
Rond mijn veertigste verjaardag gaf ik een traject weg. Gratis. Ik wilde iets doorgeven. Er kwamen aanmeldingen binnen.
Eén daarvan kwam van een vrouw van tachtig.
Ze schreef dat ze tachtig was. En dat ze ermee aan de slag wilde.
Ik vertelde het later in een sessie zo: “Ik kreeg een mail van een vrouw, die was zeventig, tachtig, en die bood zichzelf aan voor het gratis traject. Want ze zegt: ik ben tachtig en ik wil ermee aan de slag.”
Tachtig. Een heel leven achter zich. En nog steeds iets wat ze wilde aanraken.
Wat er bij haar speelde, weet ik niet. Maar die ene zin zegt genoeg. Wat er in je zit, gaat niet vanzelf weg omdat de jaren voorbijgaan. Je kunt tachtig worden en het nog steeds bij je dragen.
Je kunt dat verdrietig vinden. Maar kijk wat ze doet: ze meldt zich. Op haar tachtigste. En tegelijk zegt die mail iets over een zin die we allemaal kennen, en die we elkaar blijven vertellen alsof het waar is.
Tijd heelt alle wonden.
Ik vertelde het verhaal van die vrouw aan Merel. Een vrouw die op papier alles op orde heeft en zich toch vaak voelt alsof ze faalt. Hard voor zichzelf. Ze is geen ondernemer en nog geen moeder, maar wat ze in die sessie zei, hoor ik in allerlei vormen terug bij ondernemende moeders.
Ze had net iets gezien over het meisje dat ze vroeger was. Iets wat dat meisje als heel jong kind had geleerd, en wat nog steeds meebeweegt in haar volwassen leven. Ze voelde het. En ze zei:
“Daar mag nog zoveel zachtheid naartoe. Maar ook dat het genoeg is. Maar ik vind het zo’n bizar besef. Hoe bepaalde dingen, vanaf jongs af aan, zo door kunnen stromen naar nu. […] Waarom blijft dat dan nog zo voortvloeien, terwijl het lang geleden is?”
Terwijl het lang geleden is.
Misschien ken je die vraag. Misschien stel je hem jezelf ook. Over je jeugd. Over een scheiding die al jaren achter je ligt. Over een vader die nooit zei dat hij trots op je was. Over een bedrijf dat ooit misging en waar je nog steeds niet aan durft te denken. Je zou er nu toch overheen moeten zijn? Het is toch allang voorbij?
Ik zei tegen Merel dat wij mensen in het westen een rare verstandhouding hebben met rouw. Als een relatie kapotgaat. Als iemand in je familie overlijdt. Als je ontslagen wordt. We kunnen eigenlijk heel slecht rouwen. En dan zeggen we tegen elkaar: tijd heelt alle wonden.
“Dat klopt voor geen meter,” zei ik. “Klopt helemaal niet. Het werk wat je erin stopt richting de wond, is wat maakt dat het heelt.”
Merel zei: “Ja, en dan denk je: er is zoveel tijd misschien wel overheen gegaan.”
“Het gaat niet om de tijd.”
En toen legde ik uit wat ik bedoelde:
“Het gaat om wat je ermee hebt gedaan en hoe je het hebt aangeraakt en vastgepakt en wat voor tijd en energie je erin hebt gestopt. In de wond, in de pijn, in de heling, in dat gekwetste kind, in die stukken. Hoe onzichtbaar zijn ze gebleven.”
En even later:
“Tijd heelt dit stuk niet, als je er niet mee bezig gaat. En als je er niet bewust van bent. […] Het heelt door ermee bezig te zijn en er bewust van te worden. En het aan te kijken en te doorvoelen en aan te raken. Tot die tijd zit het in een donkere kamer.”
Merel maakte de zin zelf af: “Ja, dat gaat niks oplossen. Het gaat niet helen.”
Een wond die je niet aankijkt, wordt niet kleiner. Hij gaat alleen achter een deur. En achter die deur wacht hij. Een jaar. Tien jaar. Tachtig jaar.
Ik kan dit zo stellig zeggen, omdat ik het zelf heb gedaan. Lang.
Eerder in diezelfde sessie vertelde Merel dat haar hoofd stil wordt van series. “Ik kan daar echt verslaafd aan zijn. Daar wordt mijn hoofd dus echt rustig van.”
Ik herkende het meteen. Ik zei:
“Ik heb tien jaar lang trauma en onderdrukking en eenzaamheid verdoofd door films en series te kijken. Gelukkig niet met alle andere slechte dingen die ik ook had kunnen doen. Zeker. Maar alsnog is het niet gezond. En als ik dat een aantal uur doe, dan ben ik meer down daarna dan dat ik me daarvoor voelde.”
Merel: “Maar mijn hoofd voelt dan wel even alsof het stiller is. Ja, ik herken dit helemaal.”
Even stiller. Dat is precies wat verdoven doet. Het zet het geluid zachter. Het haalt de pijn niet weg.
Tien jaar is een hoop tijd. Als tijd alle wonden heelde, had ik na die tien jaar klaar moeten zijn. Maar al die avonden op de bank zat de wond gewoon in de donkere kamer. Met de tv aan, zodat ik hem niet hoefde te horen.
Misschien zijn het bij jou geen series. Misschien is het scrollen, als de kinderen eindelijk slapen. Misschien is het werken, tot diep in de avond, omdat je bedrijf altijd wel iets van je vraagt. Misschien is het zorgen voor iedereen behalve jezelf. Het ziet er allemaal anders uit. Het doet allemaal hetzelfde: het laat de tijd verstrijken zonder dat je de wond aanraakt.
En dan word je ouder, en vraag je je af waarom het nog steeds zo doorstroomt.
Ik wil hier eerlijk één nuance maken. Want “ga het maar aanraken” is makkelijk gezegd als je midden in de storm staat.
Ik noem haar Nicole. Een ondernemende moeder die bij mij begon midden in haar scheiding. In onze afsluitende sessie vroeg ik haar hoe ze erbij zat toen we begonnen. Haar antwoord was heel eerlijk:
“Ik stond echt nog helemaal rauw in het traject rondom mijn scheiding. […] Ik was alleen maar aan het zenden en ik was alleen maar bezig met hoe nu controle te krijgen, informatie te krijgen. […] Ik was echt nog heel erg in de overlevingsmodus, wil ik haast zeggen.”
Ze vertelde over haar kinderen: “Ik merkte hun rauwe pijn en ook hun verdriet, maar ik had die zelf ook. En ik kon dat soms moeilijk scheiden.”
Waarom ze toch ja zei tegen coaching, terwijl ze zo aan het overleven was? Omdat ze iemand naast zich wilde. “Een stukje veilige bedding, laat ik het maar netjes zeggen, om erop terug te kunnen vallen.”
En toen zei ze iets wat ik heel waardevol vond:
“Ik merk dat ik nu pas wat meer ruimte heb voor echt de diepte. En dat die eerste weken en maanden ik echt aan het overleven was, in alle emoties en hectiek. […] Dat de echte diepte, ik eigenlijk pas ruimte ervaar nu er wat rust bij mij in mijn hoofd is gekomen.”
Ze had gehoopt dat ze meteen de diepte in kon. Het ging niet. Ze zat er nog te veel middenin.
Ik zei tegen haar: “Je hebt de basis kunnen aanraken terwijl je aan het overleven was.” En later: “Logisch dat je dat nu pas hebt. […] Ruimte creëert ook ruimte voor andere dingen.”
Dus nee, ik zeg niet dat je midden in de storm je hele jeugd moet gaan uitpluizen. Als je aan het overleven bent, overleef je. Dat is geen falen. Dan raak je de basis aan, en meer hoeft er even niet.
Maar let op dat overleven geen gewoonte wordt. Want de storm gaat liggen. En als je daarna gewoon doorrent, of de tv aanzet, dan gaat de tijd verder zonder jou. En de wond gaat mee.
Er is nog een val. En die komt niet van binnen, maar van buiten.
Nicole vertelde over vriendschappen die afhaakten toen het zwaar werd. Over mensen die na een paar weken of maanden zeiden: “Oh, ben je er nog steeds niet? Ben je er nog steeds mee bezig?”
Haar reactie: “Dat je echt denkt: oké, blijkbaar bepaal jij dit tempo waarin ik me moet voelen. Bijzonder.”
Blijkbaar bepaal jij het tempo waarin ik me moet voelen.
Daar zit hetzelfde misverstand onder. Als tijd alles heelt, dan moet je na zoveel weken toch klaar zijn? Dan is het toch raar dat je nog verdrietig bent? Dan doe je het toch niet goed?
Nee. Heling gaat niet op de klok van een ander. Ook niet op de klok van de stem in je eigen hoofd die zegt dat het nu wel genoeg is geweest. Heling gaat op het tempo van het werk dat je erin stopt.
Terug naar Merel. Want ik zag iets gebeuren toen ze besefte hoe lang dit al doorwerkte. Er kwam meteen een nieuw stemmetje bij. Zo lang al. En ik heb het nooit gezien. Wat zegt dat over mij?
Ik zei: “Om dan vervolgens niet weer een stemmetje te hebben: ja, heeft dat ook nog invloed en ben ik weer niet goed genoeg. Nee, het heeft er niks mee te maken. Je wist het niet en nu weet je het. En nu kun je er wat mee.”
Ze zei: “Ja, dit zijn echt wel hele fijne uitspraken eigenlijk.”
Dus ik gaf haar een beeld:
“Als je geen natuurkunde hebt geleerd en ik geef je een ingewikkeld lesje van een uurtje, weet je het. Ga je dan heel streng zijn dat je al die jaren niet wist hoe die ingewikkelde formule van natuurkunde ging?”
“Hell no!”
Precies. Dat is eigenlijk heel simpel, zei ik. Nee, je hebt het nog niet geleerd. Je was je nog niet bewust van die ingewikkelde natuurkunde. Door er een uurtje lekker voor te gaan zitten en echt je best te doen, ben je je er bewust van. Snap je het beter. “En je weet het nu en dan kun je er wat mee.”
Niemand schaamt zich ervoor dat hij een formule niet kende voordat hij hem leerde. Maar over onze eigen patronen zijn we keihard. Ik had dit allang moeten zien. Ik had dit allang moeten weten. Waarom heb ik daar zo lang over gedaan?
Je wist het niet. Nu weet je het. Dat is alles.
En toen gaf ik Merel het beeld dat ik het allerliefst gebruik voor dit stuk:
“Als je naar buiten stapt en het regent, dan regent het gewoon. En dan kun je er wat van vinden of niet, het is. Je kunt zeggen: regen, of je bent niet genoeg. Nee, het regent. Het regent. Het is zo, oké, nu ben je er bewust van. En nou, wat doen we ermee? Nou, pakken we een paraplu, daar kunnen we wat mee. Reageer op wat je weet.”
En daarna:
“Ik wist het niet, oké, het heeft een invloed. Het regent, oké. Blijkbaar regent het. Het regent innerlijk kind. Oké, zonder waardeoordeel. […] Want er zijn al genoeg dingen waar jij op gaat focussen, wat je toch niet goed genoeg vindt aan jezelf. Laat er niet nog meer dingen bij komen.”
“Amen,” zei ik. “Toch?”
“Ja.”
Je staat niet in de regen omdat je slecht bent. Je staat niet in de regen omdat je het verdient. Het regent gewoon. Ergens in je jeugd is er iets gebeurd, of iets niet gebeurd, en dat heeft invloed. Dat is het weerbericht. Geen oordeel.
En dan de enige vraag die ertoe doet: wat is mijn paraplu?
Ik zeg dit allemaal niet als iemand die er boven staat. Ik zei het ook tegen Merel:
“Het duiveltje op mijn schouder is een stuk kleiner, maar die is er echt op sommige momenten. Dan komt die, met mijn ADHD en dat kleine kind dat zich zo niet genoeg heeft gevoeld. […] Ik heb die motherfucking duivel op mijn schouder. Ik weet hoe het is om streng op mezelf te zijn. I get it, I get it.”
En ik zei erbij hoe het werkt als je dan ook nog gaat malen: “Als je ook nog gaat rumineren en in je hoofd gaat zitten, en tien gedachten over wat je allemaal niet goed gaat doen en alles gaat overanalyseren, kom je heel bedrogen uit. […] Dan kun je heel creatief zelfdestructief zijn.”
Creatief zelfdestructief. Herken je die? Je bent slim, je bent creatief, je kunt verbanden leggen als de beste. In je bedrijf is dat goud. Maar dezelfde kracht kun je ook tegen jezelf gebruiken. Dan bouw je in drie minuten een heel bewijs op waarom je niet goed genoeg bent.
“Laten we niet nog meer erbij pakken alsjeblieft,” zei ik. “Want het regent, oké. Dit is nu het startpunt.”
Het startpunt. Daar begint heling. Niet bij de oplossing. Bij het toegeven dat het regent.
Ik zei: “Acceptatie is de eerste fase. Het is: hallo, ik ben [naam] en ik ben een alcoholist. Nou, daar begin je altijd mee. Het accepteren dat er wat is, en dan kun je er vervolgens wat mee. Als je het niet weet, weet je het niet.”
Hallo, ik ben Merel, en ik ben iemand die heel streng voor zichzelf kan zijn.
Hallo, ik ben Jonathan, en ik heb tien jaar mijn pijn verdoofd met series.
Hallo, ik ben … en dan jouw zin.
Dat voelt misschien klein. Maar zolang je die zin niet uitspreekt, zit het in de donkere kamer. En zodra je hem uitspreekt, staat de deur op een kier. Dan kan er licht bij. Dan kan er werk bij.
Ik zei tegen Merel: “Oké, en? Het regent. Oké, en? Vandaag regent het meer, morgen minder.”
En toen kwam ik terug bij de vrouw van tachtig: “En dan is het beter om het nu te doen, dan op je tachtigste.”
Laat me het naar jou vertalen.
Misschien zit er bij jou ook iets in de donkere kamer. Iets uit je jeugd. Een verlies. Een relatie. Een oud verdriet dat je ooit hebt weggezet, omdat er een gezin draaiende moest blijven en een bedrijf opgebouwd moest worden. En je dacht: dat komt later wel. Of: dat slijt vanzelf.
Het slijt niet vanzelf. Het wacht.
En ondertussen merk je het op plekken waar je het niet verwacht. In hoe snel je uitvalt tegen je kinderen. In hoe moeilijk je het vindt om hulp te vragen. In de stem die zegt dat je nooit genoeg doet. In de avonden dat je jezelf verdooft, met een scherm, met werk, met zorgen voor anderen.
Ik ben mild over de vrouw die dat doet. Ze heeft overleefd. Dat was nodig. Maar ik ben streng over het patroon dat zegt: als ik maar lang genoeg wacht, gaat het vanzelf over. Want dat patroon kost je jaren. Het kost je rust. En het gaat ook naar je kinderen, die van jou leren hoe je met pijn omgaat. Wegzetten, of aankijken.
Een gelukkige moeder is geen moeder zonder wonden. Het is een moeder die haar wonden durft aan te raken. Daarmee geef je je kinderen iets wat geen tijd ze kan geven: het voorbeeld dat het mag. Dat je verdriet mag aankijken, en er beter van wordt.
De vrouw van tachtig wachtte niet langer. Jij hoeft niet te wachten tot je tachtig bent.
1. Zeg wat voor weer het is. Pak een schrift en schrijf één oude pijn op, in één zin, zonder oordeel. Begin met “Het regent:”. Bijvoorbeeld: “Het regent: ik heb als kind geleerd dat ik niet mocht huilen.” Schrijf er direct onder: “Wat is mijn paraplu?” en noem één kleine, concrete stap. Iemand bellen. Iets opschrijven. Een afspraak maken. Meer hoeft niet.
2. Gebruik de natuurkunde-zin. Elke keer dat de stem komt die zegt “dit had je allang moeten weten”, zeg je hardop: “Ik wist het niet. Nu weet ik het. En nu kan ik er wat mee.” Schrijf hem op een briefje bij je spiegel.
3. Zet één avond de tv uit. Of de telefoon, of de laptop. Kies deze week één avond waarop je niet verdooft. Ga een kwartier zitten met wat er dan komt. Waar voel je het in je lijf? Leg je hand erop. Zeg: “Het mag er zijn.” Je hoeft het niet op te lossen. Je raakt het alleen aan.
4. Check of je aan het overleven bent. Zit je nu midden in een storm? Dan is je enige opdracht de basis: slapen, eten, iemand naast je. Dat is genoeg. En zodra er ruimte komt, maak je een afspraak met jezelf om de diepte in te gaan. Niet op het tempo van een ander. Op het tempo van het werk.
Tijd heelt geen wonden. Jij wel, met het werk dat je erin stopt.
Lees ook Ik vergeef je voor de moeder die je was en Als je moeder komt logeren: blijf op je eigen eiland.
Herken je patronen die je van thuis hebt meegekregen? Lees hoe je oude patronen kunt helen.
Zet hem op deze week.
Liefs,
Jonathan
Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.