Wat gaat jouw toekomst bewijzen? Over de oude zin die zichzelf waarmaakt

Vrouw schrijft in haar dagboek bij het raam

“Die situatie, die ken ik”

Ze had net gesolliciteerd. Op een vacature die ze eigenlijk niet wilde. In precies het werk waar ze uit wilde.

Ik noem haar Lotte. Eind dertig, moeder van twee jonge kinderen. Ze had haar vaste baan opgezegd, het gezin ging binnenkort verhuizen, en ergens in haar zat al een tijd de wens om voor zichzelf te beginnen. De grote stap had ze dus al gezet. En toch keek ze alweer naar vacatures. In het werk dat ze al jaren doet.

Ze legde het me zo uit:

“Nou ja, ik weet wel meer wat ik niet wil, maar daardoor maakt vinden wat ik wel wil moeilijker. […] En deze situatie, die ken ik, die heb ik al heel vaak ingezeten. Dat ik dacht van ik stop met mijn huidige baan en eigenlijk wil ik niet meer in [dat werk]. Dus wat wil ik dan? Dus dan ga ik ver kijken en uiteindelijk beland ik toch weer vaak in [dat werk].”

Uiteindelijk beland ik toch weer daar.

Lees die zin nog eens. Langzaam. Want hij klinkt als een observatie. Als iets wat ze gewoon eerlijk vaststelt over haar eigen leven. Maar het is geen observatie. Het is een voorspelling. En voorspellingen die je vaak genoeg uitspreekt, hebben de nare gewoonte om uit te komen.

Misschien heb jij ook zo’n zin. “Ik ben gewoon niet zo’n ondernemer.” “Bij mij gaat het altijd mis als het goed gaat.” “Uiteindelijk doe ik het toch weer alleen.” “Ik ben nu eenmaal iemand die op het laatste moment afhaakt.” Je zegt het luchtig, soms met een lachje erachter. Maar ergens in je lijf staat hij vast als een feit.

Een gedachte die je vaak genoeg hebt gedacht

Ik vroeg Lotte om eens goed naar die zin te kijken. Niet naar de vacatures. Niet naar de verhuizing. Naar de zin.

Want hier zit het. Als je geen andere zin hebt om tegen jezelf te zeggen, dan blijft de oude zin de enige die er is. Ik zei het haar zo:

“Dus als je dus niet een andere iets anders er tegenover kan zetten, dan wordt het lastig. Snap je? Want dan is het ook lastig om mentaal iets anders er tegenover te zetten. Omdat je gewoon niet een alternatief weet wat je tegen jezelf kan en mag zeggen. En dan bedoel ik met het wordt een zelfvervullende prophecy, omdat je ook niet iets anders hebt wat je tegen jezelf kan benoemen als mantra, als gezegde, als leidraad.”

En daarna het stuk waar het eigenlijk om draait:

“Het is gewoon een gedachte die je super veel hebt. Gewoon een gedachte die je super vaak herhaald hebt: uiteindelijk toch wel in [dat werk]. En je hebt het bewezen, omdat dit heb je vaker ervaren en dus daarmee laat je dus al zien, het patroon is te zeggen, ik kan niet beter dan dit, of ik ben niet beter dan dit, of de zoektocht is te ingewikkeld, dit is simpeler, makkelijker en uiteindelijk toch wel in [dat werk], want mijn verleden heeft bewezen dat dat zo is. Maar wat gaat jouw toekomst dan bewijzen?”

Zie je wat daar gebeurt? Je verleden is je bewijsmateriaal geworden. Elke keer dat je terugging, heb je een vinkje gezet achter je oude zin. Zie je wel. Zie je wel. Zie je wel. En hoe meer vinkjes, hoe meer het voelt als waarheid.

Maar je verleden heeft alleen bewezen wat er gebeurde toen je die zin geloofde. Het heeft niet bewezen wie jij bent. Dat is een groot verschil.

Ik ben mild over de vrouw die die vinkjes zette. Ze deed wat ze kon met wat ze wist. Maar ik ben streng over het patroon. Want zolang die zin aan het stuur zit, rijdt hij je steeds weer naar dezelfde plek terug.

Met een vraagteken gelooft niemand je

Dus vroeg ik: wat gaat jouw toekomst bewijzen?

Ze dacht even na. “Niet eindig in [dat werk]. Tenminste, dat is het.”

Tenminste. Je hoort het al. Ik ook. Ik zei:

“Maar alleen al zo, al zei je het heel vraagtekend en dan gelooft niemand in de hele wereld dat die zin waar is. ‘Niet eindig in [dat werk]’ klinkt niet alsof je dan niet naar [dat werk] gaat, maar het is al een betere start. De toekomst gaat bewijzen dat ik niet eindig in [dat werk]. Dat klinkt al zo anders. Ja. Wat kun je nog meer zeggen?”

De toekomst gaat bewijzen dat ik niet eindig in dat werk.

Voel het verschil eens. “Uiteindelijk beland ik toch weer daar” zet de deur dicht. “De toekomst gaat bewijzen dat ik niet eindig daar” zet hem op een kier. Het belooft niet dat je morgen weet wat je wel wilt. Het zegt alleen: het verleden heeft niet het laatste woord.

We gingen verder. Ik vroeg wat ze nog meer kon zeggen.

“Zoeken wat ik wel leuk vind. Maar goed, wat dat is, weet ik niet.”

Daar was weer dat staartje. Maar goed. Wat dat is, weet ik niet. Ik zei: “Vind iets wat ik wel leuk vind. Ik vind en ik verdien iets wat ik wel leuk vind. Wat nog meer, hoe zou je het anders kunnen benoemen? […] Dit wordt mijn nieuwe waarheid.”

“Ja, ik doe werk wat ik leuk vind, waar ik energie van krijg.”

En toen stopten we het samen in één zin. Die wil ik je laten zien, want hij is het hart van deze blog:

“Ik vind en ik verdien werk wat ik wel leuk vind en waar ik energie van krijg. De toekomst gaat bewijzen dat ik niet eindig in [dat werk].”

Let op dat woord “verdien”. Het staat er niet voor niets. Je kunt een zin hebben over wat je gaat vinden, maar als je onderhuids gelooft dat je het niet verdient, ga je het ook niet vinden. Of je vindt het en je duwt het weg.

“Dit zijn geen dingen die ik vaak denk”

En toen zei Lotte iets wat ik zo eerlijk vond. Ik vroeg of ze nog meer vertrouwen kon uitspreken, richting zichzelf. Ze zei:

“Ja, dit zijn geen dingen die ik vaak denk.”

Ik zei: “Nee, daarom is dit het best belangrijke. Hoe is dat überhaupt om te zeggen? Dit zijn niet dingen die ik vaak denk.”

Ze legde uit dat ze echt wel had gehoord van affirmaties en dat soort dingen. “Maar die blijven bij mijn hoofd maar over het algemeen niet hangen. Ja, ze zijn er wel, maar de negatieve, ja. En dan kan ik nog wel bijvoorbeeld denken van ik heb vertrouwen in dat er uiteindelijk wel wat komt.”

De negatieve blijven wel hangen. De positieve glijden eraf.

Misschien herken je dit. Je hebt een post-it op je spiegel geplakt. “Ik ben genoeg.” Je hebt een mooie zin uit een boek overgeschreven. Je hebt een week lang elke ochtend iets hardop gezegd wat je in een podcast hoorde. En het voelde nep. Alsof je jezelf iets probeerde aan te praten. Dus stopte je ermee, en dacht je: dat werkt bij mij gewoon niet.

Ik zei tegen Lotte waarom dat zo is:

“Ja, maar dan is het een [masker] in je onderbuik. In je onderbuik voel je dat het niet waar is […] als het gaat om jezelf. […] Dan is het van, ik moet het zeggen, want dan denk ik dat dat beter is.”

Een affirmatie die je onderbuik niet gelooft, is een masker. Je zegt het, omdat het hoort. Omdat je ergens gelezen hebt dat het goed is. Maar je lijf staat ernaast met de armen over elkaar. En je lijf wint het altijd van je hoofd.

Dus de vraag is niet: welke mooie zin ga ik mezelf aanpraten? De vraag is: hoe zorg ik dat mijn onderbuik de nieuwe zin gaat geloven?

Het antwoord is bewijs.

De vrouw over wie je heen stapt

Dit is het moment uit die sessie dat ik het liefst aan elke moeder zou laten zien die dit leest.

Ik vroeg Lotte iets heel simpels:

“[Er is] een versie van jou die een baan al heeft opgezegd. Heb jij je baan opgezegd? Ja.”

“Ja.”

“Heeft iemand anders dat gedaan voor je? Is er een versie van jou die al aan het kijken is naar vacatures en die ergens is gaan meelopen? Toch stap je over die versie heen en doe je alsof die vrouw helemaal niet bestaat.”

Ze zei: “Nee, ik zit weer in [dat werk] te kijken. Met al die vacatures waar ik naar kijk.”

En ik ging door:

“Dus je stapt weer over die vrouw heen die bij zichzelf voelt: ik wil wat anders. Die letterlijk opvolgt, stappen zet, gesprekken heeft met haar partner, al die stukjes zie je niet als bewijs van dat je iets aan het creëren bent, want het blijft niet lang hangen, het blijft niet lang plakken. Terwijl je naar al die bewijzen wijst door opmerkingen te maken als uiteindelijk toch wel in [dat werk]. Want in het verleden heb ik zoveel stappen en dingen gedaan waarbij ik dus laat zien, zie je wel ik eindig in [dat werk]. Maar nu zet je allemaal stappen waarbij je letterlijk uit [dat werk] verdwijnt en stappen aan het maken bent. Maar dat zie je dan niet als bewijs, dat het gaat veranderen. Dus waar focus je dan meer op?”

Dat is het mechanisme. Je hebt een bewijzenmap voor je oude zin, en die is dik. Elke terugval gaat erin. En je hebt geen map voor je nieuwe zin. Dus alles wat je wel doet, valt op de grond. Het wordt niet bewaard. Het telt niet.

Die vrouw die haar baan opzegde, bestaat. Die vrouw die met haar partner het gesprek aanging over wat ze echt wilde, bestaat. Die vrouw die coaching nam, terwijl ze er eigenlijk geen zin in had, bestaat. Maar Lotte stapte over haar heen. Alsof ze een toevallige voorbijganger was, in plaats van haarzelf.

En nu jij. Over welke vrouw stap jij heen?

De vrouw die vorige maand toch die prijs noemde, ook al trilde haar stem. De vrouw die een avond nee zei tegen een verjaardag omdat ze moe was. De vrouw die die eerste klant binnenhaalde. De vrouw die gisteren niet ging schreeuwen, maar even naar de wc liep om te ademen. Ze bestaat. Ze is jou. En ze verdient het om meegeteld te worden.

Mag je dromen zonder plan?

Later in diezelfde sessie deden we een lange visualisatie. Ik nam Lotte mee, met haar ogen dicht, door de jaren heen. Vandaag kiezen voor jezelf. Morgen weer. Volgende week. Een jaar. Vijf jaar. Tien jaar. Op een gegeven moment zei ik:

“Stond je op zo’n stom blaadje bij een coachingsessie en dacht je, what the fuck? En nu 10 jaar later heb je 10 jaar lang voor jezelf gekozen, 10 jaar lang een voorbeeld gegeven aan jezelf, aan je kinderen, 10 jaar lang gekozen voor geluk, zingeving, positieve energie. Wat doet dat voor opbouw bij jou? Wat voor leven heb je? Wat voor relatie heb je?”

En verder, naar vijftien jaar. Haar kinderen inmiddels tieners. Een ochtend waarop ze opstaat en doet waar ze zin in heeft. “Of dat nou ondernemen is, of dat nou werken in loondienst is, maakt allemaal niet uit. Je hebt ervoor gekozen.” Ik vroeg haar om het geluid te maken van die vrouw.

Toen ze haar ogen opendeed, vroeg ik wat ze voelde.

“Ik voel haar eigenlijk heel weinig.”

Ik vroeg wat ze dan wel voelde. “Het ligt open, ik kan hier niet iets richting aangeven.”

“Is oké, dat hoeft ook niet.”

Ik vertel je dit omdat het eerlijk is. Niet elke oefening landt. Niet elke sessie eindigt met tranen van opluchting en een helder beeld. Soms voel je niks. En dat is ook informatie.

Want toen we doorpraatten, kwam Lotte zelf bij de kern: “Het feit dat ik totaal niet weet wat hier zit, is dat ik toch weer naar [het bekende] steeds ga.” En: “Het is te onbekend, dus hoe kan ik daar een beeld bij vormen? Want het moet concreet zijn, dus het lukt me daarom niet meer.”

Het moet concreet zijn. Daar zat de rem. Ze gunde zichzelf niet om te dromen over iets wat nog geen naam had. Ik zei:

“Dus ik kan niet eens naar morgen, volgende week, want ik vind dat het niet concreet is. Laat staan over 15 jaar. […] Mag dat überhaupt? Mag je daarover nadenken? Mag je erover fantaseren? Mag je erover dromen? […] De goede relatie, kon je daarover fantaseren? Het voorbeeld voor je kinderen. Er hoeft niks te zijn […]. En aan jezelf [te gunnen] dat je erover mag denken, voelen en dromen. Dat staat nog los van of er nou iets staat of niks.”

Dit is waarom die nieuwe zin bij zoveel vrouwen niet plakt. Ze willen eerst het plan. Eerst de naam van het nieuwe bedrijf, eerst de functietitel, eerst het businessplan. En pas dan durven ze te voelen hoe het zou zijn. Maar zo werkt het niet. Het gevoel mag voor het plan uit lopen. Je mag voelen hoe het is om met energie wakker te worden, voordat je weet waar die energie vandaan komt.

Dromen is geen beloofde uitkomst. Dromen is jezelf toestemming geven.

Geen zweep

Aan het eind van die sessie was Lotte moe. Ze zag nu hoe lang ze al steeds koos voor wat ze als verantwoordelijkheid zag. Ze zei: “Ja, dat weet ik eigenlijk natuurlijk al, maar die verantwoordelijkheid heeft altijd toch de boventoon gevoerd.” En ik zag het gebeuren, het moment waarop een inzicht omslaat in zelfverwijt. Waarom heb ik dat niet eerder gezien?

Dat is de valkuil na elk inzicht. Je ziet je patroon eindelijk. En in plaats van opgelucht te zijn, pak je de zweep. Ik zei:

“En in plaats van dan te zeggen, zie je wel, en dan met een zweep jezelf op de rug te slaan, is het… Ah, dank je. Duidelijk. Ah, les. Ah, pijn. Ah, een navigatie waarbij ik super duidelijk bewust ben wat ik niet wil. In plaats van oordeel, wat een loser ben ik. Waarom heb ik dat niet eerder gedaan? En dan kom maar met dat zweepje.”

En daarna:

“Waarom zou je jezelf op de kop zitten als je lichaam al niet meewerkt? Als je al moe bent, als je alle energie nodig hebt voor de toekomst, voor die baan, voor hetgene wat je wel wilt zoeken, je moet niet al nog extra energie stoppen door een zweep op je rug te slaan en jezelf te oordelen voor de keuzes die je vroeger hebt gemaakt. Je kunt niet weten wat je niet weet. En op nieuwe informatie maak je nieuwe keuzes. Met nieuwe bewustwording maak je nieuwe keuzes.”

Je kunt niet weten wat je niet weet.

Ik gaf haar er een beeld bij:

“Er zijn mensen die rijden allemaal op een paard, en dan komt de auto voorbij en die lachen het uit. Ga niet terug op dat paard, de auto is al hier, je hebt nieuwe informatie, nieuwe ideeën, gebruik het niet als oordeel maar als les, en motivatie, om dan vervolgens te zeggen, de toekomst gaat bewijzen dat ik niet eindig in [dat werk].”

De vrouw die al die jaren terugging, reed op een paard omdat er nog geen auto was. Dat is geen domheid. Dat is gewoon wat er toen was. Maar nu staat de auto voor de deur. Ga dan niet terug op dat paard, en ga ook niet op de stoep staan schelden op jezelf dat je ooit op een paard reed.

Ze zei het simpel: “Moe.”

En ik zei wat ik meende: ik ben trots op je dat je zo je best hebt gedaan.

“Ik laat het aan mezelf zien”

In onze laatste sessie samen kwam het bewijs terug. Lotte zat midden in de drukte. De laatste dagen van haar baan, een verhuizing voor de deur, twee jonge kinderen. Ze twijfelde of ze in zo’n periode wel aan zichzelf kon werken, of dat ze beter kon wachten tot er ruimte was.

Ik zei dat dat precies de afweging is. “Ga je onder vuur precies met alle triggers aan de slag of wacht je tot je ruimte hebt, en dat is de valkuil tegelijkertijd, want soms zeg je ik wacht tot ik ruimte heb en dan ben je vijf jaar verder.”

En later in die sessie legde ik uit waarom bewijs verzamelen zo belangrijk is:

“Een bewijs, dat is heel belangrijk bij dit soort dingen, dat je voor jezelf die bewijzen verzamelt, van ja, ik zeg dat ik het wil, maar ik laat het gewoon aan mezelf zien dat ik het wil, door middel van je baan op te zeggen, door middel van wel coaching met mij te nemen. Door middel van wel gesprekken over wat gaan we doen met de tuin, gaan we dat opknappen en de ruimte [voor een praktijk], en daar dus aan jezelf te laten zien: wat ik wil, daar verdient tijd, energie en ruimte gemaakt voor te worden. Ik verdien beter. Ja. En dat verdien je?”

Ik zeg dat ik het wil, maar ik laat het aan mezelf zien.

Dat is het verschil tussen een affirmatie en een bewijs. Een affirmatie zeg je. Een bewijs doe je. En als je genoeg doet, en je telt het ook echt, dan gaat je onderbuik op een dag zachtjes knikken bij die nieuwe zin. Niet omdat je hem vaak genoeg hebt opgezegd. Maar omdat hij waar is geworden.

Lotte zei het zelf ook: “Ja, dat merk ik ook wel, hoe meer ik naar de afronding ga, ook met werk, dat ik ook denk, ik wil dit gewoon niet meer.” De nieuwe zin begon zichzelf te bewijzen.

Aan het eind van die sessie zei ik tegen haar: “Ik geloof echt dat je dat pad gaat uitlopen en dat je die zelfliefde en die bewijzen verzamelen, dat je dat blijft doen. Daar vertrouw ik wel op.”

Als de kinderen naar school gaan

Ik wil nog even bij die valkuil blijven, want hij is zo herkenbaar voor ondernemende moeders. Wachten op het juiste moment. Ik zei het in die sessie zo:

“Of een bekend iets wat moeders zeggen: als mijn kinderen weer naar school gaan, dan kies ik echt voor mezelf. Dan ga ik echt mijn onderneming starten, dan ga ik echt voor mijn dromen. En dan ben je dus eigenlijk, wat je dus heel vaak ziet, je dromen aan het uitstellen. En dan soms krijgt de moeder dus nog een tweede of een derde kind, en dan zijn ze zeven jaar verder voordat ze hun dromen oppakken, en hebben ze zeven jaar zichzelf aan de kant gezet, wat prachtig is voor de kinderen, maar zichzelf in hun potentie, ja, hebben ze geparkeerd.”

Geparkeerd. Niet weg. Niet kapot. Gewoon geparkeerd, met de motor uit, ergens op een parkeerplaats waar je af en toe langsrijdt en denkt: ooit.

En weet je wat het verraderlijke is? Ook “als de kinderen naar school gaan” is een oude zin. Hij klinkt verantwoordelijk. Hij klinkt als goed moederschap. Maar onder die zin zit vaak dezelfde voorspelling als bij Lotte: uiteindelijk komt het er toch niet van. En elk jaar dat het er niet van komt, gaat er weer een vinkje achter.

Je hoeft niet morgen je hele leven om te gooien. Maar je kunt wel vandaag beginnen met bewijs verzamelen. Eén mail. Eén gesprek met je partner over wat je echt wilt. Eén uur in de week dat van jou is. Eén plek in huis waar je jouw droom al voor je ziet, ook al ziet het er nu nog heel anders uit.

Als ik twijfel of iets mag, stel ik mezelf dezelfde vraag die ik Lotte stelde. Wat gaat mijn toekomst bewijzen? Niet wat mijn verleden heeft bewezen. Wat mijn toekomst gaat bewijzen. Dat is een vraag waar jij het antwoord op schrijft. Elke dag opnieuw.

Wat je deze week kunt doen

1. Vang je oude zin. Let deze week op de zin die jij over jezelf zegt als iets niet lukt. Vaak begint hij met “uiteindelijk”, “toch weer”, “altijd” of “nu eenmaal”. Schrijf hem letterlijk op, precies zoals je hem zegt. Kijk ernaar en vraag jezelf: is dit een feit, of een gedachte die ik heel vaak heb gedacht?

2. Schrijf je tegenzin, zonder vraagteken. Zet er een nieuwe zin tegenover. Gebruik als je wilt het model van Lotte: “Ik vind en ik verdien … De toekomst gaat bewijzen dat ik niet …” Zeg hem hardop. Leg je hand op je buik. Voel je een masker, of voel je iets van waarheid? Als het een masker voelt: geen probleem. Daar is stap drie voor.

3. Begin een bewijzenpot. Pak een pot, een la of een schrift. Schrijf elke avond één ding op dat de vrouw over wie je normaal heen stapt die dag heeft gedaan. Klein mag. Juist klein. “Ik heb die offerte verstuurd.” “Ik heb gezegd dat ik moe was in plaats van door te rennen.” “Ik heb een half uur gedroomd zonder plan.” Vouw het briefje dicht en stop het erin. Aan het eind van de week maak je de pot open en lees je ze allemaal. Dat is je nieuwe bewijsmateriaal.

4. Droom vijf minuten zonder plan. Zet een wekker op vijf minuten. Ogen dicht. Stel je een ochtend voor over een paar jaar waarop je opstaat en zin hebt in je dag. Je hoeft niet te weten wat je dan doet. Voel alleen hoe die vrouw zich voelt. Lukt het niet? Is oké, dat hoeft ook niet. Morgen mag je het weer proberen.

En als je merkt dat je de zweep pakt omdat je zo lang op dat paard hebt gezeten: ah, dank je. Ah, les. De auto staat al voor de deur.

Lees ook Je hebt de blauwdruk al: word een people pleaser voor jezelf en Er is niets groter dan deze kleine stap.

Wil je dit niet alleen doen? Als coach in Lelystad en online help ik je om helder te krijgen wat je wilt, en wat je nog tegenhoudt.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar