Jij bent de uitsmijter van je eigen club

Een club met een uitsmijter

Stel je een club voor. Een deur, een rood koord ervoor, een lamp erboven. De club heet: ik word gezien. En bij de deur staat een uitsmijter.

Maar deze uitsmijter doet iets geks. Ze houdt niemand tegen. Ze staat te smeken of mensen alsjeblieft binnen willen komen. Iedereen mag erin. Ook wie rotzooi trapt. Ook wie haar klein maakt. Als er maar iemand binnen is die haar ziet.

Dat beeld gaf ik aan een vrouw die ik hier Yvonne noem. Middelbare leeftijd, aan het daten, en steeds weer geraakt door haar moeder en haar zus. Ze zat vast in een cirkel. Eerst bevriezen. Daarna boos op zichzelf. En dan haar vraag: “En hoe doorbreken we die dan?”

Je krijgt wat je tolereert

Ik zei tegen haar: “Je krijgt wat je tolereert. Jij bent de bodyguard bij de club en jij laat mensen wel of niet toe. En die club heet: ik word gezien.”

Dat klinkt streng. Het is ook streng. Maar het is streng over het patroon, niet over haar. Niemand heeft haar ooit geleerd dat ze een deur mocht dichthouden.

Ik herken dat van mezelf. In een podcast over ADD waar ik te gast was, zei ik: “Door mijn masker te dragen mijn hele leven, leerde ik de buitenwereld hoe ze mij moesten behandelen. Ik hield mezelf in. Dus de buitenwereld zegt: het is oké dat hij zichzelf inhield. Ik gaf mijn grenzen niet aan. Het is de buitenwereld die zegt: oké.”

Jij leert mensen hoe ze met je om mogen gaan. Elke keer dat jij het koord optilt voor iemand die je pijn doet, leer je ze dat het mag.

Yvonne had die week al een paar mensen buiten gezet. Ze schrok er een beetje van, want het werd stil in haar club. Ik zei: “Een lege club maakt dat je kan nadenken.”

De vulkaan die naar binnen uitbarst

Toen gingen we een laag dieper. Waarom bevriest ze bij haar moeder? En waarom wordt ze daarna boos op zichzelf in plaats van op haar moeder?

Omdat boos zijn op je ouders als kind niet veilig was. Ik zei het in de woorden van dat kind:

“Ik kan niet boos zijn op mijn ouder, want als ik boos ben krijg ik geen liefde. De vulkaan moet ergens naartoe. Dan wijs ik mezelf maar af.”

Lees dat nog eens. Daar zit het hele mechanisme in. De boosheid verdwijnt niet. Hij gaat alleen een andere kant op. Naar binnen. En daar heet hij ineens zelfkritiek. Ik ben te veel. Ik doe het weer fout. Ik ben niet goed genoeg.

En onder die boosheid? Bijna altijd hetzelfde. “Boosheid is vaak: help.”

Instructies van een kind

Het belangrijkste inzicht van die sessie kwam daarna. Hoe Yvonne met moeilijke gevoelens omgaat, heeft ze niet bewust gekozen. Ik zei: “De instructies hoe je met je emoties omgaat zijn geschreven uit overleving, door een kind.”

Een meisje dat moest zorgen dat ze de liefde van haar ouders niet kwijtraakte, heeft de handleiding geschreven. En de volwassen vrouw volgt die handleiding nog steeds. Bij elke ruzie. Bij elke date die niet terugbelt.

In een visualisatie gaf Yvonne de rugzak met stenen van het kleine meisje over aan de volwassen vrouw. En ze vond zelf de zin die erbij hoorde: “Nu mag ik tegen het kleine meisje zeggen dat ik het zelf kan doen.”

Ik gaf haar er nog een zin bij, voor de momenten dat haar hoofd meteen het hele plan wil weten: “Zeg tegen het kleine meisje, als de volwassen jij: jij hoeft stap vier nog niet te weten. Ga maar spelen. Ik leid.”

Afwijzing als brandstof

Yvonne dreef al jaren op een bepaalde brandstof. Ik ben nog niet goed genoeg, dus ik moet harder. Dat werkt. Even. Maar het kost je alles. Ik zei het in een beeld dat ze meteen begreep: “De kostprijs die je betaalt om je leven te laten besturen door afwijzing als brandstof is veel duurder dan wat je nu betaalt bij de pomp.”

Het alternatief is niet minder doen. Het is iets anders tanken. Zelfliefde in actie in plaats van zelfkritiek als motor. Doelen die zo klein zijn dat het kleine meisje er niet van schrikt.

En als ze een klein stapje zet en het meteen wegwuift als niks? Dan zeg ik wat ik ook tegen haar zei: “Ik ben iemand die matjes uitrolt. Dat is al meer dan iemand die het niet doet.”

En voor de momenten dat ze toch weer wil vechten tegen hoe het nu is: “Vechten met de realiteit ga je altijd verliezen.”

Je hebt bestaansrecht

Yvonne hing een zin op een plek waar ze hem elke dag ziet: “Ik mag ruimte innemen.” En ze oefende met twee woorden als ze weer bevroor: het is oké.

In een andere podcast waar ik te gast was, zei ik iets wat ik elke vrouw met een te gastvrije uitsmijter zou willen meegeven: “Hey, ik zit ook op deze aarde. Ik heb ook bestaansrecht. Mijn mening doet ertoe, mijn grenzen doen ertoe, mijn waarde doet ertoe en ik ben genoeg.”

Wat je deze week kunt doen

Pak een papier en teken je club. Schrijf op wie er nu binnen is. Wie geeft je energie, en wie trapt er rotzooi?

Kies één persoon of één situatie waarbij je deze week het koord niet optilt. Dat hoeft geen ruzie te worden. Het kan een nee zijn. Een appje dat je niet meteen beantwoordt. Een gesprek dat je eerder afsluit.

En let op wat er daarna gebeurt. Word je boos op jezelf? Dan weet je dat de vulkaan weer naar binnen wil. Leg dan een hand op je buik en zeg tegen het kleine meisje: ik regel dit. Jij hoeft niet te leiden.

Gun jij het jezelf om je eigen deur te bewaken?

Lees ook Als je in een sinaasappel knijpt, komt eruit wat erin zit en Sta op je eigen grond: waarom je niet iedereen hoeft te redden.

Wil je dit niet alleen doen? Als coach in Lelystad en online help ik je om helder te krijgen wat je wilt, en wat je nog tegenhoudt.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar