
Het was zo’n dag. Spanning, drukte, mensen over de vloer, duizend dingen tegelijk. En de kinderen? Die zaten de hele dag in elkaars haren.
Zo vertelde Lotte het aan het begin van een sessie. Lotte is een vrouw van eind dertig, moeder van twee jonge kinderen, en ze zat midden in een paar hele drukke weken. “Gisteren was zo’n dag. Dat is dan mijn spanning, met al die drukte en weet ik veel wat. Die kinderen waren continu met elkaar in de haren. Dat is echt vreselijk.”
En toen vertelde ze wat ze had gedaan. “Toen ik thuis was, had ik echt iets van: oké. Ik ben klaar met eten. Volgens mij heb ik twintig minuten of zo onder de douche gestaan. Gewoon echt even rust.”
Twintig minuten onder de douche. Water over je hoofd. Niemand die iets van je wil.
Ze vertelde ook over de rode lampen boven haar bed. “Gewoon eventjes twintig minuten liggen, ogen dicht, lampjes aan.”
“Die wil ik ook,” zei ik. En ik meende het.
Ik was trots op haar. Echt. Want ik weet hoeveel het een moeder kost om op zo’n dag te zeggen: en nu ben ik er even niet. Dat is niet niks. Voor een vrouw die gewend is om voor iedereen te zorgen, is twintig minuten onder de douche een kleine revolutie.
Maar ik zei eerst iets anders. Want haar eerste twee zinnen hingen met elkaar samen, en ik denk niet dat ze dat zelf zag.
“Jouw eerste zin heeft een correlatie met je tweede zin. Kinderen zijn een spiegel.”
Haar spanning. En kinderen die de hele dag in elkaars haren zitten.
Ik zeg dit niet om je een schuldgevoel te geven. Echt niet. Het is geen verwijt. Het is gewoon hoe het werkt. Kinderen voelen alles. Ze lezen je zenuwstelsel beter dan jij zelf. Als mama gespannen is, worden zij onrustig. Ze weten niet waarom, ze kunnen het niet benoemen, maar ze voelen dat er iets in de lucht hangt. En dat komt eruit. Bij elkaar. In ruzie, in gezeur, in een dag die maar niet lekker loopt.
Herken je dat? Dat je kinderen juist op de dagen dat jij op je tandvlees loopt, extra veel van je vragen? Dat is geen toeval. Dat is een spiegel.
En dat betekent iets moois. Want als jouw onrust doorwerkt in je kinderen, dan werkt jouw rust ook door. Die twintig minuten onder de douche zijn niet alleen voor jou. Ze zijn voor het hele huis.
Dus ik zei: “Mooi, goed. Belangrijk. Vaker doen.”
Maar ik hoorde ook nog iets in hoe ze het vertelde. Ze pakte die momenten pas als het eigenlijk al te veel was. “Ik hoor nog wel een beetje: als ik eigenlijk al in fase oranje zit qua energie, dan pak ik het. Maar meer vanuit jezelf al van die momenten. Niet alleen maar als het allemaal te veel is.”
Dat is het verschil. Tijd voor jezelf als noodrem, of tijd voor jezelf als gewoonte.
De meeste moeders die ik spreek, kennen alleen de noodrem. Ze gaan door, en door, en door. En pas als ze op het punt staan om te ontploffen, of als ze huilend in de auto zitten, of als hun lijf ze stilzet, dan nemen ze even tijd. En dan voelt het niet als cadeau. Dan voelt het als falen. Ik heb het weer niet volgehouden.
“Dus wat ik zeg is: je doet het goed. Ga daar lekker vooral mee door. Het is heel knap dat je die ruimte pakt. En ik gun je om wat eerder te kijken of je die momenten kan pakken. Door dit te pakken, is de kans groter dat je het ook eerder gaat pakken.”
En toen kwam er iets wat ik zelf nog nooit had gezegd. Het viel me ter plekke in.
Ik dacht aan hoe kinderen praten. “Ik wil nu mama. Nee. Nu-mama is er nu eventjes niet. Dat is wat kinderen hebben. Ik wil nu mama.”
En toen: “Wat je dus gaat leren, is: je hebt een straks-mama. Dat is een groot verschil, hoor. Mama’s zijn heel goed in een nu-mama zijn. Mama’s zijn er soms minder goed in om een straks-mama te zijn.”
Ik vond het zelf ook leuk. “Ik vind die wel een goede. Ik heb die nog nooit gezegd. Ik verbaas me soms eigenlijk over mijn eigen woorden. Dat vind ik altijd leuk.”
Nu-mama en straks-mama.
De nu-mama is er altijd. Ze staat op als er iemand roept. Ze stopt midden in haar zin als er een kind aan haar mouw trekt. Ze laat haar thee koud worden omdat er een beker omvalt. Ze eet haar bord als laatste leeg, als het al koud is, omdat iedereen eerst moest. Ze is er nu. Altijd nu.
De straks-mama zegt: “Mama is er straks.” Niet nooit. Niet: zoek het zelf maar uit. Straks. Over een half uur. Na mijn douche. Als ik even heb gelegen.
En die straks-mama is net zo goed een goede moeder. Misschien zelfs een betere. Want ze komt terug met een vol hoofd in plaats van een leeg.
Ik ging verder. Want het gaat niet alleen over jouw rust. Het gaat over wat je kinderen meekrijgen.
“Je leert jezelf dat het oké is dat je tijd voor jezelf mag pakken. En je leert je kinderen, je gezin, je man ook dat het oké is dat mama tijd voor zichzelf pakt. En dat is super krachtig. En je leert je kinderen hoe ze later tijd voor zichzelf mogen pakken. En je leert je kinderen hoe ze later in een relatie ruimte mogen geven aan de ander.”
Lees dat laatste nog eens. Hoe ze later in een relatie ruimte mogen geven aan de ander.
Als jouw dochter opgroeit met een moeder die er altijd is, altijd nu, altijd beschikbaar, wat leert ze dan? Dat een moeder geen eigen ruimte heeft. Dat een vrouw zichzelf wegcijfert. Dat liefde betekent dat je er altijd bent. En de kans is groot dat ze dat later precies zo gaat doen.
En als jouw zoon opgroeit met een moeder die er altijd is? Dan leert hij dat vrouwen altijd beschikbaar zijn. Dat hij niet hoeft te wachten. Dat zijn behoefte altijd voorgaat. En de kans is groot dat hij dat later van zijn partner verwacht.
Maar als ze opgroeien met een straks-mama, leren ze twee dingen tegelijk. Ik zei: “Je doorbreekt automatisch een fantastische cyclus, waardoor ze uit zichzelf meer ruimte nemen in de relatie in de toekomst. Of leren rekening te houden met de ander. Beide zijn prachtige eigenschappen om te leren.”
Ruimte nemen. En ruimte geven. Allebei. Door gewoon twintig minuten onder de douche te staan.
“Daarmee doorbreek je meteen een hele hoop dingen, door weer te starten bij jezelf. Oh wacht, mama neemt tijd voor zichzelf.”
In een eerdere sessie hadden Lotte en ik het al over haar weekenden gehad. Door de week lukte het haar nog wel om af en toe een moment te pakken, als de kinderen op school of op de opvang zaten. Maar in het weekend niet.
“Er is bij ons zo’n ding in het weekend dat alles met z’n vieren gedaan moet worden. En ik denk dat dat niet nodig hoeft te zijn.”
En ze zag zelf al waar het naartoe moest: “Ik moet dan gewoon meer beroep gaan doen op mijn partner. En niet alles met z’n allen moeten doen.”
Wat me opviel: haar partner pakte zijn eigen momenten wel. En zij niet. Ik zei het haar recht voor zijn raap: “Hij pakt vervolgens wel die tijd voor zichzelf, en jij pakt dat niet.”
We keken even waar dat “alles samen” bij hem vandaan zou kunnen komen. Iedereen neemt iets mee uit zijn eigen jeugd, ook je partner. “Dan kun je het kindje weer in hem zien. Iedereen draagt het met zich mee. Daardoor heeft hij een extra behoefte aan: we moeten het allemaal samen doen. Terwijl ieder persoon tijd voor zichzelf nodig heeft. Om bij te komen. Dat is hij ook nodig.”
Ik weet niet waar het bij hem vandaan komt. Dat weet alleen hij. Maar het hoeft ook niet opgelost te worden voordat zij een half uur mag gaan wandelen.
Misschien herken je dit. Het gezinsweekend als heilig moment. Samen naar de speeltuin, samen boodschappen, samen op de bank. Want je bent door de week al zo weinig samen. En dus voelt het egoïstisch om in het weekend te zeggen: ik ga even alleen weg. Terwijl je partner dat soms wel doet. En niemand vindt dat raar.
Dus hoe pak je dat aan? Ik gaf Lotte een volgorde. Niet in één keer met de deur in huis, maar stap voor stap.
“Eerst heb je het gesprek. Dit is wat me opgevallen is. In de weekenden merk ik dat ik moe ben. Daar communiceer je dan op een volwassen manier over. Vervolgens: hé, ik merk dat ik dat niet fijn vind, en laten we het daarover hebben. Hoe denk jij daarover?”
En dan het tweede deel: “En ik merk dat jij soms ook momenten pakt, maar dat pak ik niet echt. Is het oké als ik af en toe aangeef: hé, ga jij maar weg met de kinderen. Of ik ga heel eventjes weg. Even een wandeling. Of ik ga eventjes lekker cacao drinken voor een uurtje. Kun jij ervoor zorgen dat de kinderen me niet lastigvallen?”
Zie je wat daar gebeurt? Je begint niet met een verwijt. Je begint niet met “jij gaat altijd weg en ik nooit”. Je begint bij jezelf. Bij wat je merkt. Bij wat je nodig hebt. En je nodigt hem uit om mee te denken.
“We kunnen misschien wel dingen samen doen, maar dan heb ik tijd voor mezelf nodig. En daar ga je dan een gesprek over hebben. En die verantwoordelijkheid die jij draagt, kun je dan ook richting hem geven. Wat gewoon normaal is.”
Wat gewoon normaal is. Het is zijn gezin net zo goed als het jouwe. Hij kan net zo goed twee kinderen een middag bezighouden. Jij hoeft niet alles te dragen.
En toen zei ik iets wat ik vaker tegen klanten zeg. “Je kunt mij als een brug gebruiken voor die gesprekken. Hé, ik had een coachinggesprek met Jonathan. En hij zei dat ik dit eventjes met jou moet bespreken. Fantastisch.”
Lotte was er niet meteen van overtuigd. “Weet ik niet of dat fantastisch is.”
Ik snapte haar. Het voelt een beetje gek. Alsof je je coach erbij haalt om je man iets te laten doen. Dus ik legde het uit: “Soms vind je de ingang lastig, en dan kun je mij als reden gebruiken. Dat is wat ik bedoel. Dus als je het gesprek aangaat: hé, ik heb een gesprek gehad met hem, het was wel een goeie, en daar wil ik het eventjes met jou over hebben. Waardoor je de zwaarte er misschien van af kan halen.”
Ik doe dit met meer klanten. Een stel dat ik begeleidde, gaf ik een lijstje met vragen mee voor als ze ruzie kregen. “Gebruik mij dan als excuus, dat je midden in de ruzie zegt: wacht, ik heb een lijstje van Jonathan. Waardoor je het moment kan breken om letterlijk dat lijstje te pakken. Dat vond hij fantastisch. Waardoor het voor hem ook makkelijker was.”
Het is awkward. Natuurlijk is het awkward. Midden in een ruzie een papiertje pakken. Of op zaterdagochtend zeggen: mijn coach zegt dat ik vaker alleen moet gaan wandelen.
“Ik pak gewoon stom een papiertje erbij, en ik ben mezelf, dat ik het nog niet weet en dat ik daar ruimte aan geef. Ik pak het lijstje van Jonathan er even bij. En dan is het awkward. Beter dan doorgaan op dezelfde manier, waardoor je geen verbinding hebt met je partner.”
Beter een awkward moment dan het alternatief. Ik zei het ook zo: “Een awkward opmerking, ik moet van mijn coach, ik heb een lijstje, is beter dan het alternatief. Dat jij niet happy bent. Dat jij overweldigd bent in het weekend en eigenlijk weer een zware maandag ingaat. Waardoor je weer niet opgeladen bent, en je je weer te verantwoordelijk voelt voor alles en iedereen.”
Terug naar de straks-mama. Want een straks-mama werkt alleen als er iemand is die het nu overneemt.
“En papa kan dan ook leren: hou maar, er is een straks-mama. En dan geef je dat aan hem. En die leert dan ook ruimte te pakken.”
Ik werd daar in de sessie vrij fel over, want ik zie het om me heen gebeuren. Mama heeft eindelijk tijd voor zichzelf, en dan lopen de kinderen alsnog naar mama in plaats van naar papa. Omdat papa ze niet bij zich houdt. Omdat papa niet zegt: “Nu is het niet mama-tijd. Nu is het papa-tijd, en het is straks mama-tijd.”
Bij ons thuis gaat het zo. In het weekend slaapt een van ons uit. “Elke zaterdag weer: mama slaapt uit. Of elke zondag. Onze dochter wordt soms kwart voor zes wakker, kwart over zes, vroeg voor mij. In het weekend: nee, mama slaapt. We gaan er niet naartoe. Niks ervan. We gaan niks vragen. Niks.”
En als ze dan toch naar mama wil? “Ik ben nu hier. Punt. Sorry. Je hebt haar straks, mama.”
Ik zei er eerlijk bij dat mannen hier soms helaas slecht in zijn. “Geloof me, ik zit helemaal in het vrouwenalgoritme op Instagram. Ik zie alle reels voorbijkomen over mannen en vaders die niet gelijkwaardig aan hun kinderen leren: je hebt nu geen nu-mama, maar je hebt mij.”
Maar ik zei ook waar het begint. Niet bij hem. “En dan start het ook weer bij jou. Jij die zegt: niet nu. Jij die leert: ik mag, mijn ruimte mag er genomen worden. Want dat verdien je.”
Je hoeft niet te wachten tot je partner het uit zichzelf ziet. Je mag het zeggen. Je mag de deur dichtdoen. Je mag hem vragen om bij de kinderen te blijven. En als hij het nog niet goed doet, mag je het nog een keer vragen.
Ik vertel je hoe het bij mij en mijn vrouw gaat. Want het is echt niet zo dat wij dit perfect doen. We oefenen het ook.
“Wat doe ik met mijn vrouw weleens in het weekend? Ik zeg: ik heb even een half uurtje nodig. En dan ga ik gewoon hiernaast zitten, op mijn kantoor. Dan ga ik gewoon even een half uurtje zitten, of een filmpje kijken, of even scrollen. En dan ben ik er weer. En dan ben ik weer de happy papa.”
Een half uurtje. Niks bijzonders. Geen retraite, geen spa, geen weekend weg. Gewoon even in de kamer ernaast. En daarna ben ik weer de papa die mijn dochter verdient.
“En voor mijn vrouw hetzelfde. Soms stuur ik haar weg. Tegenwoordig leert ze het steeds beter pakken. En dan zeg ik: hup. En dan zegt zij: ik ben er over een half uurtje weer. Ik zeg: over een uur. Of over twee uur. Nee, nee, ik ben er wel over een half uurtje. Nou, over drie uur dan. Over vier uur.”
En dan grap ik een beetje: pak lekker je ruimte. “Want je hebt het nu nodig.”
Zie je wat daar gebeurt? Zij biedt een half uur aan. Ze wil zo snel mogelijk terug, want ze voelt zich schuldig. Iedere moeder kent dat. Zelfs als je eindelijk weg mag, hou je de tijd al in de gaten. En ik speel het spelletje andersom. Ik geef haar meer, en meer, en meer. Zodat ze kan voelen dat het echt mag.
Dat is wat een partner kan doen. Niet alleen toestaan dat je weggaat. Je wegsturen. Met liefde.
Lotte vertelde in die eerdere sessie hoe nodig ze die momenten had. “Ik heb echt ook wel die momenten voor mezelf nodig. Dat heb ik vooral gemerkt toen ik even helemaal niet werkte. Gewoon een uur, soms muziekje aan, en dan zie ik wel waar mijn hoofd belandt. Soms val ik in slaap, soms niet. Maar dat ik die momenten kan pakken, dat is op sommige dagen gewoon heel lastig.”
Op sommige dagen gewoon heel lastig. Juist op de dagen dat je het het hardst nodig hebt.
Ik zei: “Alles is heel mooi dat je, als alles goed gaat, goed voor jezelf kan zorgen. Je moet de gewoontes hebben als alles tegenzit. Dat je het dan nog steeds kan doen, en dat je tegen jezelf zegt: dit is iets belangrijks. Want je zegt: ik heb het nodig. Maar kun je ook als de boel de boel is, als alles om je heen valt, zeggen: ik heb het nog steeds nodig? En wat is dan jouw variant daarvan? Een uur. Tien, vijftien minuten.”
Op een drukke dag is een uur misschien te veel gevraagd. Maar tien minuten? Een rondje om het blok? Vijf minuten op de rand van je bed, ogen dicht? Dat kan altijd.
En toen werd ik even streng. Niet op Lotte. Op het patroon. Want het is zo verleidelijk om te zeggen dat het niet kan, en het daarbij te laten.
“Anders gaslight je je eigen gevoel. Je hebt iets gevoeld: ik heb behoefte aan tijd voor mezelf. Maar je volgt het niet op. Het is heel makkelijk om te klagen hoe zwaar je het hebt.”
En nog een stapje verder: “Jij laat ook niet de ballen liggen, en daar kies je ook voor. Je delegeert niet. De verantwoordelijkheid richting je kinderen en je partner. Ook allemaal keuzes, die ervoor zorgen dat het zwaarder is. En met jou heel veel andere moeders, helaas.”
Dat is confronterend. Ik weet het. Maar het is ook bevrijdend. Want als het een keuze is, kun je ook anders kiezen. Jij bent niet het slachtoffer van een te vol leven. Jij bent de vrouw die elke dag kiest om alle ballen in de lucht te houden. En je mag er af en toe eentje laten vallen. Of aan je partner geven.
“Dat is het doorbreken. Ik voel me altijd verantwoordelijk. Nu voel ik me verantwoordelijk richting mezelf. In dit moment, al is het heel klein.”
Lotte zei in die eerdere sessie iets wat ik zo eerlijk vond. Toen ik het had over het weekend en over een zware maandag, zei ze:
“Toen ik niet werkte, vond ik het ook altijd heel fijn als het weer maandag en dinsdag was en ze allemaal weg waren.”
Wat een eerlijke zin. En hoeveel moeders herkennen zich daarin, maar zouden het nooit hardop zeggen?
Want het klinkt als: ik hou niet genoeg van mijn kinderen. Ik vind het fijn als ze weg zijn. Wat voor moeder ben ik dan?
Een moeder die een mens is. Dat ben je dan.
Als je weekend zo vol is dat je opgelucht bent als iedereen maandag de deur uit gaat, dan zegt dat niks over hoeveel je van ze houdt. Het zegt alleen dat er in je weekend geen ruimte voor jou was. Geen straks-mama. Alleen nu-mama, van vrijdagavond tot maandagochtend.
En dat kun je veranderen.
Aan het eind van dat stuk van de sessie werd het weer lichter. Ik vertelde iets over onszelf, gewoon omdat het waar is.
“Vorige week hebben we twee keer patat gegeten. Druk, alles. Dan is dat het. We zijn mens.”
En om eerlijk te zijn: “Mijn dochter heeft maar één keer patat gegeten. De andere keer hadden we niet gekookt, dus at mijn dochter eitjes en kwark, dat soort dingen, als avondeten. En toen ze op bed lag, hebben papa en mama lekker nog een keer patat gegeten.”
Ik vertel dit omdat ik weet hoe hoog de lat ligt voor moeders. Altijd gezond koken. Altijd aanwezig. Altijd geduldig. Altijd nu. Superwoman moeder. Maar je bent eerst mens. Je bent moe. Je hebt een dag gehad.
“Moeders willen zo graag superwoman moeder zijn. Maar je bent moe, je hebt een dag gehad. Het is gewoon zo.”
En een moeder die af en toe patat bestelt, twintig minuten onder de douche staat, en op zaterdagochtend uitslaapt terwijl papa de kinderen doet, is geen slechtere moeder. Ze is een moeder die haar kinderen laat zien hoe je goed voor jezelf zorgt.
Misschien zit je nu op de bank, met dit stuk op je telefoon, en hoor je al iemand roepen. Mama! Mama, kijk! Mama, waar is mijn andere schoen?
En misschien sta je al op voordat je erover nadenkt. Want zo gaat het altijd. Jij bent de nu-mama.
Wat als je één keer blijft zitten? Wat als je zegt: “Mama komt zo. Vraag het maar even aan papa.” Of, als je alleen bent: “Mama drinkt eerst haar thee op, en dan kom ik.”
Je kind gaat het overleven. Misschien protesteert het even. Misschien huilt het zelfs even. Maar het leert iets wat jij misschien nooit hebt geleerd: dat mama ook iemand is. Dat mama ook iets nodig heeft. En dat mama terugkomt.
Dat is de straks-mama. Ze laat haar kinderen niet in de steek. Ze leert ze dat liefde ruimte heeft.
1. Vind je straks-mama-zin. Bedenk één zin die je deze week gaat gebruiken als je kinderen iets van je willen terwijl jij even tijd voor jezelf hebt. “Mama is er straks.” “Mama komt na haar thee.” “Nu is het papa-tijd.” Schrijf hem op en zeg hem hardop. Gebruik hem minstens drie keer deze week. Merk wat er in je lijf gebeurt als je hem zegt, en merk wat er gebeurt bij je kinderen.
2. Pak je moment voordat je in het oranje zit. Plan deze week twee momenten voor jezelf in, op dagen dat het nog goed gaat. Twintig minuten douchen, een wandeling, een half uur op bed met je ogen dicht. Niet als beloning. Niet als noodrem. Gewoon omdat je het waard bent.
3. Voer het gesprek met je partner. Schrijf eerst op wat je merkt en wat je nodig hebt. Begin het gesprek bij jezelf: “Ik merk dat ik in het weekend moe ben. Ik merk dat jij soms wel even tijd voor jezelf pakt, en ik niet. Ik wil dat ook.” Vind je de ingang lastig? Gebruik je coach, een blog, of dit stuk als excuus. Pak een lijstje erbij. Awkward is beter dan nog een zware maandag.
4. Spreek één vast straks-mama-moment af. Bijvoorbeeld: op zaterdag slaapt mama uit, en papa houdt de kinderen bij zich. Of: elke zondagmiddag gaat mama een uur weg. Maak het een vaste afspraak, zodat je het niet elke keer opnieuw hoeft te bevechten. Zo bouw je een gewoonte die er ook staat als alles tegenzit.
Je bent niet minder moeder als je er straks bent in plaats van nu. Je bent een moeder die haar kinderen leert hoe liefde en ruimte samen kunnen gaan.
Lees ook Angst gaat niet weg, jij wordt groter: de grootste misvatting over spannende keuzes en Als jij rustiger wordt, wordt je huis rustiger.
Ben jij een ondernemende moeder die hierin vastloopt? Lees hoe ik werk als coach voor ondernemende moeders.
Zet hem op deze week.
Liefs,
Jonathan
Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.