Er is altijd was, en jij mag toch gaan zitten

Twintig seconden inhalen

Ze vertelde het bijna terloops. Alsof het niks was.

“Ik soms zo gehaast door het leven ook. Gewoon dat ik mijn schouders omhoog doe of heel snel de afwas doe. Heel snel boodschappen.”

Ik noem haar Merel. Een vrouw van begin dertig, die op papier alles op orde heeft en zich toch vaak voelt alsof ze faalt. In onze eerste sessie kwamen we bij iets wat zo klein lijkt dat je er bijna overheen kijkt. De afwas. De boodschappen. De schouders die omhoog kruipen.

Ze zei er iets achteraan wat ik heel eerlijk vond: “En ik doe het, maar ik ben me er dus ook bewust van. Dus soms dan stop ik en dan denk ik: ga ik nu twintig seconden op mijn dag inhalen? Terwijl er eigenlijk heel veel spanning ook weer wordt gecreëerd. Dus nee, ik ga er helemaal niks mee oplossen.”

Twintig seconden.

Ze rende door haar keuken om twintig seconden te winnen. En betaalde daar met spanning in haar hele lijf.

En toen ik vroeg waar ze eigenlijk zo druk mee was, zei ze: “Ja, geen idee, maar het dagelijks leven.”

Het dagelijks leven. Dat is het. Er is geen grote ramp. Er is geen deadline die alles verklaart. Er is gewoon het dagelijks leven, en dat voelt als een race die je nooit wint.

Misschien herken je dit. Misschien sta jij ook zo aan het aanrecht. Met je schouders bij je oren, de vaatwasser half ingeruimd, ondertussen in je hoofd een mail aan een klant aan het schrijven, en in je achterhoofd de vraag of er nog brood is voor morgen.

Het gaat niet om hoeveel je afkrijgt

Ik zei tegen Merel: “Het gaat niet om hoeveel taken je afkrijgt. Het gaat om: kan ik deze taak op de meest rustige manier doen die ik zou kunnen?”

Dat is al een hele mooie bewustwording, dat ze het zelf merkte. Want wat er bij haar gebeurt, en bij zoveel vrouwen die ik spreek, is dat het zenuwstelsel gewoon aan staat. Altijd. Ik legde het zo uit:

“Die heeft een bepaald stressniveau van intern naar extern, en lijf en hoofd gaan dan samen, waardoor je lijf automatisch ook die druk opzoekt en een soort van spanning voelt. Omdat het intern constant spanning zit. Alles is spanning, spanning, spanning. Ben ik wel genoeg? De hele dag sta je aan om alles te controleren, jezelf te controleren, je gedachten.”

Lees dat nog eens. Ben ik wel genoeg?

Want daar gaat het eigenlijk over. Niet over de afwas. De afwas is alleen de plek waar het zichtbaar wordt. Als je van binnen voortdurend het gevoel hebt dat je niet genoeg bent, dan gaat je lijf zich gedragen alsof er gevaar is. Dan wordt de afwas een wedstrijd. Dan worden de boodschappen een sprint. Dan wordt het opruimen van de woonkamer een bewijs dat je het allemaal wel aankunt.

En je lijf weet het verschil niet tussen een tijger en een vol aanrecht. Spanning is spanning.

Er is altijd was

Toen kwam het stuk van de sessie waar deze hele blog om draait. Ik zei:

“Ik moet elke dag de was doen. Ik moet elke dag … Dit is een oneindig iets. Dus dan kan ik wel oneindig druk blijven maken. Of we daar een manier in vinden hoe ik ermee om moet gaan. Omdat het toch blijvend is.”

En daarna: “De was, de mental load waar we het over hebben. Het huishouden. Het is en het blijft een oneindig iets. Als ik altijd druk maak om iets wat altijd blijft, dan blijf ik altijd druk maken.”

Ik geef het eerlijk toe: ik kan me heel erg frustreren om de was. Ik heb daar mijn eigen dingen in. Tot ik het oneindige gewoon accepteer, zoals het altijd is.

En toen somde ik het op, en ik wil dat je dit hardop leest:

“Er is altijd was. Er is altijd opruimen. Er is altijd troep. Er is altijd eten koken. Er is altijd boodschappen doen. Er is altijd iets.”

Er is altijd iets.

Dat is geen klacht. Dat is een feit. Zoals het feit dat het morgen weer licht wordt en overmorgen weer donker. Je kunt daar boos om worden. Je kunt daar tegen vechten. Maar je gaat het niet winnen. Er komt geen dag waarop de wasmand leeg is en leeg blijft. Er komt geen dag waarop je huis af is.

En toch leven zoveel vrouwen alsof die dag wel komt. Alsof er een finish is. Alsof ze pas mogen gaan zitten als alles af is.

Ik zei het zo: “Dus als het oneindige altijd oneindig is, is het best handig om een manier te vinden waardoor je je niet druk maakt om iets waar je je anders altijd, altijd druk om moet maken.”

Altijd, altijd. Dat is de prijs als je het oneindige ziet als iets wat af moet.

Jij hebt twee oneindige lijsten

Laat ik het naar jou vertalen. Want als je een ondernemende moeder bent, dan heb je niet één oneindige lijst. Je hebt er minstens twee.

De eerste kent iedereen. De wasmand. De broodtrommels. De vaatwasser. De gymtas die op woensdag mee moet. De verjaardag van een klasgenootje waar nog een cadeautje voor moet komen. De oppas die afzegt. De tandarts die moet worden ingepland.

En dan is er de tweede. Je bedrijf. Want ook je bedrijf is oneindig. Er is altijd een inbox. Er is altijd een post die je nog moet maken. Er is altijd een klant die een antwoord verwacht. Er is altijd een offerte die nog de deur uit moet. Er is altijd een factuur die nog niet betaald is, en een boekhouding die nog bijgewerkt moet worden. Er is altijd een idee dat je nog niet hebt uitgewerkt.

Er is altijd iets.

En als jij die twee lijsten behandelt als iets wat af moet voordat je mag ademen, dan adem je nooit. Dan sta je je hele leven met je schouders bij je oren. Dan race je door je dagen om twintig seconden in te halen, en kom je ’s avonds op de bank zonder te weten waar de dag gebleven is.

Ik zei in die sessie iets over mental load waar ik voorzichtig mee wil zijn, want ik bedoel het niet generaliserend. Ik zei dat veel van de mental load, “waar vrouwen soms zeggen dat ze last van hebben”, ook zit in hoe we naar dat oneindige kijken. Niet alleen in hoeveel het is. Ook in de verwachting dat het af moet.

Dat is geen verwijt. Er ligt vaak echt te veel op het bord van moeders. Dat is waar. En tegelijk is het ook waar dat je, zolang je het oneindige als vijand ziet, nooit vrij bent. Ook niet als je partner meer gaat doen. Ook niet als je een schoonmaker inhuurt. Ook niet als je bedrijf eindelijk goed loopt. Want dan vind je wel een nieuw oneindig ding om je druk om te maken.

Adulting

Ik wil eerlijk zijn: ik heb dit ook. Ik ben ook niet de man die zen door zijn huishouden zweeft.

Ik zei tegen Merel: “Ik noem het gekscherend met mijn partner ook: adulting. I hate adulting. Soms wil ik gewoon lekker kind zijn […] en ik heb zo geen zin in de adulting. En dan kijken we elkaar aan en dan lachen we even weer, en dan: oké, nou even een rondje adulting, weet je wel.”

Als ik die kattenbak weer moet uitscheppen. Als ik helemaal geen zin heb in die vaatwasser. Dan is dat er gewoon. Ik zei: “De verantwoordelijkheid drukt zwaar.”

Wat ik daar zo fijn aan vind, is dat we er samen om lachen. We doen niet alsof het er niet is. We doen ook niet alsof het het einde van de wereld is. We kijken elkaar aan, we lachen even, en dan doen we het. Een rondje adulting. Klaar.

Dat is al een andere energie dan de afwas doen met je schouders omhoog alsof je leven ervan afhangt.

De was kan morgen

En soms doe je het niet. Bewust niet.

Ik zei: “Dan is het eventjes niet adulting, maar ik voel bij mezelf: die was kan morgen.”

Die was kan morgen. Zes woorden die zoveel vrouwen bijna niet over hun lippen krijgen.

Ik ging verder met een voorbeeld dat iedereen kent. Je bent kapot. Het is avond. En je hebt twee keuzes.

“Ik kan dubbel streng op mezelf zijn dat ik gezond moet koken en dat het allemaal af moet. Of ik gun mezelf: pizza erin. Met bewuste keuze. Deze zelfliefde is beter dan streng zijn voor mezelf.”

Want kijk wat er gebeurt als je kiest voor streng. Je kookt, kapot, met tegenzin. Of je bestelt toch die pizza, maar dan met een schuldgevoel. En dan komen de labels. Ik noemde ze op: “Ik ben niet gezond bezig, ik ben ongezond, ik ben dik, dat is niet goed voor de lijn. En al die vervolgende dingen die automatisch gaan komen.”

En dan lig je in bed. En dan gaat het verder. “Ik had wel moeten koken, want nu voel ik me echt slecht over mezelf. Nu moet ik morgen extra gaan sporten.”

Herken je dat? Dat de pizza allang op is, maar het gesprek in je hoofd nog uren doorgaat?

En toen maakte ik een grap die eigenlijk helemaal geen grap is:

“Soms word je dikker van het schuldgevoel dan van de pizza.”

Want schuldgevoel is stress. En stress blijft hangen in je lijf. Ik zei het zo: “Dat label richting jezelf, de stress, de cortisol die je in je lijf vast blijft houden.”

Een cadeautje zonder label

Dus wat is het alternatief? Dat je het bewust kiest. En dat je het daarna ook echt laat zijn.

“Ik neem nu een besluit. En ik kies voor mezelf. Ik ben dood op. En nu oprecht is het een juiste keuze. Zonder schuldgevoel own ik het.”

Own it. Niet stiekem. Niet half. Niet met een verontschuldiging erbij. Gewoon: ik kies dit, en dat is goed.

En kijk wat het je oplevert. “Lekker man, pizza gaat erin, je bent ontspannen, je hebt dat extra uur rust voor jezelf, je hebt niet die labels daarna. Alleen dat al is wel twee, drie uur extra rust, tegenover: ik moet nog strenger op mezelf zijn, want ik ben nooit goed genoeg.”

Twee, drie uur rust. Op één avond. Doe dat een paar keer per week, en je hebt je leven terug.

En toen zei ik iets wat ik net zo hard tegen mezelf moet zeggen als tegen haar: “Nee, ik ben zo goed genoeg dat ik het zo verdien. Ik verdien de motherfucking wereld. En waarom zou ik al die stress extra geven? Ik ben al moe en gestrest, ik verdien meer. En dat geef ik nu aan mezelf. En ik ontvang het cadeautje en ik stop er geen label aan.”

Ik ontvang het cadeautje en ik stop er geen label aan.

Voor zoveel moeders is dat het moeilijkste wat er is. Geven kunnen ze als de beste. Aan hun kinderen, hun partner, hun klanten, hun moeder. Maar iets ontvangen van zichzelf? Een avond rust? Een wasmand die gewoon vol mag blijven staan? Dan komt meteen de stem: dat mag niet, dat is lui, dat is egoïstisch.

Gun jij het jezelf?

Verantwoordelijkheid, maar dan richting jezelf

Nu zul je misschien denken: maar Jonathan, dan wordt het toch een zooi? Dan doe ik straks helemaal niks meer?

Nee. Dit is geen pleidooi om alles te laten liggen. Je kinderen hebben schone kleren nodig. Je klanten hebben een antwoord nodig. Er moet eten op tafel. De verantwoordelijkheid verdwijnt niet.

Het verschil zit in de richting. Ik zei: “Want ik neem daar volledig een besluit over om mijn adulting vanavond een klein beetje los te laten. Om de verantwoordelijkheid richting mezelf te pakken.”

En de zin die ik jou wil meegeven:

“Je neemt nog steeds verantwoordelijkheid, maar richting jezelf.”

Dat is het. Je bent niet onverantwoordelijk als je kiest voor rust. Je bent verantwoordelijk voor de vrouw die dit allemaal draagt. En als zij opgebrand raakt, heeft niemand er iets aan. Je kinderen niet. Je bedrijf niet. Jij niet.

Een motor die altijd op reserve rijdt, valt een keer stil. Meestal op het slechtste moment.

Gespannen kaakjes

Na dat hele verhaal stopte ik. Ik had veel gezegd. Ik vroeg: “Als je dit allemaal hoort, wat doet dat met je? Vertel, vertel. Ik zeg een hoop. Nu ben ik benieuwd. Ik zag je namelijk denken. Ik zag je kaakjes gespannen zijn.”

Ze was eerlijk. “Ja, ik vind dat heel moeilijk om dat los te laten.”

Natuurlijk. Natuurlijk is dat moeilijk. Je hebt waarschijnlijk jaren, misschien je hele leven, geleerd dat je pas goed bent als alles af is. Dat rust iets is wat je moet verdienen. Dat een vol aanrecht iets over jou zegt.

Dat leg je niet in één avond af. Dat hoeft ook niet.

Eerder in diezelfde sessie zei ik iets over hoe je aan jezelf werkt: “Zacht zijn richting onszelf is superbelangrijk als je aan jezelf gaat werken. Maar tegelijkertijd heb je die andere kant nodig, waar je heel streng mag zijn op het juiste om het te blijven proberen anders te doen. Het lukt nog niet, probeer het nog een keer.”

Zacht voor de vrouw die het moeilijk vindt. Streng voor het patroon dat haar laat rennen. Het lukt nog niet? Probeer het nog een keer.

Waar ben jij vrij?

In die sessie stelde ik Merel ook een vraag die ik jou nu wil stellen. Waar ben je vrij, zonder maatstaf? Waar doe je iets zonder dat het ergens toe moet leiden? Zonder dat het je beter, slanker, productiever of succesvoller maakt?

En ik zei erbij: noem dan geen Netflix. Want verdoven is geen vrijheid.

Toen ze iets noemde, vroeg ik door: heeft dat dan wéér een doel?

Want zo werkt het oneindige ook. Zelfs je rust wordt een taak. Je moet mediteren, want dat is goed voor je. Je moet een boek lezen, want dan ontwikkel je jezelf. Je moet wandelen, want dan haal je je stappen. Er is altijd een maatstaf. En zolang er een maatstaf is, sta je nog steeds aan.

Ik ben daar zelf ook niet perfect in. In de podcast Freedom Unlocked, waar ik te gast was bij Kim de Graeve, zei ik: “En nogmaals, voor iedereen die nu luistert: ik ben ook mens. Ik ben ook niet de zenmonnik die dit allemaal perfect beheerst. En ik maak ook fouten. […] Maar realiseer: dat mag ook. Je mag mens zijn.”

Je mag mens zijn. Ook met een volle wasmand. Ook met een inbox die nooit leeg is. Ook met een avond pizza op de bank.

Het oneindige als landschap

Wat als je het oneindige niet ziet als een berg die je moet beklimmen, maar als het landschap waarin je leeft? Een berg wil je bedwingen. Een landschap loop je doorheen.

De was is er gisteren geweest, vandaag, en morgen weer. Net als de mails. Net als de vragen van je kinderen. Net als de rommel in de gang. Het is het landschap van een vol leven. Van een leven met mensen om wie je geeft en werk waar je voor gekozen hebt.

En in dat landschap mag je ook gaan zitten. Even. Midden tussen de troep. Met een kop thee. Niet omdat alles af is. Maar omdat jij er ook bent.

Er is altijd was. En jij mag toch gaan zitten.

Wat je deze week kunt doen

1. Schrijf je eigen oneindige lijst. Pak een vel papier en schrijf bovenaan: “Er is altijd …” Schrijf daaronder alles op wat in jouw leven nooit af gaat zijn. De was. De mail. De boodschappen. De content. De boekhouding. De vragen van je kinderen. Lees de lijst hardop voor. En zeg na elk punt: “En dat is oké.” Het voelt misschien gek. Doe het toch.

2. Doe elke dag één taak in het rustigste tempo dat je kunt. Kies één ding. De afwas, het vouwen van de was, het beantwoorden van één mail. Doe het zo rustig als je ooit iets gedaan hebt. Let op je schouders. Zakken ze? Merk je de neiging om sneller te gaan? Je hoeft niks te winnen. Het gaat niet om hoeveel je afkrijgt, het gaat om hoe rustig je het kunt doen.

3. Maak deze week één bewuste keuze zonder label. Kies één avond waarop je iets niet doet. De was blijft staan. De pizza komt. De laptop blijft dicht. Zeg hardop: “Ik kies hiervoor. Ik ben moe en ik verdien rust. Ik own het.” En als het schuldgevoel later op de avond komt, leg je je hand op je hart en zeg je: “Ik ontvang het cadeautje en ik stop er geen label aan.”

4. Doe een rondje adulting met humor. De volgende keer dat je ergens echt geen zin in hebt, zucht dan hardop. Overdrijf het een beetje. Kijk je partner aan, of je kind, of jezelf in de spiegel. Lach erom. En doe het dan. Een rondje adulting. Klaar.

Het oneindige gaat niet weg. Jij mag wel stoppen met rennen.

Lees ook Als nu niet goed genoeg is, gaat meer ook nooit genoeg zijn en Een grens is geen muur: zo laat je zien hoeveel je van jezelf houdt.

Ben jij een ondernemende moeder die hierin vastloopt? Lees hoe ik werk als coach voor ondernemende moeders.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar