
“Wat hoef je niet meer te verbeteren?”
Ze herhaalde de vraag hardop, alsof ze hem even moest proeven. “Wat hoef ik niet meer te verbeteren? Heb je effe? Wat hoef je niet meer te verbeteren? Ja, heb je effe.”
Ik noem haar Wendy. Rond de veertig, moeder van een jongetje, ondernemer in wording, en een vrouw die al heel lang heel hard aan zichzelf werkt. Ze had me net verteld waarom. En ik stelde die vraag niet zomaar. Ik stelde hem omdat ik iets hoorde onder haar verhaal. Iets wat ik bij heel veel ondernemende moeders hoor.
Misschien ook bij jou.
In haar tienerjaren had Wendy een heel zware periode. Zo zwaar dat ze er een besluit over nam dat haar hele leven is gaan sturen:
“En na die zware periode zei ik tegen mezelf: oké, ik ga nooit meer terug naar zo’n periode, dat is gelukkig ook nooit meer op die manier gebeurd. Dus ik ga ervoor zorgen dat ik mezelf altijd ga verbeteren. Dus ik ben sinds die tijd mezelf altijd vragen gaan stellen van: hoe kan ik mezelf verbeteren?”
Nooit meer terug. Altijd verbeteren. Altijd vragen stellen.
Dat heeft haar veel gebracht. Ze zei het zelf: “Die vragen stellen aan mezelf, omdat je gewoon altijd jezelf wil verbeteren, ja, dat is gelukkig wel een ding waar ik wel heel blij mee ben. Waar ik altijd wel heel veel aan heb gehad.”
Maar het hield haar niet overeind. Jaren later ging ze opnieuw onderuit. Niet een beetje. Helemaal. “Ik ben juist te hard gegaan,” zei ze. Fysiek en mentaal tegelijk. “Het was volledig knock-out.” Alles kwam samen, op het moment dat ze net moeder werd. “Kon niet van moederschap genieten het eerste jaar.”
Lees die zin nog eens. Een moeder die het eerste jaar van haar kind niet kon genieten, omdat ze op dat moment zelf op de grond lag.
En daarna nam ze opnieuw een besluit. “Ja, daar gaat gewoon nooit meer gebeuren op die manier.”
Nooit meer. Weer.
Dus vroeg ik wat ze niet meer hoefde te verbeteren. En toen ze dat eenmaal hardop ging zeggen, kwam er van alles.
“Ik doe heel veel dingen goed. […] Dus echt mijn hart volgen doe ik altijd heel goed.”
“Wat nog meer?” vroeg ik.
“Ja, die kleine… De habits, die routine, die dingen die heel belangrijk zijn. Ik heb er ook een woord voor: non-negotiable. Dus die doe ik gewoon, dat is gewoon al routine, daar hoef ik niet meer te veranderen, dat zit al in mij nu.”
“Wat nog meer? Wat hoef je niet te verbeteren aan jezelf?”
En toen kwam het. “Maar mijn denkwijze over het leven, ik ben gewoon goed zoals ik ben nu. Want ook al ben ik altijd in gedachten bezig met wat kan beter, ik ben ook nog steeds goed zoals ik nu ben. […] Ik ben een heel tevreden mens op dit moment.”
Ze vertelde dat ze die ochtend heel blij was dat haar mannen even de deur uit gingen. Dat ze de avond ervoor gewoon had uitgesproken: jullie gaan morgen wel echt weg, hè, want ik heb die ruimte voor mezelf nodig. “Dus dat hoef ik ook niet te veranderen. Gewoon echt wel uitspreken wat ik nodig heb en wat ik wil.”
En ze zei iets over maskers wat ik heel mooi vond: “Als je op een gegeven moment erachter komt dat je een soort van maskers aan het dragen bent, dan kom je gewoon heel dicht bij jezelf. […] En het kan soms ineens een soort van heel saai zijn of zo, dichter bij jezelf komen. Want dan hoef je minder van buitenaf, minder prikkels, minder mensen, minder doen, omdat je gewoon al tevreden bent met jezelf.”
