Als ik niks doe, mag er van mij gehouden worden

Vrouw zit ontspannen buiten in een stoel met haar benen omhoog en een kop koffie in haar hand

Een meisje aan de naaimachine

Een klein meisje zit rustig te naaien. Ze is helemaal in haar element. Stil, geconcentreerd, tevreden. En dan komt haar moeder binnen. Die wordt boos. Want hier wordt niet stilgezeten.

Dat meisje is inmiddels een vrouw van in de zestig. Ik noem haar Joke. Sinds kort weduwe, in ruzie met haar volwassen dochter over geld en het huis. Ze sliep slecht. Ze kwam niet voor zichzelf, zei ze. Ze kwam voor die ruzie.

Ze vertelde over haar overleden man. Veertig jaar getrouwd. En ik hoorde vooral boosheid. Wat hij niet had gedaan. Hoe weinig ruimte er voor haar was geweest.

Boos op wie?

Ik ben direct. Dat wist ze. Dus ik zei het:

“Als je veertig jaar met iemand bent, ben je niet boos op hem. Dan ben je boos dat jij niet bij hem weg kon gaan.”

Het werd stil. En ik ging nog een stap verder: “Je gebruikt hem als boeman, omdat je die eigen boosheid niet durft te dragen.”

Dat zijn geen fijne zinnen om te horen. Maar ze geven je iets terug. Zolang hij de boeman is, ben jij het slachtoffer. En een slachtoffer kan niks veranderen. Op het moment dat je ziet dat jij ook koos, elke dag opnieuw, krijg je je kracht terug.

Mild over de mens. Streng over het patroon. Joke was geen zwakke vrouw omdat ze bleef. Ze was een loyale vrouw. De vraag was alleen: loyaal aan wie?

Papa’s regel en mama’s regel

Dus vroeg ik naar vroeger. Haar vader keurde scheiden af. “Dat is een gescheiden vrouw,” zei hij dan. Op een toon waaraan een kind precies hoort wat hij ervan vindt.

Haar moeder was altijd bezig. En werd boos als Joke rustig zat te naaien.

Twee regels. Opgeslagen door een klein meisje en nooit meer losgelaten. Je gaat niet weg. Je mag niet rusten.

Ik zei tegen haar: “Omdat jij als klein meisje zo graag liefde van papa wilde en zo loyaal wilde blijven naar je vader, zit je nu hier.”

En over haar moeder liet ik haar dit opschrijven: “Als ik niks doe, mag er van mij gehouden worden. En mag ik van mezelf houden. Maar dat kan je niet, want je moeder kon het niet.”

Een kind legt het altijd bij zichzelf

Als mama boos wordt omdat jij stil zit, leer je als kind niet dat mama het moeilijk heeft. Je leert dat rust gevaarlijk is. Dat liefde verdwijnt als je niks doet. Ik zei het zo: “Kinderen denken nooit: het ligt aan mijn ouders. Kinderen denken altijd: het ligt aan mezelf.”

In De Taboecast, een podcast waar ik te gast was, legde ik uit waarom die loyaliteit zo sterk is. Er is “een meer verbondenheid door middel van onze genen, door middel van loyaliteitssysteem richting je hechtingsfiguren, waardoor je door middel van je loyaliteit jezelf ook nog aan de kant zet.”

Jezelf aan de kant zetten. Veertig jaar lang. Dat is de prijs.

En in diezelfde aflevering stelde ik een vraag die ik nog steeds belangrijk vind: “Als kind werd je al verantwoordelijk gemaakt voor de shit van je ouders. Als kind moest je om de liefde te verdienen, moest je om de gekke dingen van je ouders heen, zodat je dan de liefde kreeg.”

Wie is dan Joke?

Toen stelde ik haar de vraag waar het hele gesprek om draaide:

“Als je realiseert dat je veertig jaar bij een man blijft omdat papa dat zegt, en niet mag ontspannen omdat mama dat altijd deed, wie is dan Joke?”

Ze keek me aan. “Dat weet ik niet. Wie is Joke?”

Dat was het kantelmoment. Geen antwoord. Een vraag die ze nooit eerder had durven stellen. En ze zag hetzelfde patroon ineens overal. Bij haar dochter. In haar nieuwe relatie, waarin ze alweer voor een ander zorgde. In haar lijf, dat al jaren aangaf dat ze moest vertragen.

Ik zei er nog iets bij over haar ouders: “Ze hebben je geleerd hoe je liefde mag ontvangen en hoe je van jezelf mag houden. Dat laatste hebben ze heel summier gedaan.”

Loyaliteit is liefde op de verkeerde plek

Loyaliteit aan je ouders is geen zwakte. Het is liefde. Het kleine meisje dat zegt: papa, ik luister naar je, hou je nu van me? Mama, ik doe het net als jij, zie je me nu?

Het probleem is niet die liefde. Het probleem is dat die liefde jou je eigen leven kost. In een andere podcast waar ik te gast was, zei ik: “We willen iets zijn voor onze vader of moeder. We willen iets zijn voor die buitenwereld. Maar wat het ook is. Het houdt ons gevangen.”

Joke koos er na dat gesprek nog niet voor om verder te gaan. Ze wilde eerst zelf het conflict met haar dochter oplossen. Ook dat respecteer ik. En tegelijk zag ik het patroon er nog in: alles alleen, eerst de crisis, dan pas ik.

En jij?

Misschien ben jij niet veertig jaar in een huwelijk gebleven. Kijk dan eens eerlijk naar de regels die jij nog volgt. Mag jij op de bank zitten zonder schuldgevoel? Mag jij een keuze maken waar je vader het niet mee eens zou zijn? Mag jij weggaan, uit een baan, een rol, een vriendschap?

Schrijf deze week één regel van je vader en één regel van je moeder op die jij nog steeds volgt. Schrijf eronder: wat zou ik doen als die regel er niet was?

En gun jezelf één klein stapje. Een uur niks doen. Een nee. Een keuze die alleen van jou is.

Je mag je ouders dankbaar zijn voor wat ze je gaven, en tegelijk je eigen leven leiden. Wie ben jij, zonder hun regels?

Lees ook Voor 350 mensen vertellen dat ik in een kindertehuis zat (en waarom jij niet de enige bent) en Hoe minder ik gezien werd, hoe drukker ik werd: je ziet je kind maar zo ver als je jezelf ziet.

Wil je weten hoe ik werk met het meisje dat jij ooit was? Lees meer over innerlijk kindwerk.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar