De supermarkt van je leven: wie plakt het prijskaartje?

Zaterdagochtend bij de kassa

Het is zaterdagochtend. Je staat in de rij bij de kassa met een kar vol boodschappen, een kind dat aan je mouw trekt en een telefoon die trilt in je jaszak. Een klant. Natuurlijk. Op zaterdag.

De caissière scant. Piep. Piep. Piep. Je kijkt naar het schermpje en ziet het bedrag oplopen. En ergens tussen de pindakaas en de luiers denk je: hoe is dit zo duur geworden?

Ik wil het vandaag met je hebben over een andere kassa. Die van je leven.

Want alles wat je ooit hebt meegemaakt, gaat ook ergens langs een kassa. De moeder die er niet was. De vader die altijd boos werd. De klant die je liet zitten. De dag dat je kind ziek was en jij een deadline miste. Het gaat allemaal over die band. Piep. En aan elk ding hangt een prijskaartje.

De vraag is alleen: wie plakt dat prijskaartje erop?

Ik ga je vertellen wat ik daarover zei in de podcast van Annick Gerrits, in aflevering 162, Kijk je sh*t aan en leer je lessen, waar ik te gast was. Het is een lang verhaal, en ik vertel het ook lang. Omdat ik denk dat het je een hoop kan schelen. In energie. In rust. In hoe je naar jezelf kijkt.

Elke ochtend dezelfde zin

Ik begon met iets wat ik elke dag doe. Ik lees elke ochtend een paar affirmaties, en er is er één die ik nooit oversla.

“Elke ochtend lees ik een aantal affirmaties, waaronder deze: problems are the gifts we grow from. Je buitenwereld is de reflectie van je binnenwereld.”

Problemen zijn de cadeaus waar we van groeien. Ik weet hoe dat kan klinken als je net een rotweek achter de rug hebt. Als een tegeltje. Maar luister even verder, want daarna zei ik iets wat een stuk minder lief klinkt:

“De meest makkelijke vorm in je leven is geen verantwoordelijkheid nemen voor alles wat je hebt. En helaas doen heel veel mensen dit. […] Op het moment dat je dus vinger gaat wijzen, op het moment dat je dus zegt: het komt door die, of mijn hart is gebroken door die, of door trauma, of door alles wat ik heb meegemaakt. En neem je dus geen verantwoordelijkheid voor je eigen gevoel en wat je meemaakt in je leven.”

En ik ging door: “Op het moment dat je voor die slachtofferrol kiest, dan kan het dus zo zijn dat je je leven lang lessen krijgt […] omdat je niet bereid bent om die lessen te gaan leren. […] En ze gaan in die slachtofferrol zitten en ze denken: het overkomt mij, het is dus blijkbaar niet aan mij besteed.”

Het overkomt mij. Het is niet aan mij besteed.

Hoe vaak heb jij dat gedacht? Over de liefde. Over geld. Over je bedrijf dat maar niet wil groeien. Over de rust die er nooit komt.

Ik weet hoe zwaar dit kan landen

Ik ben voorzichtig met dit stuk, want ik weet wie dit leest. Vrouwen die als kind dingen hebben meegemaakt die geen kind hoort mee te maken. Ik ken dat zelf ook. Ik was thuis het vergeten kind. Ik weet hoe het voelt als iemand zegt dat je “verantwoordelijkheid moet nemen”, terwijl jij toen een kind was dat helemaal niks te kiezen had.

Dus laat ik helder zijn. Wat je als kind overkwam, is niet jouw schuld. Daar was je te klein voor.

Maar wat het je vandaag nog kost, dat ligt wel bij jou. En dat is geen straf. Het is het beste nieuws dat ik je kan geven. Want als het bij jou ligt, kun jij er ook iets aan doen.

Mild over de mens. Streng over het patroon. Zo werk ik. Het meisje dat toen overleefde, verdient alle liefde van de wereld. Het patroon dat zij vandaag nog voor jou uitvoert, verdient een eerlijke blik.

Wat zeg je eigenlijk als je zegt: het komt door hen?

In die aflevering ging ik nog een laag dieper. Ik vroeg wat je eigenlijk tegen jezelf zegt, als je de schuld buiten jezelf legt.

“Op het moment dat je dus gaat zeggen: dat is die z’n schuld, de ervaring z’n schuld, wat ik heb meegemaakt, die z’n schuld, de overheid z’n schuld, wat zeg je indirect eigenlijk daar ook mee? Ik heb hier geen controle over. Ik heb geen macht. En ik geef al mijn macht aan mijn ex. Ik geef al mijn macht aan een ervaring die ik heb meegemaakt als kind. Ik geef al mijn macht aan de overheid. En doe maar met mij wat je wilt, want ik kan niet meer. […] En daarom zei ik ook: het is de meest makkelijke manier. Want dat betekent dat je niet hoeft te veranderen.”

Lees die laatste zin nog een keer. Dat betekent dat je niet hoeft te veranderen.

Zo werkt de Cipier. Hij staat niet buiten je cel. Hij zit erin, naast je, en hij fluistert: het ligt niet aan jou, dus je hoeft ook niks. Dat voelt veilig. Het voelt zelfs een beetje als troost. Maar het houdt de deur dicht.

Want zolang je moeder de schuld heeft van hoe jij nu met grenzen omgaat, moet je moeder eerst veranderen voordat jij vrij bent. Zolang je ex de schuld heeft van je wantrouwen, moet je ex het eerst goedmaken. Zolang je jeugd de schuld heeft, moet je jeugd opnieuw. En dat gaat niet gebeuren.

Je geeft de sleutel van je eigen cel aan iemand die hem nooit gaat gebruiken.

Het leven is een supermarkt

En toen kwam het beeld. Ik hou van beelden, omdat je een ingewikkeld idee dan ineens kunt voelen in plaats van alleen snappen. Dit is de langste passage uit die aflevering, en ik geef hem je bijna helemaal:

“En op het moment dat je dus realiseert: wacht eens even, soms trek ik bepaalde dingen aan, de buitenwereld is de reflectie van mijn binnenwereld. Wat kan ik hier echt van leren? Hoe kan ik zelf meer mijn macht terugpakken? Hoe kan ik zelf de verantwoordelijkheid nemen? […] Er zit altijd een tussenfase in, tussen wat er gebeurt en hoe jij het ontvangt en hoe je het labelt. En mensen vergeten dat daar een tussenfase zit. […] Jij bent de observeerder van alle ervaringen in je leven.

En ik omschrijf het op een hele simpele manier: het leven is als een supermarkt. Alles wat we meemaken, dat zijn allemaal schappen vol met dingen, en overal hangen etiketten aan. Op het moment dat je naar de kassa gaat, dan gaan ze scannen. En al die levenservaringen gaan dan langs die kassa. En bij de kassa label je pas hoe duur zoiets is. En die kun je heel duur doen. Dus het kan een hele zware les zijn. Ik kan een heel zwaar label plakken: het is die z’n schuld, en mijn hart is gebroken door die, die kutoverheid, en wat dan ook. Die label plak je dan op, die scan je. […] En mensen vergeten dat er ook een ander etiket is, dat er een veel lagere prijs aan kan, wat jou veel minder kost, waardoor je er beter mee om kan gaan. Waaronder dus: kijken naar wat je meemaakt als een blessing. En dat is een veel lagere prijs, in energie, in hoe jij jezelf voelt en hoe je met de situatie om kan gaan. Want uiteindelijk betaal je zelf de prijs van hoe je die shit labelt in je leven.”

Uiteindelijk betaal je zelf de prijs.

Niet je moeder. Niet je ex. Niet die klant die nooit betaalde. Jij. Elke keer dat een oude ervaring weer langs de kassa komt, en dat gebeurt vaker dan je denkt, reken jij af. Met je slaap. Met je geduld aan het eind van de dag. Met de toon waarop je tegen je kinderen praat als je moe bent. Met de offerte die je niet durft te sturen.

De seconde tussen piep en prijs

Het belangrijkste woord uit dat hele stuk is misschien wel tussenfase. Tussen wat er gebeurt en hoe jij het labelt, zit ruimte. Een seconde, soms minder. Maar hij is er.

Ik vergeleek het in die aflevering met mediteren. Daar leer je dat je gedachten alle kanten op gaan, en dat jij niet je gedachten bent. Jij bent degene die kijkt. Met ervaringen werkt het net zo. Er gebeurt iets. Piep. En dan kiest er iets in jou welk kaartje erop gaat.

Bij de meeste vrouwen die bij mij komen, kiest het kleine meisje. Razendsnel. Zonder het te vragen. Want zij heeft die prijzen lang geleden al vastgesteld. Kritiek? Duur. Iemand die niet terugbelt? Heel duur. Een nee van een klant? Onbetaalbaar, want dat betekent dat je niet goed genoeg bent.

Laat me je laten zien hoe dat in een gewone week gaat.

Je hebt een kennismakingsgesprek met een vrouw die misschien klant wil worden. Het gaat goed, denk je. Ze zegt dat ze erover nadenkt. Daarna hoor je niks meer. Twee dagen. Vier dagen. Een week.

Piep.

Welk kaartje plak je erop? Misschien dit: zie je wel, ik ben te duur. Ik kan niet verkopen. Ik had hier nooit aan moeten beginnen. Die andere vrouwen op Instagram kunnen het wel, ik niet. En voor je het weet, zit je ’s avonds op de bank te scrollen naar vacatures.

Dat is een duur kaartje. Dat kost je een avond, een week, misschien je hele lancering.

Er hangt ook een ander kaartje naast. Ze heeft nog niet gekozen. Misschien heeft ze haar eigen redenen, die niks met mij te maken hebben. Wat kan ik hiervan leren? Volg ik op? Was mijn aanbod helder? Dat kaartje kost je tien minuten en een mailtje.

Zelfde ervaring. Zelfde stilte. Totaal andere prijs.

Het duurste prijskaartje dat een moeder kan plakken

Aan het eind van de aflevering kwam ik nog één keer terug bij die supermarkt. We hadden het over vertrouwen, en over hoe moeilijk het is om in een leeg moment te blijven staan zonder het meteen in te vullen.

“Dat innerlijk weten en vertrouwen, ja, dat is voor heel veel mensen heel lastig. Voor mij, met mijn overactieve brein, soms ook: die leegte in dat vertrouwen. Als mens zijn we dat niet gewend. En ons brein wil altijd leegte opvullen. En die leegte vul je negen van de tien keer op met negativiteit. En het is aan ons de taak dan om weer in die supermarkt te zitten en om te zeggen: wacht, die leegte gaan we positief beleven. Die leegte gaan we niet zo’n dure prijs geven van: ik ben een loser, ik kan het niet, ik ben een slechte ondernemer, slechte moeder, niemand wil mij ooit, ik krijg nooit een perfecte partner. Weet je, als je die labels in de supermarkt geeft aan jouw ervaringen, weet je, wat is jouw zelfbeeld? Wat ga je dan nog meer aantrekken?”

Slechte moeder.

Ik heb heel wat vrouwen dat woord horen zeggen. Zachtjes, met hun ogen naar beneden. Want dat is het kaartje met de hoogste prijs die er bestaat. Het hangt niet aan één ervaring. Het hangt aan alles. De dag dat je kind met koorts thuis was en jij toch dat ene gesprek deed, met je laptop op schoot. De keer dat je snauwde omdat je hoofd vol zat. Het bord dat koud werd omdat jij eerst iedereen hielp en daarna nog snel een mail beantwoordde.

Piep. Slechte moeder.

Piep. Slechte ondernemer, want ik zou er meer moeten zijn voor mijn bedrijf.

Zie je wat er gebeurt? Je betaalt twee keer. En de hand die dat kaartje plakt, is vaak niet die van de moeder die je nu bent. Het is de hand van het meisje dat ooit leerde dat ze pas oké was als ze alles goed deed. Of van het meisje dat zelf een moeder had die er niet was, en dat zichzelf toen heeft beloofd: ik word nooit zoals zij. Elke keer dat je dan ook maar een beetje tekortschiet, voelt het alsof je die belofte breekt.

Dat is geen opvoedfout. Dat is een patroon. En een patroon kun je zien.

Een lager kaartje is geen nepkaartje

Nu hoor ik je denken: dus ik moet gewoon positief denken? Overal een vrolijke sticker op plakken en doen alsof het geen pijn deed?

Nee. Echt niet.

Luister naar hoe ik dat laatste stuk afsloot: “En in die space, waarin je dan observeerder bent van alles wat je meemaakt, probeer dan ook daarin rust te ervaren. En het mag er zijn. En dat het eng is: oké. Maar ja, ook dat mag er zijn.”

Het mag er zijn. Het verdriet. De angst. De boosheid op je moeder. Een lager prijskaartje betekent niet dat je de pijn wegdrukt. Het betekent dat je de pijn voelt, zonder er meteen een oordeel over jezelf aan vast te plakken.

Ik voel me schuldig dat ik er vandaag niet was: dat is een gevoel. Ik ben een slechte moeder: dat is een prijskaartje. Het eerste mag je voelen. Het tweede mag je terughangen in het schap.

Eerder in dezelfde aflevering vertelde ik hoe ik zelf naar mijn eigen jeugd kijk: “En soms, en een beetje cru, denk ik wel eens… oh, ik ben zo blij dat ik dit heb meegemaakt. Want dan kan ik het doorgeven aan mijn klanten.”

Dat is geen ontkenning van wat er was. Het vergeten kind is nog steeds vergeten geweest. Maar het is het laagste prijskaartje dat ik op mijn eigen verhaal kon plakken. En het kost me een stuk minder dan het kaartje dat ik er jarenlang op had zitten.

Maar eerst: wat ligt er in je kar?

Je kunt pas een ander prijskaartje kiezen als je eerlijk kijkt wat er op de band ligt. Je kunt niet afrekenen met iets wat je weigert uit je kar te halen. En daar komt het tweede beeld uit die aflevering om de hoek.

Annick en ik hadden het over lessen leren, en over waarom zoveel mensen daar omheen blijven draaien. Ik zei:

“Door de stront. Je moet door de stront. Je moet soms heel eerlijk zijn, en dat kan alleen al moeilijk zijn. Erkennen dat je bijvoorbeeld iets niet goed kan. Erkennen dat je mag groeien. Of dat je veel te lui bent, dat je gewoon een schop onder je kont nodig hebt. […] Soms is dat erkennen naar jezelf toe een hele lastige. De schaamte wat er omheen zit. Het niet genoeg voelen wat er omheen zit. […] Maar juist het lichtje daarop schijnen.”

Het lichtje erop schijnen. Daar zit het.

De meeste vrouwen die ik spreek zijn niet lui. Integendeel. Ze werken zich drie slagen in de rondte. Maar er zijn hoekjes in hun leven waar het licht nooit aangaat. Het hoekje waarin ze eigenlijk niet weten hoe ze een eerlijke prijs moeten vragen. Het hoekje waarin ze bang zijn voor hun eigen boosheid. Het hoekje waarin ze stiekem weten dat ze hulp nodig hebben, maar het nooit vragen. Want hulp vragen voelt als falen.

De race en het lintje

Toen vertelde ik hoe ik dat tegenwoordig uitleg in mijn coachingtrajecten:

“We hebben allemaal een race te lopen in ons leven. En jouw finishlijn is hetgene wat je wil bereiken. Als je door het lintje heen loopt en je bent helemaal happy, en je ziet dat helemaal voor je: de droom, je wereldreis, de gelukkige moeder wie je wilt zijn, de succesvolle onderneming. Dat is het lintje waar je doorheen loopt. Maar wat is nou het startpunt? En je moet het startpunt bepalen.”

De gelukkige moeder die je wilt zijn. De succesvolle onderneming. Ik weet dat jij dat lintje al voor je ziet. Daar hoef ik je niet bij te helpen. Ondernemende moeders zijn meesters in finishlijnen. Visionboards, jaarplannen, doelen voor het volgende kwartaal.

Maar het startpunt? Daar kijken de meesten liever niet naar. Want het startpunt is precies de plek waar het nu pijn doet.

“Ik loop tegen heel veel aan”

In die aflevering vertelde ik over een sessie van die week. Een klant, ik noem haar Ilse, zei het bijna als een bekentenis: “Nou, ik loop tegen heel veel dingen aan.”

Je hoorde er de schaamte in. Alsof ze een slecht rapport kwam inleveren.

Ik zei tegen haar dat ze beter dit kon weten, dan dat ze iemand was die zegt: ik weet alles al, ik hoef niks meer te leren, ik kan alles goed. En daarna, zoals ik het in de podcast navertelde:

“Ik zeg: het is goed dat je zoveel weet, want dan weet je wat het startpunt van jouw race is. Dan weet je waar je aan kan werken. En daarom zijn die donkere dingen ook in je leven zo belangrijk. Je moet weten wat je startpunt is, en daar heel bruut eerlijk naar jezelf in de spiegel voor kijken. Doe je wel echt je best? Of heb je een masker voor? Durf je te erkennen dat je misschien bepaalde dingen niet goed kan en dat je hulp mag vragen?”

Zie je wat daar gebeurde? Ilse kwam binnen met een duur prijskaartje. Ik loop tegen heel veel aan, dus ik ben een probleem, dus het gaat niet goed met me. Piep.

En ik hing er een ander kaartje naast. Je loopt tegen heel veel aan, dus je ziet eindelijk waar je staat. Dat is geen slecht rapport. Dat is een startpunt.

Dezelfde ervaring. Een totaal andere prijs.

Weer een verkeerd vriendje, weer geen klanten

Ik ging in die aflevering nog even door, omdat ik zie wat er gebeurt als je dat startpunt blijft ontwijken:

“Bewustwording is alles. Daarmee onderscheid je jezelf van zoveel mensen die hun dromen hebben opgegeven, niet kunnen veranderen, tegen dezelfde lamp van het universum aanlopen, met weer een les, weer een verkeerd vriendje, weer geen klanten. En hoe kan dat? Als je niet bewust bent van welke keuzes je maakt, hoe je denkt en waar die keuzes vandaan komen, dan weet je jouw startpunt niet. […] En als je dat weet, en hoe bewuster je daarvan bent, hoe makkelijker het is ook om aan te pakken. En die donkere gedeeltes, dat zijn die lessen waar je het liefst niet naar wil kijken, maar dat zorgt er meestal wel voor dat we onze race sneller kunnen lopen.”

Waar die keuzes vandaan komen. Dat is voor mij het systemische stuk.

Je startpunt begint niet vandaag. Het begint in het gezin waar je opgroeide. In wat je moeder je voorleefde over werken en rusten. In hoe er thuis werd gereageerd als je verdrietig was. In wie er de schuld kreeg als het misging.

Misschien werd er bij jullie thuis altijd naar buiten gewezen. De baas deugde niet. De overheid deugde niet. De buren kregen alles cadeau. Dan heb jij dat ook geleerd. Niet omdat je zwak bent, maar omdat je loyaal bent. Een kind neemt de prijslijst van zijn ouders over, zonder er ooit naar te vragen.

Dan is het geen wonder dat je tegen dezelfde lamp blijft aanlopen.

Twee beelden, één beweging

Ik heb je in deze blog twee beelden gegeven. De supermarkt en de race. Ze lijken los van elkaar te staan, maar het is één beweging.

Eerst kijk je eerlijk wat er in je kar ligt. Alles. Ook de dingen waar je je voor schaamt. Dat is je startpunt. Daarna kies je bewust welk prijskaartje je erop plakt. Niet meer het oude, dure kaartje van het meisje dat het toen niet anders wist, maar een kaartje waar jij, als volwassen vrouw, mee verder kunt.

En wat er dan gebeurt? Je race wordt korter. Niet omdat de weg ineens makkelijk wordt, maar omdat je niet meer met een kar vol dure, onbetaalde rekeningen loopt te sjouwen.

Mijn eigen startpunt was ook niet mooi. Ik heb heel wat jaren dingen weggedrukt en gedaan alsof ik niks voelde. Bij mij begon de echte verandering in 2017. En ik zei het in die aflevering al: “dat is een reis voor het leven. Dat is niet iets wat morgen ophoudt. […] De sleutel zit hem in dat je altijd bereid bent om je lessen te leren op je pad.”

De sleutel ligt dus niet bij je moeder. Niet bij je ex. Niet bij de overheid. Hij ligt in je eigen hand. Bij de kassa.

Wat je deze week kunt doen

Pak deze week één avond en een notitieboek. Geen laptop, gewoon papier. Maak er je eigen kassabon van.

Stap 1. Leg drie dingen op de band. Schrijf drie ervaringen op die je nog steeds iets kosten. Eén uit je jeugd, één uit je werk en één uit deze week. Wees eerlijk, ook als het iets kleins lijkt.

Stap 2. Lees het prijskaartje dat er nu op zit. Schrijf achter elke ervaring de zin die je erop hebt geplakt. Letterlijk, in de woorden waarin je hem tegen jezelf zegt. Ik ben te veel. Ik kan het niet. Ik ben een slechte moeder. Schrijf er ook bij wat dat kaartje je kost: slaap, geduld, geld, plezier.

Stap 3. Vraag van wie die prijslijst is. Wie zei dit vroeger thuis? Over wie? Op welke toon? Misschien hoor je je moeder. Misschien je vader. Misschien was het het meisje zelf, dat zo probeerde te overleven.

Stap 4. Hang er een ander kaartje naast. Geen nepkaartje en geen tegeltje. Een eerlijk kaartje met een lagere prijs. Wat kan ik hiervan leren? Wat heeft dit me ook gegeven? Wat zou ik tegen een vriendin zeggen als zij dit meemaakte?

Stap 5. Bepaal je startpunt. Schrijf onderaan je kassabon drie zinnen die beginnen met: als ik heel eerlijk ben, dan… Kijk in de spiegel. Doe je echt je best, of heb je een masker op? Waar mag je hulp vragen? En schrijf daarna, helemaal onderaan, je lintje op: de moeder en de ondernemer die je wilt zijn.

Lees je kassabon aan het eind van de week nog een keer. Kijk hoe vaak je het dure kaartje hebt teruggehangen in het schap. En als je toch weer het dure kaartje hebt geplakt? Dat mag er zijn. Ook dat is gewoon een startpunt.

Lees ook Het stemmetje van je ouders, ook als ze er niet meer zijn en Je tranen mogen er zijn, mijn grens blijft staan: als je moeder huilt om jouw grens.

Herken je patronen die je van thuis hebt meegekregen? Lees hoe je oude patronen kunt helen.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar