
Ze wist precies wat er ging komen.
Er stond een bruiloft in de agenda. Haar moeder zou er ook zijn. En ze wist uit ervaring wat zo’n dag met haar doet. Dus deed ze wat ze altijd doet als het spannend wordt.
Ze ging regelen.
Ik noem haar Esther. Ik schreef al eerder over haar. Ondernemer, moeder van een dochter van bijna drie, en een vrouw die al heel veel aan zichzelf heeft gewerkt. Ze kwam bij mij voor een Mini Familieopstelling, en in die twee uur kwam er zoveel boven dat één blog niet genoeg was.
Ze vertelde me hoe ze zich op die bruiloft had voorbereid:
“Als je moeder ziet, dan weet je, dit gaat de rekening worden, maar ik ben nu ook moeder, dus er gaat zo meteen ook een klein meisje iets van mij vragen. Maar ik ben helemaal niet gereguleerd, dus ja, dit gaat gewoon een groot busongeluk worden als ik niet even wat voorbereiding tref, dus dat hebben we wel gedaan. Even een week vooruit koken, even wat dingen regelen.”
En in dezelfde adem zag ze het zelf:
“Maar ja, dat is ook de controle, dus ik heb graag controle over alles. En dat gaat natuurlijk niet, want zij voelt haar fijn aan dat ik niet lekker in mijn vel zit.”
Zij. Haar dochter. Die voelt het haarfijn aan.
Je kunt een week vooruit koken. Je kunt alles geregeld hebben. En je kind voelt nog steeds dat mama niet lekker in haar vel zit.
Want het gevoel zit niet in de vriezer. Het zit in jou.
Ik begon die sessie met een compliment. Ik meende het. “Mooi om te horen hoe bewust je al bent. Alles wat er gebeurde tijdens de bruiloft, daar was je bewust van, maar dat kan ook vervelend zijn, want dan heb je het allemaal door.”
Snap je wat ik daar bedoel?
Vroeger ging Esther zo’n dag gewoon in. Zonder het door te hebben. Ze zei het zelf: “eerder ging ik daar een beetje blind in en dan was de verrassing achteraf dat ik eraf lag.”
Blind erin. Klap achteraf. Dagen erna pas merken dat je leeg bent, en niet snappen waarom.
Nu niet meer. Nu ziet ze het allemaal gebeuren. Terwijl het gebeurt. Ik zei het zo: “eerst door al die bewustwordingprocessen heb je het niet door en dan achteraf komt de klap, maar nu voel je het tegelijkertijd al intens omdat je dus dat hele proces al veel in een moment hebt doorlopen.”
En toen zei ik de zin die ik veel vrouwen wil meegeven die al jaren aan zichzelf werken:
“Bewustwording is een zege, tegelijkertijd meer een last die je op die momenten vaak niet kan dragen.”
Daar wordt bijna nooit over gepraat. Iedereen vertelt je dat bewustwording de eerste stap is. Klopt. Maar niemand vertelt je dat die eerste stap soms voelt alsof je achteruit gaat.
Je hebt de boeken gelezen. Je hebt de cursussen gedaan. Je kent je patronen bij naam. En toch raakt het je harder dan ooit. Dan denk je: wat doe ik fout? Ik heb zoveel gedaan, waarom voelt het nu zwaarder?
Omdat je niet meer slaapt.
Je hebt geleerd om het wel binnen te laten komen. Ik zei tegen Esther: “Je hebt geleerd om het wel binnen te laten komen, om wel te voelen, om wel van jezelf te zorgen. En dan botst het met wanneer je het niet doet voor jezelf soms meer.”
Dat is geen terugval. Dat is de botsing tussen de vrouw die je aan het worden bent en de strategie die je nog steeds uitvoert.
Halverwege de sessie probeerde Esther te begrijpen waarom ze steeds weer in hetzelfde terechtkwam. Ze noemde het een loop. En terwijl ze het uitlegde, hoorde ze zichzelf.
“Ik probeer er vooral geen waardeoordeel aan te hangen en überhaupt niet te zeggen dat het een loop is. Ik kan het niet overanalyseren. Kut!”
We moesten er allebei om lachen. En toen maakte ze haar eigen zin af: “Ik kan het niet weganalyseren.”
Precies. Ik zei: “hoe hard je ook denkt, je kunt het niet weganalyseren.”
Dat kwam binnen. “Oh mindfuck, letterlijk,” zei ze. “Want ik snap dit niet. Want ik moet het altijd hier snappen.” En ze wees naar haar hoofd.
Ik speelde na wat er in haar gebeurt. Het ene “hier” is haar hoofd, het andere haar gevoel:
“Nu probeer ik met hier iets te snappen. Dus luister jij eventjes hier naar hier, want dan kan ik het analyseren. Dan begrijp ik waarom dit constant weer terugkomt. En deze denkt gewoon, ja, mag ik weer voelen? En dan komt die er weer tussen en dan breekt weer de schakel. Ja, logisch dat je dan weer zegt dat het een loop is.”
Lees dat nog eens langzaam.
Het gevoel komt omhoog. Het vraagt: mag ik er zijn? En op dat moment schiet het hoofd ertussen. Wacht even, eerst snappen. Waarom voel ik dit? Waar komt het vandaan? Wat zegt dit over mij?
En weg is het gevoel. Half gevoeld. Niet af.
Dus komt het terug. Volgende week. Bij het volgende appje. Bij de volgende bruiloft.
Dat is geen loop. Dat is een gevoel dat elke keer onderbroken wordt voordat het klaar is.
Esther zei iets wat ik bij veel ondernemende moeders hoor: “analyseren, observeren is wel mijn kernkwaliteit.”
Dat klopt. En ik zei dat ook. “Ja, en dat maakt jou fantastisch, maar dat maakt ook dat je in blinde vlekken zit.”
Want wat je het best kunt, gebruik je overal. Ook waar het niet werkt. Een vrouw die alles kan analyseren, gaat ook haar verdriet analyseren. Haar boosheid. Haar moeder. Ze gaat haar eigen pijn te lijf met dezelfde scherpte waarmee ze een businessplan doorrekent.
En pijn laat zich niet doorrekenen.
Ik zeg dit niet van bovenaf. Ik zei tegen Esther: “Spreken van iemand die dit werk acht jaar doet, heel veel gezien heeft. Spreken van iemand die ook goed zelf in de hoofd is en dit ook als strategie heeft gehad op heel veel momenten.”
Ik ken die vlucht naar boven. Het hoofd is een fijne plek. Overzichtelijk. Daar heb je grip. Daar kun je iets doen. In je lijf kun je alleen maar voelen, en dat voelt voor veel van ons als niks doen. Als machteloos zijn.
Ik ben mild over de vrouw die naar haar hoofd vlucht. Ze heeft ooit geleerd dat denken veiliger was dan voelen. Maar ik ben streng over het patroon. Want het houdt haar precies vast waar ze uit wil.
Toen gaf ik haar een beeld.
“Al die andere dingen controleren maakt de onveiligheid niet dat het weggaat. Want het willen controleren is een reactie op. Dus er is vuur en je gaat de andere kant op rennen om water te halen.”
Er is vuur. Het gevoel. De onrust. Het kleine meisje dat weet dat mama er straks is.
En jij rent de andere kant op. Om water te halen. Nuttig toch? Je bent bezig. Je kookt een week vooruit. Je regelt de oppas. Je maakt een lijstje. Je bedenkt wat je gaat zeggen als ze dit zegt, en wat je doet als ze dat doet.
Allemaal water.
Maar terwijl jij rent, brandt het vuur gewoon door. Op de plek waar jij niet bent.
Esther kende dat. Ze vertelde wat ze deed toen ze thuiskwam van die bruiloft: “Ik heb het zo vaak tegen mezelf gezegd toen ik thuiskwam van die bruiloft. Ik ben veilig. Ik ben volwassen. Ik ben veilig. Maar dat ik ben volwassen staat ook voor ik ben niet meer dat kind.”
Mooie zinnen. Goede zinnen. En toch moest ze ze zo vaak herhalen.
Ik zei: “Het is lastig als dat kind achter het stuur zit.”
Want daar zit het. Je kunt honderd keer zeggen dat je volwassen bent. Als het kleine meisje aan het stuur zit, rijdt de auto toch haar kant op. Naar controle. Naar voorbereiden. Naar water halen.
En toen zei Esther iets wat ik zo herkenbaar vind voor vrouwen die zelf anderen helpen:
“Het doet iets in mijn systeem als ondernemer. Want ik kan die vrouwen haarfijn spiegelen en die hebben super veel succes in dit patroon doorbreken. En ik kan het op alle vlakken maar niet bij mijn moeder.”
Herken je dat?
Je kunt je klanten precies vertellen wat ze doen. Je ziet het patroon van je vriendin al voordat ze klaar is met haar verhaal. Je geeft het beste advies aan iedereen om je heen.
En bij jezelf lukt het niet. Op één plek in elk geval niet. Bij die ene persoon. Bij dat ene gevoel.
Dan komt het oordeel. Wat ben ik voor ondernemer als ik het zelf niet kan? Ben ik wel goed genoeg om dit werk te doen?
Stop daar even.
Dit is geen bewijs dat je niet goed genoeg bent. Dit is de rand van je eigen groei. Ik zei tegen Esther: “anders ben je ook geen ondernemer geworden. Anders ben je ook niet al die vrouwen gaan helpen. Je hebt geleerd aan een andere kant te zijn. En dat is super leuk, maar dan kom je in de volgende fase, de botsing.”
De botsing. Daar is ze nu. Niet aan het begin. Verder.
Ik werd die sessie ook streng. Niet op haar. Op het patroon. Ik gaf haar het advies dat ik haar zou geven als we samen zouden werken:
“Mijn advies daarin als ik samen met je zou werken is vol tegen de controlegedrag ingaan en het anders doen, om te ervaren dat je niet doodgaat als je controle [loslaat].”
Dat je niet doodgaat.
Dat klinkt groot. Maar zo voelt het voor het kleine meisje. Als ik de controle loslaat, gebeurt er iets vreselijks. Dus loslaten voelt niet als ontspannen. Het voelt als van een klif springen.
En daaronder lag nog een laag. Die zei ik ook:
“Dat de strategieën die je hebt geleerd om liefde te ontvangen van je moeder, de strategieën zijn hoe je ook de liefde naar jezelf niet geeft. Dus als ik mezelf genoeg afwijs door middel van controle… Dus los van dat je onveilig voelt bij je moeder en waarom die je zo raakt, je maakt jezelf onveilig elke dag.”
Je maakt jezelf onveilig elke dag.
Elke keer dat je controleert, zeg je eigenlijk tegen jezelf: ik vertrouw je niet. Als ik het niet allemaal van tevoren regel, ga jij het verpesten. Jij kunt het niet aan.
Zo praat je tegen jezelf. Elke dag. Met de beste bedoelingen. En dan vraag je je af waarom je je nergens echt veilig voelt.
Esther wist dit allemaal al. Echt. En dat zei ik ook: “En dan ga ik een onzin antwoord die je al zo vaak hoort door het werk wat je hebt gedaan. 90% heb je al gedaan.”
Negentig procent.
“Het moeilijkste aan mijn werk. Probeer om die 90% naar boven te halen. Maar omdat jij zo’n geniale analysator bent, doe je dat. Alleen je bent doodbang voor die 10%.”
Dat is de val van slimme vrouwen. Ze hebben het meeste werk al gedaan. Ze weten waar het vandaan komt. Ze kunnen het uitleggen. Ze kunnen het tekenen. En de laatste tien procent ligt niet in het weten.
Die ligt in het voelen. En daar staan ze voor de deur. Met een stapel inzichten in hun handen.
En toen vertelde Esther iets van die dag zelf. Iets wat zo herkenbaar is voor ondernemende moeders dat ik het je helemaal laat lezen:
“Ik net gebeld om half vijf met een klant en dan had ik ’s middags ook mee gebeld en zij was niet congruent en mijn hele intuïtie gaf allemaal rode vlaggetjes en ik dacht deze vrouw heeft twee gezichten op één dag. Ze heeft me net een verhaal verteld en nu weer en het klopt niet en al mijn mama vlaggetjes gingen af van het patroon van mijn moeder. Dacht met deze vrouw ga ik niet werken. Toen dacht ik nog ja of ik doe dat dus wel want dat is confrontatie en dan kan ik er dwars doorheen en dus lat hoger [leggen], het kan ik wel.”
Zie je wat daar gebeurt?
Haar intuïtie zei nee. Helder. Twee gezichten op één dag. Rode vlaggetjes. Alarmbellen die ze kent, omdat ze ze van thuis kent.
En toen kwam de andere stem. Of ik doe het juist wel. Want dat is confrontatie. Dan kan ik er dwars doorheen. Lat hoger. Het kan ik wel.
Ze vertelde verder: “Maar dat was wel eerst de ik ga bewijzen dat ik het kan voordat ik mezelf permissie gaf om te zeggen ik ga het niet doen.”
Eerst bewijzen. Dan pas permissie.
Ze zag ook wat er in haar ego gebeurde: “Ja, dat is ook zo iemand die veren in je reet steekt en dan met jou wil werken en dat je helemaal je ego gaat helemaal aan. Ja, is mijn ego talking. Ja, oké, lekker belangrijk, komt wel iemand anders. Geld in [het] laatje is ook wel lekker, maar ja, niet de belangrijkste. En al die stemmetjes dan, die zich bovenaan willen.”
Al die stemmetjes. De stem die wil bewijzen. De stem die zich gevleid voelt. De stem die aan de omzet denkt. De stem die zegt dat je niet moet zeuren. Ze willen allemaal bovenaan.
En helemaal onderaan, heel zacht, de stem die het al wist.
Hoe het afliep? Dat vertelde ze ook.
“Toen dacht ik net tegen mijn man, ik zei schijt, ik ga het ook gewoon niet doen. Ik ga er nu bellen en ik zeg gewoon dat het geen match is, klaar.”
En het moment waarop het kantelde:
“Ik zat aan de eettafel, keek mijn dochter aan en dacht nee dit gaan we niet doen. Te kostbare energie van het leven, dat ga ik niet doen.”
Dat is een overwinning. Ik zei het ook: “Je hebt het perfecte pad gekozen, want dat is wat ondernemerschap met je doet. En het is een overwinning.”
Maar ik zei er iets achteraan. Want ik wil meer voor haar. “Alleen wat je wilt is niet naar je dochter kijken, maar gewoon die intuïtie in het eerste gesprek kan durven.”
Ze knikte. “En ik wist het eigenlijk wel in dat eerste gesprek.”
Ze wist het al.
Ze had haar dochter nodig om het te mogen. Een kind aan tafel als toestemmingsbriefje. Voor zichzelf nee zeggen was te weinig. Voor haar dochter nee zeggen, dat mocht wel.
Dat is mooi. En het is ook een patroon. Want je dochter zit niet altijd naast je als je een klant aan de lijn hebt. En je intuïtie heeft geen getuige nodig om waar te zijn.
Ik gaf Esther er een woord voor. Ik noemde het de fragmentatietijd. De tijd tussen wat je voelt en wat je doet.
“Door middel van de groei die je allemaal hebt gedaan, is de fragmentatietijd met al die jaren van die bewustzijn veel kleiner, maar wat je wilt is nog meer verkleinen. Tussen wat je voelt en je intuïtie en je gevoel op kunnen volgen.”
Door al het werk dat Esther heeft gedaan, is die tijd al veel korter geworden. Deze keer zat er een middag en een avondeten tussen. Dat is groei.
En het kan nog korter.
Wat zit er dan tussen? Dat legde ik uit: “Er zit altijd wat tussen, je hebt een dochter nodig, je hebt iets anders nodig, er zit oordeel tussen, er zit schaamte tussen, er zit reactie op.”
Oordeel. Schaamte. De lat. De controle. De onderhandeling met jezelf. Allemaal tussenlagen. Allemaal dingen die tussen jou en je gevoel in gaan staan.
En hier zit het goede nieuws. Je hoeft niet meteen die diepe onveiligheid op te lossen. Die zit oud en diep. Maar die tussenlagen, die kun je wel aanpakken. Ik zei: “Want als je al geen schaamte hebt, als je al minder oordeel hebt, als je al die lat om in je hoofd legt, die controle verliest, wat ontzettend haalbaar is, met iemand die zo gedreven is als jij, heb je al die tussenelementen waardoor het niet constant zo en zo gaat.”
Haal één laag weg, en je komt dichter bij wat je echt voelt.
Esther vroeg het heel concreet: “Zou je dan na één gesprek gewoon kunnen zeggen tegen jezelf, dit voelt onveilig en ik doe het niet?”
Ja. Dat is het. En ik was eerlijk over hoe moeilijk dat is: “als je dapper bent om de reactie op de onveiligheid aan te kijken. Dus de controller, al die andere stukken, de onderhandeling met jezelf, wat met die lat te maken heeft. […] En dat is lastig, want het bange meisje mag niet altijd ruimte krijgen, want ze is het zo gewend dat je het precies weet en daardoor maakt het extra lastig om het los te laten.”
Het bange meisje is het gewend dat jij het precies weet. Dat jij alles snapt. Dat jij het hebt uitgerekend. Dus als jij ineens zegt: ik weet het niet, ik voel het alleen, dan raakt ze in paniek.
En dat mag. Die paniek is niet gevaarlijk. Die is alleen nieuw.
Later in de sessie gingen we nog een laag dieper. Ik legde uit wat al die controle eigenlijk doet:
“Want een oordeel zit zo onder de oppervlakte dat afwijzing een automatisch logisch gevolg is. Of het vermijden van de afwijzing, waardoor je gaat overcompenseren de andere kant op. Prestatie, controle, micromanager. Maar dat is allemaal reactie op, op een niet stabiel stuk.”
Prestatie. Controle. Micromanager. Het water dat je haalt.
En toen gaf ik haar het meest radicale advies dat ik had. Ik zei dat ik het eerder al bedoelde met op je handen zitten: “totaal onveilig voelen en accepteren dat je onveilig voelt in plaats van de motherfucking strategie.”
En daarna: “Ga in een brandend gebouw zitten, absoluut, doe totaal iets wat je de rest van je hele leven nog nooit hebt gedaan, absoluut, en dat is de enige weg, want dit werkt niet, is duidelijk, toch?”
Esther antwoordde droog: “Nou, het is niet plezant, nee. En het heeft ook nog geen effect opgeleverd.”
Ik moest zo lachen. “Heerlijk, die opmerking alleen al.”
Want daar zit het in één zin. Het is niet plezant. Al dat rennen om water. Al dat regelen. En het heeft niks opgeleverd. Het vuur brandt nog.
Dus stop met rennen. Ga zitten. Midden in het gebouw. Midden in het gevoel. Niet om te verbranden, maar om eindelijk te ontdekken dat je het overleeft. Dat je niet doodgaat als je voelt wat je voelt.
Op je handen zitten. Niet je telefoon pakken. Niet de lijst maken. Niet vooruit koken. Gewoon voelen dat het onveilig voelt. En blijven.
Misschien ben je geen Esther. Misschien had je geen bruiloft. Maar misschien ken je dit.
Je hebt een kennismakingsgesprek met een nieuwe klant. Ergens halverwege voel je iets. Klein. Een steekje. Iets in hoe ze praat, of hoe ze over haar vorige coach vertelt, of hoe ze meteen over korting begint.
Je hangt op. En dan begint het.
Je hoofd gaat aan het werk. Misschien zie ik het verkeerd. Misschien ben ik te streng. Ze heeft het ook moeilijk, dat is toch juist waarom ze bij mij komt? En ik kan wel een klant gebruiken. En als ik nee zeg, ben ik dan niet gewoon bang? Ik moet die confrontatie juist aangaan.
Je vraagt je partner wat hij ervan vindt. Je maakt een lijstje voor en tegen. Je legt de lat een stukje hoger. Je zegt ja.
En drie weken later word je onrustig van elke mail met haar naam erin.
Je wist het al in het eerste gesprek.
Of thuis. Je kind wil iets van je en jij zit er maar half bij, omdat je hoofd nog bezig is met het probleem van vandaag. Je bent er wel. Maar je bent aan het water halen.
Je hoofd is niet je vijand. Je hoofd heeft je ver gebracht. Het heeft je bedrijf opgebouwd, het heeft je door moeilijke jaren geholpen, het helpt andere vrouwen. Maar je hoofd hoort niet aan het stuur te zitten als het om je gevoel gaat. Daar hoort de volwassen vrouw te zitten. Die voelt, en dan kiest.
Je kunt je gevoel niet weganalyseren. Je kunt het alleen voelen. En dan is het klaar.
1. Vang je eerste gevoel, voordat je hoofd aanslaat. Na elk gesprek deze week, met een klant, met je moeder, met de juf, schrijf je binnen één minuut drie woorden op. Geen zinnen. Geen uitleg. Alleen wat je voelde. “Onrustig. Klein. Opgelucht.” Pas daarna mag je gaan nadenken. Kijk aan het eind van de week hoe vaak die drie woorden al het antwoord waren.
2. Ga op je handen zitten als je wilt gaan regelen. Merk je dat je gaat controleren? Een lijstje maken, alles vooruit plannen, een scenario uitdenken voor wat iemand misschien gaat zeggen? Ga dan letterlijk twee minuten op je handen zitten. Voel waar de onrust zit in je lijf. Leg daarna je hand daar neer en zeg hardop: “Het mag er zijn.” Je hoeft er niks mee. Je hoeft het niet te snappen. Je blijft alleen even zitten, in plaats van water te gaan halen.
3. Meet je fragmentatietijd. Kies één beslissing van deze week waar je over twijfelde. Schrijf op: wanneer wist ik het eigenlijk? En wanneer deed ik er iets mee? Schrijf daarna op wat ertussen zat. Was het oordeel? Schaamte? De lat? Iets willen bewijzen? Had je iemand anders nodig om het te mogen? Je hoeft niet alles tegelijk op te lossen. Kies één tussenlaag en let er de rest van de week op.
4. Doe één ding niet voorbereid. Eén. Een gesprek waar je geen aantekeningen voor maakt. Een dag zonder planning vooraf. Een avond waarop je niet vooruit kookt. Merk op wat er gebeurt in je lijf. En merk op dat je niet doodgaat.
Je wist het al in het eerste gesprek. Gun jij het jezelf om daar voortaan naar te luisteren?
Lees ook Jij bent de uitsmijter van je eigen club en Als je in een sinaasappel knijpt, komt eruit wat erin zit.
Wil je dit niet alleen doen? Als coach in Lelystad en online help ik je om helder te krijgen wat je wilt, en wat je nog tegenhoudt.
Zet hem op deze week.
Liefs,
Jonathan
Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.