Schuldgevoel is geen fout, het is een kompas

Vrouw houdt een kompas vast in de bergen

Taart op de ochtend erna

Haar zoontje was jarig. Ballonnen, cadeautjes, en voor het eerst een echte grote taart, besteld, met zijn naam erop. “Met naam en toeters en bellen en ballonnen en cadeautjes.”

Ik noem haar Wendy. Rond de veertig, moeder van een jongetje, en iemand die heel bewust kiest hoe ze wil leven. Voor het feestje had ze familie uitgenodigd. De ouders van haar man, zijn broer, de kinderen. “Dus dat is al best wel druk.” Vrienden had ze ook gevraagd, maar die wonen allemaal ver weg. Er kwam niemand. “Dat is allemaal oké.”

En dan was er de buurvrouw. Een vrouw met wie ze best contact hebben. Met een dochter van een jaar of zeven. Een lieve vrouw, zei Wendy steeds weer. “Echt een super vriendelijke vrouw.” Maar ook een vrouw die veel praat, die druk is, en die elke keer zegt dat haar zoontje maar met haar dochter moet spelen. “Dus het was een beetje te veel, zeg maar, dat ze dat zei. Dus dat pushte ons een beetje weg.”

De buurvrouw werd niet uitgenodigd.

De volgende ochtend dachten ze: we moeten wel taart brengen. Ze stuurden een berichtje. We komen even taart brengen. En toen ze voor de deur stonden, vroeg de buurvrouw, heel terecht, zei Wendy:

“Waarom heb je ons niet uitgenodigd?”

En daar stond ze. Met de taart in haar handen. “En toen dacht ik, oh ja, nou voel ik me echt schuldig.”

Zo zitten we dan al tegen elkaar

Misschien herken je dit. Niet de taart, maar het gevoel. Je kiest iets wat voor jou en je gezin goed voelt, en dan komt iemand met een vraag of een blik, en je voelt het meteen in je buik. Oei. Heb ik iets fout gedaan?

Wendy wist precies waarom ze het zo had gedaan. Haar man en zij nemen een soort afstand als het gaat om sociale contacten. Ze zijn het liefst samen, met hun zoontje. “Want we zijn samen helemaal prima op het strand, met onze zoon en schelpjes zoeken. En ja, we praten samen steeds meer over wat we willen, wat we doen.”

Maar ze voelde ook de andere kant. “Een mens heeft gewoon van nature mensen om zich heen nodig. Met dezelfde gedachten, dezelfde passies.” Ze zocht dat ook af en toe weer op, gewoon even koffie drinken met iemand, “niet dat je bij elkaar de deur plat loopt.”

En zo draaide het rond in haar hoofd. Ze zag de liefde van die buurvrouw. Ze voelde zich schuldig. Ze dacht: wat stom, gaan we haar op de verjaardag taart brengen. “Maar dan voelen wij ons weer van: ja, maar de volgende keer moeten we weer naar die verjaardag, daar hebben we geen zin in. Zo zitten we dan al tegen elkaar.”

Zo zitten we dan al tegen elkaar. Een gesprek dat nog niet eens gevoerd is, een verjaardag die nog niet eens gepland staat, en ze voelde al de verplichting op haar schouders.

Twee vragen, en de interessantste

Ik hoorde twee vragen door elkaar lopen. “Wat maakt dat wij er zo intens behoefte aan hebben? Of: is het goed of fout dat we er zo intens behoefte aan hebben? Want het zijn twee vraagstukken.”

En ik maakte er nog een derde van, die er eigenlijk onder zat:

“Wat is sociaal acceptabel, en hoe botst dat met onze levensvisie?”

Want daar gaat het om. Er is een sociaal script. Je nodigt de buren uit. Je gaat naar hun feestjes. Je laat de kinderen samen spelen, of je nou zin hebt of niet. En er is jouw eigen levensvisie. Hoe jij wilt leven, hoeveel prikkels je aankunt, wat jouw gezin nodig heeft.

Wendy zei zelf: “Het grappige is dat we zelfs nog zeggen: we zouden nog rustiger willen wonen.”

“Waarom hebben jullie beide behoefte aan die bubbel en nog meer rust?” vroeg ik. “Die vraag is veel interessanter.”

“Ja, waarom hebben we… Dat vroeg ik me gisteren af. Waarom hebben we zo’n behoefte nog steeds aan rust?”

Eerst terugtrekken, dan geheeld naar buiten

“Wat leer je uit die rust in jullie bubbel? En waarom is dat nu zo hard nodig voor jullie allebei?”

Ik zag iets wat zij zelf nog niet helemaal zag. Ze hadden allebei een lange weg achter zich. Die bubbel was niet zomaar een voorkeur. Het was een plek om te helen. En ik zag ook wat er al gebeurde, juist omdat ze zich die rust gunden:

“Dat jullie de omgeving creëren om vanuit dat rustige zenuwstelsel, waar jij nu al heel goed in gaat, automatisch socialer te worden. […] En daardoor dat je ook wel gelijkgestemden opzoekt, ook wel zin hebt in koffie, ook wel yoga gaat doen. […] Maar daarvoor wil je eerst terugtrekken, om daarna geheeld naar buiten te treden en daardoor dus terug te gaan naar wie je bent. Eigenlijk heel graag mensen helpen, maar nu niet ten koste van jezelf en nu niet met een onrustig zenuwstelsel.”

Lees dat nog eens. Eerst terugtrekken, om daarna geheeld naar buiten te treden.

Veel vrouwen die bij mij komen, hebben jarenlang precies het omgekeerde gedaan. Altijd naar buiten. Altijd beschikbaar. Elke verjaardag, elke koffie, elke vriendin in nood. En niet omdat ze het zo graag wilden, maar omdat het zo hoort. Het sociale script. Tot het systeem op is.

Dan is een bubbel geen vlucht. Dan is het een plek waar je zenuwstelsel eindelijk mag zakken. En vanuit die rust word je vanzelf weer menselijk. Krijg je vanzelf weer zin in mensen. Op een manier die je niet leegtrekt.

“Het blijft lekker in jullie bubbel zitten,” zei ik later. “Het is nodig voor het proces waar jullie nu in zitten.”

Liefde die botst met liefde

En dan het schuldgevoel. Waar kwam dat eigenlijk vandaan? Ik zag iets moois in dat schuldgevoel, en dat wilde ik haar laten zien:

“Het is alleen maar oké dat je je schuldig voelt, omdat je de oprechte liefde van de buurvrouw ziet en dat herkent, en dat botst met: oh maar wacht, ze meent het ook echt dat ze erbij wil zijn. Dus dat is een heel liefdevol iets, waardoor die liefde botst met jouw liefde voor rust en jullie liefde voor rust.”

Het is geen fout tegenover goed. Het is liefde tegenover liefde.

Haar liefde: ik wil jullie erbij hebben, ik wil dat onze kinderen samen spelen. Jouw liefde: ik wil mijn gezin beschermen, ik wil onze rust houden. Allebei echt. Allebei waardevol. En omdat jij allebei ziet, raak je in de war.

Ik sprak het uit zoals het in haar zou kunnen klinken: “Ik vind het mooi dat je zo graag bij ons wil zijn. […] Als ik die visie niet zou hebben, dan zou ik er absoluut open voor staan, voor jouw liefde. Het botst nu met mijn visie. Want het botst met: oh, maar dan gaan we weer een sociaal script schrijven, en ik zie ons niet zitten op dat verjaardagsfeestje. Onze liefde is: ik wil het lekker simpel houden en controle hebben over onze rust. Dus als ik het sociale script moet volgen en jullie uitnodig, dan voel ik me automatisch weer verplicht om me aan het sociale script te houden. […] En dan ben ik weer bang dat we onze rust en onze levensvisie verlaten. En dat botst.”

“Want we hebben een eigen script,” zei Wendy. “Ja.”

Ja. Jullie hebben een eigen script. En dat is precies waar het om draait.

Op jouw voorwaarden

Dat betekent niet dat je de deur dichtgooit. Ik zei: “Spreek de mens in haar aan, en laat op jouw voorwaarden de kinderen met elkaar spelen.”

En dat hadden Wendy en haar man eigenlijk al bedacht. Ze waren bij de buurvrouw langs geweest. Haar zoontje vond het heel leuk met dat meisje, want hij vindt oudere kinderen leuk. En zij vond het ook leuk. “Dus ik wil wel heel af en toe inderdaad op mijn voorwaarden, en we zijn er precies hetzelfde in, mijn man en ik.”

En toen vertelde ze wat haar man had gezegd. Een zin die ik heel slim vond:

“Je gaat dan daarheen, want dan kan jij beslissen wanneer je weggaat.”

Niet: we laten haar hier komen. Maar: jij gaat daarheen. Dan heb jij de deur in handen. Dan bepaal jij hoe lang. “Het is inderdaad op onze voorwaarden, want ik heb dat gewoon nodig.”

Dat is geen afwijzing. Dat is een grens die liefde mogelijk maakt. Want zonder die grens zeg je ofwel nee tegen alles, ofwel ja tegen alles en ben je daarna drie dagen van slag. Wendy zei het zelf: “Als zij komt, dan ben ik helemaal van de leg.” Met een voorwaarde kun je ja zeggen zonder jezelf kwijt te raken.

“En dan kijken hoe dat contact met elkaar is,” zei ik, “en daarin dus haar weer leren kennen. […] Wat verdien ik? En rijmt dat met hoe zij is?”

Schuldgevoel is een kompas

Iets later in de sessie kwam Wendy met nog een voorbeeld. Ze vertelde, bijna verbaasd over zichzelf: “Ik durf voor het eerst tegen mijn schoonzus te zeggen: ik heb geen zin dat jullie komen. Ik heb werkelijk ook geen zin dat ze komen. Ik zei het ook gewoon. En zij: je hebt gelijk.”

Voor het eerst. Gewoon gezegd. En het werd geaccepteerd en begrepen.

“Ja, mooi,” zei ik. “Je mag ruimte innemen met hoe jij over dingen denkt. Het betekent wel dat mensen het er niet altijd mee eens zijn, maar dat kan jij dragen. Dat kan je dragen.”

En toen zei ik het waar deze hele blog om draait:

“Schuldgevoel, mensen zien dat als iets verkeerds, maar het is een goede kompasmeter. Het zorgt gewoon dat je een richting voelt van: maar klopt het nog? Ik voel me schuldig dat ik niet de moeder ben, de vader ben, de partner ben, ik voel me schuldig dat ik niet genoeg doe, ik voel me schuldig richting een ander. Het schuldgevoel krijgt een slechte naam, maar het is fantastisch, want in schuldgevoel zit soms ook waarheid.”

Lees die laatste zin nog eens. In schuldgevoel zit soms ook waarheid.

“Ja, ik ben misschien niet even goed geweest. Er is waarheid. Schuld. Oké. Maar ik hoef me niet te laten leiden door het schuldgevoel, ik hoef het alleen te doorvoelen en dan weer bij mezelf te komen. Mijn bubbel is oké. Jouw drukte is oké. Maar mijn schuldgevoel zegt ook iets: ik zie de liefde van jou en ik zie je intentie. Weet je wat? Ik gebruik die waarheid ook, en ik ga mijn voorwaarden met je afspreken.”

Zie je wat daar gebeurt? Het schuldgevoel is geen vonnis. Het is geen bewijs dat je een slecht mens bent. Het is een naald die trilt. Die zegt: kijk even. Hier zit iets. Hier zie je de liefde van een ander. Wat doe je daarmee?

En dan kun je twee kanten op. Je kunt jezelf eronder laten lijden en volgende keer toch maar weer meedoen met het script. Of je kunt de waarheid erin pakken, en er iets nieuws van maken. Op jouw voorwaarden.

Check, en check

Wendy pakte het meteen op, en dat vond ik zo mooi om te zien. “Want anders heb ik schuldgevoel richting mezelf, en dat verdien ik ook niet.”

En toen, bijna als een lijstje dat ze afvinkte:

“Ik hoef geen schuldgevoel richting mezelf te hebben. Check. Ik heb een klein beetje schuldgevoel richting haar.”

“Check,” zei ik. “Oké, dan ga ik op mijn voorwaarden. En uiteindelijk heeft het dus gezorgd dat je een nieuw scenario bedacht hebt. Bevestig bij jezelf dat het goed is. Bevestig samen met je man dat het goed is.”

“Dus het schuldgevoel is eigenlijk een fantastisch iets.”

Ja. Dat is het. En het mooiste? Ze had het allemaal al zelf gedaan. Ze had het met haar man besproken, ze was langs geweest, ze had een nieuwe manier gevonden. “Alleen, je moest even van mij horen dat dat zo is,” zei ik. “Want ik vertaal letterlijk wat er nu in je om is gegaan. Dat je eigenlijk alle stappen goed gevolgd hebt die uit schuldgevoel komen. En schuldgevoel is alleen maar even: hallo.”

“Er zit een kern van waarheid in, en die ga je nu volgen door middel van jouw voorwaarden af te spreken met haar. Mensen hebben een totaal slechte verstandhouding met schuldgevoel. […] Je koppelt schuldgevoel altijd aan schaamte en slechte dingen, maar schuldgevoel is soms ook iets positiefs. Alleen, zo wordt er niet naar gekeken. Er zitten zoveel lessen in schuldgevoel.”

Mijn eigen taart

Ik vertelde Wendy daarna iets over mijn eigen familie. Want ik vraag niets van mijn klanten wat ik zelf niet doe.

Ik heb een zus. Ze heeft een dochter, mijn nichtje. De dag voor die sessie waren we daar nog voor een verjaardag. En mijn zus wil heel graag meer betrokken zijn bij ons gezin. Maar haar energie matcht niet met die van mijn vrouw, en de manier waarop ze met onze waarden omgaat, vinden we niet goed genoeg.

Ik zei het in de sessie zo:

“Dus dan doe ik mijn nichtje pijn, maar ik ben daar content mee. Omdat wij vasthouden aan onze waarden, en vasthouden aan hoe wij willen dat iedereen met ons kind omgaat en met ons.”

“En het zijn de kleinste subtiele dingen, maar die vind ik belangrijk. Ik vraag gewoon: wat zit er in die taart?”

Meer niet. Ik wil gewoon weten of er iets in zit waar mijn dochter niet tegen kan. Een simpele vraag. Daar hoef je niets van te vinden. Maar ze kan het niet laten om er haar mening overheen te gooien.

“Nou prima. Ik hoef jouw subtiele [opmerkingen] niet constant in de omgeving te hebben. Ik hoef je oordeel niet. […] Dus het spijt me. En daar houden we aan vast. Dat betekent dus dat familieleden teleurgesteld worden en nichtjes teleurgesteld worden, en dat wij daar niet naartoe gaan en dat zij niet oppast, hoe graag ze dat ook aanbiedt.”

Ik zeg het letterlijk: ik doe mijn nichtje pijn. En toch kies ik dit. Omdat mijn vrouw en ik, zoals ik het in de sessie zei, “twee extreme empaten” zijn. Wij voelen alles. En wij beschermen wat ons lief is.

“Maar als zij het niet ziet, dan kan ik wel duizend keer communiceren, maar dan voelt ze zich alleen maar aangevallen, en dat is precies de rust die we niet willen hebben. Als je niet op jezelf kunt reflecteren, heb ik niet de energie om het uit te leggen.”

“Nee, inderdaad,” zei Wendy. “Klinkt herkenbaar.”

Dat een nichtje teleurgesteld is, raakt. Dat mag ook. Als je dat steekje voelt, is dat je kompas dat zegt: je ziet dat er iemand verdriet van heeft. Goed zo. Dat betekent dat je hart werkt. Het betekent niet dat je verkeerd kiest.

“Dus ja,” zei ik tegen Wendy, “jouw bubbel mag beschermd worden. […] Prikkelarm is fantastisch. Het geeft zoveel zenuwstelselrust. En dan zelf op kunnen zoeken waar je zelf op dat moment behoefte aan hebt.”

Jouw bubbel mag beschermd worden.

Misschien herken je dit

Misschien sta jij niet met een taart voor de deur. Misschien is het de schoonmoeder die elke zondag wil komen. De moeder van een klasgenootje die vraagt waarom jouw kind niet op het feestje was. De vriendin die zegt dat je zo weinig van je laat horen sinds je je bedrijf bent begonnen. De familie-app waarin iedereen ja zegt op een weekendje weg, en jij nog niks hebt geantwoord.

En je voelt het. Dat kleine steekje in je buik. Oei.

Heel veel vrouwen hebben geleerd om dat steekje meteen weg te werken. Door toch ja te zeggen. Door uit te leggen, te verdedigen, te sussen. Door het sociale script te volgen, ook als het je leegtrekt. Omdat schuldgevoel voelt als bewijs dat je fout zit.

Maar wat als het geen bewijs is? Wat als het een kompas is?

Dan kun je het even vasthouden en kijken waar de naald naar wijst. Zie ik de liefde van de ander? Ja. Zit er een kern van waarheid in? Misschien. Wat zegt mijn eigen levensvisie? En welke voorwaarden passen daarbij?

Ik ben mild over jou. Je hebt geleerd dat lief zijn betekent dat je meedoet. Maar ik ben streng over het patroon. Want als je elke keer het script volgt, verlaat je jezelf. En je kinderen leren van jou of hun eigen rust ertoe doet.

Je mag ruimte innemen met hoe jij over dingen denkt. Niet iedereen zal het ermee eens zijn. Dat kun jij dragen.

Wat je deze week kunt doen

1. Vang één schuldgevoel en vraag het naar de weg. De eerstvolgende keer dat je je schuldig voelt tegenover iemand, leg je hand op je buik en stel je drie vragen. Welke liefde van de ander zie ik hier? Welke liefde van mezelf botst daarmee? Welke kern van waarheid zit erin? Schrijf de antwoorden op. Je hoeft nog niets te doen. Alleen kijken waar de naald naar wijst.

2. Schrijf je eigen script. Pak een vel papier en zet er twee kolommen op. Links: wat is sociaal acceptabel, wat “hoort” er? Rechts: wat is onze levensvisie, hoe willen wij leven? Doe dit samen met je partner als dat kan. Waar de kolommen botsen, zit je volgende grens.

3. Bedenk één voorwaarde. Kies één contact waar je tegenop ziet. Een visite, een feestje, een vaste afspraak. Bedenk niet of je het doet, maar hoe het op jouw voorwaarden kan. Zoals Wendy’s man zei: ga jij daarheen, dan bepaal jij wanneer je weggaat. Spreek die voorwaarde deze week uit.

4. Zeg tegen jezelf: check. Als je een grens hebt gesteld en het schuldgevoel blijft hangen, zeg je het hardop, net als Wendy: “Ik hoef geen schuldgevoel richting mezelf te hebben. Check.” En als er een klein beetje overblijft richting de ander: “Check. Ik zie je liefde. En ik blijf bij mijn voorwaarden.”

Schuldgevoel is geen fout. Het is je kompas. Laat het je de weg wijzen, en niet de weg versperren.

Lees ook Systemisch werk: waarom je meer draagt dan alleen je eigen verhaal en Wees maar onzichtbaar: de zin die ze bijna zeventig jaar meedroeg.

Wil je weten hoe ik naar jouw familie kijk? Als systemisch coach in Lelystad en online help ik je zien wat je meedraagt.

Zet hem op deze week.

Liefs,
Jonathan

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

Plan je gratis Mini Familieopstelling

Stel je vraag aan Saar