
Ze was moe. Echt moe. We hadden net een lange oefening gedaan, en ik zag het aan haar lijf. Ze werd stil.
Ik noem haar Lotte. Eind dertig, moeder van twee jonge kinderen. Ze had haar vaste baan opgezegd, in het werk dat ze al jaren doet en waar ze steeds leger van raakte. Dat was een goede keuze geweest, dat wist ze. Maar wat er in de plaats moest komen? Geen idee. Er lag nog niks. Geen plan, geen nieuwe baan, geen beeld. En daarom twijfelde ze. Want hoe kun je iets loslaten als je niet weet wat ervoor terugkomt?
Ik stelde haar de vraag nog één keer:
“Met al dit allemaal, nog steeds het stukje onbekend en met dat stukje, er is niets. Is de keuze van [je baan] opzeggen nog steeds de juiste keuze? Als je dan kijkt naar [dat werk] […].”
En toen gaf ik haar een beeld. Ik waarschuw je alvast, het is niet het meest elegante beeld dat ik ooit heb bedacht. Maar het werkt.
“Als je een bord spaghetti en een bord poep ziet staan, zeg je nou, dat is de juiste keuze om geen poep te eten. De spaghetti staat daar los van.”
Je hoeft niet te weten of de spaghetti lekker is, om te weten dat je geen poep gaat eten.
Zo simpel is het. En zo moeilijk. Want heel veel vrouwen blijven aan tafel zitten voor het verkeerde bord, omdat ze niet zeker weten of het andere bord wel smaakt. Of omdat er nog helemaal geen ander bord staat. Ze denken: ik kan pas opstaan als ik weet waar ik naartoe ga.
Maar dat zijn twee verschillende vragen. Is dit goed voor mij? En: wat komt er hierna? Je mag de eerste beantwoorden zonder dat je de tweede al weet.
Ik maakte het nog concreter voor haar. Want bij een relatie zie je het meteen, terwijl je het bij werk zo makkelijk vergeet:
“Want, ik zou het anders zeggen: je relatie is niet goed, dat weet je, moet je dan die volgende man al hebben door te zeggen, ik ga van jou scheiden of ik eindig de relatie? Dit is wat je doet met de baan. Dus het staat los daarvan, als de relatie niet goed is, maak je die keuze op dat het niet goed voelt en dat dat de juiste keuze is, toch? Als de vriendschap niet goed is, maak je de keuze dat het niet goed is.”
Moet je de volgende man al hebben om te weten dat deze relatie niet goed is?
Natuurlijk niet. Sterker nog, we zouden het een beetje vreemd vinden als iemand pas wegging bij een slechte relatie op het moment dat er al een nieuwe klaarstond. We zouden zeggen: je hebt het oude niet echt afgesloten. Je bent van de ene liaan naar de andere geslingerd, zonder ooit even met je voeten op de grond te staan.
En toch doen we het met werk, met ons bedrijf, met samenwerkingen, met een aanbod dat niet meer past, de hele tijd. We blijven, tot we het nieuwe zeker weten. En omdat je het nieuwe nooit zeker weet, blijf je.
Ik wil eerlijk zijn over waarom het voor Lotte extra lastig was. Ik zei het haar ook:
“Want het maakt het makkelijker als je een toekomst hebt die voelt als een magneet om het verleden los te laten. Het is bij jou wat lastiger vanwege het onbekende. Dat betekent nog steeds niet, als die magneet er niet is, dat het niet de juiste keuze is.”
Een magneet. Als je al weet waar je naartoe gaat, trekt dat beeld je vooruit. Het helpt je los te komen van het oude. Je ziet het huis al staan, de nieuwe klant, het nieuwe leven. Dan is loslaten een stuk makkelijker.
Maar als die magneet er nog niet is, dan voelt loslaten als in het niets springen. Dan is het oude, hoe ongelukkig het ook maakt, het enige wat je kent. En wat je kent, voelt veilig. Ook als het je opvreet.
In onze laatste sessie samen kwam ik er nog eens op terug, met een zin die je vast kent:
“Er is een bekende zin: als iedereen al zijn problemen op tafel zou gooien, dan pak je daarna toch weer je eigen problemen. Want dat is bekend en vertrouwd, je wil niet iemand anders zijn probleem. En dat maakt het dus soms ook lastig in de transformatie, in een helingsproces: wat staat er tegenover. En soms voelt het fijner om lekker hetzelfde te blijven dan het onbekende. Want waar moet je dan vertrouwen uithalen?”
Je pakt je eigen problemen weer terug van tafel. Niet omdat ze beter zijn. Omdat je ze kent.
Dat is geen zwakte. Zo zijn we gebouwd. Maar het betekent wel dat je jezelf er bewust van moet zijn. Dat het gevoel van “toch maar terug” niet altijd je intuïtie is. Soms is het gewoon het vertrouwde dat roept.
Lotte zat er dus stil bij. Ik vroeg: “Wat gebeurt er nu met je? Ik zie dat je in een andere mode zit. Ik zie je aan je lijf, je bent moe, staan heeft jouw energie gekost. Vertel me wat er in je omgaat, want je wordt stil.”
“Ja, weinig eigenlijk. Ik weet niet, het is een beetje weg allemaal tijdens [de oefening] denk ik.”
En toen deed ik iets wat ik belangrijk vind om te laten zien. Want ik ben een directe coach. Ik pak de triggers, ik trek aan draadjes, ik ben soms streng. Maar ik wil nooit dat iemand een keuze maakt omdat ik dat wil.
“Begrijpelijk. Het laatste wat ik wil is jou pushen, een keuze te maken waar je niet achter staat. Het laatste wat ik wil is zeggen wat jij moet doen. Mijn excuses als je dat voelt, als je daarin denkt, hij wil wat van mij, dat is het laatste wat ik wil. Dus mocht dat zo zijn, dan is dat niet mijn intentie. En met deze opdracht […] hoop ik wat bloot te leggen voor jezelf, zodat jij een keuze kan maken waar […] jij achter staat.”
Ik zeg dit tegen jou ook. Ik ga je in deze blog niet vertellen dat je morgen je baan moet opzeggen, je bedrijf moet sluiten of die samenwerking moet stoppen. Dat is jouw keuze. Ik wil alleen laten zien wat het je kost als je blijft hangen.
Want daar heb ik een ander beeld voor. Een beeld dat ik Lotte direct daarna gaf:
“En meestal is niet kiezen alsof je hangt aan twee lianen. Je hangt aan twee touwen. En dit is het oude en dit is het nieuwe en je hangt er tussenin. Maar het probleem is, je kunt er wel even hangen, maar als dat langer duurt, dan glijd je naar beneden. Dan krijg je een rope burn, dan gaat het allemaal branden. Het kost superveel energie, allemaal, omdat je geen keuze maakt.”
Stel het je even voor. Je hangt in de jungle. In je linkerhand de oude liaan, in je rechterhand de nieuwe. Je armen staan wijd. Het gaat even. Een paar seconden, een paar minuten misschien. Maar je kunt zo niet blijven hangen. Je spieren verzuren. Je handen beginnen te glijden. En terwijl je naar beneden zakt, schuurt het touw door je handpalmen. Het brandt.
Zo voelt het om maanden, soms jaren, tussen het oude en het nieuwe te hangen. Je bent moe, zonder dat je precies weet waarvan. Je slaapt slecht. Je hebt een kort lontje naar je kinderen. Je lijf begint te protesteren. Niet omdat je zoveel doet. Maar omdat vasthouden aan twee kanten tegelijk ontzettend veel energie kost.
En dan de zin die ik je het liefst zou laten opschrijven:
“En soms is het niet eens het gevolg van de keuze wat alles kost, het is de niet-keuze maken wat alles kost. […] Het niet kiezen, kost soms veel meer dan een keuze maken. Zelfs de verkeerde keuze.”
Zelfs de verkeerde keuze.
Lees dat nog een keer. Want ik denk dat heel veel vrouwen blijven hangen omdat ze bang zijn de verkeerde keuze te maken. Ze willen het zeker weten. Ze willen niet over een jaar spijt hebben. En dus kiezen ze niet. Maar niet kiezen is ook een keuze. En het is vaak de duurste.
Een verkeerde keuze kun je herstellen. Je leert ervan, je stuurt bij, je gaat verder. Maar hangen tussen twee lianen? Dat vreet je langzaam op, en je hebt niet eens iets om van te leren. Alleen verbrande handen.
Eerder in diezelfde sessie had ik Lotte al een ander touw laten zien. Ze had haar baan opgezegd, maar voelde de drang om toch weer te gaan solliciteren in hetzelfde werk. Ik zei:
“Dat er letterlijk, zoals ik het noem, als je echt een keuze maakt: een touw, je pakt een hakmes, je hakt hem door, en het is klaar, voorgoed, want het touw is kapot. Dit is het verleden, dit is een stukje de nieuwe toekomst, en je draait met je rug om, en daar is de toekomst. Jij kijkt naar een kapot stukje touw en denkt, hoe kan ik die gaan lijmen?”
Hoe kan ik die gaan lijmen.
Dat is wat het oude met je doet als je het nog niet echt hebt losgelaten. Je hebt de knoop doorgehakt. Je hebt opgezegd, het gesprek gevoerd, de deur dichtgedaan. En dan sta je daar met dat stukje touw in je handen en ga je kijken of het toch niet nog vast te knopen is. Een vacature hier. Een berichtje naar die oude klant daar. “Misschien toch nog even een paar uur per week.”
Ik zei er eerlijk bij: “En het spijt me dat ik een klein beetje streng op je ben.” Streng op het patroon. Mild op de vrouw.
Later in de sessie, toen we hadden gekeken naar alles wat haar baan haar kostte, aan energie, aan haar relatie, aan haar gezin, aan haar gezondheid, gaf ik haar het touw en het hakmes nog één keer in handen:
“Dan hoef je maar één keuze te maken. Dit is [dat werk]. Hier heb je het touw. Hier heb je het hakmes. Is het de juiste keuze, lieve schat?”
Ik wil hier iets bij zeggen, want loslaten wordt vaak verkeerd begrepen. Het touw doorhakken betekent niet dat je alles wat je ooit hebt gedaan in de prullenbak gooit. Ik zei het Lotte ook:
“En dat betekent niet dat je meteen [je hele vak] moet afzweren, maar dat betekent wel dat je misschien die twee dingen kunt combineren […], waardoor het misschien makkelijker is. Misschien zijn er functies waar je helemaal niks van weet, waar je ook kan solliciteren, waarbij die twee dingen bij elkaar kunnen, wie weet.”
Je laat niet je talent los. Je laat niet je ervaring los. Je laat de manier los waarop het je leegtrok. De vorm die je ongelukkig maakte. Het gevoel dat je elke ochtend weer had.
En toen stelde ik haar de vraag waar het eigenlijk om draaide: “En verdien jij beter dan dat gevoel? Verdien jij beter dan dat gevoel?”
“Ja, ja.”
“Helemaal vol?”
“Ja. Het is intensief om in die vrouw te kruipen, een beetje herkenbaar.”
Nu zou je denken: oké, ze hakt het touw door, ze draait zich om, klaar. Op naar het nieuwe.
Maar zo werkt het niet. En dat wil ik je laten zien, omdat ik het zo vaak zie gebeuren en vrouwen er zo van schrikken.
In onze laatste sessie samen zat Lotte midden in de verhuizing. De laatste dagen van haar baan, binnenkort het nieuwe huis. Alles waar ze zelf voor had gekozen. En ze vertelde me iets wat haar verbaasde:
“Ja, want dat merk ik ook wel. Het begint nu ook wel een soort van rouwproces hier te zijn, terwijl ik dan denk, ja, maar ik wilde toch weg.”
Ik wilde toch weg.
Daar is hij. De verwarring. Als ik zelf heb gekozen om te gaan, waarom voel ik dan verdriet? Is dat niet het bewijs dat het de verkeerde keuze was? Ze zei het zelf: “En dan ga je ineens ook denken, oh, misschien was het toch niet zo erg, en dan denk ik, nee.”
Ik zei: “Ja, zeker. Maar het is toch, je zekerheid is gewoon weg. Ja, en ik denk dat het goed is.”
Rouw is geen bewijs dat je verkeerd koos. Rouw is het bewijs dat er iets was wat ertoe deed.
Ik herkende het meteen, uit mijn eigen leven. Ik vertelde haar:
“Ja, maar het is de roze bril voordat je weggaat, weet je wel. En dat is ook als je een relatie uitmaakt en je zegt, nou, je bent nog even bij elkaar, ik heb het zelf ook ervaren, en dan gaat het allemaal oké. Want je hoeft niet meer. Je hoeft niet meer te vechten voor iets, dus dan is het oké, dan ga je weer normaal met elkaar om. En dan denk ik, oh, kunnen we niet zo normaal met elkaar omgaan? Maar nee. Want het is uit en we weten dat het uit is en we hebben allebei gezegd dat het uit is, maar we leven nog [samen] en we moeten nog het afronden, waardoor het opeens vredig is.”
Misschien ken je dit. De laatste weken van iets waar je zelf voor hebt gekozen om te stoppen. En ineens is het fijn. De druk is eraf. Je hoeft niet meer te bewijzen, niet meer te vechten. En dan komt de gedachte: was het eigenlijk wel zo erg? Kunnen we het niet gewoon zo houden?
Maar dat vredige gevoel bestaat juist omdat het voorbij is. Het is de roze bril van het afscheid. Hij laat je de mooie kant zien, omdat de zware kant al is losgelaten.
En ik zei er iets bij wat ik belangrijk vind:
“En ik denk dat het goed is op die manier, want dan zit je in je gevoel en ik denk dat het belangrijk is. Niet alleen cognitief, ik wil toch weg, maar ook van ja, maar ik heb het er ook fijn gehad, mijn kinderen hebben hier [hun eerste jaren gehad], ik heb mooie herinneringen, ik heb ook geluk gehad daar. We hebben ook wel mooie tijden gehad en daarin kunnen twee dingen naast elkaar bestaan. Dus het mooie van het huis, ook alle andere nadelen, en de valkuil is dat je alleen maar focust op de nadelen, maar dan kun je niet goed afscheid nemen.”
De valkuil is dat je alleen maar focust op de nadelen. Dan kun je niet goed afscheid nemen.
Dat is misschien wel het belangrijkste in deze hele blog. Veel vrouwen denken dat ze het oude slecht moeten maken om het te mogen loslaten. Dat ze moeten bewijzen hoe erg het was. Maar dan blijft er iets hangen. Een stuk dat niet gezien is. En wat niet gezien is, blijft trekken.
Je mag het oude loslaten en tegelijk dankbaar zijn voor wat het je gaf. Je mag een baan opzeggen en missen hoe goed je erin was. Je mag een huis verlaten en huilen om de kamer waar je kinderen hun eerste stapjes zetten. Twee dingen naast elkaar.
Later in die sessie vertelde Lotte nog iets. “Ik heb veel verhuisd. Ik denk dat ik voor de dertiende keer zo verhuis nu.”
Dertien keer.
Ik zei: “Dus het wordt tijd om te aarden in jezelf, hoor ik al weer.”
Ze vertelde dat het bij haar vaak tijdelijke plekken waren geweest. En dat er één plek was waar ze het langst had gewoond, een appartement waar ze alleen woonde. “Ik heb best wel van die momenten dat ik denk, oh, ik zou wel weer terug willen naar [dat appartement]. […] Maar dat is denk ik ook omdat ik daar dus het langst alleen gewoond heb.”
Ik zei: “Ja, ik ken dat idee. Dus daar had je de rust, niet die verantwoordelijkheid, de ontspanning. Je had er andere stukken. En dus ook, als je alles benoemd hebt met die verhuizingen, zat je eerste vastigheid in een hele lange tijd.”
Ik vind dat zo’n mooi stukje. Want het laat zien dat het verlangen naar terug niet altijd over de plek gaat. Ik denk niet dat Lotte echt terug wilde naar dat appartement. Ik denk dat ze verlangde naar wat ze daar had: rust, ontspanning, een plek die van haar was. En dat is precies wat ze nu mag gaan bouwen. Niet in een gebouw, maar in zichzelf.
Na de verhuizing hadden zij en haar partner een maand de tijd. “Om daar te gaan aarden. Om allebei niet te werken.” Ik zei: “Wat fijn zeg, een maand, dat is wel heel chill. Dat is ook nodig. Nodig.”
Aarden. Tussen het oude en het nieuwe. Niet hangend aan twee lianen, maar met je voeten op de grond. Even niks hoeven. Het oude is losgelaten, het nieuwe is er nog niet helemaal, en dat mag. Die tussenruimte is geen leegte. Het is grond.
Misschien zit jij nu met iets in je handen wat je eigenlijk al lang wilt loslaten. Een klant die je energie kost. Een samenwerking die niet meer klopt. Een aanbod waar je zelf niet meer in gelooft, maar dat wel geld oplevert. Een vriendschap die je leegtrekt. Een rol in je familie die je al jaren draagt.
En misschien zeg je tegen jezelf: ik stop pas als ik weet wat ervoor in de plaats komt. Als ik eerst die nieuwe klanten heb. Als ik eerst het nieuwe aanbod heb uitgewerkt. Als ik eerst zeker weet dat het goedkomt.
Kijk dan nog eens naar die twee borden. Je hoeft niet te weten hoe de spaghetti smaakt.
En als je de knoop doorhakt, en je merkt een paar weken later dat je verdrietig bent, dat je het mist, dat je ineens denkt “was het eigenlijk wel zo erg?”: schrik niet. Dat is de roze bril voordat je weggaat. Het mag er zijn. Het betekent niet dat je verkeerd koos. Het betekent dat je afscheid aan het nemen bent. Echt afscheid, met alles erbij.
1. De spaghettitest. Schrijf op één vel papier wat je eigenlijk al wilt loslaten. Stel jezelf daarna maar één vraag: “Is dit goed voor mij, ja of nee?” Niet: wat komt er dan? Niet: hoe ga ik dat oplossen? Alleen: ja of nee. Schrijf het antwoord eronder. Dat is je eerste keuze. De rest komt later.
2. Reken uit wat de niet-keuze kost. Schrijf eronder wat het je nu kost om te blijven hangen tussen twee lianen. Aan energie. Aan slaap. Aan geduld met je kinderen. Aan je relatie. Aan je lijf. Kijk ernaar. Is die prijs het waard, om maar niet de verkeerde keuze te maken?
3. Bedank het oude. Schrijf een korte brief aan het oude: je baan, je klant, je huis, je oude rol. Schrijf eerst wat het je gaf. De mooie herinneringen, wat je er leerde, waar je goed in werd. Schrijf daarna eerlijk wat het je kostte. Sluit af met: “Dank je wel voor wat je voor me deed. Vanaf nu neem ik het over.” Lees de brief hardop. En verbrand hem daarna, op een veilige plek. Dat is jouw hakmes.
4. Laat de rouw er zijn. Merk je in de dagen daarna dat je verdrietig bent of twijfelt? Leg je hand op je hart en zeg: “Dit is de roze bril voordat ik wegga. Het mag er zijn.” En ga er maar lekker in zitten. Verdriet om iets wat je zelf losliet, is geen fout. Het is afscheid.
Je mag het oude loslaten voordat je het nieuwe kent. En je mag er daarna gewoon om huilen.
Lees ook Je bent hun dochter, niet hun coach en Tijd heelt geen wonden. Het werk dat je erin stopt wel.
Herken je patronen die je van thuis hebt meegekregen? Lees hoe je oude patronen kunt helen.
Zet hem op deze week.
Liefs,
Jonathan
Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.