Ik hoor je: zo spreek je de stem in jou toe die steeds harder schreeuwt

Vrouw legt haar handen op haar borst

Een idee dat weer zakt

Je hebt een idee. Een goed idee. Je voelt het in je buik, er gaat iets aan in je. En je deelt het, met een vriendin, een collega, iemand aan de koffietafel.

En dan komen de vragen. Hoe ga je dat dan doen? Wat ga je precies aanbieden? Hoe ga je dat aanpakken?

En jij weet het nog niet. Je had alleen nog maar bedacht dát je het wilde. De rest zou wel volgen. Maar nu sta je daar, met een vraag die je niet kunt beantwoorden, en het warme gevoel in je buik is ineens weg.

Dus je laat het zakken. Weer.

Een vrouw die ik hier Petra noem, vertelde me precies dit in haar eerste sessie. Ze had gedeeld dat ze misschien voor zichzelf wilde beginnen.

“En dat deelde ik dan met andere mensen, en die gingen er dan gelijk op in van: wat wil je dan doen, hoe ga je dat aanpakken en dat soort dingen. Maar zover was ik nog helemaal niet, ik had alleen bedacht dat ik dat wilde gaan doen, en wat ongeveer. Dan de aanpak, het volgt wel ofzo. […] En dan schiet ik in de stress, want dan moet ik voor mijn gevoel dat weten ofzo, terwijl ik dat niet weet. Snap je wat ik bedoel?”

Ik snapte het heel goed. Ik vroeg hoeveel tijd er bij haar zit tussen een wens en de uitvoering ervan. Een paar maanden, zei ze. Soms een halfjaar. “Soms laat ik het weer even zinken, want dan denk ik van: ja weet je, het gaat me toch niet lukken ofzo, dus dan laat ik het weer vallen. En dan komt er weer een moment en dan word ik er weer helemaal blij van en dan ga ik er weer mee door.”

Blij. Twijfel. Zakken. Blij. Twijfel. Zakken.

Misschien ken je dat ritme ook.

“Ik heb iemand nodig die naast me staat”

Toen zei ze iets wat ik veel vrouwen hoor zeggen, in allerlei varianten:

“Dus ik heb iemand nodig die dan naast me staat en die wel dan in me gelooft of in ieder geval mee wil denken, zodat ik kan kijken of ik de stappen kan nemen. Maar die heb ik nog niet echt gevonden. Ja, die had ik nog niet echt gevonden, niemand.”

Niemand.

Ik hoorde in dat woord een heel leven. Een vrouw die al heel lang wacht op iemand die zegt: ja, doe het maar, ik geloof in je. En die er steeds niet is.

Ik vroeg: “Mag ik flauw zijn?”

“Ja.”

En toen zei ik dit:

“Als je nu naar links kijkt, hier een heel klein meisje, die groot droomt, die vrij authentiek is, creatief is, die net zo’n fantastische glimlach als jou heeft, maar het nog vaker laat zien. Dat is dat kleine meisje in jou, die gewoon groot durft te dromen. […] Je hebt het over: ik heb iemand naast me nodig. Zij zit elke dag naast je, hè?”

“Ja,” zei ze.

Zij zit elke dag naast je.

Je zoekt iemand buiten je die in je gelooft. Terwijl er iemand naast je zit die nooit is opgehouden met dromen. Die alleen niet wordt gehoord.

Een stem die zegt: stop hiermee

Ik vroeg Petra wat dat meisje dan zegt, als ze ziet dat Petra niet voor haar eigen dingen gaat.

Haar antwoord ging over moeheid. Over werken vanuit je hoofd in plaats van vanuit je gevoel. En toen zei ze iets heel moois:

“En dat is niet het kleine meisje die mij moe maakt, maar die laat mij meer zien van: weet je, het is goed wat je doet, maar het is niet het pad dat je moet volgen.”

Lees dat nog een keer. Het meisje maakt haar niet moe. Het meisje laat haar zien dat ze op het verkeerde pad loopt. De moeheid is het signaal, niet de vijand.

Ik vroeg verder of die stem harder wordt naarmate ze vermoeider is, naarmate er meer irritatie is. Ik draaide er eerst een beetje omheen, dat gaf ik ook toe. En toen zei ik het gewoon: “Mijn meisje die schreeuwt echt van: stop hiermee. Is dat je meisje in je?”

Ze zei: “Kan ik zelf ook zijn, weet ik niet. Er is een stem in mij, of er is iets in mij dat zegt van: stop hiermee.”

Het maakt eigenlijk niet uit hoe je hem noemt. Je innerlijke kind. Je intuïtie. Je ziel. Je lijf. Er is iets in jou dat zegt: stop hiermee. En dat iets wordt steeds luider.

Als je al op de grond ligt

Nu zat er bij Petra een probleem. Ze hoorde de stem wel. Maar ze kon er op dat moment niet meteen iets mee. Ze was moe. Ze zat vast op een plek waar ze niet zomaar weg kon. En dan wordt die stem iets anders. Dan wordt hij een stok waarmee je jezelf slaat.

Dus ik liet haar een zin opschrijven. Ik zei: “Ik denk dat die voor jou heel erg belangrijk is, schrijf deze zin op. Ik kan nu niet, ik kan nu niet aan de schreeuwende stem doen.”

En ik legde uit welke stem ik bedoelde: “De stem die zei tegen jou: je doet niet wat je moet doen. Je bent niet gelukkig. Je moet wat veranderen.”

Want hier gaat het mis bij zoveel vrouwen. Ik zei het zo:

“Maar als je moe bent, wil je ook niet jezelf afwijzen dat je niet bent waar je bent, terwijl je niet anders kan op dat moment. En daar zijn we mensen heel goed in. Dus het is hetzelfde als: ik lig op de grond en ik schop mezelf na.”

“Ja, dat is ook niet gelukkig,” zei Petra.

Nee. Dat is het niet.

Ik lig op de grond en ik schop mezelf na. Zie je het voor je? Je bent al gevallen. Je bent al moe. Je weet al dat het anders moet. En dan sta je jezelf ook nog eens te schoppen omdat je er nog ligt.

Ik hoor je

Toen deed ik iets wat ik in sessies vaker doe. Ik ging die stem hardop toespreken. Namens haar. Zodat ze kon horen hoe het klinkt als je je eigen stem eindelijk serieus neemt.

“Ik hoor je. Ik luister volledig naar je. Dank je. Ik weet dat ik nu niet ben waar ik [wil zijn]. Ik hoor je. Ik luister volledig naar je. Dank je wel. Je hoeft niet meer te schreeuwen. Ik weet dat ik je genegeerd heb. Ik weet dat ik een leven lang heb gehad waarbij ik jou aan de kant zet. Ik weet dat je zo goed voor mij zorgde dat je mijn lichaam op de rem trapte. Ik hoor je nu.”

Ze herhaalde het. “Ik hoor je nu.”

En ik ging door:

“Wees niet bang, want ik hoor je. Je hoeft niet harder te schreeuwen. Je hoeft niet harder aan mijn lijf te trekken. Ik sta nu open. Ik ben nu bewust.”

Je hoeft niet harder aan mijn lijf te trekken.

Daar zit zoveel in. Een stem die niet gehoord wordt, gaat harder roepen. En als roepen niet helpt, gaat hij aan je lijf trekken. Moeheid. Spanning. Ziek worden. Niet meer kunnen. Dat is geen straf. Dat is een stem die zo goed voor je zorgt, dat hij uiteindelijk zelf op de rem trapt omdat jij het niet doet.

En wat gebeurt er als je hem eindelijk antwoordt? Hij hoeft niet meer te schreeuwen. Je kunt hem bedanken. Je kunt zeggen: ik weet het. Ik zie je. Ik ga je niet meer aan de kant zetten.

Ik legde haar uit wat dit is: “En dat is mild zijn richting die stem en mild zijn richting de situatie. Ik hoor je, en voor nu kan ik niet anders dan je horen. En dat is die zelfliefde in actie waarbij je het wel herkent, niet negeert dat je het hoort, maar nu kan ik er niks aan doen. Maar ik hoor je wel volledig.”

Ja pap, ik weet het al

Want wat is het alternatief? Wat doen de meeste mensen als ze die stem horen en er even niks mee kunnen?

Ik speelde het voor Petra na:

“En wat je dus niet wilt, is het horen en er vervolgens: ik kan er nu niks aan doen. Nee, ik ben een loser. Ik ben inderdaad niet waar ik wil zijn. Oh, ik gooi mijn leven weg. En waarom ben ik dan niet gelukkig? En inderdaad, het put me uit. En wat je dus creëert, is al die extra stemmetjes, die je nu heel erg herkenbaar in je hoofd gaan komen, als je dus moe bent, als je niet gelukkig bent. En al die dingen die we tegen onszelf kunnen zeggen, met onze interne criticus, neerschoppen als je al beneden ligt.”

En toen gaf ik haar een zin die ik zelf ook heel goed ken:

“Ja, pap, ik weet het al. Mama heeft er al wat van gezegd. Jij hoeft het nou ook niet nog een keer te zeggen.”

“Ja, ik weet het al,” zei ze.

Herken je die? Je weet het al. Je weet al dat het niet goed gaat. Je weet al dat je iets moet veranderen. Je hebt het al tien keer tegen jezelf gezegd. En dan komt er nog een stem bij die het nog een keer zegt. En nog een. Tot je hoofd een volle kamer is met mensen die allemaal hetzelfde roepen, en jij in het midden steeds kleiner wordt.

Ik vroeg haar wat het met haar deed, dit zo te horen.

“Eigenlijk een stukje herkenning, dat klopt. En eigenlijk, inderdaad doe ik dat, ik mag wat liever naar mezelf zijn, zelfcare inderdaad. En inderdaad haal ik mezelf dan nog naar beneden, en toch nog onbewust. Toch nog wat liever zijn.”

De hondendrol

Inzicht is mooi. Maar inzicht vergeet je. Vooral als je moe bent, en juist dan heb je het nodig. Dus ik gaf haar een beeld. Ik zei het er ook eerlijk bij: “Ik zou een metafoor geven om hem binnen te slaan, waardoor je het kan onthouden.”

“Jezelf neertrappen, kunnen we als mens goed. Heel raar. Helpt niet, voelt alleen maar naar, voelt alleen niet happy. Diep van binnen weet je vaak al als je een fout hebt gemaakt. Dat hoef je niet nog eens na te trappen of nog van iemand anders te horen. […] Dus behandel jezelf vooral niet als een huisdier. Dus wat ik dan bedoel te zeggen is: je hond schijt op een tapijt, en jij loopt naar de hond toe, pakt de kop vast: kijk wat je gedaan hebt, je schijt op een tapijt. Moet je niet doen, stoute hond, niet dat doen, blablabla. […] Wat je bij een huisdier doet, moet je niet bij je dochter doen, en zeker niet bij jezelf.”

En toen zei Petra iets wat me echt raakte, juist omdat het zo eerlijk was:

“Zal ik je eens wat vertellen? Ik doe dat niet bij mijn huisdier, maar wel bij mezelf.”

Ze is lief voor haar hond. Ze zou nooit zijn kop boven zijn eigen drol houden. Maar bij zichzelf doet ze het wel.

Hoeveel vrouwen zijn er zo? Zacht voor hun kinderen. Geduldig met hun klanten. Begripvol voor hun vriendin die het even niet trekt. En keihard voor de vrouw in de spiegel.

Ik ben ook geen heilige

Ik wil hier eerlijk zijn, want ik vertelde Petra ook iets over mezelf. Ik ben niet altijd de rustige coach die het allemaal doorheeft.

“Ik kan dat soms te goed bij mijn huisdier zijn. Daarin verander ik in een heel vervelend monster van, ga ik schreeuwen. Tegen mijn dochter durf ik dat niet. Tegen mijn huisdier wel. Vroeger was ik nog erger, maar ik ben milder geworden. Iets met ouderschap maakt je milder. Zeker een dochter als papa worden.”

Iets met ouderschap maakt je milder.

Het is waar. Wat ik soms tegen dat dier doe, zou ik tegen mijn dochter nooit doen. Ik durf het niet eens. En als ik het bij haar niet wil, waarom zou ik het dan wel bij mezelf doen? Waarom zou jij het bij jezelf doen?

En toen zei ik tegen Petra, en eigenlijk ook tegen mezelf:

“Maar het is heel gek om jouw falen op een negatieve manier, jezelf boven een hondendrol te laten zien. Kijk eens hoe je gefaald hebt als mens, als moeder, als je zo diep ongelukkig bent in je werk. En daarin dus op die hondendrol jezelf gaan drukken. En daarin ze ook nog eens zeggen: stoute hond, stoute hond, tegen jezelf. Ja, […] ik weet het al. Ik ben kapot van het werk. Ik ben al maanden lang er al tegenaan aan het gaan. Ik ben al aan het solliciteren. Waarom moet je me boven die hondendrol drukken, nu, terwijl ik kapot ben, […] en dan zit ik godverdomme ook nog iets tegen mezelf te zeggen dat ik mezelf boven die hondendrol moet gaan drukken. Dus stop met jezelf te behandelen als een huisdier.”

En toen het zinnetje dat ik haar meegaf voor de volgende keer dat ze daar weer zit: “De hondendrol is duidelijk. Dank je, ik hoor je.”

Ze moest lachen. “Die is leuk hè, daar mag ik naar gaan werken, ja.”

De hondendrol is duidelijk. Je hoeft je kop er niet nog eens boven te houden. Je weet het al.

Horen zonder doen

En nu komt het stuk dat ik misschien wel het allerbelangrijkste vind. Want als je alleen het eerste deel leest, zou je kunnen denken: oké, dus ik moet gewoon mild zijn, de stem bedanken en dan verder niks. Lekker zacht.

Nee.

Ik zei het tegen Petra zo:

“De hondendrol is duidelijk. En vervolgens, en daarom is het wel belangrijk: zelfliefde is aan de ene kant de mildheid en de zachtheid, maar aan de andere kant is het ook [actie]. Ik hoor je, maar horen zonder zelfliefde in actie, is jezelf gaslighten.”

Horen zonder doen is jezelf gaslighten.

Ik gaf er een voorbeeld bij uit mijn eigen huis. Als ik mijn vrouw iets vraag, en ze zegt dat ze het gaat doen, en na de derde keer is het nog steeds niet gebeurd, dan denk ik: maar elke keer heb je het bevestigd. Je hebt het erkend. Maar je doet er niks mee.

Dat voelt niet als gehoord worden. Dat voelt als het tegenovergestelde. Iemand zegt ja tegen je, en laat je daarna staan.

En precies dat doe je bij jezelf als je tegen die stem zegt “ik hoor je”, en er vervolgens nooit iets mee doet. Ik zei het zo: “Die interne wrijving is je ziel, die je gaslight door het te negeren, waardoor dat hele ‘ik hoor je’ helemaal geen waarde heeft.”

En toen liet ik haar zien hoe het wél klinkt:

“Het heeft waarde als je zelfliefde in actie vervolgt op het pad van: ik hoor je, ik ga wel googlen naar een goede baan. […] Ik ga wel een coach in de arm nemen. Ik ga wel mild zijn op mezelf op dit moment. En ik ga vervolgens er wat mee doen. Dus ik ga beter voor mezelf zorgen. Ik hoor je, ik ben moe. Dank je. Ik hoor je, ik stuur een bericht aan mijn baas. Dat is zelfliefde in actie waarbij je niet alleen hoort, maar ook trouw bent. En ik verdien meer.”

Niet alleen horen. Ook trouw zijn.

Dat is het verschil. Mild zijn betekent niet dat je niks doet. Mild zijn betekent dat je jezelf niet afmaakt omdat je nog niet alles kunt. En trouw zijn betekent dat je, met de kracht die je nu hebt, één ding doet wat die stem serieus neemt.

Niet de hele berg tegelijk. Eén stap. Maar wel een stap.

Eng, want je bent het niet gewend

Petra was eerlijk over hoe dat voelde:

“Ja. Die is wel eng. Want dat heb ik afgelopen week wel kleine stapjes, wat je zei, gedaan. Maar dat is wel spannend, want dat is vertrouwen op jezelf, ja. En die weet het eigenlijk wel, maar dat ben ik niet gewend.”

Die weet het eigenlijk wel. Maar dat ben ik niet gewend.

Daar zit het. Het meisje naast haar weet het allang. De stem die schreeuwt weet het allang. Petra weet het zelf ook allang. Ze is het alleen niet gewend om dat weten serieus te nemen. Om zichzelf te geloven zonder dat er eerst iemand anders naast haar staat die zegt dat het mag.

En dat is geen gebrek. Dat is een gewoonte. En een gewoonte kun je veranderen, stap voor stap, door elke keer weer te kiezen voor de stem in jezelf.

Misschien herken je dit

Misschien zit jij ook ergens waar je eigenlijk niet meer wilt zitten. In je bedrijf, met een aanbod waar je niet meer achter staat. In een samenwerking die je leegtrekt. In een rol thuis waarin jij alles draagt.

En misschien hoor je die stem al heel lang. ’s Avonds, als het huis eindelijk stil is. In de auto, op weg naar die ene klant. Om drie uur ’s nachts, als je wakker ligt. Stop hiermee. Dit is het niet. Je bent niet gelukkig.

En misschien doe je dan wat Petra deed. Je zegt tegen jezelf dat je een loser bent omdat je het nog steeds niet hebt veranderd. Je houdt je eigen kop boven de hondendrol. Stoute hond. Waarom heb je het nog steeds niet gedaan.

Of misschien doe je het andere. Je zegt “ja ja, ik weet het”, en je doet er niks mee. Week na week. Jaar na jaar. Tot je lijf het overneemt.

Allebei herken ik. Allebei kosten ze je hetzelfde: het vertrouwen van het meisje naast je, dat steeds harder moet roepen omdat niemand luistert.

Je hebt twee keuzes. Je kunt jezelf blijven naschoppen, of jezelf blijven negeren. Of je kunt doen wat ik Petra liet doen. Mild zijn, en trouw zijn. Allebei tegelijk.

Gun jij het jezelf?

Wat je deze week kunt doen

1. Spreek de stem hardop toe. Zoek een moment waarop je alleen bent. Leg je hand op je hart, adem een paar keer rustig in en uit, en zeg hardop de zinnen die ik voor Petra uitsprak: “Ik hoor je. Ik luister volledig naar je. Dank je. Je hoeft niet meer te schreeuwen. Ik weet dat ik je genegeerd heb. Ik weet dat je zo goed voor mij zorgde dat je mijn lichaam op de rem trapte. Ik hoor je nu.” Blijf daarna even zitten. Waar voel je het in je lijf? Het mag er zijn.

2. Gebruik de hondendrol. Let deze week op het moment waarop je jezelf gaat naschoppen. Je herkent het aan zinnen als “ik ben ook zo’n loser”, “waarom heb ik dat nou weer niet gedaan”, “ik gooi mijn leven weg”. Zeg dan, desnoods hardop en met een glimlach: “De hondendrol is duidelijk. Dank je, ik hoor je.” En stop met trappen.

3. Maak van horen een daad. Schrijf bovenaan een vel papier: “Ik hoor je, en daarom …” Schrijf eronder vijf dingen die je zou kunnen doen om die stem serieus te nemen. Groot of klein. Een bericht sturen. Een avond voor jezelf. Een gesprek dat je al lang uitstelt. Een vacature opzoeken, een coach bellen, een klant die je eigenlijk niet meer wilt. Kies er deze week één uit en doe hem. Niet alleen horen. Ook trouw zijn.

4. Kijk naar links. Als je weer denkt “ik heb iemand nodig die naast me staat”, sluit dan even je ogen en stel je het kleine meisje voor dat jij was. Zij droomt groot. Zij zit elke dag naast je. Vraag haar: “Wat wil jij dat ik vandaag doe?” Schrijf op wat er komt.

De stem in je is niet je vijand. Hij is degene die al die tijd voor je gezorgd heeft. Geef hem eindelijk antwoord.

Lees ook Ik wil geen teleurstelling zijn: aan wie geef jij de bevestiging? en Ik heb vandaag niks bereikt: als presteren je manier is om liefde te verdienen.

Wil je weten hoe ik werk met het meisje dat jij ooit was? Lees meer over innerlijk kindwerk.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar