punt. Dat is wat angst helaas vaak doet.”

Je bent er zo bang voor dat je wegrent en dan weer terugkomt bij hetzelfde punt.

Dit is wat ik zo vaak zie bij vrouwen die zichzelf hebben beloofd nooit te worden zoals hun moeder. Ze rennen. Hard. Ze werken harder, ze regelen meer, ze houden alles strakker in de hand. Maar ze rennen in een cirkel. Want de angst die hun moeder dreef, is dezelfde angst die hen nu laat rennen. Het pad van je moeder is niet alleen de plek waar ze uitkwam. Het is ook de angst waarmee ze liep. En als je met die angst wegrent, loop je nog steeds op haar pad. Je loopt alleen de andere kant op.

Dus wat is dan wel de uitweg? Ik zei het zo:

“Daarom moet je dus meer voor liefde kiezen. Ik kan meer van mezelf houden dan mijn moeder. Dat lukt mij. Dat is het echte werk. Niet: ik ga niet op mijn moeder lijken. Dat is alleen maar vluchten en rondjes rennen. Ik kies om het totaal anders te doen en niet die pijn en die angst te laten leiden.”

Ik kan meer van mezelf houden dan mijn moeder. Dat lukt mij.

Hoor je het verschil? “Ik word niet zoals zij” draait alles om haar. Je hele leven blijft een reactie op haar leven. “Ik kan meer van mezelf houden dan zij kon” draait om jou. Het is geen vlucht. Het is een richting.

Later in die sessie zei ik het nog eens anders, toen het ging over wat een baan die je leegtrekt kost aan je gezin: “Wees niet die moeder die jij als 12-jarig meisje zag.” Niet omdat die moeder slecht was. Maar omdat dat meisje van twaalf heeft gezien wat het kost als je jezelf niet kiest. Zij weet het al. Zij heeft het gezien. Luister naar haar, maar laat haar niet rijden.

Kun jij meer dragen dan je moeder?

Ik wilde niet dat Lotte met alleen het zware de sessie uit zou gaan. Dus vroeg ik haar iets wat ik heel veel vrouwen zou willen vragen:

“Dus je kunt het pad blijven lopen wie je moeder heeft gelopen of je eigen pad. Je kunt zeggen hoe ik als 12-jarige daar heb gestaan en naar mijn moeder heb gekeken, dus zo ga ik de rest van mijn leven op dingen reageren. Of ik ben [Lotte] en ik ben een volwassen vrouw, misschien mag ik een andere strategie. […] Ben jij sterk genoeg om het anders te kunnen? Daarmee bedoel ik niet om je moeder onder de bus te gooien, maar kan jij meer dragen dan je moeder? Ja. Waar voel je dat?”

“Overal.”

“Waarom geloof je daar wel in?”

“Omdat ik al een heleboel dingen zie en anders doe.”

Overal. Ze hoefde er niet over na te denken. Ergens wist ze het allang. Ze is niet haar moeder. Ze heeft geleerd, ze heeft gekeken, ze heeft gevoeld, ze heeft hulp gezocht. Ze is in staat om dingen te dragen die haar moeder niet kon dragen. En dat is geen verwijt aan haar moeder. Daar zei ik het niet voor. Het is een erkenning van wie Lotte zelf geworden is.

Milder kijken, zonder vrij te pleiten

In onze laatste sessie samen blikten we terug. En toen vertelde Lotte iets wat ik heel mooi vond, en wat ik je niet wil onthouden. Want het laat zien wat er gebeurt als je dit werk echt doet.

“Ik zat toen ook nog wel heel erg in dat ik mijn moeder ook van alles kwalijk nam. Ik merkte ook wel hoe meer je, want ik denk die sessie daarna misschien ook nog wel dingen dan naar boven kwamen, hoe meer er dan naar boven komt. Ik denk van jemig, wat hebben jullie allemaal gedaan?”

Ik zei: “Nee, snap het. Bij mij kun je alles zeggen. Ik heb geen oordeel.”

Ze vertelde dat ze geprobeerd had met haar moeder te praten. “Ik gooi er af en toe wel eens wat in, maar aan haar reactie te merken dat het gewoon onwetendheid is en niet verder durven of willen kijken dan: misschien heb ik het niet goed gedaan. Ja, ik heb daarin wel denk ik nu wat meer rust in, oké, dit is gewoon wat het is. En ja, ik ga haar niet meer veranderen.”

Ik vroeg waar ze dacht dat die mildheid vandaan kwam.

“Ja, ik denk ook omdat we meer terug hebben zitten kijken naar waar komt bepaald gedrag vandaan, en dat komt niet bij mijn moeder vandaan. Dat weet ik wel zeker. Ja, ik herken denk ik ook wel het gevoel wat zij heeft moeten hebben als kind. Dat heeft ze gewoon letterlijk op ons geprojecteerd en ik heb nu meer dat ik denk, het is jammer dat zij daar niet voor openstaat en het niet aangaat.”

Ik herken het gevoel wat zij heeft moeten hebben als kind.

Dat is systemisch werk in één zin. Je begint bij je eigen pijn. En als je eerlijk genoeg naar die pijn kijkt, zie je ineens dat je moeder ook ooit een meisje was. Met haar eigen ouders, haar eigen pijn, haar eigen zinnen die ze meekreeg. Ze gaf door wat ze zelf had gekregen.

Maar hier komt het stuk dat ik heel duidelijk wilde maken. Want er is een valkuil aan de andere kant. Mildheid kan omslaan in alles goedpraten. Dus ik zei:

“Wat je dus eigenlijk zegt is, door met mijn familiesysteem aan de slag te gaan, zag ik mijn moeders familiesysteem meer en daardoor merkte ik [dat] de keuzes die zij maakte ook niet volledig vanuit mijn moeder [kwamen], maar ook [vanuit] hoe zij opgevoed was. En waardoor je dus eigenlijk je moeder echt kon zien en niet alleen maar jouw pijn, maar begrijpen van: maar zij wordt ook geleid door pijn. […] Geen excuus, wel bewustwording en inzicht. Je kunt iemand nog steeds verantwoordelijk maken voor de keuzes van heling die ze niet gemaakt hebben. Maar je kunt wel milder en vergevingsgezinder kijken. Niet als: ja, daardoor vergeef ik je, want zij hebben ook daarin dus soms de verantwoordelijkheid niet helemaal genomen over hun eigen heling. En die scheidslijn wil ik wel heel duidelijk benoemen.”

Geen excuus, wel bewustwording en inzicht.

Begrijpen is geen vrijpleiten. Je kunt zien waar het gedrag van je moeder vandaan kwam. Je kunt voelen dat zij ook een kind was dat iets miste. En tegelijk mag je zeggen: jij had ook een keuze. Jij had naar je eigen pijn kunnen kijken. Dat heb je niet gedaan, en dat is jouw verantwoordelijkheid. Niet de mijne.

Beide zijn waar. Allebei tegelijk. Mild over de mens, eerlijk over de keuzes.

En dan het stuk dat jou weer bij jezelf brengt. Lotte had het over haar moeder als een kampioen in klagen. Ik zei: “Als je niet verandert, dan ga je automatisch klagen. Als je niet groeit, dan ga je automatisch klagen, er is geen andere optie.”

Dat is de echte reden om dit werk te doen. Niet om je moeder te veranderen. Je gaat haar niet meer veranderen, zoals Lotte zelf al zei. Maar om zelf niet over dertig jaar op die plek te zitten. Klagend over een leven dat je niet zelf hebt gekozen.

Je hoeft niet eerst je hoofd te stoten

Ik zei er in die sessie nog iets achteraan, en dat wil ik jou meegeven. Want misschien denk je: bij mij is het nog niet zo erg. Ik red me wel.

“De meeste mensen veranderen alleen maar vanuit pijn, helaas. Ja. En door middel van beïnvloeding hopelijk door verlangen, door positieve mogelijkheden, maar de meeste mensen veranderen niet vanuit verlangen.”

Lotte zei: “Nee, je moet vaak eerst heel hard je hoofd stoten.”

En ik:

“Maar je hoeft niet die pijn te hebben om al diepe verlangens te zien en voor je te zien, om dan al een verbeterende situatie te creëren. Je kunt in relatietherapie [gaan] als je een goede relatie hebt. Je kunt al een bewustere ouder zijn en volledig voor je kinderen zijn, zonder dat het eerst zo ver is gekomen […]. Dat kan allemaal vooraf. En je kunt kiezen voor je geluk en je droom, zonder dat je eerst diep ongelukkig wordt. Vaak is de katalysator pijn.”

Je hoeft niet te wachten tot je net zo ongelukkig bent als je moeder was, om te besluiten dat het anders mag. Je hoeft niet eerst je hoofd te stoten. Je mag nu al kijken.

Welke liefde wilde je?

Aan het eind van onze laatste sessie maakte Lotte een grapje. Ze had zoveel geleerd, zei ze. “Nou nog een papiertje. Waar blijft mijn diploma?”

Ik zei dat ik er wel eentje kon uitprinten. Zij wilde er een sticker op. We kwamen uit op een certificaat. Het bewuste-mama-certificaat.

En toen, midden in dat lachen, stelde ik de vraag waar ik eigenlijk naartoe wilde.

“Welke liefde wilde je van je ouders, je moeder en of je vader?”

Ze hoefde er niet lang over na te denken.

“Gezien worden en het ook mogen zijn. Wat ik nu ook bij mijn eigen kinderen zie, die mogen eigenlijk ook niet zijn wie ze zijn. Bij mijn moeder dan natuurlijk.”

Gezien worden en mogen zijn. Dat wilde dat meisje van twaalf. Niet een moeder die alles oploste. Niet een moeder die perfect was. Een moeder die haar zag. En ze ziet het nu weer gebeuren, een generatie verder, bij haar eigen kinderen als die bij oma zijn. Dat is hoe een familiesysteem werkt. Wat niet geheeld wordt, wordt doorgegeven.

Dus vroeg ik door: “Welke liefde ga je nu aan je innerlijk kind geven?”

“Gezien worden, er wel zijn, en dat het ook oké is.”

“Hoe ga je dat doen?”

“Nou ja, de momenten dat dingen omhoog komen, vanuit een volwassen manier ernaar kijken, niet daarin gaan hangen.”

Dat is het echte werk. Niet wachten tot je moeder je alsnog gaat zien. Lotte had al gemerkt dat dat niet ging gebeuren. Maar jezelf de liefde geven die je toen zo nodig had. Zelf het meisje van twaalf zien. Haar laten zijn. En dan, als volwassen vrouw, de keuzes maken die zij niet kon maken.

Misschien herken je dit

Misschien heb jij ook zo’n moment. Een zin van je moeder die je nooit bent vergeten. Een blik. Een avond aan de keukentafel waarop je iets zag wat een kind eigenlijk niet zou moeten zien. En misschien heb jij ook ooit, heel stil, een besluit genomen. Zo word ik nooit.

En misschien merk je nu, als ondernemer en als moeder, dat je hard werkt om dat besluit waar te maken. Je zorgt dat je altijd je eigen geld hebt. Je zorgt dat je nooit hoeft te vragen. Je regelt alles zelf. Je houdt de touwtjes strak, want als je ze loslaat, word je misschien wel zoals zij.

Ik vraag je niet om dat besluit te veroordelen. Het heeft je ver gebracht. Maar ik vraag je wel om eens eerlijk te kijken: ren je naar iets toe, of ren je ergens van weg? Want als je wegrent, houdt de angst van je moeder je nog steeds bij de hand.

Het echte werk is niet: ik word niet zoals zij. Het echte werk is: ik kan meer van mezelf houden dan zij kon. En dat lukt mij.

Wat je deze week kunt doen

1. Schrijf de zin op die je als meisje hoorde. Pak een vel papier. Schrijf bovenaan de zin, de blik of het moment van je moeder (of je vader) dat je nooit bent vergeten. Schrijf eronder het besluit dat jij toen, als kind, hebt genomen. “Zo word ik nooit.” “Ik ga altijd …” Kijk ernaar. Hoe oud was je toen?

2. Vergelijk de beweging, niet het verhaal. Maak twee kolommen. Links: hoe reageerde je moeder als het haar te veel werd? Rechts: hoe reageer jij als het jou te veel wordt? Kijk niet naar wat je doet, maar naar wat eronder zit. Is het angst? Is het “ik kan niet op mezelf vertrouwen”? Waar het hetzelfde is, zet je een stip. Mild. Zonder zweep. Alleen kijken.

3. Begrijp, en trek de scheidslijn. Schrijf in drie zinnen op wat jij nu begrijpt over waar het gedrag van je moeder vandaan kwam. Schrijf daaronder in één zin waar zij volgens jou zelf verantwoordelijk voor blijft. Allebei mag. Geen excuus, wel bewustwording.

4. Geef jezelf de liefde die je wilde. Beantwoord voor jezelf de vraag die ik Lotte stelde: welke liefde wilde je van je ouders? Leg dan elke avond deze week je hand op je hart en geef jezelf precies dat. Zeg het hardop, met je eigen naam erbij: “[Jouw naam], ik zie je. Je mag zijn.” En sluit af met de zin die het echte werk samenvat: “Ik kan meer van mezelf houden dan mijn moeder kon. En dat lukt mij.”

Je hoeft je moeder niet na te doen. En je hoeft ook niet van haar weg te rennen. Je mag gewoon je eigen pad lopen.

Lees ook Je mag het oude loslaten voordat je het nieuwe kent (en er daarna toch om rouwen) en Je bent hun dochter, niet hun coach.

Herken je patronen die je van thuis hebt meegekregen? Lees hoe je oude patronen kunt helen.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar