Hoe minder ik gezien werd, hoe drukker ik werd: je ziet je kind maar zo ver als je jezelf ziet

Moeder en dochter kijken elkaar lachend aan

Mama, kijk

Half zes. De pasta staat op het vuur. Je telefoon ligt naast het fornuis, want er moet nog één mailtje de deur uit naar die klant die vanmiddag belde.

“Mama, kijk.”

Je typt door. “Ja schat, mooi.”

“Mama. Kijk dan!”

Je kijkt niet echt. Je kijkt half. Met één oog op je scherm en één oog op de pan.

En dan begint het. Je kind springt op de bank. Gilt. Gooit iets om. Wordt drukker en drukker, tot je je telefoon neerlegt en roept: “Kun je nou één keer normaal doen?”

Stilte. En dan, ’s avonds in bed, dat knagende gevoel. Want eigenlijk wist je het al. Je kind was niet druk om je te pesten. Je kind was druk om gezien te worden.

Ik weet dat zo zeker omdat ik dat kind was.

Het drukke jongetje

In mijn eigen podcast Hart & Zakelijk vertelde ik in de allereerste aflevering over mijn jeugd. Over hoe ik er vaak alleen voor stond. Ik zei: “Gelukkig met mijn oudere zussen kon ik me er een beetje doorheen worstelen, maar dat betekent niet dat ik niet constant zelf met demonen heb moeten worstelen als kind. Het gebrek aan structuur, duidelijkheid, aan liefde was ook niet echt heel goed voor mij als kind. En laat staan als het drukke ADHD-jongetje wat ik was. En hoe minder ik gezien werd, hoe meer ik drukker werd, omdat ik gezien wilde worden.”

Hoe minder ik gezien werd, hoe drukker ik werd.

Die ene zin vat een groot deel van mijn jeugd samen. Ik was niet druk omdat ik slecht was. Ik was druk omdat stil zijn niks opleverde. Als ik stil was, zag niemand me. Als ik lawaai maakte, keek er tenminste iemand op.

In een Insta live van de podcast What’s Your Story vroeg Lotte Gerland me waarom ik vroeger zo slecht andere mensen kon zien voor wie ze waren. Dat was het onderwerp van die avond: anderen zien. En mijn antwoord ging regelrecht terug naar dat jongetje:

“Ik wilde altijd zelf [gezien worden], vroeger. […] Ik heb vroeger een hele hoop dingen meegemaakt in mijn leven. En dan gaan we, net zoals jij zei, terug naar mijn jeugd, waar ik letterlijk nooit gezien werd. Ik heb veel meegemaakt. Mijn ouders waren er niet wanneer ik jong was. Wat ervoor gezorgd heeft dat ik de rest van mijn leven probeerde dat in te vullen. Als klein jongetje werd ik niet gezien. En wat denk je: plus ADHD. […] Aandacht, humor, proberen aanwezig te zijn, om maar gezien te worden. Dat gemis probeerde ik altijd op te vullen door druk te doen, door altijd aanwezig te zijn. Want ik hoopte dan gezien te worden.”

Aandacht. Humor. Altijd aanwezig zijn. Dat waren mijn gereedschappen. Ik was de grappige, de luide, degene die je niet kon missen. En vanbuiten leek dat op zelfvertrouwen. Vanbinnen was het een jongetje dat steeds harder riep: zie je me?

In de podcast van Annick Gerrits zei ik er nog iets bij: “Thuis werd ik dus niet gezien. En als ADHD-kind werd er niet met mij meegedacht. Iets waar ik ontzettend behoefte aan had.”

Iemand die met me meedacht. Meer was het eigenlijk niet. Iemand die zag wat er onder dat drukke gedrag zat, en vroeg: wat heb jij nodig?

Druk zijn is ook een manier van roepen

Nu denk je misschien: dit gaat over mijn kind. En dat klopt. Maar het gaat ook over jou.

Want dat jongetje werd volwassen. En weet je wat volwassen mensen doen die als kind niet gezien werden? Die worden ook druk. Alleen ziet het er dan anders uit.

Ze vullen elke stilte in een gesprek. Ze vertellen op een netwerkborrel binnen vijf minuten hun hele verhaal, en lopen daarna weg zonder één vraag te hebben gesteld. Ze posten iets op Instagram en kijken elk kwartier hoeveel hartjes erbij zijn gekomen. Ze zeggen ja tegen elke klant, elke klus, elk verzoek op de schoolapp, want als je nuttig bent, word je gezien. Ze zijn altijd aan. Altijd bereikbaar. Altijd bezig.

Herken je jezelf? Ik in ieder geval wel. Heel lang.

Ik ben mild voor die vrouw die altijd aan staat. Ze doet wat het kleine meisje ooit leerde: als ik maar genoeg doe, genoeg lever, genoeg aanwezig ben, dan kijkt er misschien iemand naar me. Dat is geen karakterfout. Dat is een overlevingsstrategie.

Maar ik ben streng voor het patroon. Want zolang jij bezig bent om gezien te worden, heb je geen ruimte over om een ander echt te zien. Ook je kind niet. Ook niet als het op de bank staat te springen en “mama, kijk” roept.

En daar wordt het pijnlijk. Want dan geef je precies door wat jij zelf miste.

Tot de hoogte waar je zelf bent

In die Insta live zei ik iets wat ik sindsdien in bijna elk traject terugzie. Het is misschien wel het belangrijkste wat ik je in deze blog kan geven:

“En dat was ook een kunst: hoe beter ik mezelf leerde te zien, hoe makkelijker ik ook anderen kon zien. […] Als je het gevoel hebt dat je altijd een gemis hebt, dat probeer je altijd op een of andere manier uit de wereld te halen. En als je dat uit de wereld haalt, is het heel lastig een ander het gevoel te geven: nee, ik zie je, ik zie hoe goed je bent. […] Het gaat tot een bepaalde hoogte. Tot de hoogte waar je zelf bent, kan je waarschijnlijk ook de anderen zien. Als jij op 50 procent zit van jezelf kunnen zien, en van jezelf kunnen houden, en jezelf helemaal omarmen zoals je bent, dan kun je waarschijnlijk ook tot dat niveau dat bij de anderen ook doen. En dat is ook goed. […] En als je behoefte hebt om dat door te laten groeien richting 90 of misschien wel 95, 100 procent, dan heb je dus eerst echt werk zelf te doen. En dan kan je dat weer geven aan anderen.”

Lees dat nog een keer, maar dan met je kind in gedachten.

Je kunt je kind zien tot de hoogte waarop je jezelf ziet.

Niet verder. Hoe graag je ook wilt. Hoeveel opvoedboeken je ook leest. Hoeveel quality time je ook in de agenda zet. Als jij jezelf maar voor dertig procent ziet, dan zie je je kind ook maar voor dertig procent. De rest van de tijd ben je bezig met je eigen gemis. Met je telefoon, met je klanten, met de vraag of je het wel goed genoeg doet.

Dat is geen verwijt. Het is eigenlijk heel goed nieuws. Want het betekent dat je niet eerst een betere moeder hoeft te worden door harder je best te doen. Je mag beginnen bij jezelf. En alles wat je bij jezelf leert zien, kun je daarna ook bij je kind zien.

En let op wat ik er ook bij zei: vijftig procent is ook goed. Je hoeft niet op honderd te zitten voordat je een goede moeder bent. Maar als je voelt dat je meer wilt, dat je je kind echt wilt zien, je partner, je klanten, dan begint het werk bij jou.

Ik ben niet genoeg

Wat houdt dat percentage laag? Bij heel veel vrouwen die ik spreek is het één zin. Ik zei er in diezelfde Insta live dit over:

“Mensen zeggen: ik ben niet genoeg. Dat is eentje die ook heel veel vrouwen [noemen]. […] Op het moment dat jij het gevoel hebt dat je niet genoeg bent, hoe kun je dan iemand anders zien? Want je ziet jezelf niet. Je ziet niet hoe fantastisch je bent. En zoals ik altijd zeg: in jou zit zoveel potentie, en je kan zoveel bereiken. […] En zoals ik altijd zeg: ik mag er zijn voor wie ik ben. Ik hoef niet succesvol te zijn.”

Ik ben niet genoeg. Kijk eens hoeveel energie die zin kost. Als jij niet genoeg bent, moet je het bewijzen. Elke dag opnieuw. Met je omzet, met je volle agenda, met hoe netjes je huis eruitziet als de juf op bezoek komt, met hoe goed je kinderen het doen op school.

En al die energie die naar bewijzen gaat, gaat niet naar kijken. Niet naar je kind dat “mama, kijk” roept. Niet naar je partner die vraagt hoe je dag was. Niet naar jezelf.

Daarom zeg ik: ik mag er zijn voor wie ik ben. Ik hoef niet succesvol te zijn. Niet omdat succes niet mag. Ik gun je alle succes van de wereld. Maar omdat je bestaansrecht er niet van af mag hangen.

Ik hoefde niet meer op te vallen

Hoe ging dat bij mij? Het ging niet in één keer. Maar op een gegeven moment merkte ik dat er iets veranderd was. Ik vertelde het zo:

“Ik hoefde niet meer op te vallen. Ik hoefde niet meer die ADHD[-jongen te zijn], ik hoefde niet meer […] die jongen te zijn die ik vroeger was.”

Lees de woorden: ik hoefde niet meer. Ik ben niet ineens een stille man geworden. Ik ben nog steeds energiek, ik maak nog steeds grappen, ik ben nog steeds iemand die je opmerkt als ik binnenkom. Maar het hoeft niet meer. Het is geen noodsignaal meer. Het is gewoon wie ik ben.

Dat verschil voel je ook bij je kind. Een kind dat druk is uit plezier, voelt anders dan een kind dat druk is uit gemis. En een moeder die rustig is omdat ze zichzelf ziet, voelt anders dan een moeder die rustig doet terwijl ze vanbinnen nog steeds roept.

Lotte vroeg me of er een moment was waarop er een knop omging. Mijn antwoord was eerlijk: nee.

Vanmorgen al aan mezelf gewerkt

“Dat moment heeft jaren gekost, vallen en opstaan, en steeds, dagelijks, is het een strijd. Maar een strijd die met liefde aangegaan wordt. Omdat ik inzie dat hoe meer ik mezelf kan helen, hoe meer ik van mezelf kan houden, hoe meer ik mezelf alles kan geven wat ik nodig heb, hoe meer ik de buitenwereld kan geven: mijn vriendin, familie, en dus ook de klanten die ik help. […] Dat ik naar mijn hart kan luisteren, en dat mijn hart en mijn hoofd in connectie zitten: hoe makkelijk het is om ook een stapje terug te nemen en te zeggen: vertel me je verhaal, ik ben er voor je, ik sta voor je […]. Want ik hoef nu niet […]. Ik heb vanmorgen al aan mezelf gewerkt. Ik sta nu hier 100%. Kom maar, vertel je verhaal.”

Ik heb vanmorgen al aan mezelf gewerkt.

Dat is de sleutel. Niet één keer een cursus, niet één keer een inzicht, en dan klaar. Elke dag. Zoals je elke dag je tanden poetst. Voor mij betekent het: eerst zorgen dat ik mezelf heb gezien. Dat ik voel hoe het met me gaat. Dat ik mezelf geef wat ik nodig heb. En daarna kan ik er voor een ander zijn, zonder dat er een stukje van mij ondertussen aan de ander trekt om ook gezien te worden.

Stel je voor wat dat betekent om half zes, als de pasta op het vuur staat. Als jij die ochtend al tien minuten naar jezelf hebt gekeken, dan heb je ruimte. Dan kun je je telefoon wegleggen, door je knieën gaan en zeggen: “Laat maar zien. Ik kijk.”

Kom maar, vertel je verhaal.

Geen vergeten kinderen meer

Waarom ik dit werk doe, met ondernemende moeders? Precies hierom. In de podcast van Annick Gerrits zei ik over mijn eigen jeugd: “En hoe mooi is dat ik deze pijn om kan zetten in een veel krachtiger middel.”

Ik weet hoe het voelt om het kind te zijn dat niet gezien wordt. En ik weet ook dat dat bijna nooit komt doordat ouders niet van hun kind houden. Het komt doordat ouders zelf nooit gezien zijn. Ze kunnen hun kind maar zien tot de hoogte waarop ze zichzelf zien. Net als jij. Net als ik.

Dus als jij nu aan jezelf gaat werken, dan doe je dat niet alleen voor jou. Je doet het voor dat kind op de bank. Een gelukkige moeder die zichzelf ziet, geeft iets heel anders door dan een moeder die nog steeds roept om gezien te worden. Het stopt bij jou. Niet door perfect te zijn, maar door eerst jezelf te zien.

En misschien zit er ook in jou nog een drukke kleine meid. Eentje die altijd de grappigste was, of juist de behulpzaamste, of de slimste van de klas. Die alles deed om opgemerkt te worden. Ze mag er zijn. Ze heeft het goed gedaan. Maar ze hoeft niet meer te roepen. Jij ziet haar nu.

Wat je deze week kunt doen

Begin met een eerlijk cijfer. Pak een papiertje en schrijf op: hoeveel procent zie ik mezelf op dit moment? Hoeveel hou ik van mezelf, omarm ik mezelf zoals ik ben? Geen goed of fout. Gewoon een getal. Schrijf eronder: als ik mezelf voor dit percentage zie, dan zie ik mijn kind ook ongeveer zo ver. Voel wat dat met je doet. Het mag er zijn.

Werk elke ochtend deze week vijf of tien minuten aan jezelf, voordat je je telefoon pakt en voordat de kinderen en de klanten je nodig hebben. Leg je hand op je hart, adem een paar keer rustig en zeg hardop tegen jezelf: “[Jouw naam], ik bedank je, ik ben trots op je, ik vergeef je, ik hou van je.” Het voelt de eerste dagen misschien raar. Doe het toch.

Kies elke dag één moment voor je kind waarop je telefoon in een andere kamer ligt. Ga op ooghoogte zitten en zeg: “Vertel me je verhaal. Ik kijk.” Vijf minuten is genoeg. Kijk wat er met de drukte gebeurt als je kind merkt dat het al gezien wordt.

En let deze week op je eigen drukte. Op het moment dat jij in een gesprek de stilte opvult, je telefoon checkt voor reacties, of weer ja zegt terwijl je nee bedoelt: sta even stil en vraag jezelf af waar je op dat moment gezien wilt worden. Schrijf het op. Dat is precies de plek waar jij jezelf nog mag gaan zien.

Je hoeft niet meer te roepen. Jij mag er zijn voor wie je bent.

Lees ook Als je kind met kwark smeert en jij ineens weer klein bent en Pijn is je kompas: wat een jeugd zonder steun mij ook heeft gegeven.

Wil je weten hoe ik werk met het meisje dat jij ooit was? Lees meer over innerlijk kindwerk.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar