Als jij rustiger wordt, wordt je huis rustiger

Vrouw mediteert op de bank in haar woonkamer

Op de bank

Het gebeurde ergens in een week die allesbehalve gewoon was. Ze zat in de laatste dagen van haar baan, het gezin ging verhuizen, en in haar hoofd stond een lijst die maar langer werd.

Ik noem haar Lotte. Eind dertig, moeder van twee jonge kinderen. Ze vertelde het me in onze afsluitende sessie, bijna terloops:

“En van de week, dan merk ik weer, dan zit ik alles. Ik denk, oh, dit moet nog, dat moet nog. En ik moet het allemaal doen, heb ik dan het gevoel, en dan zit ik hem eigenlijk gewoon een soort van uit te koten op de bank. En normaal gesproken wordt dat gewoon heel erg ruzie natuurlijk. En nu zat hij me eigenlijk, nou ja, in te spiegelen denk ik. Dat ik denk: oh ja, ja, dit is.”

Uitkoten. Afsnauwen, dus. Op de bank, tegen haar partner, omdat het allemaal te veel was.

Misschien herken je dit. Het is avond, de kinderen liggen eindelijk in bed, en jij ploft neer naast je partner. Hij zit op zijn telefoon. En ineens komt het eruit. Dat jij alles moet regelen. Dat hij nooit ziet wat er nog moet. Dat het altijd op jou neerkomt. En voor je het weet, zitten jullie allebei met de armen over elkaar aan weerszijden van de bank.

Bij Lotte ging het die avond anders. Niet omdat zij het perfect deed. Ze snauwde gewoon. Maar er gebeurde iets daarna wat er eerder niet gebeurde.

“Hallo, wat loop je nou te lullen”

Ze legde uit hoe het normaal ging, van zijn kant: “Want normaal schiet hij dan ook natuurlijk vol in: hallo, wat loop je nou te lullen, je doet alles in je eentje en ik doe niks. Ook van hem uit dat hij denkt van: oh god, gaat ze weer.”

Oh god, gaat ze weer.

Daar zit een heel huwelijk in. Twee mensen die allebei moe zijn, allebei iets willen, en allebei de ander de schuld geven. Zij voelt zich niet gezien in alles wat ze draagt. Hij voelt zich aangevallen voor iets wat hij niet eens doorhad. En dus vliegen ze elkaar in, op precies dezelfde plek, op precies dezelfde manier, avond na avond.

Ik zei het zo: “Je communiceert altijd vanuit de emotionele onvolwassene, die vanuit jezelf, die niet met emoties om kan gaan, en dat brengt de andere emotionele onvolwassene in de ander naar boven.”

Het kind in jou roept het kind in hem wakker. En dan zitten er twee kinderen op de bank, die allebei gelijk willen krijgen.

Van kind-pet naar volwassen pet

Wat er die avond veranderde, was niet hij. Het was zij.

Ik zei tegen haar: “Je ging van kind naar emotioneel volwassene. Dus je kon zijn spiegelen zien omdat je de emotionele volwassen pet heel tussendoor op kon zetten en niet alleen maar in je kind-pet zat.”

Heel tussendoor. Dat vind ik zo belangrijk. Ze zat niet de hele avond zen naast hem. Ze zat gewoon in haar kind-pet, snauwend en overweldigd. Maar ergens middenin kon ze heel even die andere pet opzetten. Lang genoeg om te zien wat hij deed. Lang genoeg om te denken: oh ja, ja, dit is.

Lotte was daar zelf streng over. “Ik herken dus wel al mijn triggers, maar meestal als ik er al een soort van in zit.”

“Ja, dan ben je toch al verder,” zei ik.

“Dat wil ik niet.”

“Maar dan ben je toch al verder. Dan ben je dus bewust.”

Ze wilde haar triggers zien voordat ze erin zat. Dat komt ook. Maar ik wilde dat ze eerst zag hoe groot deze stap al was. Je hoeft niet te beginnen bij perfect. Je begint bij: ik zit erin, en ik zie het. Misschien zag jij het vroeger pas de volgende ochtend, of pas als de ruzie al dagen sudderde. Als je het nu middenin ziet, ben je al een heel eind. Dat is geen falen. Dat is groei die al gebeurt.

Zoals een kind bij een stabiele ouder tot rust komt

Toen legde ik uit wat er eigenlijk tussen hen gebeurd was. Ik zet het hier uitgebreid neer, omdat het misschien wel het belangrijkste mechanisme is in elke relatie met kinderen erbij:

“En dan zie je dus dat de emotionele volwassene in ons ervoor zorgt dat de ander reguleert. Dus zoals een kind bij de stabiele ouder tot rust komt, kan dat dus ook dat het kind in de partner tot rust gebracht wordt door de stabiele partner, die daar dan tegenover kan staan en het terug kan spiegelen en de rust kan bewaren. Waardoor je dus het kindje weer, oh wacht, niet getriggerd wordt, teruggespiegeld wordt, want dan is het een echo in je stukken. Want als het geen vuur krijgt, dan komt het terug in je gezicht.”

Als het geen vuur krijgt, komt het terug in je gezicht.

Dat is wat er die avond gebeurde. Zij gooide er iets in. Hij gooide er niks bij. En dus hoorde ze haar eigen woorden terugkomen, zonder het lawaai van een ruzie eromheen. Een echo. En in die echo kon ze ineens horen wat ze eigenlijk zei.

Ik beschreef wat er dan van binnen kan gebeuren:

“En dan… kun je weer: oh wacht, wat ben ik aan het doen? Oh wacht, wat gebeurt er nou? Oh wacht, misschien heeft die ander misschien toch wel een beetje gelijk. Of: oh, ik wil er gewoon eventjes gehoord worden en ik weet niet hoe ik moet communiceren. Ik ben overweldigd of het is allemaal veel. Oh, en eigenlijk denk ik: oh, ik loop eigenlijk achter op alles en dan moet ik ook nog die coachingopdrachten doen en ik voel helemaal geen ruimte ervoor. Dus ik ga hem maar uitkoten, want ik voel eigenlijk helemaal geen ruimte. En dan ziet hij dat van: wat zit je nou tegen me te koten? Het heeft helemaal niets met mij te maken. Oh ja, klopt, want het heeft inderdaad niets met jou te maken.”

Het heeft niets met jou te maken.

Hoe vaak heb jij je partner, of je kind, iets naar het hoofd gegooid wat eigenlijk over jouw volle hoofd ging? Over de klant die je niet terugbelde. Over de mail die je nog moest sturen. Over het gevoel dat je overal achterloopt. Ik vraag het niet om je een schuldgevoel te geven. Ik vraag het omdat in die vraag de sleutel zit. Als het over jouw binnenwereld gaat, dan kun jij er ook iets mee.

Jouw groei, het ondergeschoven kindje van je relatie

Lotte zei iets wat ik heel eerlijk vond: “Ja, maar dat was hij, hij kon dat voorheen ook niet zien hoor.”

Hij kon het ook niet. En nu wel. Hoe kan dat?

Ze had hem de samenvattingen van onze sessies laten lezen. Ze had met hem gepraat over wat er in haar hoofd speelde. “Joh, hier hebben we het over gehad en dit zit, dit speelt in mijn hoofd.”

Ik zei:

“Ja, knap toch? Ja, maar jouw groei, dat is het punt. Jouw groei, en dat is iets wat een ondergeschoven kindje is. Door middel van jouw manieren van communiceren en ruimte nemen, groeit jullie relatie in die richting ook. […] Je kunt iemand niet veranderen, je kunt wel iemand beïnvloeden, zoals altijd. Dus dat is een ondergeschoven kindje, maar in alle coachingsessies, alle trajecten die ik met klanten heb gedaan, is het zo: de bewustwording die jij vergroot, zorgt ervoor dat de bewustwording in je relatie ook altijd vergroot.”

Je kunt iemand niet veranderen. Je kunt wel iemand beïnvloeden.

Ik hoor zo vaak van vrouwen: ik werk wel aan mezelf, maar hij doet niks. Of: ik zou willen dat hij ook eens in coaching ging. En ik snap die wens. Maar het werkt andersom. Je partner verandert niet omdat jij hem een boek geeft. Hij verandert, als hij al verandert, omdat hij iemand anders naast zich op de bank ziet zitten. Iemand die anders reageert. Iemand die vertelt wat er in haar omgaat, in plaats van het naar hem te gooien.

Ik zei het ook zo: “Want, zoals ik al zeg, je buitenwereld wordt de reflectie van je binnenwereld. Dus jij gaat dieper over dingen nadenken, je gaat erover communiceren, en oh, je ziet het niet altijd, het heeft toch invloed, groot of klein.”

En ik gaf haar een advies mee dat ik jou ook geef: “Daarom zou ik dus aanraden: ga lekker door met deze thema’s, ook voor jullie relatie. Het is prachtig om te weten waar jullie op triggeren en daar bewust van te zijn en hoe jullie daar steunend voor elkaar kunnen zijn. Communiceren is goud.”

“Ja, en heel moeilijk soms,” zei ze.

“Zeker.”

Vijftig jaar naast elkaar

Ik zei dat het een cadeau is dat ze, na al die jaren samen, nog steeds dieper kunnen gaan. “Je hebt mensen die vijftig jaar bij elkaar zijn en die totaal geen diepgang hebben. Die laten elkaar leven.”

Lotte zei zacht: “Nee, ik kijk naar mijn eigen ouders.”

Die ene zin. Daar zag ze waar ze vandaan kwam. Twee mensen die heel lang samen waren en elkaar niet echt zagen. En daar zag ze ook waar ze niet naartoe wil.

“Je kunt elkaar totaal niet zien, al ben je heel lang samen,” zei ik. “Of het tegenovergestelde. Je kunt één dag bij elkaar zijn en elkaar volledig doorgronden en elkaar zien en voor elkaar zijn.”

In een eerdere sessie had ik haar een beeld gegeven van hoe dat langs elkaar heen leven er van dichtbij uitziet. Het ging over wat een baan die je leegtrekt kost aan je relatie:

“Ga ook niet met energie futloos op de bank zitten naast je partner en dan maar Netflix, omdat je eigenlijk jezelf hebt leeggetrokken en dan geen energie meer over hebt, om hem in de ogen aan te kijken en te zeggen: ik heb nog ruimte voor jou.”

Ik heb nog ruimte voor jou.

Dezelfde bank. Twee versies. In de ene zit je ernaast, leeg, met een serie aan omdat praten te veel is. Of je snauwt, omdat alles te veel is. In de andere zit je ernaast en heb je nog iets over. Voor hem. Voor jezelf. Het verschil tussen die twee zit niet in hem. Het zit in hoe jij die dag met jezelf bent omgegaan.

Waar ze mee begon

Om te snappen hoe groot die avond op de bank was, moet je weten waar Lotte vandaan kwam.

Ik vroeg haar in die laatste sessie waar ze mee begon. Wat ze toen zo graag wilde. Ze zei:

“Ik denk ook wel een groot stuk zelfacceptatie. De hele tijd bezig geweest met wat, nou ja, in mijn hoofd maak ik toen altijd wat anderen van me vinden, maar eigenlijk is het wat ik zelf van me vind, en dan denk ik dat anderen dat van me vinden. Want dat is iets waar ik eigenlijk mijn hele leven altijd wel mee bezig ben geweest, en ook weer vanuit dat hele systeem.”

Wat anderen van me vinden, is eigenlijk wat ik zelf van me vind.

Dat is een van de scherpste dingen die ik een klant ooit over zichzelf heb horen zeggen. Want het betekent: het oordeel komt niet van buiten. Het komt van binnen, en je plakt het op de gezichten om je heen.

En ze vertelde hoe het nu is. “Het stemmetje is niet weg, maar het is wel ook als hij komt en ik denk: ja, en wat dan nog. Ik vind die persoon ook niet leuk, dus wat maakt het uit wat hij van mij vindt. En dat geeft ook gewoon veel meer rust om daar niet mee bezig te zijn.”

Ja, en wat dan nog. Het stemmetje is er nog. Het heeft alleen het stuur niet meer.

Ik vroeg door. Wat waren de gevolgen geweest, al die jaren? “Ik ga dan dingen doen die ik eigenlijk niet wil, of juist iets niet doen wat ik wel zou willen.” En dat gaf “alleen maar meer stress, meer spanning en ook geen moment om dan die ontspanning te voelen.”

“Wat voor gevolg had dat dan? Constante afwijzing richting jezelf? Wat deed dat voor jou?”

“Geen zelfvertrouwen hebben. Op een gegeven moment ook niet in dingen waarvan ik weet, ook gewoon objectief gezien, dat ik het gewoon wel kan.”

“Wat deed dat voor je ziel? Zo’n afwijzing, langdurend?”

“Niet best.”

Een zwarte ziel en een verlengsnoer

Niet best. Ik liet het daar niet bij. “Wat bedoel je daarmee? Wat was dat voor je ziel? Hoe zou je dat nog meer, door middel van meer woorden kunnen uitleggen?”

Het bleef even stil. En toen:

“Als jij het hebt over ziel, dan komt bij mij zwart omhoog.”

“Ja, mooi, zwarte ziel.”

“Ik ga terug naar mijn pubertijd, ik was toen ook al zwart.”

Ze zei dat ze die puberpijn had meegenomen en verlengd. Ik zei: “Er zit een verlengsnoer naar dat stuk, om het maar zo te zeggen.”

Een verlengsnoer. Van het meisje van toen naar de vrouw van nu. Al die jaren liep er stroom doorheen. Het gevoel van niet goed genoeg zijn, van zwart, van afwijzing, werd gewoon doorgetrokken naar haar volwassen leven. Naar haar werk. Naar haar relatie. Naar haar moederschap.

Dat snoer mag je doorknippen. Maar dan moet je eerst zien dat het er is.

“Waar is die vrouw uit de kroeg?”

Toen vroeg ik wat die zwarte ziel had gedaan met haar als partner. Haar antwoord ging me door merg en been:

“Ik denk… dat hij mij niet echt meer herkende. Hij heeft wel vaker ook gezegd van: waar is die vrouw uit de kroeg die zei: hé, jij zegt ook nooit wat. Heb ik wel een keer tegen hem geroepen daar. Ja, ik denk dat het een hele lange tijd alleen maar bestond uit moeten, moeten, moeten. Dat heb ik ook wel vaker gezegd, en daar word je niet echt leuker op. We hebben gewoon de hele tijd ook wel langs elkaar heen geleefd, alle twee wel vanuit, ik denk, de overleving. Ja, ik was niet echt heel gezellig, nee.”

Waar is die vrouw uit de kroeg?

De vrouw die daar in de kroeg zomaar tegen hem riep: hé, jij zegt ook nooit wat. Die vrouw was er nog. Ze zat alleen onder een berg van moeten, moeten, moeten.

Ik ben mild over de vrouw die onder die berg verdween. Ze deed wat ze had geleerd: overleven, dragen, doorgaan. Maar ik ben streng over het patroon. Want het kostte haar niet alleen haar eigen plezier. Het kostte haar partner de vrouw die hij zich van toen herinnerde.

En dat is precies waarom die avond op de bank zo groot is. Een vrouw die haar triggers ziet, die vertelt wat er speelt, die de volwassen pet heel even op kan zetten: dat is een vrouw die weer een beetje tevoorschijn komt. Die van de kroeg.

Als het bij mij te veel wordt, gaan zij ruzie maken

Ik vroeg ook wat het met haar als moeder had gedaan. Al die spanning, geen zelfacceptatie, geen zelfvertrouwen, de zwarte ziel.

Ze werd even helemaal blanco. “Er komt helemaal niks in mijn hoofd.” En toen kwam het toch:

“Er is ook heel veel minder draagkracht. Dus het is heel gauw te veel, waardoor ik ook zeker niet altijd goed gereageerd heb. Maar juist door die momenten ben ik ook wel heel erg bezig geweest met: hoe moet ik wel met ze omgaan. Ik denk dat ik daar vooral mijn focus op heb gehad. Misschien een beetje te veel mijn focus op gehad, want dat moet dan weer perfect. […] Ik ben heel erg bezig geweest met: hoe krijg ik de kinderen rustig en minder overprikkeld.”

Ik zei: “Ja, maar misschien was dat de ingang naar jouw eigen heling. De start, de katalysator.”

En toen zag ze het zelf. Zonder dat ik het hoefde te zeggen:

“Ik denk dat ook een groot stuk van de overprikkeling van hen bij mij vandaan komt, omdat ik die rust niet heb. En ik merk het nu ook: op het moment dat het bij mij te veel wordt, gaan zij ruzie maken. En dan hoef ik nog niet eens echt iets te zeggen. Maar het is altijd als ik denk: nu even niet. Dan is het achter elkaar, echt om alles. Dus uiteindelijk, achteraf, had ik waarschijnlijk eerder het andersom kunnen doen. In plaats van te focussen op hen en wat zij nodig hebben, had ik misschien ook al heel veel bereikt als ik had gefocust op mezelf.”

“Dat is toch prachtig?” zei ik.

En dat meende ik. Niet omdat het pijnlijk is. Maar omdat het betekent dat ze de sleutel in handen heeft.

Kinderen lezen je niet aan je woorden. Ze lezen je aan je lijf. Aan je kaak. Aan je adem. Aan hoe snel je de vaatwasser inruimt. Je hoeft niets te zeggen, en toch weten ze het: mama zit vol. En dan gaan ze doen wat kinderen doen als de volwassene in huis niet stabiel is. Ze worden onrustig. Ze botsen. Ze maken ruzie om het blauwe bekertje.

Zoals een kind bij een stabiele ouder tot rust komt, zo raakt een kind ook van slag bij een ouder die zelf van slag is. Dat is geen verwijt. Dat is gewoon hoe het werkt. En het goede nieuws zit in dezelfde zin: als jij rustiger wordt, wordt je huis rustiger.

Een stilte die als een toets voelde

Later in dat gesprek gebeurde er iets in de sessie zelf wat ik je niet wil onthouden. Want het liet precies zien waar we het over hadden.

Lotte zei ineens: “Net een soort toets dit.”

“Vind je? Waarom?”

“Je kan af en toe zo stil blijven en kijken, dat ik denk: oh, ik moet nog meer zeggen.”

“Ik geef je de ruimte.”

“Dan mag het een ander antwoord zijn?”

“Ja, dat is jouw projectie, hè?”

“Ja.”

Ik legde uit dat ik op dat moment gewoon mijn vragen aan het ordenen was. “Dus het heeft helemaal niks met jou te maken, dat is nog de grap.”

Daar was het weer. Het heeft niets met jou te maken. Mijn stilte was een open ruimte. Maar het kleine meisje in haar hoorde er een oordeel in: je bent nog niet goed genoeg, zeg nog meer. Precies zoals ze dacht dat anderen haar beoordeelden, terwijl het haar eigen oordeel was.

Ik zei er iets bij over wie er aan het stuur zit. Dat je niet je innerlijk kind achter het stuur wilt hebben. En dat je, als je merkt dat ze daar toch zit, kunt zeggen: “Oh, maar wacht eens even, ik zet jou even op de bijrijdersstoel, ik zit weer als emotioneel volwassene achter het stuur en ik zie nu: oh wacht, ik ben overwhelmed, ik mag mijn gevoelens herkennen, ik mag voelen dat het even veel is en daar ruimte voor maken en eventjes invoelen van: oh, maar wat heb ik echt nodig.”

Dat is de volwassen pet. Op de bank naast je partner. Aan tafel met je kinderen. En zelfs in een coachingsessie, als de coach even stil is.

Je krijgt wat je tolereert en accepteert

Ik vroeg haar om haar oude ik te omschrijven. In één zin. Ze zei dat er meer woorden kwamen dan een zin. “Onzeker, oververantwoordelijk, ongelukkig.”

“Hoe is het om terug te kijken naar die oudere versie van jezelf?”

En daar kwam een stem die ik bij zoveel vrouwen hoor:

“Nee, ergens in mijn hoofd komt dan ook: ah, zo erg was het niet. Maar ik denk dat dat wel zo was. […] Ja, het leven was ook gewoon zwaar. Dat is denk ik inderdaad al heel lang. […] Want dat roept iedereen ook altijd: het leven is zwaar. Dus dat hoort erbij.”

Zo erg was het niet. Het hoort erbij.

Ik zei:

“Je krijgt wat je tolereert en accepteert. Dus ja, hoe vaker je het zegt, hoe langer je het blijft houden. Het hoort bij mij, het is onderdeel van mijn leven. Zo ga ik om met mijn partner. Zo ben ik nu eenmaal. Zo is het werk nu eenmaal. Je krijgt wat je tolereert en accepteert.”

Zo ga ik om met mijn partner.

Lees die nog een keer. Want dat is de zin die achter elke ruzie op de bank zit. Zo zijn wij nou eenmaal. Zo gaat het nou eenmaal bij ons. Hij reageert altijd zo. Ik ontplof altijd zo. En zolang je dat accepteert als hoe het hoort, blijft het precies zo. Avond na avond. Jaar na jaar. Tot je vijftig jaar naast iemand op de bank zit die je niet meer ziet.

Het hoort er niet bij. Het is er, omdat je het bent gaan tolereren.

Niet licht en liefde, maar bewust

Ik vroeg wie de nieuwe Lotte is.

“Ik voel veel meer rust, en ben stabieler en bewuster denk ik vooral. Het is niet nu ineens allemaal licht en liefde en vreugde, maar bewuster. En daardoor kan ik ook makkelijker met dingen omgaan.”

Ik vroeg het nog een keer, in één zin. Ze zei: “Ja, maar dat heb ik toch net gezegd of niet?” Ik bleef vragen. Ze bracht het terug naar één woord: “Bewust.” En toen ik nog een keer doorvroeg, keek ze me aan alsof ik vervelend was. “We hebben het toch net al gesteld?”

“Oké, rustig,” zei ik lachend. “Vervelend ben je hoor.”

Ik vraag dingen graag vaker dan één keer. Het eerste antwoord komt meestal uit het hoofd. Bij de derde of vierde keer zakt het. En inderdaad, toen kwam het:

“Zelfbewust, dat is een betere.”

Van zwarte ziel naar zelfbewust. Ondanks alle chaos meer rust, zei ze erbij. Midden in een verhuizing, midden in de laatste dagen van een baan, met twee jonge kinderen. En als er nu een verzoek zou komen waar ze eigenlijk geen ruimte voor had? “Zou ik nee zeggen.”

Ik vroeg waar ze over een jaar wil staan. “Ja, dat dit doorzet. Dus ja, nog meer rust en zelfliefde en ontspanning. En dat ik dan ook wel iets aan het doen ben wat mij energie gaat geven.”

Niet allemaal licht en liefde. Ik vind dat zo’n eerlijke zin. Het huis wordt niet ineens stil. De kinderen maken nog steeds ruzie. Ze snauwt nog steeds weleens op de bank. Maar ze ziet het. En omdat zij het ziet, kan haar partner het ook zien. En omdat zij rustiger wordt, wordt het om haar heen ook rustiger.

Misschien herken je dit

Misschien ben jij de moeder die alles leest over hoe je je kinderen rustig krijgt. Die weet wat een prikkelarme slaapkamer is, die de schermtijd bijhoudt, die het boek over ruziënde broertjes en zusjes al twee keer heeft gelezen. En die toch elke dinsdag om half zes in een keuken staat waar alles ontploft.

Misschien ben jij de vrouw die tegen haar vriendinnen zegt: hij doet ook nooit wat. En die ’s avonds naast hem zit met haar telefoon, omdat praten te veel moeite kost.

Ik wil je vragen om één ding anders te gaan bekijken. Niet: hoe krijg ik hen rustig? Maar: hoe word ik rustig?

Niet omdat het jouw schuld is. Maar omdat het jouw sleutel is. Je kunt je partner niet veranderen. Je kunt je kinderen niet veranderen. Je kunt wel de stabiele volwassene worden bij wie zij tot rust komen. En dat begint bij hoe jij naar jezelf kijkt. Zolang jij jezelf afwijst, hoor je overal afwijzing. In de stilte van je partner. In het gejengel van je kind. Zelfs in de stilte van je coach.

Gun jij het jezelf?

Wat je deze week kunt doen

1. Vang jezelf middenin. Je hoeft je triggers niet vooraf te zien. Begin met middenin. Als je merkt dat je snauwt, tegen je partner of je kind, stop dan heel even. Leg je hand op je hart en zeg in jezelf: “Oh wacht, wat gebeurt er nou? Heeft dit met hem te maken, of met mij?” Zet de volwassen pet op, al is het maar tien seconden. Schrijf ’s avonds op hoe vaak het je lukte. Elke keer telt.

2. Vertel wat er in je hoofd speelt. Doe wat Lotte deed. Kies één avond deze week en vertel je partner eerlijk wat er in je omgaat. Niet als verwijt, maar als informatie. “Dit speelt er in mijn hoofd. Ik voel me overweldigd. Ik heb het gevoel dat ik overal achterloop.” Kijk wat er gebeurt als hij niet hoeft te raden waarom je boos bent.

3. Kijk naar je kinderen als thermometer. Let er deze week op wanneer je kinderen ruzie maken of onrustig worden. Wat was er op dat moment met jou aan de hand? Zat je vol? Was je met je hoofd ergens anders? Schrijf het op, zonder oordeel. Je zoekt geen schuld. Je zoekt een patroon.

4. Oude ik, nieuwe ik. Pak een schrift. Omschrijf je oude ik in drie woorden, zoals Lotte deed: “onzeker, oververantwoordelijk, ongelukkig.” Wees eerlijk, en schrijf er geen “zo erg was het niet” achter. Omschrijf daarna de vrouw die je aan het worden bent in één woord. Vraag jezelf drie keer: is dit het echte woord? Pas als het in je lijf klopt, schrijf je het groot op een briefje en hang je het op de koelkast.

5. Vang je “zo zijn wij nou eenmaal”. Luister deze week naar de zinnen waarmee je het oude goedpraat. Het hoort erbij. Zo erg is het niet. Zo ben ik nou eenmaal. Zo gaat het bij ons. Elke keer dat je er een hoort, zeg je in jezelf: je krijgt wat je tolereert. En vraag je af: wil ik dit nog tolereren?

Je huis wordt niet rustig door een betere planning of een strengere schermtijd. Je huis wordt rustig als jij rustig wordt. Begin daar.

Lees ook Easy choices, hard life: waarom adulting saai is en toch liefde en Te moe voor je gezin? Misschien gaat het niet om de verantwoordelijkheid.

Ben jij een ondernemende moeder die hierin vastloopt? Lees hoe ik werk als coach voor ondernemende moeders.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar