Wees maar onzichtbaar: de zin die ze bijna zeventig jaar meedroeg

Oudere vrouw schrijft aan een houten tafel bij het raam

Een zin die nooit hardop werd gezegd

Ze schrijft al een tijd over haar jeugd. Bladzijde na bladzijde. En elke keer als ze bij één bepaalde herinnering komt, huilt ze weer.

Ik noem haar Ria. Bijna zeventig, moeder van twee volwassen kinderen. Ze kwam voor een Mini Familieopstelling met een vraag om meer zelfvertrouwen en zelfliefde. En met een zin die ze in de eerste minuten al uitsprak: “Ik kom niet bij het diepste punt van mijn verdriet.”

De herinnering had ze niet eens zelf bewust beleefd. Haar moeder had het haar later verteld. Ria was een peuter. Er was net een jonger kindje geboren. En Ria trok alle aandacht. Haar moeder vertelde jaren later dat ze toen een hekel aan haar kreeg.

Daarna leefde Ria een leven lang van pleasen en aanpassen. Niet te veel. Niet opvallen.

Waarom we naar je familie kijken

In een Mini Familieopstelling kijken we niet alleen naar wat jij nu tegenkomt. We kijken naar waar het vandaan komt. In de podcast Muscle Up, waar ik te gast was, legde ik uit waarom:

“Dus hoe jij opgevoed wordt, hoe jij leert wat je zelfbeeld wordt, hoeveel zelfvertrouwen je hebt, hoe je over jezelf nadenkt, wat je innerlijke kritische stem is, komt heel veel vandaan met hoe jij opgevoed bent als kind.”

Ria vroeg om zelfvertrouwen. Maar haar zelfvertrouwen was ooit, heel vroeg, in één klap afgepakt.

Je hand in de regen

Eerst haalde ik iets weg. Ria dacht dat ze de kern moest vinden. Eén herinnering, één inzicht, en dan zou het klaar zijn. Zolang ze nog huilde, was ze er nog niet.

Ik zei: “Stel dat het nu regent buiten. Ik doe de deur open, ik steek mijn hand naar buiten en ik voel een druppel. Dan voel ik toch ook dat het regent? Waarom moet ik naar buiten lopen en vol in de regen gaan staan om erachter te komen dat het regent? Mijn hand was al voldoende.”

Haar tranen waren geen bewijs dat ze er nog niet was. Haar tranen waren het werk. “Niet de kernovertuiging vinden is de oplossing, maar de reis ernaartoe is de oplossing.”

Het kleine meisje mag boos zijn

Toen we naar het kleine meisje gingen, kwam er iets wat Ria nooit had gevoeld. Boosheid.

“Boosheid is altijd het topje van de ijsberg. Laat het kleine meisje eindelijk boos zijn.”

Een kind dat boos wordt op mama, loopt het risico mama kwijt te raken. Dus het kleine meisje werd niet boos. Ze werd stil. En onzichtbaar.

Ik zei tegen dat meisje, via de volwassen Ria: “Jij bent kind, jij mag ruimte innemen. Je hoeft je moeder niet te dragen.”

Zulke momenten zijn intens. Ik blijf er dan gewoon bij. In mijn eigen podcast Hart & Zakelijk beschreef ik wat ik in zo’n sessie doe: “Waarbij ik de ruimte geef van: kom, we gaan er samen even doorheen, in plaats van wat je de hele leven al doet: wegrennen. En ik kan alleen maar daar zijn, en dan te zeggen van: I’ve got you, maar jij mag hem doen.”

De zin hardop

Toen kwam de zin die haar hele leven onder de oppervlakte had gelegen. Wees maar onzichtbaar.

We deden het in drie stappen. Eerst zei Ria hem tegen haar eigen kind, toen dat nog een peuter was. Ondraaglijk. Geen moeder die van haar kind houdt, wil dat zeggen. Daarna tegen haar kleine zelf. Zien hoe dat binnenkomt bij dat meisje.

En toen de derde stap. Ik vroeg de volwassen Ria om de zin zelf uit te spreken. Bewust, krachtig. Niet vanuit angst.

“Pak de macht van die zin terug van je moeder en breng hem naar de volwassen jij.”

Wees maar onzichtbaar. Vijf keer. Tien keer. Tot de lading eraf was.

En toen: “Wauw, dat geeft rust. Ik krijg kippenvel.”

Een zin die bijna zeventig jaar macht had, verloor die op het moment dat zij hem zelf in handen nam. Daarna draaiden we hem om. “Ik mag ruimte innemen,” zei Ria. En ze voegde er zelf aan toe: “Zoveel als ik wil.”

Wat er daarna was

Aan het eind zei ze: “Ik ben lichter, blijer. Echt wonderbaarlijk.”

Ook ontvangen bleek spannend. Iets krijgen zonder dat je het eerst hebt verdiend. Ik zei: “Soms hebben we het gevoel: waar heb ik dat aan verdiend? Ontvangen is ingewikkeld soms.”

En ik gaf haar één zin mee voor onderweg: “Het verschil tussen leven in angst en leven in liefde. Iedereen heeft bestaansrecht, jij ook.”

Ik geloof daar echt in. In Muscle Up zei ik: “Ik ben ervan overtuigd dat als je goed aan je patronen werkt, en waaronder dus familieopstellingen, en je leert dus om je eigen pad te bewandelen, dat je dus die patronen waardoor je geleefd wordt, dat je daar grip op kan hebben, en dat je dan kan kiezen om het anders te doen.”

Welke zin draag jij mee?

Jouw moeder heeft het misschien nooit zo letterlijk gezegd. Maar ik weet bijna zeker dat jij ook een zin meedraagt. Gevoeld in een blik, een zucht, een sfeer die omsloeg als jij te blij was of te veel.

Pak deze week pen en papier. Schrijf bovenaan: wat heb ik als klein meisje geleerd over hoe ik mocht zijn? Schrijf zonder nadenken. Als je een zin ziet waar je buik van samentrekt, heb je hem.

Zeg hem hardop. Als volwassen vrouw. Hoor hoe klein hij eigenlijk is. En schrijf eronder: ik mag ruimte innemen.

Je hoeft niet meteen vol in de regen te gaan staan. Je hand naar buiten steken is genoeg.

Lees ook Stel je niet aan: de zin die drie generaties vrouwen meedroegen en Het is niet eens haar stem: waarom je moeder haar oordeel niet kan loslaten.

Wil je weten hoe ik naar jouw familie kijk? Als systemisch coach in Lelystad en online help ik je zien wat je meedraagt.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar