
Een rugzak van vijftig kilo. Daar begint dit verhaal.
Ik zat bij defensie. In de opleiding liepen we met die rugzak op onze rug te stampen. Uur na uur. En om me heen gebeurde iets wat ik nooit meer vergeet. Mannen vielen uit. Eén voor één. We begonnen met honderddertig. We eindigden met achtendertig.
Ik was een van die achtendertig.
Lange tijd dacht ik dat dat kwam omdat ik sterker was dan de rest. Fitter, harder, taaier. Maar dat was het niet. Er zat iets anders in mij wat die anderen misschien niet hadden. Een stem. Een stemmetje dat ik al mijn hele leven kende.
Niemand gaat je redden. Je moet op jezelf bouwen.
Ik vertelde dit verhaal niet op een podium. Ik vertelde het aan een vrouw die ik hier Petra noem, in haar eerste sessie, op de avond voor haar verjaardag. Ik zei het zo:
“Dus in mijn geval heb ik een vermogen gehad, wat bijvoorbeeld heel fantastisch was toen ik in defensie zat en met een zware rugzak van 50 kilo zat te stampen. En ik heb een stemmetje, niemand gaat je redden, je moet op jezelf bouwen, [dat ik] fantastisch kon gebruiken. Waar iedereen om me heen [viel]. In de opleiding begin je bijvoorbeeld, wij begonnen met 130 mannen en eindigen met 38, omdat ze allemaal uitvielen. Die stem, daar viel ik niet uit. Dus daardoor krijg ik die rode baret, daardoor haal ik de opleiding, want ik [ga] door, ik ben gewend dat niemand me komt helpen, want ik heb mijn hele leven [geen hulp] gekregen.”
Die rode baret heb ik gehaald door pijn. Niet ondanks mijn jeugd. Dankzij een stuk ervan.
Dat klinkt misschien vreemd. Laat me uitleggen waarom ik dat zeg, en waarom ik denk dat het ook over jou gaat.
Zo’n stem krijg je niet zomaar. Die wordt gebouwd. Steen voor steen, jaar na jaar, in een huis waar je leert dat er niemand komt.
Ik vertelde Petra waar de mijne vandaan kwam:
“Ik heb door mijn opvoeding een hele hoop dingen meegemaakt. Waardoor ik er alleen voor stond. Om alleen mijn probleem op te lossen. Om alleen met mijn emotionele dingen om te kunnen gaan. Om op mezelf te moeten bouwen. Verplicht. In mijn opvoeding, als kind, in mijn leven, omdat ik twee ouders had die er emotioneel niet voor mij konden staan en niet de ruimte hadden om mij de emotionele support, maar ook vaak op heel veel andere manieren niet de support te kunnen geven.”
Verplicht. Dat woord zeg ik er niet voor niets bij. Een kind kiest er niet voor om alles alleen te doen. Een kind doet het omdat er geen andere keuze is. Als er niemand is bij wie je met je verdriet terecht kunt, leer je het zelf op te lossen. Of weg te stoppen. Of allebei.
En ik ben eerlijk tegen haar geweest, en tegen jou: “Dat heeft mij heel veel gekost in mijn leven.”
Heel veel. Ik ga dat niet mooier maken dan het was. Een kind dat alles alleen moet, mist iets wat het nodig heeft. Dat gat neem je mee, ook als je allang volwassen bent.
Maar toen kwam de zin waar ik dit hele verhaal om vertel:
“Maar uit dit soort situaties en al deze pijn, uit trauma en jouw levenscyclus, komen ook voordelen.”
Op die rugzakmarsen was die oude stem ineens geen last meer. Het was mijn brandstof. Waar anderen stopten omdat ze dachten dat iemand anders het wel zou overnemen, liep ik door. Want ik had nooit iemand gehad die het overnam. Ik wist niet eens dat dat kon.
Ik zei het tegen Petra zo: “Dus als ik sport, als ik moeilijk word, als het zwaar is, val ik altijd terug op die primaire overlevingsmechanismen die mij helpen op heel veel momenten.”
Hetzelfde mechanisme dat mij als jongen eenzaam maakte, hielp mij als man door de zwaarste opleiding van mijn leven.
Waarom vertelde ik dit aan Petra? Omdat ik iets in haar herkende.
Ze was moe. Ze zat al lang op een plek die niet bij haar paste, en ze wist het. Er was iets in haar dat al heel lang aan de bel trok. En ze had het al heel lang weggedrukt.
Ik vroeg haar: “Heb je die heel lang genegeerd?”
“Ja.”
“Hoe lang heb je die genegeerd?”
“Nou ja, dat doe ik altijd al.”
Altijd al. Ik vroeg het nog een keer, want dat doe ik vaker. Een vraag die belangrijk is, stel ik niet één keer. “En hoelang negeer je, heb jij dus die stem genegeerd, dat je voelde dat je niet helemaal happy bent, hoelang doe je dat eigenlijk al?”
“Al best wel lang denk ik. Altijd denk ik, vanaf jongs af aan denk ik.”
Ik zette het voor haar op een rij: “Vanaf jongs af aan ben je gewend om jouw behoeftes niet te laten zien, jouw behoeftes in te slikken, jouw behoeftes te negeren. Is dat eigenlijk wat je nu zegt?”
“Ja.”
Zie je de lijn? Ik leerde als kind: niemand gaat me redden, dus ik doe het zelf. Petra leerde als kind: mijn behoeftes zijn niet belangrijk genoeg, dus ik slik ze in. Twee verschillende verhalen. Hetzelfde mechanisme eronder. Een kind dat zich aanpast aan wat er thuis wel en niet kon.
En wat gebeurt er als je een stem jarenlang negeert? Hij wordt niet stiller. Hij gaat een andere taal spreken.
Ik vroeg Petra wat maakte dat ze het nu niet meer kon wegdrukken. Ze zei: “Omdat er steeds een grotere stop komt ofzo. Ik kan dat niet meer tegenhouden. Ik weet het niet, er worden dus dingen zo duidelijk dat ik denk van ja, ik weet niet waar dit van aankomt, maar hier moet ik iets mee.”
En toen vroeg ik hoe ze die onrust de afgelopen jaren had ervaren. Haar antwoord was zo eerlijk:
“Nou, ik heb hem de afgelopen jaren ervaren als dat ik een soort van niet helemaal lekker was, ziek was. […] Maar nou ervaar ik hem als dat dit echt niet bij me past, dus dat ik wat anders moet gaan, wil gaan kijken wat echt bij me past.”
Dat is wat er gebeurt als je je hele leven je behoeftes inslikt. Je lichaam neemt het over. Eerst fluistert het. Dan wordt je moe. Dan word je ziek. Dan trapt je lijf op de rem, omdat jij dat zelf niet doet.
Ze vertelde ook dat ze vorig jaar een periode thuis was geweest. Ze ging sporten, lezen, dingen doen waar ze blij van werd. Ze kreeg weer energie. En toen ging ze terug, en ging het een tijdje goed. “Maar nou zegt mijn lijf weer van, hé, dit is nou genoeg voor vandaag nu.”
Ik hoorde in dat verhaal geen zwakte. Ik hoorde een kompas dat al jaren dezelfde kant op wijst. En een vrouw die steeds weer de andere kant op loopt.
Daarom vertelde ik haar over die achtendertig. Over die rode baret. Niet om indruk te maken. Om haar iets te laten zien wat ze zelf nog niet kon zien.
Ik zei: “En je hebt een hele mooie kompas. Soms geeft pijn iets fantastisch.”
En na mijn verhaal over defensie draaide ik het terug naar haar:
“Dus in jouw geval, je hebt moeite om te luisteren naar je kompas, maar pijn is ook een kompas. Dus als jij zegt: een groot deel van mijn leven heb ik me ingehouden, heb ik mijn pijn genegeerd, mijn emoties, mijn behoeftes, wat ik verdien, en heb ik mezelf ingeslikt. Kan niet anders, dat die spijt een pijn creëert, wat een fantastisch kompas is.”
“Ja, ja, ja. Ja. Ja,” zei ze.
Lees dat nog eens. Die spijt creëert een pijn, en die pijn is een kompas.
De meeste vrouwen die bij mij komen, zien hun pijn als het probleem. Als iets wat weg moet. Iets wat ze moeten oplossen voordat ze verder kunnen. En dus doen ze alles om het niet te voelen. Harder werken. Nog een cursus. Nog een avond scrollen. Nog een keer “het gaat wel” zeggen tegen haar partner.
Maar pijn is geen fout in je systeem. Pijn is informatie. Pijn wijst. Het zegt: hier niet. Dit niet. Zo niet meer.
Het mag er zijn. Ga er maar lekker in zitten. Want daar, in die pijn, ligt de richting die je al jaren zoekt.
Ik gebruik vaak het beeld van een roze bril. Ik geef je een roze bril en jij leert er doorheen kijken. Niet om alles mooier te maken dan het is, maar om te zien wat er ook nog is.
Tegen Petra zei ik het zo:
“Met een verkeerde bril is jouw levenservaring, is die pijn weggegooid. Met de juiste bril is het: maar nu weet ik beter dan heel veel andere mensen wat ik niet wil.”
Dat is het verschil. Met de verkeerde bril kijk je naar al die jaren van inslikken, van ziek worden, van wisselen en zoeken, en dan zie je alleen verspilde tijd. Dan denk je: wat heb ik mijn leven weggegooid. Wat ben ik dom geweest. Waarom heb ik niet eerder geluisterd.
Met de juiste bril kijk je naar precies dezelfde jaren en zie je iets heel anders. Je ziet een vrouw die nu als geen ander weet wat haar uitput. Die het verschil kent tussen werk dat je leegtrekt en werk waar je van gaat stralen. Die in haar lijf voelt wanneer iets niet klopt. Die heeft een kennis die je nergens kunt kopen.
Ik zei het later in die sessie nog een keer, zodat het echt zou landen: “Dus het hoppen in jouw leven en al die stukken is niet voor niks geweest, want het maakt dat je sneller en harder mag en kan gaan door middel van die pijn.”
Niet voor niks geweest. Dat zijn misschien wel de vier woorden die jij het hardst nodig hebt.
Daarna gaf ik haar nog een tweede voorbeeld uit mijn eigen leven. Eentje waar ik zelf jaren over gedaan heb om er zo naar te kunnen kijken.
Ik ben gediagnosticeerd met ADHD. Veel mensen horen dat woord en denken meteen aan een tekort. Ik kijk er anders naar. Ik legde het Petra zo uit:
“Ik ben gediagnosticeerd met ADHD. En wat ADHD is, is wat ze meestal zeggen, je hebt aandachtstekort. Ik heb hyperfocus voor de dingen die ik leuk vind.”
En toen:
“Hetzelfde met mijn ADHD. Ik weet heel veel wat ik niet moet doen, wat hartstikke saai is. Dit vind ik niet leuk. En door mijn ADHD weet ik dat veel sneller dan andere mensen. Waardoor ik heel snel door heb: dit vind ik wel leuk. Hier word ik enthousiast. Ik heb geen focusprobleem. Ik heb een dit-is-niet-leuk-probleem. En ik heb dat heel snel door. Dus dingen die ik moet doen, die ik totaal niet leuk vind, branden me veel sneller op. Dat is een fantastisch kompas, zodat ik precies kan doen en sneller kan doen wat ik leuk vind.”
Ik heb geen focusprobleem. Ik heb een dit-is-niet-leuk-probleem.
Ik moet er nog steeds om glimlachen als ik het teruglees. Want het is waar. Als ik iets doe wat niet bij me past, brand ik sneller op dan een ander. Met de verkeerde bril is dat een zwakte. Met de juiste bril is het een alarm dat bij mij gewoon eerder afgaat dan bij een ander. En omdat het eerder afgaat, weet ik ook eerder waar ik wél naartoe wil. Waar ik enthousiast van word. Waar die hyperfocus vanzelf aangaat.
En toen maakte ik de vertaling naar Petra: “Dus door jouw pijn heb je een fantastisch kompas. Misschien moet ik mezelf niet meer inslikken, want ik weet hoe ik dat voel en pijn is mijn kompas. En nu kun je het voor jezelf gebruiken.”
“Ja, dit klinkt goed,” zei ze.
Hier zit het kantelpunt. Want een kompas heb je pas iets aan als je erop kijkt voordat je verdwaald bent.
Petra had haar hele leven pas geluisterd als het niet meer anders kon. Als ze ziek werd. Als ze uitgeput thuiszat. Als haar lijf de beslissing al voor haar had genomen.
Ik zei: “En iets wat we allemaal willen als mens is die pijn vermijden. Eerst negeerde je de pijn, drukte je het weg. Nu scheelt het, letterlijk, ziekte werd, andere dingen. Nu vind je een andere manier om te luisteren, in plaats van te wachten tot je op de rem staat.”
Ze maakte mijn zin zelf af: “Je lichaam op de rem staat. Ja, dat klopt.”
En dat is precies de beweging. Van luisteren als het te laat is, naar luisteren als het fluistert. Van ziek worden om rust te mogen nemen, naar rust nemen omdat je voelt dat je het nodig hebt.
Ik zei er nog iets bij, en dat wil ik jou ook meegeven: “Dus je bent beter gaan leren luisteren, maar je bent een kompas, dat is het enige wat ik hoor.”
Je bent een kompas. Je hebt er niet eentje nodig van iemand anders. Je bent het zelf.
Wat er dan nog overblijft, zei ik, is de tijd verkleinen tussen je gevoel en je actie. De tijd “tussen behoefte, gevoel, ik verdien iets, hier word ik blij van, hier word ik enthousiast van, en jij die tegen jezelf durft te zeggen: ik hou van mij, en ik verdien dat.”
Dat is het werk. Niet harder worden. Sneller luisteren.
Ik wil hier iets eerlijks over zeggen, want ik wil niet dat je denkt dat ik pijn romantiseer. Dat doe ik niet.
Mijn jeugd heeft me een rode baret gegeven. En ze heeft me heel veel gekost. Allebei waar. Die stem, niemand gaat je redden, heeft me door een opleiding gesleept waar meer dan negentig mannen uitvielen. Maar een stem die zegt dat niemand je komt helpen, laat ook niemand toe die wel wil helpen.
Een overlevingsmechanisme is geen vijand. Het is ook geen held. Het is een stuk gereedschap dat je als kind hebt gemaakt, met wat je toen had. Het heeft je beschermd. Het heeft je misschien zelfs ver gebracht. Maar het is niet bedoeld om er je hele volwassen leven mee te bouwen.
Dus ik ben mild over het jongetje dat ik was. Hij deed precies wat nodig was. En ik ben mild over het meisje dat Petra was, dat leerde haar behoeftes in te slikken omdat er geen ruimte voor was. Ook zij deed wat nodig was.
Maar ik ben streng over het patroon. Want het patroon kost Petra haar energie, haar plezier en keer op keer haar lijf. En het patroon van alles alleen moeten, kost ook een volwassen man meer dan hem lief is.
De pijn uit je jeugd is je kompas. Maar het kind uit je jeugd hoeft niet meer aan het stuur.
Misschien heb jij nooit een rugzak van vijftig kilo gedragen. Maar je hebt wel iets meegedragen.
Misschien ben je degene die als kind leerde dat je moeder het al zwaar genoeg had, dus jij maakte geen problemen. Misschien leerde je dat huilen niet hielp, dus je stopte ermee. Misschien leerde je dat je vader alleen trots was als je presteerde, dus je presteert nog steeds. Elke dag. In je bedrijf, in je gezin, in alles.
En misschien voel je nu, als ondernemende moeder, iets wat al jaren aan je trekt. Die ene klant waar je met een knoop in je maag naartoe gaat. Dat aanbod dat je ooit bedacht en waar je eigenlijk niet meer achter staat. Die avonden waarop je om elf uur nog achter je laptop zit, terwijl iets in je zegt: dit is het niet.
En je doet wat je altijd hebt gedaan. Je slikt het in. Je zegt: nog even. Na de zomer. Als de kinderen groter zijn. Tot je lijf de beslissing voor je neemt.
Wat als die knoop in je maag geen probleem is, maar een richtingaanwijzer? Wat als die moeheid geen zwakte is, maar een kompas dat al jaren dezelfde kant op wijst?
En wat als al die jaren van zoeken, wisselen, vallen en opstaan niet voor niks zijn geweest? Wat als jij nu beter dan wie ook weet wat je niet meer wilt?
Dan heb je geen tijd verspild. Dan heb je een kompas gebouwd.
Je hebt twee keuzes. Je kunt naar je pijn blijven kijken door de verkeerde bril, en jezelf verwijten wat je allemaal niet hebt gedaan. Of je kunt de juiste bril opzetten en vragen: wat probeert deze pijn mij te vertellen?
1. Doe het huiswerk dat ik Petra gaf. Zoek de top vijf op van de dingen waar mensen op hun sterfbed het meeste spijt van hebben. Lees ze langzaam. Schrijf bij elke spijt één zin: “Hier sta ik nu.” Wees eerlijk, ook als het schuurt. Ik kon Petra die avond al garanderen dat wat zij net zelf had benoemd, in die top vijf zou staan. Grote kans dat het bij jou ook zo is.
2. Lees je pijn als een kompas. Pak een vel papier en zet er twee kolommen op. Links schrijf je alles op waar je de afgelopen maand moe, gespannen of verdrietig van werd. Een klant, een taak, een gesprek, een gewoonte. Rechts schrijf je bij elk punt: “Dit vertelt me dat ik niet meer wil …” en je maakt de zin af. Kijk aan het eind naar de rechterkolom. Dat is de richting die je kompas al die tijd aanwees.
3. Vind jouw dit-is-niet-leuk-alarm. Schrijf drie momenten op waarop je lijf eerder op de rem trapte dan jij. Een periode van ziek zijn, van niet meer kunnen, van ineens niks meer voelen. Vraag jezelf bij elk moment: wat had ik een paar weken eerder al kunnen horen, als ik had geluisterd? Spreek af met jezelf dat je deze week bij het eerste fluisteren al stilstaat. Leg je hand op de plek waar je het voelt en zeg: “Ik hoor je. Wat wil je me laten zien?”
4. Schrijf je overlevingsmechanisme én zijn cadeau op. Mijn zin was: “Niemand gaat je redden.” Hij kostte me veel, en hij gaf me een rode baret. Wat is jouw zin? Schrijf hem op, en schrijf er daarna twee dingen onder. Wat heeft deze zin mij gekost? En wat heeft hij mij gegeven? Allebei mag waar zijn.
Je pijn is niet voor niks geweest. Het is je kompas. Kijk er deze week eens op voordat je verdwaalt.
Lees ook Ik hoor je: zo spreek je de stem in jou toe die steeds harder schreeuwt en Ik wil geen teleurstelling zijn: aan wie geef jij de bevestiging?.
Wil je weten hoe ik werk met het meisje dat jij ooit was? Lees meer over innerlijk kindwerk.
Zet hem op deze week.
Liefs,
Jonathan
Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.