Zie je wat er gebeurt? Een vrouw die altijd bezig is met wat beter kan, somt in een paar minuten een hele lijst op van wat al goed is. Het zat er allemaal al. Ze had alleen nooit de vraag gekregen.
Toen ging ik een laag dieper. Met steeds één korte vraag. Want het antwoord dat ik zocht, kon ik haar niet geven. Dat moest uit haarzelf komen.
“Waarom gun je dat nu aan jezelf? Dus dat stukje content zijn, dat stukje saai zijn, stukje het hoeft allemaal niet. Waarom gun je dat aan jezelf?”
“Je verdient het beste toch altijd voor jezelf?”
“Waarom verdien jij het beste?”
“Nou, dat mag duidelijk zijn door alles wat ik heb meegemaakt. Juist dat, door alles wat ik heb meegemaakt, verdien ik gewoon het beste.”
“Je had eerder ook al veel meegemaakt. Waarom dan nu wel? Waarom is het dan nu wel genoeg, terwijl het toen ook genoeg had kunnen zijn?”
“Nou, omdat ik dus letterlijk natuurlijk fysiek en mentaal door de grond ben gegaan. […] Dat ik echt gewoon patsboem alles onderuit ging.”
“Waarom was dat dan de drempel voor jou?”
“Ja, dat weet ik niet. Zoals ik zei, fysiek en mentaal op nul. No way back.”
“Wat is het verschil dan tussen jou die daar op de grond lag en jou nu hier?”
“Die laat het niet meer zo ver komen.”
“En wat houdt dat niet zo ver laten komen in?”
“Nou, zoveel, Jonathan. Ik bedoel, wat ik zei: maskers af, mezelf uitspreken, mijn behoefte uitspreken, hulp vragen, al dat soort dingen natuurlijk. […] Dus beter voor mijn voeding zorgen, mijn lijf zorgen, mijn hoofd zorgen, mijn welzijn, alles.”
“Maar wat maakt dan dat je dat doet?”
Ergens daar werd het lastig voor haar. Dat is ook normaal. Als iemand blijft doorvragen, gaat je hoofd zoeken naar het goede antwoord. Zij zei: “Ik weet niet zo goed waar je heen wil, maar volgens mij is het eigenlijk elke keer hetzelfde, doordat die pijn daar zo groot was natuurlijk.”
En even later: “Voor mij is het een soort van beslissing, Jonathan. Ik kan het niet echt verder toelichten dan wat je misschien van mij wil horen.”
“Je bent bezig met dat ik wat van je wil horen,” zei ik, “en ik stel gewoon vragen.”
Ik stel die vragen niet om iemand klem te zetten. Ik stel ze omdat het eerste antwoord bijna altijd uit je hoofd komt. Het tweede ook. Pas bij het derde, vierde, vijfde antwoord kom je bij wat eronder zit. Daarom vraag ik soms zeven keer hetzelfde, in andere woorden.
Dus vroeg ik het nog één keer anders: “Je benoemt steeds de pijn, maar is de knop alleen maar gebaseerd op de pijn? […] Is de reden dat je die besluiten maakt de pijn, of is het wat anders?”
Ze dacht na. “Tot nu toe denk ik dat het inderdaad vooral vanuit de positie is van weg van die pijn, ja.”
“Je woorden zeggen: ik gun meer, ik verdien meer. Zit dat gegrond in pijn of in iets anders?”
“Ja, weet ik zo niet. Ik denk nu alleen maar aan een situatie van waar ik vandaan kom.”
“Ja, dat is reactie.”
“Een reactie op pijn.”
En toen gaf ik haar het woord dat ik al de hele tijd hoorde.
“Ik zou het woord noemen, dan snap je waarom ik deze vraag stel. Liefde. Zelfliefde. Is anders dan pijn, hè?”
“Ja, nee, kijk, dat snap ik. Maar daarom doe ik dit ook natuurlijk.”
“Dat snap ik, maar je benoemt alleen het pijnstukje.”
En toen kwam het eruit, bijna terloops, alsof het vanzelf sprak: “Ja, waarom doe ik dit? Omdat ik van mezelf hou, natuurlijk. Ik wil de beste mama zijn. Ik wil de beste partner zijn. Uiteraard.”
“Nou,” zei ik, “dan is de beslissing niet vanuit pijn, lieverd.”
“Oké.”
Dat “oké” was klein. Maar er zat een hele verschuiving in. Want jarenlang had ze haar verhaal verteld als een verhaal over wegrennen. Weg van die tijd. Weg van de grond. Nooit meer terug. En ineens bleek het, onder al dat wegrennen, een verhaal over ergens naartoe gaan. Naar een moeder die er is. Naar een partner die heel is. Naar zichzelf.
“Dan is de beslissing niet uit angst, maar juist uit liefde, gegrond in liefde, in: ik verdien meer.”
Ik legde haar uit waarom dat verschil zo groot is. Als de basis van binnen is “ik verdien niks”, dan zie je dat terug in alles. In hoe iemand met zichzelf omgaat, met zijn omgeving, met zijn kinderen. Ik zei: “De basis is: extern wordt wat intern is uitvergroot. Dus het is niet alleen maar pijn. Pijn is jouw katalysator richting meer liefde, elke keer.”
“Ja, precies.”
“Dus vanuit de nooit meer kwam een klein stukje liefde dat met de lijn doorgezet werd, van: oh wacht even, hier is een andere nieuwe laag. […] Nu moest ik lichamelijk en mentaal gezien weer een andere vorm van liefde leren.”
Op dat moment schoten we allebei even over in het Engels, en vrij vertaald zei ik: elke microhabit en alles wat positief is, is gegrond in liefde. En als die liefde er niet is, is het gegrond in “ik ben niet genoeg en ik verdien niet meer”.
Wendy vatte het zelf samen, mooier dan ik het had kunnen doen. Vrij vertaald uit haar Engels:
“De inspiratie komt uit pijn, maar we doen het uit liefde.”
Daar zit het. De pijn heeft je wakker geschud. Maar de pijn is niet de reden dat je elke ochtend weer kiest voor jezelf. Dat is liefde. Je bent het jezelf waard.
Ik was nog niet klaar. Want er zat nog één laag onder. Ik vroeg: “Is dan de berg en het groeien en het streven alleen de liefde? Of terwijl je hier zit, wat nu is, is dat ook liefde?”
Ze vond het lastig. “Misschien kwam het niet helemaal binnen, omdat ik, ja, ik doe het allemaal uit liefde. Alleen ik zorg natuurlijk dat er pijn omgezet wordt in de lessen die dan voor mij iets kunnen verbeteren. […] Want ik gun mezelf geen way back. Het is alleen maar vooruit. Een betere mama. Betere partner.”
Alleen maar vooruit.
“Wat is het verschil tussen streven en zijn?” vroeg ik.
“Je bent het niet en je bent het wel. Je leeft het niet en je leeft het wel.”
“Nee, ik bedoel echt de letterlijke definitie. […] Streven betekent ergens naartoe bewegen, toch? Zijn betekent: er is niks dan hier.”
En toen legde ik uit waarom ik dit allemaal vroeg:
“Er is niks mis mee om te streven, maar soms kan streven een andere vorm van angst en geen liefde zijn. […] Hoe zit Wendy in het zijn, in het hier, in het nu, en hoeveel hou jij op dit moment echt van jezelf? Vanuit waar opereer je? […] Ik zie een fantastische vrouw. Hoeveel houdt die fantastische vrouw op dit moment, in waar zij nu zit, met alles wat er is, van zichzelf?”
“Schrijf ik even op,” zei ze.
Ik wil hier heel duidelijk zijn. Streven is mooi. Dromen najagen is mooi. Ik zei het ook tegen haar: “Streven, fantastisch. I get it. Ergens naartoe gaan, omdat je van jezelf houdt en jezelf meer gunt om te ontwikkelen. Jezelf meer gunt om je dromen na te jagen. Daar is niks mis mee. Maar er zijn mensen die opereren van: mijn identiteit is alleen maar streven en niet zijn.”
En als je iets zwaars hebt meegemaakt, ligt die valkuil nog dichterbij. “Als je zegt: ik heb dit meegemaakt dus ik doe het anders, kan dat er soms ook voor zorgen dat je gaat overcompenseren vanuit de pijn. Nog wat in wil halen, nooit meer dat. Waardoor je dus meer gaat streven en minder gaat zijn, minder gaat voelen, minder in dit moment gaat zijn.”
Ik zei er meteen bij dat ik niet zei dat zij dat deed. “Ik ben op zoek naar de onderliggende sluimerende stukken om nog meer interne rust bij jou te creëren.”
Hier zit voor mij de kern, voor Wendy en voor zoveel vrouwen die ik spreek. Ik zei het zo:
“Als ik pas op de berg ben, ben ik genoeg.”
Dat is de zin die onder heel veel streven zit. Niet hardop. Niemand zegt het zo. Maar je voelt het. Als het bedrijf eenmaal loopt. Als ik eenmaal mijn gewicht heb. Als het huis eenmaal af is. Als ik eenmaal de moeder ben die nooit meer schreeuwt. Dan.
Wendy was er eerlijk over. “Ja, ik ben me daar heel bewust van inderdaad. […] Ik haal mezelf altijd terug naar: vandaag hoef ik niks. Ik geniet alleen van de zonsondergang. Omdat ik altijd een strebertje was. Ik was altijd bezig met verbeteren en vooruit. […] We sluiten de dag af, we lopen op het strand, de zon op ons gezicht, schelpjes zoeken, and that’s it.”
Schelpjes zoeken. And that’s it.
Dat is zijn. Niets hoeven. Niets bewijzen. Gewoon met je kind en je man over het strand lopen en een schelpje oprapen. En dat is genoeg. Jij bent genoeg. Nu al. Niet pas op de berg.
Wendy zei iets wat ik heel herkenbaar vond: dat ze zichzelf deze vragen al had gesteld voordat ze naar haar huidige plek verhuisde. “Want je neemt je problemen mee, zeg ik dan.” Je kunt wonen waar je wilt, je neemt jezelf mee.
“En ik denk dat een mooie balans,” zei ik, “en dat is ook hoe ik mensen graag help en begeleid, is: je neemt jezelf mee. […] Wat je dus wilt, is dat been uit het verleden in het hier en het nu. Want je hebt alleen maar het hier en nu. Je moet ook geaard zijn met alles wat hier is, absoluut. Je kunt niet alleen maar in het leven gaan rondzweven en tien keer ayahuasca gaan slikken en geen verantwoordelijkheid nemen. Je moet ook nadenken: hé, er is ook een toekomst waar ik naartoe beweeg. […] Maar hoe blijf ik met mijn hoofd in de wolken en geaard?”
“Ja, juist. En dus de volgende stap is: maar waar wil ik naartoe?”
En toen gaf ik haar het beeld waar ik zelf mee werk:
“Wat zijn mijn wolken? Wat zijn mijn dromen? Wat zijn mijn mogelijkheden? Wat is mijn potentie? Wat zit er nog meer in mij vanuit: ik verdien meer? Ik ga met mijn voet richting de toekomst. En ik ga meteen daar prikken. Dat verdien ik. Dat kan ik. Daar wil ik naartoe. Financieel gezien, zaken gezien, dromen gezien. Bam. En dan breng ik me weer terug naar hier.”
Prikken in de toekomst. En dan terug naar hier.
“En dan de scheidslijn tussen streven en zijn leren kennen. Als ik daar nog niet ben, ben ik nog steeds oké. […] En een scheidslijn: deze week hoef ik hier niet mee bezig te zijn. Of: deze week ga ik er wel mee bezig zijn, en geef ik het zijn op voor het streven.”
“Daarom gaan we morgen lekker weg,” zei ze. “Gaan we drie dagen gewoon weg.”
Precies dat.
Iets later in de sessie benoemde ik wat ik al die tijd zag. “Dus van nature heb jij de strever, die door middel van je hoofd probeert in je lijf te komen. Dus jouw bewustwording vergroot het streverstuk, en stuurt door middel van je hoofd aan om te voelen. Hoe is dat, als ik het zo plat sla?”
“Iets waar ik nu bewust mee bezig ben, zoals ik zei met dat voorbeeld van het strand.”
“Er zit geen waardeoordeel op, hè? Er zit helemaal geen waardeoordeel op dat je dit doet. […] En het is prachtig dat je het doet.”
Ze vertelde dat het lastig bleef, dat haar hoofd niet altijd rustig wordt en dat ze er bewust voor kiest om geen meditatie te gebruiken. Ze zocht haar eigen weg naar het hier en nu.
En toen draaide ik het om. Want wie alleen naar haar strever kijkt, vergeet de andere kant.
“En aan de andere kant kun je heel intens voelen. Veel intenser dan anderen, hè? Moet je ook eerder janken bij een film? Kan heel snel gaan, kan heel snel gaan.”
“Ja, ja.”
“Dus weet dat je ook een geweldige eigenschap hebt: voelen.”
“Absoluut.”
“Dus maak er een microhabit van om dat ook heel veel tegen jezelf te zeggen. En niet de zin die je net noemde, want die heb je al heel vaak gezegd. […] Want dat is ook de waarheid. En dan kun je in die waarheid zitten. Oh, ik kan intens voelen. Chill.”
Ze vulde het zelf aan: “Maar ook zien, ook visueel heel sterk. Mini kleine dingen, vogeltje hier, weet je wel.”
Ik legde uit dat die intensiteit twee kanten heeft: “Want je kunt intens overrumineren in je hoofd, maar ook overvoelen, dat het zwaarder is. Dus het is een versterker. Een versterker ten kwade, maar tegelijkertijd een versterker ten goede.”
En ik vertelde iets over mezelf, in het Engels, wat ik hier vrij vertaal: ik ben ook een hoofd-mens. Ik heb moeten leren een voeler te zijn en dat te omarmen. Mijn identiteit is altijd intens en gepassioneerd. Ik ben een intense denker, en net zo sterk een intense voeler. Andere mensen zitten comfortabel in het midden. Bij mij is er geen comfortabel midden. Het is BAM of OHH.
Misschien ben jij ook zo. Misschien heb je jarenlang gedacht dat jouw intensiteit het probleem was. Dat je te veel bent. Te veel denkt, te veel voelt. Maar het is een versterker. Hij werkt twee kanten op. En je mag leren hem de goede kant op te draaien.
Al die stappen die Wendy zette, kwamen niet uit de lucht vallen. Ze had zich verdiept in kleine gewoontes. Spullen klaarleggen. Kleine dingen aan elkaar koppelen. En ze merkte dat ze meer energie had.
Ik zei: “Wat het vooral is, is jezelf beter begrijpen en bewustwording op al die lagen. […] Misschien had je eerst alles op één hoop. […] En had je de bewustwording nog niet en kon je nog niet zo goed bij jezelf invoelen wat wat is. En door al die stappen begin je nu het onderscheid te zien: oh, dit komt daar vandaan, dat komt daar vandaan.”
En dan de zin die ik iedere moeder zou willen meegeven:
“Uiteindelijk is alles een microhabit, van traumarespons tot gedachten tot alles wat je doet, denkt en hoe je met dingen omgaat.”
Wendy vulde aan: “Die op een gegeven moment onbewust gaan, want je poetst ook elke dag je tanden en dat zit gewoon in je routine.”
Ik ben hier al twintig jaar mee bezig, en acht jaar als coach. En waar ik altijd naar zoek, zei ik tegen haar, “is: wat zijn die 25 ballen die je voelt in je hoofd, intern, waar komt alles vandaan? En dan daardoor weer een kleine habit toevoegen om rust te ervaren, mentaal gezien, fysiek gezien. […] Dus: wat heb je vandaag nodig? Dan is dit nu de beste microhabit. Of: waar wil je naartoe? Dan is dit de gewoonte die je kan instellen.”
Wat heb je vandaag nodig? Of waar wil je naartoe?
Zijn, of streven. Allebei mag. Zolang je weet welke van de twee je aan het doen bent.
Misschien heb jij ook ooit gezegd: nooit meer. Nooit meer zo moe. Nooit meer zo klein. Nooit meer zo’n moeder als mijn moeder. Nooit meer zo’n relatie. Nooit meer zonder geld.
En misschien heeft dat je ver gebracht. Je bent gaan lezen, gaan leren, gaan werken aan jezelf. Je hebt een bedrijf opgezet. Je hebt een lijst met non-negotiables. Je bent een vrouw die doorgaat.
Maar ergens is het vermoeiend. Want je rent nog steeds. Je kijkt steeds over je schouder naar die plek waar je nooit meer terug wilt. En als je op een zondagmiddag op de bank zit met je kind op schoot, hoor je een klein stemmetje: moet je niet nog even…?
Ik wil je hetzelfde vragen als Wendy. Waarom doe je wat je doet? Echt. Niet het eerste antwoord. Het vijfde.
Ik denk dat je, als je lang genoeg doorvraagt, uitkomt bij hetzelfde als zij. Omdat je van jezelf houdt. Omdat je de beste mama wilt zijn. Omdat je het verdient.
Dan is de beslissing niet vanuit pijn, lieverd.
1. Maak de lijst die Wendy hardop maakte. Pak een vel papier en schrijf bovenaan: “Wat hoef ik niet meer te verbeteren?” Schrijf drie dingen op. Vraag dan: wat nog meer? Schrijf er drie bij. Vraag het nog een keer. Stop pas als je bij iets komt wat over wie je bent gaat, niet over wat je doet.
2. Vraag vijf keer waarom. Kies één ding waar je hard aan werkt. Je bedrijf, je gezondheid, je rol als moeder. Vraag jezelf: waarom doe ik dit? En op elk antwoord weer: waarom? Schrijf elk antwoord op. Kijk aan het eind of je uitkomt bij weg van iets (pijn) of naar iets toe (liefde). Allebei mag. Maar je mag weten welke van de twee je motor is.
3. Plan één moment van zijn. Eén moment deze week waarop je niets hoeft. Geen telefoon, geen podcast op de achtergrond, geen to-do in je hoofd. Een wandeling, een zonsondergang, schelpjes zoeken met je kind. En als het stemmetje komt dat er nog iets moet, zeg je hardop: “Vandaag hoef ik niks.”
4. Zeg elke dag de waarheid die je vergeet. Leg je hand op je hart en zeg één zin over wat al goed is aan jou. Voor Wendy was dat: “Ik kan intens voelen.” Kies de jouwe. Maak er een microhabit van. Elke ochtend, bij het tandenpoetsen.
De inspiratie mag uit pijn komen. Maar je doet het uit liefde.
Lees ook Haar lijden blijft haar lijden: als je moeder wil dat jij je zus draagt en Familieopstelling: zien wat je altijd al voelde.
Benieuwd hoe dit in een opstelling zichtbaar wordt? Lees hoe een online familieopstelling werkt, gewoon vanuit huis.
Zet hem op deze week.
Liefs,
Jonathan
Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.