Ik heb vandaag niks bereikt: als presteren je manier is om liefde te verdienen

Vrouw zit op een boomstam bij stromend water

Een dag in het bos

Stel je een dag voor zonder afspraken. Geen klantgesprekken, geen deadlines. Je loopt lang door het bos. Je hoofd wordt rustig. En onderweg komen er drie nieuwe ideeën in je op. Je weet nog niet of je er iets mee gaat doen, maar het voelt fijn om ze te hebben.

Klinkt als een goede dag, toch?

Niet voor Esther.

Ik noem haar Esther. Ondernemer, moeder van een dochter van bijna drie. Ze heeft jarenlang een carrière gehad waarin ze van negen tot negen moest aanstaan. Nu is ze voor zichzelf begonnen. En ze vertelde me hoe zo’n dag voor haar eindigt.

“Het is echt een heel grote verschuiving als je van 9 tot 5, nou in mijn geval van 9 tot 9, aan moest staan voor iemand anders, en daarna zelf je tijd in mag delen. En dan aan het einde van de dag denkt: god, was ik toch even lekker niet effectief. Nou, wat heb ik nou eigenlijk bereikt vandaag? En dan lekker met een niet goed gevoel de dag afsluit.”

Een dag met een boswandeling en drie nieuwe ideeën. “Dat zie ik dan niet als winst, dan zie ik er niks bereikt van.”

Ze wist heus wel dat dat niet klopte. “Dat kan ik dan later wel tegen mezelf zeggen: dat is onzin, dat is hartstikke goed. Maar dat zit dus allemaal hier. Dat is niet wat ik dan voel. Ben ik trots op mezelf? Ik denk alleen maar: ik ben er nog niet. Je moet eerst maar succesvol worden. Eerst maar zien dat je dit dan waard bent, dat je dit kunt.”

Eerst maar zien dat je dit waard bent.

Misschien ken je dat zinnetje. Misschien zegt hij het bij jou op een andere manier. Ik heb vandaag niks gedaan. Ik ben weer niet aan mijn lijstje toegekomen. De kinderen hebben de hele dag gespeeld en ik heb alleen de was gedaan. Ik heb een klant gesproken, maar ik had er vijf moeten spreken.

En dan ga je slapen met dat gevoel. Niet genoeg gedaan. Dus niet genoeg.

Misschien houdt mama dan van me

Ik hoorde haar zinnen. Je moet eerst maar succesvol worden. Eerst maar zien dat je dit waard bent. En ik maakte de zin voor haar af.

“Misschien houdt mama dan van me.”

Ze begon te praten en brak halverwege af. “En ik vind het gewoon heel erg kut dat je… Nee, dit gaat nog wat doen.”

Ik zei het nog een keer. “Misschien houdt mama dan van me.”

En toen zei ze: “Ja, ik ga even kijken of ik hier nog een verdwaalde hydrofieldoek kan vinden voor snot. Een verdwaalde vaatdoek. Ook goed.”

Ik vind dat zo’n mooi moment. Een vrouw die net in het hart wordt geraakt, en die een vaatdoek gaat zoeken. Daar zit humor in, en moed. Ze liep niet weg. Ze bleef. Ze pakte gewoon iets voor haar tranen.

Ik vroeg door. “Dus je zelfbeeld hangt alleen maar af van presteren.”

“Altijd.”

Eén woord. Altijd.

Dat is wat er onder dat “ik heb vandaag niks bereikt” zit. Het gaat niet over de dag. Het gaat niet over hoeveel klanten, hoeveel ideeën, hoeveel uur. Het gaat over een klein meisje dat ooit heeft geleerd dat liefde iets is wat je moet verdienen. Dat je eerst moet laten zien dat je het waard bent. En dat meisje rekent nog steeds. Elke avond. Wat heb ik vandaag gedaan? Is het genoeg? Mag ik nu?

Een gewond vogeltje dat nooit hoog genoeg vliegt

Ik gaf haar een beeld. Ik zei het zo:

“Perfectie. En oordeel. Dan is het een heel klein gewond vogeltje dat je gewond houdt en dat in het nest blijft. Dat nooit voetjes heeft gekregen om te vliegen, want als ze vliegt, dan is het nooit hoog genoeg.”

Als ze vliegt, is het nooit hoog genoeg.

Dat is het verraderlijke van presteren om liefde. Je kunt het nooit winnen. Want de lat is niet echt. Hij beweegt mee. Haal je een omzet die je vorig jaar nooit had durven dromen, dan schuift de lat gewoon een stukje op. Krijg je een compliment van een klant, dan hoor je het nauwelijks, want er is altijd een volgende klant. Heb je een dag in het bos met drie nieuwe ideeën, dan telt het niet, want ideeën zijn nog geen resultaat.

En ik zei tegen haar: “Ik zie jou alles behalve als gewond vogeltje.”

Want dat was ze niet. Esther is een vrouw die een lange carrière achter zich heeft gelaten om voor zichzelf te kiezen. Die aan zichzelf werkt. Die eerlijk tegenover mij zat en durfde te huilen. Het gewonde vogeltje is niet wie ze is. Het is hoe ze zichzelf behandelt.

Samen maakten we er daarna één zin van: hoe veiliger jij voor jezelf bent, hoe makkelijker het is om te staan.

Waarom dit voor ondernemende moeders zo hard aankomt

Ik wil even stilstaan bij wat Esther zei over die verschuiving. Van negen tot negen aanstaan voor iemand anders, naar zelf je tijd indelen.

In een baan is er altijd iemand die zegt of het goed is. Een baas, een beoordeling, een salaris dat elke maand binnenkomt. Hoe pijnlijk dat ook kan zijn, het geeft een soort houvast. Er is een externe maat.

Als je voor jezelf begint, valt die maat weg. Niemand zegt aan het eind van de dag: goed gedaan. Niemand zegt dat een wandeling waarin je drie ideeën krijgt ook werk is. Dus wie gaat dat oordeel dan vellen?

Jij. Of eigenlijk: de stem die je ooit hebt meegekregen.

En als je moeder bent, komt er nog een laag bij. Want de dag van een moeder bestaat voor een groot deel uit dingen die nergens op een lijstje staan. Troosten. Luisteren. Een boterham smeren. Een driftbui opvangen. Er zijn. Niets daarvan voelt als bereiken. En dus kun je een hele dag keihard gewerkt hebben, als moeder en als ondernemer, en alsnog met dat gevoel in bed liggen: ik heb vandaag niks bereikt.

Herken je dat?

“Ik ben genoeg.” Honderd keer.

Esther weet dit allemaal. Ze heeft er al veel aan gedaan. Ik vroeg haar: “Als je heel eerlijk bent, hoe streng ben je voor jezelf op een gemiddelde dag?”

“160 procent op een gemiddelde dag. Nee, dat weet ik. Ik heb mijn lat veel te hoog.”

“Wanneer ben je genoeg in jouw ogen?”

En toen vertelde ze wat ze al deed. “Ja, ik heb nog iets opgeschreven. Ik ben al genoeg, ik ben al compleet, ik ben al heel. Ik schrijf het honderd keer op. Ik zeg het tegen mezelf. Maar echt ontvangen…”

Ze maakte de zin niet af. Dat hoefde ook niet.

Ik zei: “Hier zit je mama, hier zit je schild, hier zit je kleine meisje. Waarom kom je niet door je eigen schild heen? Waarom wacht je nog steeds op je mama, voor de woorden die je overal hebt opgeschreven, die je duizenden keren tegen jezelf hebt gezegd? Waarom is het niet genoeg dat jij het tegen jezelf zegt?”

“Dat weet ik niet.”

En toen probeerde ze het. “Ik ben genoeg. Ik ben genoeg. Ook als ik vandaag niks doe, ben ik het helemaal. Ik ben van waarde, ongeacht wat ik doe. Ik zeg het honderd keer. En dan gaat het wel weer eventjes. Maar het is niet genoeg.” En terwijl ze het zei, rolde ze met haar ogen.

Ik benoemde het. “En de houding die je nu aanneemt. Het haalt alle liefde eraf.” En ik speelde haar na: “Een en al: ik kom helemaal binnen. Wat een mooie woorden.”

“Oh, prachtig,” zei ze.

Het klinkt grappig, en dat was het ook een beetje. Maar het was vooral waar. Je kunt “ik ben genoeg” honderd keer opschrijven, maar als je het zegt met een blik die zegt “ja ja, tuurlijk”, dan geloof je de blik. Niet de woorden.

Je hebt wat in te halen

Toch zei ik niet: stop ermee, het werkt niet. Integendeel.

“Tegen één negatieve gedachte moeten zeven positieve staan. […] Die keer dat je zegt: ik ben genoeg, ga vooral door met het zeggen, want je hebt wat in te halen.”

Je hebt wat in te halen. Denk daar eens over na. Als je al dertig, veertig jaar lang tegen jezelf zegt dat je nog niet goed genoeg bent, dan staat er een enorme berg aan de ene kant van de weegschaal. Honderd keer “ik ben genoeg” op een papiertje is daar nog maar een klein steentje tegenover. Natuurlijk voelt het nog niet als waar. Je bent net begonnen met inhalen.

“En daarin is het tegenovergestelde zeker nooit verkeerd,” zei ik, “dan zo huftig tegen jezelf te blijven praten. Want wat is het andere alternatief?”

En daarna, kort: “Al werkt het niet, blijven proberen.”

Ik zeg dit tegen jou ook. Als je affirmaties doet en ze voelen nep, stop dan niet. Het voelt nep omdat de oude stem nog harder is. Dat betekent niet dat de nieuwe stem fout is. Het betekent dat hij nog moet groeien.

Gooi de wolken weg

Maar ik wilde ook dat ze zag wat er tussen haar en die woorden in stond. Dus ik ging er iets langer bij zitten.

“Gooi de schaamtewolk die om je heen hangt weg. Er valt niks voor te schamen. Gooi de oordeelwolk die nu om je heen zit weg. Er valt niks over te oordelen. Gooi de verwachting die je over jezelf legt weg. Want wat daarvoor zorgt, is dat je niet hier kan zijn. Je kijkt naar morgen, je kijkt naar alles wat je nog niet bent, je kijkt naar alles wat je was geweest, maar je bent hier.”

Schaamte. Oordeel. Verwachting. Drie wolken die tussen jou en het moment hangen. Zolang die er hangen, ben je nooit echt hier. Je bent bij morgen, waar het beter moet. Of bij gisteren, toen het beter was. Maar nooit bij vandaag, waar jij gewoon bent.

“En zoals ik altijd tegen mijn klanten zeg: vechten met de realiteit ga je altijd verliezen.”

Ik zei het haar heel direct. “Je bent nu hier: de veroordelende vrouw die met haar ogen zit te rollen en zegt: ik ben genoeg, en het werkt niet. Oké, dan is dit het. Je motherfucking startpunt is de vrouw die heel lang aan zichzelf heeft gewerkt, en die zo geraakt wordt door haar moeder.”

Dat is geen verwijt. Dat is een startpunt. Je hoeft niet eerst een andere vrouw te worden voordat je mag beginnen. Je begint bij wie je nu bent. Inclusief het ogenrollen.

“Blijf alsjeblieft hier, want hier is het enige moment voor heling.”

En toen stelde ik de vraag: “Wat zegt het kleine onzichtbare meisje over wie je bent? Nu?”

“Nu. Een prachtige vrouw. Een zachte vrouw.”

Een zachte vrouw. Niet een effectieve vrouw. Niet een succesvolle vrouw. Een zachte vrouw. Dat is wat het meisje ziet, als je haar eindelijk de vraag stelt.

“Doe eens normaal”

Ik wilde weten waar het begonnen was. Dus ik ging terug naar dat meisje.

“Wat geloofde het meisje over dat ze mocht zijn zoals ze was? Wat gebeurde er dan als ze zichzelf was?”

Haar antwoord kwam in losse flarden. “Niets te doen. Niets te doen. Doe eens normaal. Houd daarmee op.”

Doe eens normaal.

“Wat had ze nodig dat ze niet kreeg?”

“Gezien worden. In emoties en in pijn. Die bestonden niet.”

Die bestonden niet. Emoties en pijn bestonden niet, in dat huis. Wat bestond er dan wel? Wat werd er wél gezien?

Je kunt het al raden. Wat je deed. Wat je kon. Wat je liet zien. Een kind dat niet gezien wordt in haar verdriet, zoekt een andere ingang naar liefde. En de ingang die openstaat, is vaak presteren. Goed je best doen. Geen gedoe veroorzaken. Alles zelf oplossen.

Ik zei het zo:

“Logisch dat je dan zegt: ik ben alleen, ik moet alles zelf doen. Want zij waren zelf niet gereguleerd. Dus ga je micromanagen, ga je alles controleren, vanuit perfectie en angst.”

Esther zei: “Daar wil ik echt afscheid van nemen. Dat dient mijn gezin echt niet. Gewoon in ons gezin, met z’n drieën.”

Dat is de beweging. Mild over het meisje, dat deed wat ze moest doen om te overleven in een huis waar haar gevoel niet bestond. Streng over het patroon, dat vandaag haar gezin niet meer dient.

Een Paw Patrol-pleister is beter dan blijven bloeden

Ik vroeg haar wat ze bang was kwijt te raken als ze dat patroon losliet. En ze zei iets wat ik vaak hoor bij vrouwen die hard werken aan zichzelf. Dat ze er niks tegenover kon zetten. “En iets wat in mijn ogen dan ook nog van waarde is, hè?”

Daar was hij weer. Zelfs het alternatief moest van waarde zijn. Ik maakte er een grapje van: “O jee, op een tribunaal, op een podium, uitgekozen voor een jurylid.”

“Ja, ik heb het wel echt allemaal met hier proberen op te lossen. Dat laat je me nu wel inzien. Dan ging ik altijd, nog steeds, wandelen, of twintig minuten mediteren.”

En ze zei het alsof het een tekortkoming was. Alsof wandelen en mediteren valsspelen was, omdat het nog steeds niet dé oplossing was.

Dus ik zei: “Je weet wat je moet doen. Dus je doet het.”

“Ja. Maar…”

“Er is niks mis mee om een pleister op een wond te plakken. Want dat is beter dan te blijven bloeden.”

“Fantastisch. Wat geweldig dat je dat doet. En dit is niet sarcastisch.” Ik dacht aan mijn dochter, die gek is op Paw Patrol. “Dan maar een Paw Patrol-sticker erop. Dan te laten bloeden en nog pijn hebben. Een vinger in de dijk. Zit tenminste een vinger in de dijk. Het stroomt niet over.”

“Nee,” zei ze. “Dan kun je daarna door.”

En toen vertelde ze iets wat ik zo herkenbaar vond. “Dus nu zeg ik tegen mijn man: ik ga een stupid walk doen voor my stupid mental health. Maar ik realiseer me nu ook dat dat niet heel erg vriendelijk is naar mezelf. Dat mag best wel liever.”

Een stupid walk. Zelfs de goede dingen die ze voor zichzelf deed, kregen een sneer mee.

“En nu,” zei ik, “zie je wat elke keer tussenkomt? Het oordeel. Elke keer komt het ertussen. Dan schaamte weer, en dan uit dat oordeel weer een vertakking. En als je al die vertakkingen niet hebt, kun je eindelijk naar het gevoel waar je weg probeert te komen. Dus je bent er bijna, je bent goed bezig. En nogmaals, het is echt niet sarcastisch. Je bent oprecht goed bezig.”

Wat ik haar wilde laten zien: het probleem was niet dat ze wandelde. Het probleem was het oordeel over het wandelen. Je mag een pleister plakken. Je mag een wandeling maken als het te veel wordt. Je mag twintig minuten mediteren. Dat is geen falen. Dat is voor jezelf zorgen. Het enige wat eraf mag, is dat woordje “stupid”.

Wat mijn dochter mij leert

Esther vroeg die sessie iets wat me nog lang is bijgebleven. Ze kan heel mild zijn voor haar dochter. Alleen niet voor zichzelf. En ze vroeg: “Denk je echt dat we dat kunnen? Dat je moeder voor jezelf kunt zijn?”

Mijn antwoord: sowieso. En ik vertelde haar iets over mezelf.

Want vlak voor die sessie had ik mijn dochter laten smeren met haar eten. Ik zei het tegen Esther als iemand die het net had meegemaakt, met mijn neusvleugeltjes nog in de aanslag. Ik moest op dat moment het “trauma van mij vroeger wegblazen en haar laten spelen”.

Dat is wat kinderen met je doen. Je dochter leert je, en jij leert je dochter een andere eerste reactie. “En jij leert jezelf een tweede reactie aan, gaandeweg, terwijl je je dochter helpt.”

Ik zei het tegen Esther zo: als je moeder bent, help je jezelf om die moederliefde te voelen. “Dat je daarin dus een stuk van dat gevoel, dat je deels gemist hebt, opnieuw kan omarmen en opnieuw kan leren. Dat is de magie van kinderen.”

Het contrast. Je geeft je kind iets, en ineens voel je: oh, maar dit is ook liefde. Die kende ik nog niet. “Dus een vorm van die moederliefde heb jij de afgelopen drie jaar veel meer geleerd dan je ooit had kunnen doen.” Door die liefde aan haar te geven, leer je haar ook aan jezelf te geven.

“Alleen,” zei ik er eerlijk bij, “zoals bij alles, gaat het nooit snel genoeg.”

Ik vertelde haar ook een klein moment van die dag. Mijn dochter gaf een grens aan toen ik haar kietelde. En ik zei: “Wat goed van jou. Je geeft je grens aan, ik luister naar je.” Ze was er heel blij mee.

Een kind dat een grens aangeeft en een compliment krijgt in plaats van “doe eens normaal”. Dat is wat ik mijn dochter wil geven. En elke keer dat ik het haar geef, geef ik het een beetje aan het jongetje dat ik zelf was.

“Kinderen zijn een aanpassingsmonster,” zei ik ook nog. Het slaat nergens op hoe goed kinderen zich kunnen aanpassen. Daarom is het zo belangrijk wat wij ze voordoen. Ze passen zich aan aan alles. Ook aan een moeder die nooit tevreden is over zichzelf.

Mijn eigen lat

En nu moet ik eerlijk zijn. Want ik zat daar niet als iemand die dit allemaal al onder de knie heeft.

Ik zei het halverwege die sessie al: “En sprekend van iemand, en daarin lijken we wederom op elkaar: mijn lat is ook hoog. Als je me nu op ziet staan, dan wil je niet zien hoe ik opsta, want ik ben nu aan het trainen voor een ultramarathon. Ik heb spierpijn. Maar dan mag ik er soms ook milder voor mezelf zijn. Vandaag niet.”

Vandaag niet. Ik hoor het mezelf nog zeggen.

Aan het eind van de sessie, toen we al ruim over de tijd waren, vertelde ik Esther waarom ik niet stop als het uur om is. “Ik hou van mijn werk. Als je een berichtje stuurt en je zit in de rats, hou ik niet minder van mijn werk. Al werken we nog niet eens samen. Dus als ik het voor het geld zou doen, dan was ik een uur geleden gestopt.”

“Ik ben geen ondernemer geworden om geld te verdienen.”

Esther zei iets wat ik mooi vond: “En voornamelijk als je een kind hebt, dat je iets wil bijdragen in de wereld. Dat ik echt niet meer voor onzin ergens anders ben dan thuis.”

“Ik ga liever een uurtje langer zitten met iets waar ik ontzettend van hou,” zei ik.

En toen vroeg ze naar die ultramarathon. Of dat ook zo voelde.

“Ja, dat zijn andere redenen. Aan de ene kant omdat ik ook mijn dochter wil laten zien: er is meer mogelijk. Dat is een heel grote drijfveer in dit stuk. En aan de andere kant: op een zachte manier bewijzen, ik zie mezelf als zo iemand, dus ik verdien het om het uit te zoeken. En tegelijkertijd denk ik: ik ben gek.”

Zestig kilometer. Ik legde het uit: een marathon is tweeënveertig kilometer, alles daarboven heet een ultra, en deze is zestig. “En omdat ik dus zeg: waarom doe je dit? Moet ik dat dus juist gaan doen.” Want alles heeft invloed op alles. Het heeft invloed op mijn gezin en op mijn onderneming. “Ik weet dat het onmogelijk is om niet te groeien als ondernemer als ik deze uitdaging aanga.”

En toen zei Esther iets wat me compleet overviel.

“Ja, de dag na je ultramarathon was het ook niet. De week.”

Ze bedoelde: heb je ook aan de week erna gedacht? Aan het herstel?

Ik had er geen seconde aan gedacht.

“Goed dat je het zegt, maar ik heb er helemaal geen rekening mee gehouden, met de week erna. Ik ben zo bezig met die finish daar, maar ik heb helemaal geen… Bedankt.”

“Zie je,” zei ze. “Dat is jouw inzicht.”

Daar zat ik. De coach. Twee uur lang had ik met haar gekeken naar haar hoge lat, naar presteren, naar een meisje dat pas mocht rusten als het genoeg was. En zij liet mij in één zin zien dat ik precies hetzelfde doe. Ik had alles gepland richting die zestig kilometer. Het schema, de trainingen, de spierpijn. Maar de rust erna? Die stond nergens.

Ik zei nog in die sessie dat ik ging kijken wat ik die week na de ultra in mijn agenda had staan. Zodat ik er rekening mee kan houden.

Ik vertel je dit omdat ik niet wil doen alsof ik boven dit patroon sta. Mensen met een hoge lat plannen de prestatie, nooit het herstel. We plannen de lancering, niet de dag erna waarop we leeg zijn. We plannen de drukke maand, niet de week waarin ons lijf de rekening stuurt. Want herstel voelt niet als bereiken. En wat niet als bereiken voelt, telt niet.

Dat is precies dezelfde stem als die van Esther, aan het eind van haar dag in het bos.

Misschien herken je dit

Het is avond. De kinderen liggen eindelijk in bed. Je ploft op de bank, of je zet nog even je laptop open. En in je hoofd begint het rekenen.

Wat heb ik vandaag gedaan?

Je ziet de mail die je niet hebt verstuurd. De post die je niet hebt geplaatst. De administratie die nog ligt. En je ziet niet dat je drie keer een ruzie tussen je kinderen hebt opgelost. Dat je een klant aan de telefoon hebt geholpen terwijl je zoontje aan je been hing. Dat je, ondanks alles, nog een wandeling hebt gemaakt.

Misschien hoor je dan ergens een stem. Je moet eerst maar succesvol worden. Eerst maar zien dat je het waard bent.

Ik wil je vragen om die zin af te maken, zoals ik hem bij Esther afmaakte. Eerst maar zien dat je het waard bent, en dan…?

Dan houdt mama misschien van me. Dan word ik misschien gezien. Dan mag ik misschien eindelijk rusten.

Als die zin bij jou ook zo eindigt, dan weet je dat het niet over vandaag gaat. Dan gaat het over een meisje dat al heel lang wacht op een goedkeuring die nooit kwam. En die goedkeuring hoef je niet meer van mama te krijgen. Ook niet van je klanten. Ook niet van je omzet.

Die mag je jezelf geven. Niet als het genoeg is. Nu.

En je kinderen kijken mee. Ze zien of mama ’s avonds op de bank zucht omdat ze “niks gedaan” heeft. Ze leren van jou wat een goede dag is. Wil je dat ze leren dat een dag pas telt als er iets is afgevinkt? Of wil je ze laten zien dat een wandeling in het bos, een idee en een knuffel ook een dag vullen?

Wat je deze week kunt doen

1. Maak je zin af. Schrijf bovenaan een leeg vel: “Ik heb vandaag niks bereikt. Eerst moet ik maar…” Maak de zin af. En daarna nog een keer: “En als dat lukt, dan…” Blijf doorschrijven tot je bij het gevoel komt. Misschien eindigt het bij jou ook bij “dan houdt mama van me”. Misschien bij iets anders. Wat het ook is: dáár zit het, niet in je to-dolijst.

2. Houd een niet-prestatielijst bij. Schrijf deze week elke avond drie dingen op die je die dag hebt gedaan en die nergens op een lijstje zouden staan. Een wandeling. Een idee. Een moment dat je je kind echt zag. Een keer dat je niet uitviel. Zet er geen cijfer achter. Zeg bij elk ding hardop: “Dit telt ook.”

3. Zeg “ik ben genoeg” zonder ogenrollen. Elke ochtend, hand op je hart: “Ik ben genoeg. Ik ben van waarde, ongeacht wat ik doe.” Merk je dat je met je ogen rolt, een lipje trekt of in je hoofd “ja ja” zegt? Lach erom, en zeg het nog een keer. Je hebt wat in te halen. Voor elke harde gedachte die je deze week over jezelf hebt, zeg je er zeven zachte terug.

4. Haal het oordeel van je pleister af. Kijk naar wat je doet als het te veel wordt. Wandelen, mediteren, even alleen in de auto zitten, muziek op. Hoe noem je dat, in je hoofd of hardop? Een stupid walk? Even wegvluchten? Geef het deze week een nieuwe naam. “Ik ga even voor mezelf zorgen.” Een Paw Patrol-pleister is beter dan blijven bloeden.

5. Plan je week erna. Kijk in je agenda naar het volgende grote ding. Een lancering, een drukke klantweek, een verjaardag die je organiseert, een deadline. En plan nu alvast de dag erna. Zet er “herstel” in. Dat is net zo goed werk. Ik heb het zelf ook moeten leren, van een klant, terwijl ik dacht dat ik degene was die de inzichten gaf.

6. Praat met het meisje. Voor het slapen, hand op je hart, en zeg haar naam. Jouw naam. “[Jouw naam], ik bedank je, ik ben trots op je, ik vergeef je, ik hou van je.” Zeg het tegen het meisje dat “doe eens normaal” hoorde. Zij hoeft vandaag niks meer te bereiken.

Je hoeft niet hoger te vliegen om gezien te worden. Je mag ook gewoon in het bos zitten, met drie ideeën, en weten dat dat genoeg is.

Lees ook “Je bent veilig, lieverd.” De nacht dat mijn innerlijk kind begon te huilen en Wat is innerlijk kindwerk voor ondernemende vrouwen?.

Wil je weten hoe ik werk met het meisje dat jij ooit was? Lees meer over innerlijk kindwerk.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar