
Het eerste wat ze die ochtend vertelde, was goed nieuws.
Na maanden onrust, verhuizingen en dozen was het eindelijk rustig. Ze woonde op een plek die als thuis voelde. Haar zoontje was blij. Zij en haar partner hadden weer ruimte voor zichzelf en voor hun plannen.
Ik noem haar Wendy. Ik schreef al eerder over haar. Ondernemende moeder, rond de veertig, een zoontje van bijna drie.
“Ja, gewoon lekker de tijd en de ruimte voor onszelf,” zei ze. “Onze ritme en aan plannen werken. En die jongen gewoon heel blij. Precies zoals we het graag wilden. En dat is gewoon heel fijn om dat wat we voor ogen hadden nu gebeurd.”
En toen kwam het. Het zinnetje dat ik zo vaak hoor van vrouwen die eindelijk hebben waar ze voor gevochten hebben:
“En dan toch voelt het soms nog wel eens van, oh ja, alsof je toch nog jezelf schuldig voelt van, oh waarom geniet ik nou vandaag niet of zo? Want we hebben precies wat we wilden.”
Schuldig. Omdat ze niet genoeg geniet.
Van het leven dat ze zelf had uitgesproken. “We hebben tegen elkaar uitgesproken wat we echt wilden. Hij ook. En we hebben nu precies wat we wilden. En het voelt soms nog zo van, oh ja, hoe kan dat nou?”
Herken je dat?
Je hebt jaren gewerkt voor iets. Je bedrijf draait. Je huis is af. Je hebt eindelijk die ene dag per week voor jezelf. En op een gewone dinsdag denk je: waarom voel ik me niet gelukkiger? Wat is er mis met me? Ik heb toch alles?
En bovenop het niet-genieten komt nog het schuldgevoel over het niet-genieten.
Ik stelde Wendy een vraag.
“Als iemand heel graag een lievelingsauto wilt en hij rijdt er een week en een maand in of langer, wat denk je wat er gebeurt met die auto?”
Ze snapte het meteen. Ik vroeg hetzelfde over een ondernemer die eindelijk een bedrag haalt waar hij lang naartoe heeft gewerkt. Wat gebeurt er na de eerste week? En na een maand?
Je kent het antwoord. Wat eerst een feest is, wordt gewoon. En dan kijk je alweer naar het volgende getal.
“Je nieuwe normaal wordt normaal,” zei ik. “Ja, precies.”
“Dat,” zei Wendy. “Dus dat is het enige.”
Je nieuwe normaal wordt normaal.
Daar is niks mis mee. Zo zijn we gebouwd. Wat eerst bijzonder is, wordt vanzelf achtergrond. Het nieuwe huis. De volle agenda. Het kind dat eindelijk doorslaapt. De klant die je drie jaar geleden nooit had durven vragen.
Maar het betekent wel iets. Het betekent dat genieten niet vanzelf gaat. Ik zei het zo:
“Dus als dat nou een nieuwe auto is, een omzetmaand, je nieuwe normaal wordt normaal. En uiteindelijk zijn we mens en moeten we altijd ons best doen met intentie, bewust te genieten van wat we hebben.”
Met intentie. Bewust.
En dan komt het mooie deel. Als je eenmaal gewend bent, en je merkt dat je te weinig geniet, en je zet er dan weer bewust je aandacht op, dan gebeurt er iets. “Dus als je dat met intentie doet nadat je het gewend bent en denk ik geniet te weinig en dan weer eventjes met bewuste intentie daarop zit, dan kun je op dat moment weer dubbel genieten.”
Dubbel genieten. Niet ondanks dat het normaal is geworden. Juist omdat je weet hoe het was voordat het normaal was.
Later in de sessie keek Wendy terug op de afgelopen jaren. Er was zoveel gebeurd. Zoveel verhuisd. Zoveel gedragen. En ze zag iets.
“Dat ik denk van, oh ja, en we zitten inderdaad nog steeds naast elkaar. Dus we hebben al heel veel meegemaakt. Ja, we zitten gewoon nog naast elkaar inderdaad. En toen dacht ik van, dit is het meest krachtige van een relatie. Als je dus inderdaad al die meemaakt. Maar je hobbelt gewoon nog steeds samen verder.”
En toen zei ze iets wat ik prachtig vond:
“We blijven voor de kleine bij elkaar. Nee, wij kiezen echt gewoon nog steeds voor elkaar.”
Ze vertelde dat ze in deze rustigere periode weer naar haar man keek. “Oh ja, dit is de persoon voor wie ik koos. En hij is nog steeds zo.” En ze vatte het samen in drie woorden: “Rust creëert ruimte.”
Ik zei: “De ruimte wordt opgevuld met wat er is, en dat is meestal liefde, hè.”
Daar wilde ik verder op. Want als de rust komt, komt er ruimte. En in die ruimte kun je twee dingen doen. Je kunt meteen weer de volgende trein in springen. Of je kunt even uitstappen en kijken waar je bent aangekomen.
De meeste ondernemende moeders die ik spreek, leven in een sneltrein.
Van het ene station naar het volgende. Opstaan, ontbijt, school, klanten, mails, boodschappen, eten, bad, bed, nog even werken. De volgende dag opnieuw. Elk doel dat je haalt, is alleen maar een halte waar je doorheen raast.
Je hebt die klant binnengehaald? Mooi, door naar de volgende. Je hebt die verhuizing overleefd? Mooi, nu de dozen. Je kind slaapt eindelijk door? Mooi, nu je bedrijf.
En niemand die zegt: stap even uit. Kijk eens om je heen. Kijk eens wat je gedaan hebt.
Ik ben mild over de vrouw in die trein. Ze heeft geleerd dat stilstaan gevaarlijk is. Dat er dan iets misgaat. Dat je pas mag rusten als alles af is. Maar ik ben streng over het patroon. Want het af-moment komt nooit. Er is altijd een volgend station.
Dus deed ik met Wendy iets wat ik graag met mijn klanten doe. Ik liet haar uitstappen.
In de blog over haar moederlijn schreef ik maar twee zinnen over deze oefening. Vandaag krijg je hem helemaal. Lees hem eerst rustig door. Onderaan staat hoe je hem zelf doet.
Het begon klein. Bijna kinderachtig.
“Ga eens een klein beetje zo met je gezicht naar het scherm toe. Steek je hand eens omhoog, zo.” En toen: “Geef jezelf even een schouderklopje.”
Weet je wat Wendy antwoordde?
“Doe ik even later.”
Lees dat nog eens. Doe ik even later.
Ik zeg het met een glimlach, want ik herken het zo. Zelfs een schouderklopje schuiven we door naar later. Eerst nog even dit. Eerst nog even dat. Trots zijn mag pas als het af is.
Dus begonnen we niet met trots. We begonnen met de adem.
“En ga eens gewoon even zitten met je voeten op de grond. Leg twee handen op je hart. En diep in door je neus. In, blaas uit.”
En toen bouwden we het op. Elke ademhaling een tel langer.
“Probeer je ademhaling in je neus wat langer te maken. 1, 2, 3, hou even een seconde vast, en blaas dan uit, en blaas dan nog een keer door je neus in, 4 seconden in, 4 seconden vasthouden, 1, 2, 3, 4, en blaas hem uit. 5 seconden inademen door je neus, 1, 2, 3, 4, 5, en hou hem vast, en blaas hem weer uit, je hele long helemaal leeg, leeg, leeg, leeg, leeg, 6 seconden inademen. En blaas helemaal je longen uit, 7 seconden inademen door je neus, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, en blaas uit, blaas uit, blaas uit, blaas uit, helemaal leeg, helemaal leeg.”
En de laatste: “8 seconden door je neus, adem in, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, en hou hem vast, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, en blaas uit, blaas uit, blaas helemaal uit, hou je handen op je hart, ga even terug naar je normale ademhaling en laat alles eventjes los.”
Waarom zo? Omdat je in een sneltrein niet kunt voelen. Je lijf moet eerst vertragen. Elke tel langer is een station dat je niet meer voorbijraast. Tegen de tijd dat je bij acht bent, is je hoofd even stil. En dan pas is er ruimte.
En toen zei ik:
“Ga uit de sneltrein naar het station, stap lekker uit en het is een prachtig station, en hou je ogen gesloten, hou je handen op je hart, je hoeft nog niet, je hoeft nog niet anders te doen, blijf in die ontspanning, je staat nu op het station, je bent nu hier, vandaag.”
Je bent nu hier. Vandaag.
Niet morgen. Niet bij het volgende doel. Hier. Op het perron. De trein rijdt verder zonder jou, en dat mag.
En toen kwamen de woorden die ik je het liefst hardop zou willen voorlezen:
“You did it. I did it. We did it. Ik heb het gedaan. Wij hebben het gedaan. Ik ben nu hier.”
You did it.
Ik liet haar voelen wat het was geweest. “Voel wat voor een reis het is geweest. Voel wat een ongelooflijke knappe prestatie het is dat je nog overeind staat. Wat je er allemaal voor hebt moeten doen, vijf keer verhuizen, samen bij elkaar door de lastige fases heen, toch kiezen, toch gaan, toch durven en gewoon doen.”
Toch kiezen. Toch gaan. Toch durven.
“Het is gewoon niet normaal hoe stoer jullie zijn en wat voor ballen het nodig heeft gehad om dit te doen. Er zijn veel mensen die het zeggen, maar jullie deden het.”
Er zijn veel mensen die het zeggen. Die zeggen dat ze ooit voor zichzelf beginnen. Dat ze ooit gaan verhuizen naar die plek. Dat ze ooit dat leven gaan leiden. Wendy en haar partner zeiden het niet alleen. Ze deden het.
“Nu ben je hier. You did it. Ik heb het gedaan. Voel maar eventjes die ongelofelijke overwinning. Trouw zijn aan jezelf. Trouw zijn aan je partner. Trouw zijn aan je dromen.”
En toen kwam het stuk dat ik je vooral wil meegeven. Want het gaat precies over dat schuldgevoel van het begin.
“Wat voor prestatie het is, was hard werken, en nu kun je voelen hoe het is om die kostprijs te betalen van je dromen, en was die kostprijs twee [zware] dagen, […] was die kostprijs die hectiek, […] ben je trouw geweest aan jezelf en aan je dromen, en wat voor reis was het, en nu ben je hier, opladen, loslaten, genieten, vrijheid.”
De kostprijs van je dromen.
Wendy had in die weken twee zware dagen gehad. Dagen waarop niets leuk was. Ik schreef er al over. En ergens in haar zat het idee dat die dagen er niet hadden mogen zijn. Dat ze nu toch gelukkig hoorde te zijn. Ze had toch alles?
Maar dromen hebben een prijs. Altijd.
Je eigen bedrijf heeft een prijs. Een verhuizing heeft een prijs. Kiezen voor jezelf, terwijl je een jong kind hebt, heeft een prijs. Soms betaal je met slaap. Soms met onzekerheid. Soms met twee dagen waarop je lijf zegt: nu even niet.
Die zware dagen zijn geen bewijs dat je het verkeerd doet. Ze zijn de rekening van een reis die je echt gemaakt hebt.
En de vraag is niet: had het gratis gekund? De vraag is: was het het waard?
Opladen. Loslaten. Genieten. Vrijheid.
Wendy zei de hele tijd “we”. Wij hebben het gedaan. Wij kiezen voor elkaar. Mooi. Maar ik wilde dat ze nog iets voelde.
“Terwijl je handen op je hart hebt, adem richting je hart en voel dat je even trots mag zijn ook op jou, niet alleen op jullie samen, maar op jij.”
Ook op jou.
Want zoveel moeders verstoppen zich achter “we”. Achter het gezin. Achter de kinderen. Achter de partner. De overwinning is van iedereen, behalve van haarzelf.
Ik maakte het heel concreet: “Hoe knap het is om met zo’n jong kind dit hele avontuur aan te gaan, jezelf aan de kant zetten en dan toch proberen die aanwezige mama te zijn, wie je zo goed bent geweest, was niet makkelijk. Dat maakt jou krachtig, omdat je hier nog met een glimlach kan zitten, die kracht komt uit jou.”
Die kracht komt uit jou.
En ik gaf haar de woorden van wat ze zichzelf die maanden had geleerd: “mijn behoeftes doen ertoe, mijn droom doet ertoe. En daar mag ik trots op zijn dat ik daar kies. Want ik ben sterk.”
En toen mocht het groter. Ik vroeg haar om het in haar hele lijf te voelen, van haar kruin tot haar tenen. En ik zei het zoals ik het zeg:
“Ik ben een motherfucking baas. […] Je voelt het. Je voelt het groter, je voelt het intenser. Want er is niks anders dan dat gevoel wat de waarheid is. […] Ik mag trots op mezelf zijn. Ik voel het vanuit mijn kruin van mijn hoofd tot aan mijn benen. Hoe ongelooflijk stoer, krachtig ik ben. Want ik doe het. Leef het. Elke dag weer.”
Ja, ik vloek. Bewust. Want “ik ben best wel goed bezig” komt niet binnen bij een vrouw die al haar hele leven doorraast. Soms moet het harder. Soms moet je jezelf een baas noemen om eindelijk te horen dat je het goed doet.
En dan het bewijs. Niet in je hoofd, maar voor je ogen: “En als ik mijn ogen open doe, is dat het bewijs van kijk waar ik ben.”
Je hoeft het niet te geloven. Je hoeft alleen je ogen open te doen. Kijk waar je zit. Kijk wie er naast je slaapt. Kijk wat je hebt opgebouwd. Dat is geen droom meer. Dat is je leven.
“Je verdient de wereld,” zei ik. “En kijk eens wat voor wereld je creëert als je dat gevoel hebt.”
Aan het eind van de oefening zei ik: “En dat is het leven wat je nu hebt gecreëerd. En dit is nog maar het begin.”
Wendy herhaalde het zacht: “Dit is nog maar het begin.”
Ik vroeg verder. “Het gaat nog zoveel mooier zijn als je in lijn leeft met die vrouw. Wie zo trots op zichzelf is. Wie zo sterk is. Wie zo van zichzelf houdt.”
En toen de vraag: “Kijk waar je vandaan komt. […] En jij gewoon in die liefde gaat staan en in dat licht, in rust, wat is er dan mogelijk?”
Ze herhaalde de vraag. “Wat is er dan mogelijk?”
“Vertel, wat is er dan mogelijk? Wat zegt je hart, wat zegt je gevoel, wat zegt je lichaam? Wat is er dan mogelijk?”
Het bleef even stil. En toen zei ze één woord.
“Alles.”
“Ja, voel je dat? Ja, natuurlijk. Voelde je dat in je onderbuik? Maak dat gevoel groter. Maak dat vertrouwen in jezelf groter. En zeg, dit is nog maar het begin.”
Dat is waarom uitstappen zo belangrijk is. Niet om stil te blijven staan. Maar omdat je pas ziet wat er nog mogelijk is als je eerst ziet wat je al hebt gedaan. Wie nooit uitstapt, denkt altijd dat hij nog niet ver genoeg is. Wie uitstapt en omkijkt, ziet ineens hoe ver ze al gekomen is.
Ik sloot af met: “het feit dat je nu hier bent, op deze prachtige plek, vandaag, is iets waar je ook al keihard trots op mag zijn, je bent nu hier, you did it, en je mag die adempauze pakken, je mag genieten […], dat verdien je.”
En ik gaf haar nog één moment: “als er nog iets anders is wat je tegen jezelf wil zeggen […] dat je mag horen wat je verdient. Zeg het dan nu.”
Toen Wendy haar ogen opendeed, vroeg ik haar om nog iets op te schrijven. Ze was me al voor. “Dat wilde ik net doen. Schrijven is mijn dingen, dat zie je wel.”
Ze vertelde dat ze dit soort zinnen in een zware periode ook vaak voor zichzelf had herhaald. Steeds weer, in kleine stukjes, om haar lichaam rustig te krijgen. Ze zei het mooi: “je lichaam heeft die herhaling nodig om continu maar dat gevoel van veiligheid te voelen en te ervaren.” En: “al is het maar drie keer drie minuten per dag, dat brengt al zoveel meer in jouw systeem aan rust toe.”
Drie keer drie minuten.
Later in de sessie kwam ze erop terug. “Er zijn ook gewoon al die kleine dingetjes die van mij denk ik uiteindelijk het verschil hebben gemaakt. […] Al die kleine dingetjes die maken echt het verschil, dat is gewoon eigenlijk voor iedereen van toepassing. Het maakt niet uit waar je bent of wat je ook doet, maar om gewoon dicht bij jezelf te blijven.”
Ik vatte het samen: “kleine dingen zijn grote dingen.”
“De kleine dingen zijn de grote dingen,” herhaalde ze.
En ik legde uit waarom ik dat zo belangrijk vind: “En we denken soms bij de soort lastige stukken dat dan van die gigantische hoeveelheid de grote dingen aangepakt moet worden, want alleen zo kunnen we een ander leven maken, een andere situatie creëren, maar de kleine dingen zijn de grote dingen.”
Wendy vulde aan, en ik had het zelf niet beter kunnen zeggen: “doe die kleine dingen voor jezelf die jij nodig hebt, in plaats van wat je denkt dat je nodig hebt, je het bij een ander ziet.”
Je hoeft niet op retraite om uit te stappen. Je hoeft niet eerst je hele leven om te gooien. Een schouderklopje. Acht tellen adem. Drie minuten met je handen op je hart. Dat zijn de stations. Je stapt gewoon vaker uit.
Misschien ben jij ook al jaren onderweg.
Misschien heb je een bedrijf opgebouwd terwijl je kinderen klein waren. Misschien heb je een verhuizing, een verbouwing of een moeilijk jaar overleefd. Misschien heb je een keuze gemaakt waar je omgeving niks van snapte. En misschien zit je nu, op een gewone dag, in het leven waar je ooit van droomde.
En voel je je schuldig dat het niet elke dag als een feest voelt.
Of je hebt een zware dag. Twee zware dagen. En ergens zegt een stem: dit mag niet, je hebt toch alles, stel je niet zo aan.
Dan wil ik dat je weet: je nieuwe normaal wordt normaal. Dat is geen ondankbaarheid. Dat is mens zijn. En die zware dagen zijn geen falen. Ze zijn de kostprijs van je dromen.
Wat je nodig hebt is niet meer. Niet sneller. Niet nog een doel. Wat je nodig hebt is af en toe uitstappen. Om te voelen: ik heb het gedaan.
Gun jij het jezelf om dat te voelen? Niet straks. Niet als het af is. Nu.
Doe deze oefening één keer helemaal, op een moment dat je tien minuten niet gestoord wordt. Lees de stappen eerst door, of spreek ze in op je telefoon en luister ze terug.
1. Het schouderklopje. Nu, niet later. Steek je hand omhoog en geef jezelf een klopje op je schouder. Merk op of je denkt: doe ik straks wel. Doe het toch.
2. Voeten op de grond, handen op je hart. Ga zitten. Zet allebei je voeten plat op de vloer. Leg twee handen op je hart.
3. Bouw je adem op. Adem in door je neus op drie tellen, houd even vast, blaas uit door je mond. Dan vier tellen in, vier vasthouden, uitblazen. Dan vijf. Zes. Zeven. Blaas elke keer je longen helemaal leeg. Eindig met acht tellen in, acht tellen vasthouden, en helemaal uitblazen. Ga daarna terug naar je gewone ademhaling.
4. Stap uit de sneltrein. Houd je ogen dicht. Zie voor je hoe de trein waar je in zit stopt bij een prachtig station. Stap uit. Voel je voeten op het perron. Laat de trein zonder jou verder rijden. Zeg in jezelf: ik ben nu hier, vandaag.
5. You did it. Noem in gedachten drie dingen die je de afgelopen tijd gedragen hebt. Niet wat je bereikt hebt. Wat je gedragen hebt. Zeg na elk ding: “Ik heb het gedaan.”
6. De kostprijs. Vraag jezelf: wat heeft deze reis me gekost? Laat de zware dagen, de slapeloze nachten, de twijfel er gewoon zijn. En vraag daarna: was het het waard? Adem naar je hart terwijl je het antwoord voelt.
7. Ook op jou. Als je vooral aan “we” denkt, aan je gezin of je partner, zeg dan bewust: “Ik mag trots zijn op mij.” Zeg het drie keer, steeds iets harder. Durf je het, zeg dan ook: “Ik ben een baas.” Met of zonder vloek, dat mag jij weten.
8. Dit is nog maar het begin. Vraag jezelf: als ik vanuit deze trots en deze rust verder ga, wat is er dan mogelijk? Wacht op het eerste woord dat komt. Schrijf het op zodra je je ogen opendoet.
En daarna, de rest van de week: drie keer drie minuten per dag. Een korte versie. Handen op je hart, een paar opbouwende ademhalingen, en één zin: “Ik heb het gedaan.” Plus één moment per dag waarop je bewust geniet van iets wat inmiddels normaal is geworden. Je huis. Je klant. Je kind dat lacht. Kijk ernaar alsof het de eerste week is.
De kleine dingen zijn de grote dingen.
Lees ook Zichtbaar worden zonder perfecte achtergrond: ontblur je camera en begin in je digitale garage en Wat levert een familieopstelling op als ondernemer?.
Ben jij een ondernemende moeder die hierin vastloopt? Lees hoe ik werk als coach voor ondernemende moeders.
Zet hem op deze week.
Liefs,
Jonathan
Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.