Je hebt de blauwdruk al: word een people pleaser voor jezelf

Vrouw schenkt thee in aan een houten tafel

Alles op mijn schouders

Ze zat in de laatste anderhalve week van haar baan. Binnen twee weken zou het gezin verhuizen. Er moest nog een administratie rond, er moesten dingen worden overgedragen, en thuis liepen twee jonge kinderen rond die van al die onrust ook iets meekregen.

Ik noem haar Lotte. Eind dertig, moeder van twee jonge kinderen. Ze had haar vaste baan opgezegd, in het werk dat ze al jaren doet, en ze droomt van iets eigens.

Ik vroeg haar wat ze nodig had om deze periode door te komen.

Ze dacht even na. “Ja, wat heb ik nodig? Ik denk vooral wat ik doe en die verdeling, dat ik niet het gevoel heb dat alles op mijn schouders ligt. Daar heb ik vooral last van.”

Dat alles op mijn schouders ligt.

Als je dit leest en je voelt ergens tussen je schouderbladen iets samentrekken, dan weet je al waar deze blog over gaat.

We doen het met z’n tweeën

Ze vertelde dat ze die avond met haar partner zou gaan zitten om te kijken wie wat ging doen. Ik zei:

“En al is het een basisplanning, dan is dat al een gevoel van: wacht even, niet alles ligt op mij. We hebben erover gepraat en gecommuniceerd. Die planning kun je nog vijf keer aanpassen. Dan staat er in ieder geval iets waarbij jullie hebben gecommuniceerd. We doen het met z’n tweeën.”

We doen het met z’n tweeën.

Voor veel vrouwen die ik spreek is dat geen vanzelfsprekende zin. Het is een zin die ze moeten oefenen. Niet omdat hun partner niks doet. Maar omdat er in hun hoofd een stem zit die zegt dat het pas goed is als zij het zelf heeft gedaan. Of op zijn minst heeft gecontroleerd.

Lotte herkende het meteen. “Dat zit het meeste,” zei ze. “Dat heb ik op werk natuurlijk ook al heel erg snel.”

“Ik ga het ook niet meer doen”

En toen vertelde ze iets waar ik even stil van werd.

Op haar werk was nog steeds niemand gevonden die haar taken zou overnemen. Je kunt raden wat de oude reflex was. Het gat zelf dichten. Alles netjes afronden voor een opvolger die er nog niet eens was. Dit keer zei ze:

“En er is niemand nog steeds die mij over gaat nemen, maar ik ga het ook niet meer doen. Ik denk, ik rond dit nu af.”

Ze somde op wat er nog moest: de administratie rondmaken, zodat het klopt. “En dan, ja, ben ik klaar. En dan weet ik niet hoe het verder gaat, maar dat moet ik uitbesteden.” En meteen daarachteraan, half lachend: “Lastig hè, dat is verantwoordelijkheid, dat te zeggen. Ja, die blijft natuurlijk continu zo.”

Ze vertelde dat ze haar laatste afspraken had teruggebracht tot wat echt nodig was. Een afspraak die ze eigenlijk al had overgedragen, ging naar de collega die het van haar overnam. “Ik zeg, ja, ik kan het wel doen, maar hoeveel nut heeft het?” Alleen het laatste gesprek deed ze zelf, omdat het voor de mensen om wie het ging het laatste was. “En ja, maar goed, wel van vier uur naar één uur gegaan.”

Van vier uur naar één uur.

Voor iemand die niet zo in elkaar zit, klinkt dat als niks. Voor een vrouw die haar hele werkende leven heeft gedragen wat er te dragen viel, is dat een verbouwing.

Ik zei: “Netjes, ik ben trots op je en dat is wel heel knap.” En ik meende het. Want ze deed iets wat ze nog nooit had gedaan. “Als het niet in je natuur zit, is het soms lastig om iets nieuws te leren.”

Het nadeel en het voordeel

Daarna zei ik iets wat ik heel vaak zeg tegen vrouwen zoals Lotte. Ik zet het hier helemaal neer, want dit is de kern van deze blog:

“Het nadeel van het verantwoordelijkheidsbesef is dat je soms de wereld wil dragen. Het voordeel is, is dat je dus al, zoals ik dat altijd zeg, je hebt al de perfecte blueprint om verantwoordelijkheid te nemen. Je hoeft het niet opnieuw te leren. Alleen, je moet het alleen nu toepassen op jezelf. Dus dat verantwoordelijkheidsbesef voor anderen, wat nou als je dat precies op jezelf pakt en op jezelf gooit? Ja, hoe ongelooflijk veel ben je dan in staat, hoe goed kun je dan jezelf dragen als je net zo verantwoordelijk was geweest voor jezelf als dat gevoel dat je hebt voor anderen.”

Lees die ene zin nog eens. Je hoeft het niet opnieuw te leren.

Veel vrouwen die bij mij komen, denken dat ze iets missen. Dat ze niet goed zijn in zelfzorg. Dat ze geen talent hebben voor rust. Dat ze nou eenmaal zo zijn. En dus gaan ze op zoek naar iets nieuws. Een methode. Een cursus. Een app die ze eraan herinnert om water te drinken.

Maar kijk eens wat je allemaal al kunt. Misschien herken je dit. Je weet precies wanneer je kind moe wordt, nog voordat het zelf gaat jengelen. Je voelt aan een klant dat die ergens mee zit, nog voordat die het zegt. Je onthoudt de verjaardag van de juf, de allergie van het vriendje dat komt spelen, de afspraak bij de tandarts. Je ligt wakker als een vriendin het moeilijk heeft.

Dat is geen gebrek. Dat is vakmanschap. Je bent er gewoon ontzettend goed in.

Alleen staat de pijl de verkeerde kant op.

Ik zei het tegen Lotte zo: “Je hebt de blueprint al, je hoeft alleen te leren om het voor jezelf toe te passen, dus de mal is er al. Nu alleen anderen vervangen voor jezelf, en je moet precies hetzelfde doen.”

De mal is er al. Je hoeft geen nieuwe vrouw te worden. Je hoeft alleen te leren dat jij ook op de lijst staat.

Een people pleaser voor jezelf

En toen kwam de zin die ik eigenlijk het liefst op een tegeltje bij elke moeder in de keuken zou hangen:

“Of hoe ik het altijd omschrijf: als je al een people pleaser bent, hoe zorg je ervoor dat je een people pleaser voor jezelf wordt? Je hebt de blueprint al, je kunt heel goed people pleasen. Wat nou als je het net even omgooit en jezelf zo people pleast, zoals je dus altijd kijkt naar anderen?”

Ik weet dat people pleaser een woord is waar veel vrouwen zich voor schamen. Het klinkt zwak. Alsof je geen ruggengraat hebt. Alsof je alleen maar ja kunt zeggen.

Ik kijk er anders naar. Een people pleaser heeft een ongelooflijk fijn afgestelde antenne. Ze voelt wat een ander nodig heeft voordat die het zelf weet. Ze kan plannen, schakelen, opvangen, regelen. Die vaardigheid hoef je niet weg te gooien. Je mag hem inzetten. Alleen nu eindelijk ook voor de vrouw die al die jaren is overgeslagen.

Ik ben mild over die vrouw. Ze heeft ooit geleerd dat ze er pas mocht zijn als het voor iedereen goed was. Dat heeft haar ver gebracht. Maar ik ben streng over het patroon. Want een antenne die alleen naar buiten staat, maakt je doof voor je eigen lijf.

Stel je voor dat de people pleaser in jou haar eigen beste vriendin was. Wat zou ze doen? Ze zou zien dat je moe bent. Ze zou thee voor je zetten en zeggen: ga zitten, ik doe de rest. Ze zou je klant laten weten dat de offerte een dag later komt. Ze zou je partner vragen om vanavond de kinderen naar bed te brengen. Ze zou nooit accepteren dat jij weer het koude bord eet omdat je eerst iedereen hebt opgeschept.

Dat kun je allemaal al. Je doet het alleen nooit voor jezelf.

Stel je voor dat je je zo druk maakt om jezelf

Ik ging met Lotte nog een stap verder. Want verantwoordelijkheid voor anderen is niet alleen iets wat je overdag doet. Het is ook iets wat je ’s nachts wakker houdt.

“Nou, en zo kun je dus ook naar jouw verantwoordelijkheidsbesef kijken, en denken: wow, als ik zoveel energie, zoveel slapeloze nachten heb [voor anderen]… hoe ik voor mezelf kan zorgen. Dat je dan wakker wordt en niet kan slapen en onrustig wordt, denk: oh, ik zit ermee. Stel je voor dat je je zo druk maakt om jezelf.”

Ze begon iets te zeggen. “Ja. En hoe…”

Ik vroeg door: “Hoeveel je dan bezig bent met: hoe bescherm ik mezelf en zorg ik goed voor mezelf. Wat denk je wat er dan kan gebeuren?”

En toen kwam haar antwoord. Droog en raak tegelijk.

“Ik denk niet dat je dan wakker ligt van hoe zorg ik voor mezelf.”

Ik moest lachen. Want ze had gelijk. En precies dat is het punt.

Als je net zo goed voor jezelf zorgt als voor de rest, hoef je er niet meer van wakker te liggen. Dan is het gewoon geregeld. Dan zit je zenuwstelsel niet meer de hele nacht te rekenen of iedereen het wel goed heeft, terwijl jij zelf op reserve rijdt.

Ik zei: “Snap je de voordelen daarvan? Dat je net zoveel energie, denkkracht, vermogen in jezelf steekt, je zenuwstelsel rustig wordt van: maar ik merk dat ik niet in lijn leef met wat ik nodig heb, en hoe doe ik dat? Wat is dan de uitkomst?”

Vanuit rust, in plaats van vanuit stress

Lotte gaf het antwoord zelf. Het is een van de mooiste dingen die ze die dag zei:

“Dan is het ook minder druk, denk ik. En daarmee meer rust, minder spanning, meer verbinding met het gezin, omdat ik dan veel minder in mijn hoofd zit en denk ik moet van alles, stress, spanning. Dat merk ik nu ook, dan kan ik af en toe ook gewoon een snauw geven naar de kinderen, van nou even ophouden als ze weer ruzie hebben, of dan heb ik ook veel meer ruimte om daar op een goede manier te reageren, laat ik het zo noemen. Vanuit rust, in plaats van vanuit stress.”

Zie je wat daar gebeurt? Ze begon bij zichzelf. En ze kwam uit bij haar kinderen.

Dat is wat vrouwen die alles dragen zo vaak niet zien. Ze denken dat zorgen voor zichzelf iets afhaalt van hun gezin. Een uur voor mij is een uur minder voor hen. Maar het werkt andersom. De snauw naar de kinderen als ze weer ruzie maken, die komt niet uit een slechte moeder. Die komt uit een moeder die de hele dag voor iedereen verantwoordelijk is geweest, behalve voor zichzelf. Een motor die op reserve rijdt, sputtert op het slechtste moment.

Ik herhaalde haar woorden, zodat ze ze zelf terug kon horen: “Meer rust, meer ruimte. Op een goede manier op je kinderen reageren. Minder in je hoofd zitten. Minder stress en spanning.”

Dat is geen egoïsme. Dat is verantwoordelijkheid nemen voor de vrouw van wie je hele gezin afhankelijk is.

Je kan heel goed zijn in iets wat je niet leuk vindt

Ik wil je meenemen naar een eerdere sessie met Lotte. Want daar zag ik voor het eerst hoe sterk die blauwdruk bij haar geworden was, en waar hij vastliep.

Ze had net haar baan opgezegd, en toch voelde ze de neiging om uit te leggen waarom eigenlijk. “Ja, omdat ik dit eigenlijk gewoon niet meer wil. En ik denk van ja, ik kan het heel goed, want dat krijg ik ook van alle kanten: je doet het zo goed en je levert goede kwaliteit. Dat is dan misschien wel zo, maar het trekt gewoon heel veel energie.”

Ik zei: “Je kan ook heel goed zijn in dingen wat jij niet leuk vindt.”

“Ja, blijkbaar.”

“Dat kan hè?”

Het klinkt zo simpel. Maar voor veel vrouwen is dit een openbaring. Want ergens hebben we geleerd dat als je ergens goed in bent, je het ook moet blijven doen. Alsof een compliment een contract is. Je doet het zo goed, dus je blijft. Je bent zo betrouwbaar, dus jij pakt het wel op. Jij kunt dat zo goed, dus jij regelt het feest, de schoolreis, de kerstborrel.

Goed zijn in iets is geen reden om het je hele leven te blijven doen. Het kan ook gewoon betekenen dat je heel lang heel hard je best hebt gedaan in iets wat je leegtrekt.

Lotte zei eerlijk: “Ja, het geeft wel heel veel onrust nog steeds hoor.”

“Ja, maar sta achter je keuze,” zei ik.

“Ik vind dat ik moet bijdragen”

In diezelfde sessie kwam de stem tevoorschijn die die onrust aanwakkerde. “Ja, ik weet in mijn hoofd dat het allemaal kan ook op deze manier, maar ik heb wel soms dan… Ik denk: ja, maar ik moet ook bijdragen en ik moet ook werken en genoeg verdienen.”

Ik vroeg hoe haar partner daarin stond. Hij vond het prima. Hij was zelfs degene die had voorgesteld om wat ze samen opzij hadden gezet daarvoor in te zetten. “Dus ja,” zei ze, “dat is meer mijn eigen hoofd en overtuigingen vanuit mijn opvoeding die dan gaan roepen.”

Daar zit hem de kneep. Niemand vroeg het van haar. Behalve die stem van vroeger.

Wat ik haar toen meegaf, wil ik jou ook meegeven. Ik zei dat het belangrijk was om dat kwetsbaar uit te spreken naar haar partner:

“‘Ik vind dat ik moet bijdragen.’ Gewoon uitspreken. ‘Ik heb constant dat gevoel dat ik moet bijdragen.’ Al komt het van intern, is toch goed om het te delen, om het dan vaker te horen, op het moment dat je dan naar jezelf twijfelt van: hé, maar we staan hier met z’n tweeën in. Dit is wat we er samen van maken. En dat is de druk die je jezelf oplegt. Dat moet je gewoon af en toe ook horen, zeker op de periode dat je echt mindere momenten hebt.”

We staan hier met z’n tweeën in. Daar is die zin weer.

En toen zei ik iets over verantwoordelijkheid wat precies aansluit bij de blauwdruk:

“Je pakt heel goed juist je verantwoordelijkheid. Alleen, jij neemt alleen het stukje financieel mee. Maar er zijn meer parameters van verantwoordelijkheid nemen. Over jezelf. Over je gezin, over hoe jij als moeder in het leven staat, als partner. Er zijn zoveel dingen waar je rekening mee kan houden om je verantwoordelijkheid te pakken. En een heel groot aspect daarvan is: doen wat je leuk vindt. Want dat geeft heel veel energie terug aan je gezin, terug aan je relatie.”

Dat is de blauwdruk in een andere vorm. Lotte kan verantwoordelijkheid nemen als de beste. Ze had alleen een te smalle definitie van wat verantwoordelijk zijn is. Bijdragen telde. Haar eigen energie, haar plezier, haar rust, die stonden niet op de lijst.

Doen wat je leuk vindt als vorm van verantwoordelijkheid. Ik zie veel vrouwen fronsen als ik dat zeg. Alsof plezier iets is voor als het werk af is. Maar een moeder die energie krijgt van wat ze doet, komt anders thuis. Ze heeft nog iets over. Voor haar kinderen. Voor haar partner. Voor zichzelf.

Twee puzzelstukjes die perfect in elkaar passen

Terug naar die laatste sessie. Lotte keek naar haar collega’s en zei: “Dit is gewoon niet gezond meer, die hele werksituatie.”

Ik zei: “Want als die samenkomen, zo’n situatie plus verantwoordelijkheidsbesef, op een negatieve manier. Het zijn twee negatieve puzzelstukjes die perfect in elkaar passen.”

Ik ga hier niet in op het werk waar ze in zat. Dat doet er ook niet toe. Dit patroon zie je overal waar mensen voor anderen rennen. Een systeem dat leunt op mensen die altijd meer doen. En mensen die altijd meer doen, omdat ze nou eenmaal zo verantwoordelijk zijn. Ik zei het zo: “Al die mensen die tien keer harder rennen voor andere mensen om het systeem in stand te houden.”

Lotte zag ook de andere kant. Ze vertelde dat ze bijna niemand meer kende die niet een keer langdurig was uitgevallen. Behalve de mensen die zich er niet zo druk om maakten. “Die ik dan laks zou noemen, die kunnen gewoon doorgaan. Want die denken: voor mij tien anderen en ik doe wat ik kan en daarna is het klaar. En dan denk ik, ik zou dat ook wel zo willen denken.”

Ik zei dat het goed is om daar tot een bepaalde hoogte iets van te hebben. Niet de onverschilligheid. Wie zich nergens meer voor interesseert, is ook niet meer betrokken en wordt ook niet gelukkig. Maar wel de scheidslijn:

“Dus ik ben betrokken tot mijn hoogte, zonder mezelf in andere aspecten van het leven te verliezen. En dat is bij elke baan een belangrijk aspect.”

Betrokken tot je hoogte. Dat is het verschil tussen een vrouw die geeft en een vrouw die zichzelf weggeeft.

En Lotte zag nog iets. “Soms denk ik ook wel dat het mensen zijn die ook gewoon afgestompt raken door alles, dat dat dan je copingmechanisme wordt.”

“Survival,” zei ik. “Letterlijk en figuurlijk. Je moet bepaalde aspecten van jezelf afsluiten, zodat het niet meer binnenkomt, bepaalde emoties, bepaalde verantwoordelijkheid naast je neerleggen, je gevoelens aan de kant, je kwetsbaarheid aan de kant, de nervositeit, de boosheid aan de kant. En daar krijg je het: klagen, roddelen.”

Dat is wat er gebeurt als de blauwdruk alleen naar buiten wijst. Of je brandt op, of je sluit je af. Allebei een manier om te overleven. Geen van beide een manier om te leven.

De derde keer dat je klaagt

Lotte lachte een beetje. “Ja, ik zit te denken aan mijn werk. Ik denk dat iedereen alleen maar zit te klagen, en dan is het ook gewoon even lekker om tegen iemand te zeggen wat allemaal niet goed is.”

Ik herken dat. Klagen lucht op. Even. Maar ik zei er iets over wat misschien wat hard klinkt:

“Als ik geklaagd hoor, hoor ik daarnaast meteen een oplossing, extern of intern. De derde keer dat je klaagt is het jouw schuld, dan ga je het systeem verantwoordelijk maken waar jij verantwoordelijk over bent.”

“Ja, maar ja, je blijft er wel in zitten,” zei ze.

“Dus daarom zeg ik het. Je legt de verantwoordelijkheid richting het systeem, terwijl de derde keer dat je klaagt dat jouw verantwoordelijkheid is. Dan ga je dus in de loop komen, en daar raak je dus afgestompt van.”

Ik zeg dit niet om iemand de schuld te geven van een systeem dat echt niet goed kan zijn. Soms is het echt kapot. Maar als je drie keer over hetzelfde klaagt en er verandert niks, dan is het geen klacht meer. Dan is het een keuze om te blijven.

En weet je wat het mooie is? Ook hier heb je de blauwdruk al. Hoe vaak heb jij al een oplossing bedacht voor de problemen van een ander? Voor de vriendin die vastzit. Voor je kind dat ruzie heeft op school. Voor de klant die er niet uitkomt. Je bent een oplosser. Je bent alleen vergeten om die oplosser ook eens naar je eigen klachten te laten kijken.

Lotte deed dat wel. Ze zei haar baan op. En aan het eind van dat gesprek zei ze iets wat liet zien hoe ver ze al was: “Ik snap ondertussen wel waarom systemisch werk binnen teams bestaat.” Ze zag het systeem. En ze zag haar eigen puzzelstukje erin.

“Ik verdien rust, dus daar kies ik voor”

In die laatste sessie kwam nog iets langs wat precies laat zien hoe de blauwdruk eruitziet als je hem omdraait.

Lotte zat midden in de drukte en twijfelde of dit wel het moment was om aan zichzelf te werken, of dat ze beter kon wachten tot er ruimte was. Ik waarschuwde haar voor eindeloos wachten op het juiste moment, want dat moment komt zelden vanzelf. Maar ik zei er ook iets bij wat bij vrouwen zoals zij vaak wordt vergeten:

“En wanneer is dan het juiste moment? En dat is dus de valkuil tussen: het is niet het juiste moment. Maar dat zeg je soms ook te snel tegen jezelf. Of je zegt veel te weinig: ik verdien rust, dus daar kies ik voor, dus dan is dat de juiste keuze. Ja. En dan die afweging, die rust, in plaats van nog meer druk op mezelf te leggen. Normaal kies je daar minder voor, dus dan is het er. Ja. Dat is een hele goede keuze.”

Of je zegt veel te weinig: ik verdien rust.

Daar is hij weer, de blauwdruk. Als je kind ziek is, zeg je zonder nadenken: jij blijft vandaag lekker op de bank. Als een vriendin uitgeput is, zeg je: neem toch eens een paar dagen vrij. Tegen een ander zeg je het zo makkelijk. Tegen jezelf bijna nooit. Want dan voelt het als stilstand. Als achterlopen. Als lui.

Een people pleaser voor jezelf zegt het wél. Hardop. Ik verdien rust, dus daar kies ik voor. Niet als uitstel, niet stiekem, maar als bewuste keuze met een begin en een eind.

De zaag scherp houden

Lotte wil op termijn iets eigens beginnen. En ze voelde ook nog de neiging om eerst een extra opleiding te doen. Ze was daar eerlijk over:

“Het papiertje, het geeft mij ook weerstand. Dus ik denk: stomme papiertjes, waarom moet dat. Maar het is ook een heel groot stuk bij mij dat ik denk: ik wil zelf meer verdieping en kennis van bepaalde dingen. Dus ik ben zeker niet uitgeleerd.”

“Dat is ook belangrijk,” zei ik. “Ik ook niet. Ik blijf leren tot aan mijn graf, en zeker met betrekking op thema’s waar ik mensen mee kan helpen of mezelf mee kan helpen.”

En toen vertelde ik haar over een term van Stephen Covey:

“Het is een heel goed boek, The Seven Habits of Highly Effective People van Stephen Covey. […] En hij heeft een term, dat heet sharpen the saw. En dat betekent dus dat je jezelf moet blijven leren, scherp moet blijven houden, zodat je scherp kan blijven zijn, en daar is leren dus een hele goede voor. En de metafoor die hij dan heel goed gebruikt is: je hebt een boom, je hebt een zaag, en je kunt meteen beginnen met zagen. Je kunt ook beginnen met drie uur de zaag scherper maken, oliën. Uiteindelijk heb je daardoor de boom sneller neer dan door meteen keihard te gaan werken: van een afstandje eerst goed over nadenken, leren, groeien, en dan pas gaan zagen.”

Ik vind dat zo’n passend beeld voor vrouwen met een groot verantwoordelijkheidsbesef. Ze zagen en zagen. Met een botte zaag, want er is nooit tijd om hem te slijpen. Ze worden steeds moeër, de boom staat er nog steeds, en hun conclusie is: ik moet harder zagen.

De zaag slijpen is precies wat een people pleaser voor zichzelf doet. Rusten. Leren omdat je nieuwsgierig bent. Even afstand nemen om na te denken. Het voelt als tijd verliezen. Het is het tegenovergestelde.

Lotte vatte het verschil in één zin samen: “Ja, alleen maar niet voor een papiertje.”

Precies. Leren omdat je wilt verdiepen is je zaag slijpen. Leren omdat je denkt dat je anders niet goed genoeg bent, is weer de oude blauwdruk die naar buiten wijst. Dan doe je het voor de goedkeuring van een ander. Ik zei er eerlijk bij dat het die anderen soms ook niks uitmaakt: “De mensen die dan toch alleen maar naar papiertjes kijken, dat blijven doen, hoeveel zelfvertrouwen jij ook hebt.”

En toen zei ik iets wat misschien vreemd klinkt in een blog over voor jezelf zorgen:

“En uiteindelijk gaat het dus helemaal weer nooit om jou.”

“Nee,” zei Lotte.

“Het gaat om degene die je voor je hebt.”

Het is geen tegenspraak. Het is de reden. Een vrouw die alleen voor anderen zorgt, raakt op. Een vrouw die net zo goed voor zichzelf zorgt, kan er echt zijn voor degene die voor haar zit. Voor een klant. Voor haar kind. Voor haar partner. Zonder iets te hoeven bewijzen, zonder op reserve te rijden. Dat is wat er gebeurt als je de blauwdruk eindelijk ook op jezelf toepast. Je wordt niet egoïstisch. Je wordt beschikbaar.

Misschien herken je dit

Misschien werk je niet in een organisatie. Misschien heb je een eigen bedrijf en een gezin. Dan ben jij vaak zelf het systeem. En dan is het nog lastiger om te zien, omdat er niemand anders is om naar te wijzen.

Je beantwoordt om tien uur ’s avonds nog het appje van een klant, want je wilt haar niet laten wachten. Je zegt ja tegen de juf die nog iemand zoekt voor de schoolreis. Je regelt het cadeau voor de verjaardag van je schoonmoeder. Je denkt aan de gymtas, aan de tandarts, aan de factuur die nog de deur uit moet.

En als je ’s nachts wakker ligt, lig je wakker van al die mensen. Niet van jezelf.

Wanneer heb jij voor het laatst wakker gelegen omdat jij te weinig rust kreeg? Omdat jij al weken niet meer hebt gedaan waar je blij van wordt? Omdat jouw lijf al maanden zegt dat het te veel is?

Waarschijnlijk nooit. En dat is precies het probleem.

Je eet het koude bord, omdat je eerst iedereen hebt opgeschept. En je vindt dat normaal. Want zo ben je. Zo verantwoordelijk.

Ik wil je iets anders laten zien. Je zorgt niet te weinig voor jezelf omdat je het niet kunt. Je doet het niet omdat je het nooit op jezelf hebt gericht. De mal ligt al klaar. Je hoeft hem alleen om te draaien.

Je hebt twee keuzes. Je kunt de wereld blijven dragen tot je erbij neervalt. Of je kunt al die liefde, al die zorg, al die slapeloze nachten één keer de andere kant op laten stromen. Naar de vrouw die het allemaal draagt.

Wat je deze week kunt doen

1. Maak je wakkerliglijst. Schrijf op waar je de afgelopen week van wakker hebt gelegen, of over hebt lopen piekeren. Alle namen, alle zorgen. Zet er daarna bij elke naam één vraag naast: wat heb ik voor deze persoon gedaan of bedacht? Schrijf dan helemaal bovenaan je eigen naam. Wat heeft zij nodig? Doe deze week één ding voor haar, met precies dezelfde toewijding waarmee je het voor een ander zou doen.

2. Van vier uur naar één uur. Kies deze week één verplichting die je kleiner maakt. Een overleg waar je eigenlijk niks hoeft. Een klus die je drie keer perfecter maakt dan nodig. Een visite waar je de hele middag blijft terwijl een uur genoeg is. Stel jezelf de vraag die Lotte zichzelf stelde: “Ik kan het wel doen, maar hoeveel nut heeft het?”

3. Spreek de zin uit naar je partner. Zeg hardop wat er in je hoofd roept. Bijvoorbeeld: “Ik heb constant het gevoel dat ik moet bijdragen.” Of: “Ik heb het gevoel dat alles op mijn schouders ligt.” Maak daarna samen een basisplanning voor de week. Hij hoeft niet perfect te zijn. Hij mag vijf keer veranderen. Het gaat om de zin eronder: we doen het met z’n tweeën.

4. Tel je klachten. Merk deze week op waarover je klaagt. Bij de derde keer over hetzelfde stop je, leg je je hand op je hart en vraag je: wat is hier mijn verantwoordelijkheid? Niet als verwijt. Als uitnodiging. Wat zou de oplosser in mij hier voor mij doen?

5. Slijp je zaag. Plan deze week één blok in je agenda dat alleen van jou is. Rust, of iets leren waar je nieuwsgierig naar bent. Zeg hardop: “Ik verdien rust, dus daar kies ik voor.” Of: “Ik leer dit omdat ik het wil, niet omdat ik iets moet bewijzen.” Merk je dat je het blok weggeeft aan een ander? Zet het dan terug. Precies zoals je dat voor je beste vriendin zou doen.

Je hebt de blauwdruk al. Je kunt dragen, regelen, voelen, beschermen. Je bent er een meester in. Gun jij het jezelf om die meester ook eens voor jou te laten werken?

Lees ook Er is niets groter dan deze kleine stap en Kritiek zegt meer over de criticus dan over jou (en de stem in je hoofd is niet van wie je denkt).

Wil je dit niet alleen doen? Als coach in Lelystad en online help ik je om helder te krijgen wat je wilt, en wat je nog tegenhoudt.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar