Er is niets groter dan deze kleine stap

Handen op de toetsen van een piano

Vijf minuten, de avond voor haar verjaardag

Het was de avond voor haar verjaardag. Petra, zoals ik haar hier noem, zat tegenover me in haar eerste sessie. Ze vertelde over iets wat al een tijd dwarszat rond haar werk. Ze wist ook al wat ze wilde vragen. Ze was van plan het volgende week te regelen.

Volgende week.

Misschien ken je dat. Je weet wat je wilt. Je weet zelfs al welk bericht je moet sturen. Het zijn een paar zinnen. En toch schuift het op. Naar morgen. Naar na het weekend. Naar volgende week. En ondertussen draag je het mee. In je hoofd, op je borst, ’s avonds als je in bed ligt.

Ik vroeg Petra: “Welke boodschap geef je aan jezelf door het sneller dan later te regelen?”

“Dat je luistert naar jezelf, denk ik.”

“Ja, en vervolgens dat je niet alleen luistert, maar ook opvolgt en sneller dan later van jezelf houdt.”

Sneller dan later van jezelf houden. Ik vind dat nog steeds een van de mooiste dingen die je jezelf kunt geven. Niet wachten tot het een keer uitkomt. Niet wachten tot je er klaar voor bent. Nu.

En omdat het de avond voor haar verjaardag was, zei ik: “En als het je zoveel kost, geef jezelf een extra verjaardagscadeau.”

“Ja, dat is een goeie,” zei ze.

En toen vroeg ik of ze het bericht nu wilde sturen. Tijdens de sessie. Binnen vijf minuten.

Stuur het berichtje, en doe het nu

Ze zei eerst dat ze zo een berichtje naar haar werk kon sturen, en het dan morgen meteen zou regelen. Ik vroeg: “Voel je daar wat voor? Om nu te doen?”

“Om dat nu te doen, nou. Ja, dat kan.”

Ik legde haar uit waarom ik dat vraag. Want ik doe dit vaker in mijn sessies, en ik wil niet dat iemand zich overvallen voelt:

“Het is iets wat ik vaker in mijn coaching sessies doe, maar ik dacht ik vraag het wel, want ik ben altijd heel enthousiast. En misschien voel je daar niet altijd de ruimte voor, de energie voor, dus ik wacht de stem eventjes af. En wat ik wel vaker doe, is berichtjes naar mensen, naar klanten, naar werk, naar wat dan ook. Het zit al een tijdje dwars. Meestal zijn het berichtjes van een paar minuten, weet je wel. Stuur het berichtje naar je moeder, stuur het berichtje naar die klant en doe het nu. Want je doet hem, je bent hem kwijt en je hebt rust in je hoofd. En wat het dus ook weer is, is oprecht en meteen een boodschap aan jezelf: ik verdien het.”

“Ja,” zei ze.

“Dus die boodschap mag je aan jezelf geven. Dus pak je telefoon en stuur het eventjes.”

En ze deed het.

Een paar minuten later vroeg ik: “Voelt dat?”

“Ja, goed. Goed, voelt dat. […] Krijg ik wel blij van.”

Dat was het. Geen grote beslissing. Geen ontslag, geen nieuw bedrijf, geen omwenteling. Een berichtje van een paar zinnen dat al een tijd lag te wachten. En ze werd er blij van.

Later in de sessie kwam ik erop terug. Ik vroeg: “Weet je wat er gebeurt als je dat soort bericht stuurt naar je werk?”

“Nee.”

“Het is zelfliefde in actie.”

“Ja, dat klopt. Dat ervaar ik. Daar werd ik helemaal blij van.”

Vertrouwen op jezelf is eng

Zo’n kleine stap voelt licht als hij eenmaal gezet is. Maar daarvoor voelt hij vaak helemaal niet licht. Petra zei het later die avond heel eerlijk: kleine stappen zetten is spannend, “want dat is vertrouwen op jezelf”. En dat was ze niet gewend.

Ik zei: “Je mag met zijwieltjes vertrouwen op jezelf.”

“Ja. Ja. Ja.”

Zijwieltjes. Je weet wel, die twee kleine wieltjes naast het achterwiel van een kinderfiets. Ze zijn er niet omdat het kind niks kan. Ze zijn er omdat het kind nog aan het leren is. En niemand kijkt naar een kind op een fietsje met zijwieltjes en denkt: wat een loser, die kan nog niet eens zonder.

Maar naar onszelf kijken we wel zo. Ik zei het tegen Petra zo: je vindt dat je het zelfvertrouwen moet hebben dat je de wereld aankunt, terwijl je het al die jaren genegeerd hebt.

Ze zei: “Ik heb wel kinderen die ik het wel mee wil geven, inderdaad.”

En daar zit het bij zoveel moeders. Je wilt het je kinderen voordoen. Je wilt dat zij leren voor zichzelf te kiezen. Dus je vindt dat jij het nu meteen goed moet kunnen. Groot. Zonder twijfel. Zonder zijwieltjes.

Van de piano naar de concertzaal

Toen gaf ik haar een beeld:

“En alsnog heb je ook een realiteit dat als jij morgen achter een piano stapt, dat je niet in een concertzaal terechtkomt overmorgen. Dus al doe je het voor je kinderen, je kunt niet morgen in die concertzaal staan overmorgen.”

“Oeh,” zei ze.

Ja. Oeh.

Niemand gaat vandaag voor het eerst achter een piano zitten en speelt overmorgen voor een volle zaal. Dat weet iedereen. En toch verwachten we dat van onszelf als het gaat om voor onszelf kiezen. Al die jaren je behoeftes ingeslikt, en dan nu ineens vol vertrouwen de wereld aan kunnen. In één keer.

Ik ging door:

“Dus dat is geen geldige actie als je al die jaren niet gewend bent. Dus sowieso start je met zijwieltjes, of je nou wilt of niet. En daarin zit je dus jezelf te gaslighten. […] Je vindt dat je ergens moet zijn, waar je niet bent, dat je nog meer druk op jezelf kan leggen, waardoor het meer van hetzelfde is. Ben je niet zelfvertrouwen aan het bouwen, maar wederom, dat is het masker weer. Ik ben niet goed genoeg, dus ik krab mezelf weer onderuit, dat ik weer niet goed genoeg ben, terwijl ik aan het opbouwen ben. Dus je bent niet aan het opbouwen, je bent jezelf weer aan het afbouwen.”

Je bent niet aan het opbouwen. Je bent jezelf aan het afbouwen.

Zie je hoe dat werkt? Je zet een kleine stap. En in plaats van die stap te vieren, zeg je tegen jezelf dat hij te klein is. Dat je allang verder had moeten zijn. Dat een andere vrouw dit allang had geregeld. En zo maak je van een stap vooruit ongemerkt weer een stap terug.

Petra zag het. “Eigenlijk zijn het wel stomme cirkels.”

“En als je het doorhebt, kun je de cirkel doorbreken.”

“Ja, ik besef hem nou inderdaad.”

Alles wat niet groeit

Ik zei: “En daarin zijn die kleine stapjes, daar zit het mega goud. Want dat is: ik ben op het pad.”

En ik vertelde haar wat Tony Robbins zegt, een van de grootste coaches ter wereld. Alles in de wereld groeit. En als het niet groeit, gaat het dood. Dat is de natuur.

“Zolang we groeien, zijn we aan het leven. Zolang we niet groeien, voelen we alsof we intern doodgaan. Dat gevoel ken je. Dat hebben we behandeld als een fantastisch kompas. Maar gebruik het dan ook als je wel aan het groeien bent. Dat is een prachtige bevestiging van zelfliefde in actie. Waarbij je mag zeggen: I’m on the train of love. Ik ben aan het groeien. Ik hou van mezelf. Ik mag er zijn. Er is niks groter dan deze kleine stap.”

“Schrijf die zin op,” zei ik. “Er is niks groter dan deze kleine stap.”

Ik wil er even bij stilstaan, want deze zin draait iets om wat bijna iedereen verkeerd om heeft. We denken dat de grote stap het belangrijkste is. Het nieuwe bedrijf. De nieuwe baan. Het grote gesprek. En dat al die kleine stappen daarvoor eigenlijk niet tellen.

Maar dat grote moment bestaat niet zonder al die kleine. Het berichtje dat je vanavond stuurt, is niet een voorbereiding op het echte werk. Het ís het echte werk. Het is het moment waarop je, misschien voor het eerst in jaren, jezelf serieus neemt.

Er is niks groter dan dat.

Alsof alles een wonder is

Toen zei ik iets wat ik zelf elke dag probeer te leven, en wat ik elke dag weer leer van mijn dochter:

“Je kunt op twee manieren naar de wereld kijken. Alsof niets een wonder is, of alsof alles een wonder is.”

“Ja,” zei Petra.

“Dan kun je dus ook naar jezelf kijken. Dus de wereld zien door de ogen van een kind, is voor wonderen, is dus genieten van alles wat er is.”

En ik vertelde haar wat er die avond, vlak voor onze sessie, was gebeurd. Mijn dochter was met mijn vrouw op vakantie, en vlak voor de sessie had ik haar aan de telefoon.

“We hadden net voordat de sessie [begon], zat ik met mijn dochtertje te bellen. Ze vindt allerlei dingen fantastisch. Ze zitten daar op vakantie samen met mama, en dan is het allemaal: oh, dit is mooi, en dat, en kijk wat we hebben, en die en dat. Denk ik: ze heeft alles.”

Ze heeft alles.

Niet omdat ze veel heeft. Omdat ze kijkt. Alles wat ze ziet, is mooi. Alles wat ze doet, is fantastisch. Dat is de verwondering die kinderen nog hebben. Ik zei het zo: “Het is de verwondering, het beogen van alles. Maar alles is mooi.”

“Ja, dat is mooi,” zei Petra.

En nu de vraag die ik haar eigenlijk wilde stellen. Kun jij zo ook naar jezelf kijken? Naar dat berichtje? Naar die kleine stap?

Een vertrouwde jas

Want ook naar jezelf kun je op twee manieren kijken. Ik zei:

“En daarin dus ook voor jezelf: je kunt alles zien als: het is niet genoeg. Of alles zien als: ik ben onderweg, ik ben aan het groeien en het is genoeg. En die eerste, dat is een vertrouwde jas voor jou. Die mag je uitdoen, en je mag de andere jas aandoen, en alles in je leven zien als een wonder of alles in je leven zien als een kleine stap. Het is de grootste stap die ik kan maken en het is een fantastische stap. Het is iets wat ik aan mezelf mag gunnen, want wat is het alternatief? Jezelf weer naar beneden halen dat ik nog niet ben waar ik [wil zijn]. Ik ben eindelijk stappen aan het zetten. Wat is er mooier dan dat, dan die ene stap, die ene gedachte. Dit moment, deze kleine fantastische actie van zelfliefde die ik eindelijk aan mezelf gun. Het is mijn wereldwonder. Ik ben het wereldwonder.”

Niet genoeg is een vertrouwde jas.

Ik vind dat zo’n precies beeld. Een vertrouwde jas zit lekker. Hij ruikt naar jou. Je trekt hem aan zonder na te denken, elke ochtend weer. Ook als hij eigenlijk al jaren niet meer past. Ook als hij versleten is en je er eigenlijk niet meer warm van wordt.

“Niet genoeg” is zo’n jas. Je kent hem zo goed dat je niet eens meer merkt dat je hem draagt. Bij elke stap die je zet, trek je hem weer aan. Het berichtje is verstuurd, maar het had eerder gemoeten. De klant is binnen, maar het had meer moeten zijn. Je hebt een rustige avond gehad, maar de was ligt er nog.

En je mag hem uitdoen. Er hangt een andere jas klaar. Daarin is een kleine stap geen teken dat je tekortschiet, maar een wonder. Het wonder dat jij, na al die jaren, eindelijk voor jezelf kiest.

De spiegel die je dochter je geeft

Toen zei Petra iets wat me raakte: “Ja, ik denk dat mijn jongste dochter daarmee bezig is mij te helpen, echt stom.”

Echt stom. Let op die twee woorden. Daar is de jas alweer.

Ik zei: “God heeft jou een kind gegeven, die het beter kan dan jou. Dank je voor het cadeau, waardoor je het sneller kan beheersen.”

“Ja, dat ben ik nu aan het doen.”

“Dus God geeft jou een extra spiegel, dank je wel. Het universum geeft je een extra spiegel, dank je wel. Dank je dat je me nog beter helpt met een coach, nog beter helpt met mijn interne schreeuw, nog beter helpt met werk wat niet leuk is. Ik krijg allerlei signalen dat het precies is wat ik moet hebben. Dank je wel, lieve dochter.”

Want wat gebeurt er anders? Ik zei het haar heel direct:

“Ik voel me schuldig als moeder, en dat is mijn bekende jas, dat ik weer niet goed genoeg ben en nog harder aan mezelf moet werken. […] Dus als er alleen maar schuldgevoel is, negen van de tien keer, wanneer is het dan groei? Wanneer is het dan liefde? Wanneer is het dan verwondering?”

Lees die vragen nog eens. Langzaam.

Als er negen van de tien keer alleen schuldgevoel is, wanneer is het dan liefde?

Petra zei iets terug wat ik belangrijk vind om te laten staan: “Maar het is niet altijd slecht, je kan ook echt wel genieten.”

Natuurlijk. Zo bedoelde ik het ook niet. Ik bedoelde het patroon. Het moment waarop je naar je kind kijkt dat iets goed kan, en je eerste gedachte is: ik kan dat niet, ik zou het voorbeeld moeten zijn, ik ben niet goed genoeg als moeder. Ik zei: “Het is slecht omdat jij vindt dat jij het voorbeeld moet laten zien, en waardoor je dus weer tegen jezelf kan zeggen: ik ben niet goed genoeg als moeder.”

En toen zei ze iets heel moois: “Ja, stiekem speelt dat door mijn hoofd. Maar ook wel dat ik trots ben op ze, dat zij die dingen, dat zij dat wel mag hebben.”

Trots. Daar was het.

“Mooi,” zei ik. “En dat is fijn dat je die hebt. Hou dat vast, maak die megafoon groter. Dat gevoel maakt dat gevoel van liefde groter.”

Maak die megafoon groter. Niet die van het schuldgevoel. Die van de trots.

Misschien herken je dit

Misschien ken jij het ook, dat bericht dat al weken in je hoofd zit. Aan die ene klant over je tarief. Aan je moeder, over het weekend dat je eigenlijk niet wilt. Aan je partner, over iets wat je al lang wilt zeggen. Aan de school. Aan die vriendin. Het zijn een paar zinnen. En toch schuif je het op.

En als je het dan eindelijk stuurt, denk je niet: wat goed van mij. Je denkt: dat had ik allang moeten doen. Je trekt meteen die oude jas weer aan.

Misschien kijk je naar je dochter die zomaar zegt wat ze wil, die zomaar nee zegt, die zomaar trots is op haar tekening. En dan voel je eerst een steek. Waarom kan zij het wel en ik niet. Wat voor voorbeeld ben ik eigenlijk.

Ik wil je iets anders voorstellen. Wat als je dochter je niet laat zien hoe ver je achterloopt, maar hoe het eruit kan zien? Een spiegel, een cadeau. Iemand die je laat zien dat het kan.

En wat als dat ene berichtje geen bewijs is van hoe laat je bent, maar van hoe ver je al gekomen bent? Je bent op het pad. Je zit op je fietsje met zijwieltjes. Je bent aan het groeien.

Er is niets groter dan deze kleine stap.

Wat je deze week kunt doen

1. Stuur het berichtje. Nu. Denk aan het bericht dat al een tijdje dwarszit. Aan een klant, aan je moeder, aan je werk, aan wie dan ook. Pak je telefoon, typ het en verstuur het, binnen vijf minuten nadat je dit hebt gelezen. Merk daarna wat er gebeurt in je lijf. Rust? Blijdschap? Spanning die zakt? Zeg dan hardop: “Ik verdien het.”

2. Doe de opdracht die ik Petra gaf. Schrijf bovenaan een vel papier: “Hoe laat ik op kleine en grote manieren zien dat ik aan zelfliefde in actie doe?” Schrijf er vijf punten onder, waarvan minstens drie kleine dingen. Het mogen echt kleine dingen zijn. Een bericht dat je meteen stuurt in plaats van volgende week. Een glas water drinken als je dorst hebt. Op tijd naar bed. Kies er elke dag eentje uit.

3. Schrijf de zin op en hang hem op. “Er is niets groter dan deze kleine stap.” Op de koelkast, naast je laptop, op de spiegel in de badkamer. Schrijf elke avond één kleine stap op die je die dag hebt gezet, en zet er niet “maar” achter. Gewoon de stap. Kijk er aan het eind van de week naar alsof je naar een wonder kijkt.

4. Doe de oude jas uit. Let op het moment waarop je een stap zet en direct denkt: het had meer moeten zijn, het had eerder gemoeten, een ander had het beter gedaan. Dat is de vertrouwde jas. Zeg dan tegen jezelf: “Ik ben onderweg. Ik ben aan het groeien. En het is genoeg.” En als je kind iets doet waar jij jaloers op wordt, zeg dan in jezelf: “Dank je wel voor de spiegel.” Maak de megafoon van je trots groter.

Je hoeft morgen niet in de concertzaal te staan. Je mag vandaag gewoon achter de piano gaan zitten.

Lees ook Kritiek zegt meer over de criticus dan over jou (en de stem in je hoofd is niet van wie je denkt) en Je kunt je gevoel niet weganalyseren: waarom je het al wist in het eerste gesprek.

Wil je dit niet alleen doen? Als coach in Lelystad en online help ik je om helder te krijgen wat je wilt, en wat je nog tegenhoudt.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar