Te moe voor je gezin? Misschien gaat het niet om de verantwoordelijkheid

Uitgeputte vrouw ligt op het vloerkleed

Twee dagen schilderen

Ik was mijn huis aan het schilderen. De dag ervoor had ik de hele woonkamer gedaan. Die dag alle gangen.

Als je dat op papier ziet, denk je: die man moet kapot zijn. Twee dagen achter elkaar verven. En daarna ’s avonds nog een coachsessie.

Maar ik was niet kapot. Ik was blij. Echt blij.

Ik vertelde het die avond aan een klant, en ik hoorde mezelf het zeggen: “Ik ben heel erg happy nu dat ik mijn huis aan het schilderen ben. Ik heb de hele woonkamer gisteren geschilderd. Vandaag heb ik alle gangen helemaal fantastisch geschilderd. En het voelt zo mooi om verantwoordelijkheid te kunnen dragen voor mezelf, voor mijn gezin, voor straks.”

En even later: “Ik zou heel moe moeten zijn, maar ik ben echt heel heel blij, omdat ik op een leuke manier het juiste doel en verantwoordelijkheid draag.”

Ik zou heel moe moeten zijn.

Onthoud die zin even. Want daar zit iets in waar deze hele blog over gaat.

“Ik heb de meiden”

De klant aan wie ik het vertelde, noem ik Petra. Moeder van dochters. Al lang ongelukkig in haar werk, en al lang aan het twijfelen of ze iets anders mag kiezen. Ze speelt met het idee om voor zichzelf te beginnen. We spraken elkaar op de avond voor haar verjaardag.

Ergens halverwege die sessie zei ze iets wat ik in allerlei vormen terughoor bij moeders:

“Ik heb gewoon heel sterk de behoefte om iets voor mezelf te doen en rust te creëren en zo, en ik wil gewoon die andere mensen allemaal niet.”

Die andere mensen allemaal niet.

Ik zei: “Als je ongelukkig bent, wil je ook geen verantwoordelijkheid dragen. Als je moe bent en je hoofd zit vol, wil je ook geen verantwoordelijkheid dragen.”

En zij, meteen: “Ja, die heb je iedere dag. En ik heb de meiden.”

Ik heb de meiden. Vier woorden waar een hele wereld in zit. Elke dag. Geen pauzeknop. Geen vrije dag van het moederschap.

Misschien herken je dit. Je klapt je laptop dicht na een dag werken aan je bedrijf, of je komt binnen na een dag die je helemaal heeft leeggezogen. En nog voordat je jas uit is, wil iemand iets van je. Een vraag over huiswerk. Een ruzie over wie er mag kiezen. Wat eten we? En ergens diep vanbinnen zegt een stem: ik wil het niet. Ik wil even niemand. Ik wil even niks hoeven dragen.

En meteen daarachteraan komt de tweede stem. Die is harder. Wat ben jij voor moeder? Het zijn je kinderen. Hoe durf je.

Dus je schaamt je. En je gaat toch. Op reserve.

Het gaat niet om de verantwoordelijkheid

Wat ik Petra die avond probeerde te laten zien, wil ik jou ook laten zien. Want ik denk dat je jezelf de verkeerde vraag stelt.

Je denkt: ik kan de verantwoordelijkheid niet aan. Misschien ben ik er niet voor gemaakt. Petra zei het zelfs bijna letterlijk, vlak daarvoor: “Misschien heb ik de verwachting dat ik het wel kan. Alleen, misschien kan ik het wel gewoon niet.”

Maar luister naar wat ik daarop zei, want dit is de kern:

“Hoe minder je op je plek zit, hoe minder verantwoordelijkheid je wilt dragen. Dat is de essentie van het leven. De verantwoordelijkheid is juist hetgene wat jou heel erg gelukkig maakt, maar op de verkeerde plekken het tegenovergestelde.”

Lees dat nog een keer.

Verantwoordelijkheid is niet de vijand. Op de juiste plek geeft ze je juist richting en betekenis. Ik zei tegen Petra dat op de juiste plek, op de juiste momenten, de verantwoordelijkheid voor je kinderen “jou juist de betekenis van het leven” geeft, “betekenis als moeder”. Maar zodra je niet op de juiste plek zit, “mentaal, fysiek of wat dan ook, dan creëert verantwoordelijkheid het tegenovergestelde.”

Daarom kon ik twee dagen schilderen en er energie van krijgen. Ik droeg verantwoordelijkheid. Voor mijn huis, mijn gezin, ons leven van straks. Maar ik droeg het op een plek waar ik graag wilde zijn. Ik zei het zo: het put me nu niet uit, het geeft me energie.

En Petra? Zij droeg haar verantwoordelijkheid vanuit een plek waar ze al heel lang niet gelukkig was. Dan wordt elke vraag van je kind een steen extra in je rugzak. Niet omdat je kind te zwaar is. Omdat jij al vol zit.

Ik zei het tegen haar zonder omwegen:

“Het gaat niet om de verantwoordelijkheid. Het is dat je te moe bent en geen verantwoordelijkheid wilt dragen. […] En je bent gewoon moe en je wil hun niet meer. En je wil even een tussenpauze waarbij je even dat helemaal niet hoeft te dragen.”

“Ja,” zei ze. “Dat klopt.”

Je moeheid is geen oordeel over jou als moeder

Hier zit het patroon waar ik streng over ben. Niet over jou. Over het patroon.

Want wat doen we als we moe zijn en even geen zin hebben in onze kinderen? We maken er een oordeel van. Over onszelf. Ik ben geen goede moeder. Ik ben egoïstisch. Andere moeders kunnen het wel. Terwijl er iets heel anders aan de hand is: je zit op de verkeerde plek, met de verkeerde energie, en je bent op.

Ik zei tegen Petra: “Het gaat dat jij op de verkeerde plek, met de verkeerde energie, niet gelukkig bent, […] waardoor je denkt dat het om de verantwoordelijkheid gaat.”

En daarna, omdat ik zag hoe zwaar ze het zichzelf maakte: “En iedereen heeft dat. Op zijn eigen manier. Of het gaat om het huishouden, of het gaat om andere dingen. Als je moe bent, is dat vervelend.”

Iedereen heeft dat. Ook ik.

Voor jou als ondernemende moeder kan die verkeerde plek van alles zijn. Een klant waar je al maanden tegen opziet. Een deel van je bedrijf dat je ooit leuk vond en nu alleen nog leegtrekt. Een baan ernaast die je aanhoudt omdat het veilig voelt. Je merkt het vaak niet op die plek zelf. Je merkt het pas om zes uur ’s avonds, als je dochter voor de derde keer “mama” roept en je het gevoel hebt dat je uit elkaar spat.

Dan denk je dat het aan je dochter ligt. Of aan jou als moeder.

Maar misschien ligt het aan de plek waar je de rest van je dag doorbrengt.

“Nou, hoe los je dat op dan?”

Petra stelde de vraag die jij nu misschien ook stelt: “Nou, hoe los je dat op dan?”

Mijn antwoord was kort: “Zelfliefde in actie weer.”

En toen vertelde ik haar iets uit mijn eigen huis. Het begint met luisteren. Eerst hoor je de stem die zegt: ik ben te moe om die verantwoordelijkheid nu te dragen. En in plaats van die stem weg te duwen, zeg je: oh, wacht eens even.

Mijn dochter zat toen in de peuterpuberfase. En er zijn avonden dat ik voel dat ik op ben. Dan vraag ik mijn vrouw iets. Ik zei het in de sessie zo:

“Kan jij alsjeblieft mijn kleine op bed leggen? Want ik ben te moe om de bewuste, aanwezige ouder te zijn. […] En ik wil de goede vader zijn zoals ik wil zijn, dus kan jij alsjeblieft mijn kleine op bed leggen? Want dan ben ik trouw aan mijn behoeftes.”

Dat is alles. Geen drama. Een zin.

Dat het me op zo’n avond uitput, zeg ik niet hardop. Maar ik voel het vanbinnen. En ik weet dat ik op dat moment de verantwoordelijkheid niet kan dragen om de bewuste vader te zijn die ik wil zijn.

Het enige wat ik dan doe, is communiceren. Ik luister naar mijn behoefte en ik spreek hem uit. En dan kan mijn vrouw op haar beurt luisteren naar haar gevoel.

Merk je wat hier níet gebeurt? Ik maak geen verhaal over wat voor vader ik ben. Ik doe niet stoer alsof ik het nog wel even trek. En ik verdwijn ook niet stilletjes op de bank met een schuldgevoel. Ik zeg wat er is. Dat is zelfliefde in actie: niet alleen horen dat je moe bent, maar er ook iets mee doen.

En als we allebei op zijn?

Nu komt het stuk waar Petra stil van werd. Want wat als mijn vrouw dan zegt: ik ben ook echt moe, ik heb een hele zware dag gehad?

Je zou denken: dan zijn we allebei op, en dan wordt het een wedstrijd wie het moeist is. Maar dat is niet wat er bij mij gebeurt. Ik zei:

“Dan kan ik misschien de verantwoordelijkheid voor mijn gezin en mijn vrouw wel willen dragen. Want ik denk, weet je wat, ik leg haar wel op bed. Waardoor een andere verantwoordelijkheid door die vermoeidheid heen komt en ik met liefde dat wel wil dragen, terwijl ik het eigenlijk alleen voor mijn dochter niet genoeg voelde.”

Hetzelfde kind. Dezelfde avond. Dezelfde moeheid. En toch een heel ander gevoel.

Hoe kan dat? Omdat ik weet wie ik wil zijn. Ik zei het tegen Petra zo:

“Ik wil een bewuste vader, ik wil een goede partner, ik wil een gezinsman zijn. Dat is een drijfveer van de identiteit wie ik graag wil zijn. En als ik daar in lijn kan leven, dan kan ik misschien te moe zijn om de bewuste vader te zijn, maar hell no dat ik ook nog te moe ben om de gezinsman en er voor mijn partner te kunnen zijn, als zij het niet kan dragen.”

Ik zie mezelf als iemand die het draagt als zij het niet kan. Dus vind ik een andere modus, en ergens haal ik nog energie vandaan. “En dat voelt dan vervolgens wél goed. Hoe krom dat ook is.”

Hoe krom dat ook is. Ja. Want het klopt niet met de rekensom. Moe plus moe zou meer moe moeten zijn. Maar zo werkt een mens niet. Als je leeft vanuit wie je wilt zijn, vind je energie op plekken waar die volgens de rekensom niet meer is.

Net als bij het schilderen. Ik zou heel moe moeten zijn.

Wie wil jij zijn?

Dit is de vraag die ik Petra eigenlijk stelde, zonder hem zo te noemen. En het is de vraag die ik jou stel.

Niet: hoeveel kan ik nog dragen? Maar: wie wil ik zijn? En leef ik daar nu naar?

Want bij Petra werkten meerdere dingen tegelijk tegen haar. Ik zei het aan het eind van dit stuk zo: het gaat niet om het vermoeidheidsstuk alleen. Het gaat om leven in lijn met de persoon die je graag wilt zijn. “Je hebt meerdere elementen die tegen je werken.”

Ze was moe. Ze zat op een plek die niet bij haar paste. En ze had nog niet helder voor zichzelf wie ze wilde zijn, los van alles wat moest. Dan wordt elke verantwoordelijkheid een last. Ook de mooiste. Ook je eigen kinderen.

Ik ben mild over de vrouw die dit voelt. Ze is niet slecht. Ze is niet egoïstisch. Ze is op, en ze zit op de verkeerde plek. Maar ik ben streng over het patroon dat zegt: dus ben ik een slechte moeder. Want dat patroon houdt je precies waar je bent. Het maakt je nog moeier. En het neemt je de vraag af die je echt verder helpt: waar ben ik niet op mijn plek, en wat ga ik daaraan doen?

Petra zei na dit stuk: “Ja, het geeft mij wel verhelderende ideeën. […] Ja, klopt wel wat je zegt. Ik ben gewoon echt stil van jou.”

En ik gaf haar terug waar het om draait: wat je vooral mag doen, is dit. “Ah, ik ben moe. Dat mag gehoord worden.”

Ik ben moe. Dat mag gehoord worden.

Je hoeft morgen niet je bedrijf om te gooien of je baan op te zeggen. Dat zou alleen maar weer een nieuwe berg verantwoordelijkheid zijn, vanuit dezelfde lege tank.

De eerste stap is kleiner. En tegelijk is hij voor veel moeders het moeilijkst: hardop zeggen dat je moe bent. Zonder er meteen een oordeel achteraan te plakken. Zonder het weg te lachen. Zonder “maar het gaat wel”.

Ik ben moe. Punt.

Dat mag gehoord worden. Door jou als eerste. En daarna door de mensen om je heen. Je partner. Een vriendin. Iemand die die avond het bedritueel kan overnemen, of het eten, of gewoon even de kamer.

En dan de tweede stap: kijken waar die moeheid echt vandaan komt. Want als het niet je kinderen zijn die je leegtrekken, maar de plek waar je de rest van je dag staat, dan ligt daar je werk. Niet bij je kinderen. Niet bij jouw waarde als moeder.

Een gelukkige moeder is geen moeder die nooit moe is. Een gelukkige moeder is een moeder die op de juiste plek staat, en die hardop durft te zeggen wanneer ze op is. Daarmee laat je je kinderen iets zien wat geen enkele les ze kan leren: dat je van jezelf mag houden, ook als je even niks meer kunt geven.

Gun jij het jezelf?

Wat je deze week kunt doen

1. Maak twee kolommen. Pak een vel papier. Schrijf links: “Hier geeft verantwoordelijkheid mij energie.” Schrijf rechts: “Hier trekt verantwoordelijkheid mij leeg.” Vul ze allebei eerlijk in, voor je gezin én voor je bedrijf. Mijn schilderklus zou links staan. Kijk daarna naar de rechterkolom en vraag jezelf: zit mijn moeheid echt bij mijn kinderen, of komt hij hier vandaan?

2. Zeg de zin één keer hardop. Kies deze week één avond waarop je voelt dat je op bent. Zeg dan tegen je partner, of tegen wie er is: “Ik ben te moe om de moeder te zijn die ik wil zijn. Kun jij vanavond … overnemen?” Vul zelf in wat. Het bedritueel, het eten, de afwas. Geen uitleg, geen excuus. Het is geen falen. Het is zelfliefde in actie.

3. Schrijf op wie je wilt zijn. Drie zinnen, zoals ik ze zelf heb: “Ik wil een … moeder zijn. Ik wil een … partner zijn. Ik wil een … ondernemer zijn.” Hang ze op de koelkast. De volgende keer dat je te moe bent, lees ze en vraag jezelf: welke van deze drie kan ik nu nog zijn? En welke mag ik vanavond aan een ander geven?

Het gaat niet om de verantwoordelijkheid. Het gaat om de plek waar je staat, en om wie je wilt zijn.

Lees ook Ik wil niet meer sterk zijn: over vechten, zacht worden en het stadion uitlopen en Stap uit de sneltrein: een oefening om trots te zijn op wat je gedragen hebt.

Ben jij een ondernemende moeder die hierin vastloopt? Lees hoe ik werk als coach voor ondernemende moeders.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar