Aflevering 6: Van modeblogger naar moderne monnik. Suzanne van Schaik Bij Hart & Zakelijk

Van modeblogger naar moderne monnik. Suzanne van Schaik Bij Hart & Zakelijk

Luister of kijk deze aflevering

Liever luisteren? Hart & Zakelijk op Spotify.

Suzanne van Schaik groeide op als modeblogger, zichtbaar, druk, altijd aan, en belandde via een lange omweg bij iets wat ze zelf nauwelijks had verwacht: rust, stilte en een manier van leven die ze het dichtstbij een moderne monnik omschrijft. In dit gesprek, opgenomen bij Suzanne thuis, gaat Jonathan met haar in op hoe je van een leven vol ruis toekomt aan wat er echt toe doet, wat er nodig was om die stap te zetten, en wat dat betekent voor hoe je onderneemt en wie je wil zijn. Een eerlijk gesprek over verleden, patroon en richting, met tussendoor een optreden van special guest Abby.

Van modeblogger naar moderne monnik. Suzanne van Schaik Bij Hart & Zakelijk

“Mensen denken: die is alleen maar druk, die kan niet serieus zijn”

Suzanne vertelt over iets wat haar lang heeft achtervolgd: omdat ze zo extrovert is, zo hyper en vol energie, namen mensen haar niet serieus. Had ze een rustige dag, dan vroegen ze bezorgd of ze ziek was. De aanname was dat druk zijn en serieus zijn elkaar uitsluiten — terwijl ze zelf ervaart dat beide gewoon naast elkaar bestaan. Ze geniet ontzettend van haar levendige, speelse kant, en dat maakt haar niet minder capabel of diepgaand.

Ze koppelt dit terug aan het thema hokjes: mensen die anderen snel ergens in plaatsen, doen dat vaak omdat ze zichzelf ook in hokjes denken. Wie niet kan verdragen dat er meerdere kanten in iemand anders bestaan, heeft dat verschil in zichzelf waarschijnlijk ook niet leren kennen. Deels is het biologisch, voegt ze toe — het brein wil snel een beeld vormen en door naar het volgende. Maar deels is het ook kortzichtigheid, en iets wat je kunt afleren.

“Ik heb geleerd om mijn vooroordelen steeds meer thuis te laten”

Jonathan vraagt hoe Suzanne naar hem kijkt. Ze houdt het antwoord nog even vast — ze heeft aan het einde van het interview een gedicht voor hem dat ze denkt dat het beter zegt dan woorden. Maar ze deelt alvast wat haar klanten haar via WhatsApp teruggeven: dat ze mooi tussen de regels door kan kijken. Niet alleen nemen wat iemand zegt, maar luisteren naar wat er onder zit — intonatie, geduld, de manier waarop iemand nadenkt.

Ze beschrijft hoe ze dat heeft geoefend: vooroordelen bewust thuis laten, minder in hokjes denken, van een afstand kijken en vragen wat ze nog meer ziet. Non-verbaal, ritme, stiltes. Ze zegt het simpel: ze wordt er elke dag beter in, en ze hoopt dat het gedicht straks laat zien dat ze Jonathan een beetje te pakken heeft gekregen.

“Sterk, autonoom — en soms nog een tikje onbeheerst”

Jonathan mag zichzelf in één zin omschrijven. Hij aarzelt, want één zin voelt krap. Uiteindelijk kiest hij: sterk, autonoom, en soms nog een tikje onbeheerst. Dat laatste is geen zwakte in zijn ogen, maar zijn ontwikkelproces — iets waar hij de afgelopen twee jaar hard aan heeft gewerkt. Hij wil niet alleen maar mooie woorden gebruiken; de eerlijkheid zit er voor hem in dat hij de scherpe kant ook benoemt.

Een vriendin omschreef hem ooit als vurig, gepassioneerd en een tikje vreemd. Als hij het zo hardop zegt, denkt hij: ja, dat klopt misschien nog beter. Die woorden horen bij elkaar — het vuur en de kracht, maar ook de eigenheid die anderen soms doet opkijken.

“Als je veel over geld praat, vinden mensen dat al snel oppervlakkig”

Jonathan vraagt naar misvattingen. Suzanne noemt er twee. De eerste: mensen die haar van een afstand kennen zien vaak oppervlakkigheid — deels door haar uiterlijk, deels omdat ze jarenlang open over geld heeft gepraat. Aan geld kleeft nog altijd een stigma, merkt ze, en wie er veel over spreekt wordt daar automatisch op afgerekend. Mensen die haar echt kennen zien dat niet zo, maar die drempel bestaat wel.

De tweede misvatting gaat de andere kant op: haar hardheid. Haar partner zegt dat ze van karakter eigenlijk heel zachtaardig is, maar ze kan fel en confronterend zijn — op een manier die ze niet bedoelt om af te breken, maar die soms wel zo landt. En dan is er nog een derde kant: mensen die haar in de sportschool zagen, tien jaar lang naar binnen en naar buiten lopen zonder contact te maken, zagen juist een verlegen, teruggetrokken meisje. Precies hetzelfde patroon als het hokjesthema: hoe je iemand leert kennen, bepaalt welke kant je ziet — en alle kanten zijn echt.

“Mijn natuur is: ik gooi het er gewoon neer en wat een ander mee doet moet hij zelf weten”

Suzanne beschrijft zichzelf als een anti-pleaser. Waar veel vrouwen, en ook mannen, van nature gericht zijn op hoe iets overkomt, is zij dat nauwelijks. Ze zegt gewoon wat ze vindt, handelt vanuit zichzelf, en is niet bezig met de buitenkant van haar boodschap. Dat is haar kracht, maar ook haar valkuil want soms is het wel degelijk nuttig om stil te staan bij hoe iets landt. Jonathan herkent het onmiddellijk: hij werkt zelf ook het liefst met coaches die hem recht voor zijn raap kunnen aanspreken, zoals Veronique Prins.

“De intentie is puur, de intentie is om je te helpen”

Hardheid en eerlijkheid zijn niet hetzelfde als kwetsen. Suzanne legt uit dat een harde boodschap ontvangen iets heel anders is dan hem verteren. De eerste reactie op een trigger is bijna altijd fight, flight of bevriezen, dat is simpelweg wat een zenuwstelsel doet. Maar als je de intentie van de ander kunt zien, los van je eigen trigger, dan zak je al een laag dieper. Dan stel je jezelf de vraag: wat wordt er eigenlijk gezegd, en waar herken ik dat in mezelf? Dat is geen vanzelfsprekendheid; sommige mensen hebben daar een dag of een week voor nodig, en ook dat is goed.

“We zouden allemaal eerlijker moeten zijn, maar heel veel mensen kunnen de waarheid echt niet aan”

Jonathan haalt Jordan Peterson aan: waarheid boven ruzie. Suzanne is het ermee eens, maar nuanceert. Eerlijkheid werkt alleen als je weet wie je tegenover je hebt. Iemand echt verder helpen betekent soms een harde waarheid, maar diezelfde waarheid kan iemand anders verder beschadigen dan verder brengen. Suzanne geeft toe dat ze hier het afgelopen jaar veel bewuster mee bezig is geworden. Vroeger ging ze puur uit van zichzelf, en dat leverde haar het label arrogant of egoïstisch op, terwijl ze in haar beleving gewoon puur was. Nu vraagt ze zich vaker af: wie heb ik voor me, en wat kan die persoon aan?

“We hoeven nooit iets uit te leggen, er loopt niks aan tussen ons”

Suzanne vertelt over Pranay, haar samenwerkingspartner, die ze door het gesprek heen regelmatig noemt. Geen relatie, geen huwelijk, maar ook geen gewone vriendschap. Hij begon als haar leraar, maar die verhouding is allang gelijkwaardig geworden. Ze hebben samen een podcast en een coachingsgroep. Wat hun band bijzonder maakt is dat er nooit iets uitgelegd hoeft te worden: geen verkeerde interpretaties, geen irritaties, geen energie nodig om de verbinding te onderhouden. Tegelijk geeft Suzanne toe dat dit soms verwarrend voelt naast de rest van haar leven, want niet iedereen om haar heen denkt en leeft zoals zij en Pranay. Hoe die werelden zich tot elkaar verhouden, is voor haar nu nog een open vraag.

Wezenlijke spiritualiteit is juist heel realistisch en heel pragmatisch

Suzanne maakt een onderscheid dat haar na aan het hart ligt: spiritualiteit is voor haar niet zweven. De mensen die ze daarmee bedoelt, die helemaal los zijn van het aardse, beschouwt ze niet als vertegenwoordigers van echte spiritualiteit. Wie zich niet verbindt met het aardse, zweeft ergens, terwijl echte spiritualiteit juist heel nuchter en concreet is. Tegelijk geeft ze toe dat toewijding aan iets groters dan jezelf er wel voor kan zorgen dat aardse dingen een andere prioriteit krijgen. Dat is de zoektocht waar ze in zit.

Ze vertelt dat ze op haar event openlijk heeft gezegd dat ze nog steeds van make-up houdt, nog steeds nadenkt over een tweede hond. Haar leven is gewoon werelds. Een non of monnik legt de tuin zo aan dat er zo min mogelijk onderhoud nodig is, omdat elke vrije minuut naar het leven met God gaat. Zo leeft Suzanne niet, en dat weet ze. Maar er zijn momenten dat ze denkt: het wereldse leven trekt me eigenlijk ook niet zo aan. Ze is daarin nog echt zoekende.

Op je eigen eiland kunnen zitten zonder iemand nodig te hebben, zodat je niet attached bent

Jonathan brengt iets genuanceerds in: hij ziet waarde in autonoom kunnen zijn, in het feit dat je niemand nodig hebt, juist omdat je dan niet verstrikt raakt en vrede kunt hebben met wie je bent. Veel problemen in de wereld ontstaan doordat mensen dat simpelweg niet kunnen. Maar, voegt hij er direct aan toe, mensen kunnen samen ook iets moois creeren, en soms is het juist een versterking om met een voet in de maatschappij te staan.

Suzanne herkent die tweedeling in zichzelf volledig. Ze omschrijft een kant van zichzelf die in Amerika een zogenaamde doomsday prepper zou willen zijn: een boerderij, een bunker, volledige autonomie en vrijheid van het systeem. Crypto, geen afhankelijkheid van de overheid, zichzelf en haar gezin kunnen beschermen. En tegelijkertijd is er de andere kant, die de maatschappij mooier wil maken en tienduizend moeders wil helpen. Hoe beter je de maatschappij en de mensen daarin begrijpt, hoe beter je ze ook kunt helpen. Die twee kanten leven allebei in haar.

Echte vrijheid is een innerlijk iets

Jonathan reageert op Suzannes beschrijving van vrijheid door een onderscheid te maken dat hem bezighoudt: de vrijheid die zij omschrijft, hoe je woont en leeft, de uiterlijkheden, is vrijheid in de vorm. Maar echte vrijheid zit van binnen. Hij haalt de uitspraak aan: als je de vrede wil brengen, moet je de vrede zijn. Hoe je wilt leven, wie je wilt zijn en de missie die je wilt dragen gaan bij definitie samen, want je kunt je missie alleen brengen door datzelfde leven te leven.

Suzanne sluit zich daar volledig bij aan. Haar missie is geborduurd op haar eigen verhaal. Ze is er zo van overtuigd dat ze het niet anders kan dan in de wereld brengen. En als je jezelf bent, wordt het ook moeitelozer: dan hoef je alleen maar jezelf te zijn. Ze noemt haar nieuwe traject, Unapologetically, en legt uit waarom: puur teruggaan naar wie jij bent, en dat gezien laten worden zonder verontschuldiging. Vrij jezelf kunnen zijn is een kunst die het waard is om te beheersen.

Als je niet volledig houdt van wat je doet, geeft dat altijd een afbreuk in je innerlijk

Op de vraag waarom het zo belangrijk is om te houden van wat je doet, geeft Suzanne een antwoord dat verder reikt dan het persoonlijke. Ze vergelijkt het met relaties: veel mensen kunnen in theorie met heel veel mensen een relatie hebben, maar dat is wat anders dan je ware liefde vinden. Zo is het ook met werk. Als je niet volledig in harmonie bent met wat je doet, vreet dat aan je van binnen, ook al is het maar een nuance. Het is een manier van opranden, en dat gaat ten koste van de mate waarop je vrede en vrijheid ervaart, en daarmee ook brengt.

Ze zoomt helemaal uit: er is heel veel stress, vermoeidheid, onrust en depressie in de wereld. Ze haalt een gedachte aan, die ze toeschrijft aan Osho, dat een van de grootste veroorzakers van lijden is dat mensen simpelweg niet op de ideale plek zitten. Niet bij de ideale partner, niet in het ideale werk, niet in de ideale omgeving. Omdat mensen zichzelf niet kennen, belanden ze in een leven en een context waarin ze niet optimaal tot hun recht komen. Dat heeft een kettingreactie op de hele maatschappij. Jonathan vat het samen: het is heel lastig om te houden van wat je doet als je niet op je plek staat.

Er was gewoon echt geen ander scenario mogelijk dan dat ik ondernemer ging worden

Suzanne begon haar eerste blog op haar vijftiende, puur als hobby. Mode, styling, kleding: ze wist altijd al dat ze daar iets mee wilde, maar had geen idee waar ze naartoe moest met die passie. Een klasgenoot liet haar zien wat Amerikaanse modebloggers deden, en zo startte ze in januari 2009 gewoon op haar kamer bij haar vader thuis. Elke dag haar outfit vastleggen, voor niemand in het bijzonder, gewoon als openbaar dagboek. Ze deed het omdat ze het leuk vond, niet omdat ze wist waar het naartoe zou leiden.

Toch zat ondernemen er altijd al in, ook al wist ze dat zelf niet. Ze groeide niet op in een ondernemersgezin, ze kon het woord bijschrijvend amper spellen op haar zeventiende en had geen idee hoe facturen, marketing of vraag en aanbod werkten. Haar wereld was niet breder dan het klassieke pad: goed je best doen op school, naar de universiteit, en dan misschien dokter of bankdirecteur worden. En toch, als ze terugkijkt, was er geen ander scenario denkbaar.

Ik was echt een soort naïef, en dat heeft me heel erg geholpen

Na een half jaar bloggen, toen ze bijna wilde stoppen, begonnen er vreemden te reageren. Webshops stuurden mailtjes of ze niet een kortingscode wilde delen. Plotseling drong het tot haar door: ze zat tussen twee partijen in, lezers aan de ene kant, merken aan de andere. Ze rolde er gewoon in. Geen plan, geen strategie, gewoon meedoen en kijken wat er gebeurde. Op haar zeventiende stopte ze na haar VWO met school, niet als drop-out maar als iemand die haar kans zag op het juiste moment: ze woonde nog thuis, had weinig verplichtingen en dacht: dit is de allerbeste situatie om te starten.

Waar haalde ze dat zelfvertrouwen vandaan? Ze geeft zelf aan: ze zag de beren niet. Die naïviteit, die jonge onbevangenheid, was in haar situatie geen zwakte maar een motor. Ze werd ouder, maakte meer mee, ging op haar bek, en pas toen groeide de onzekerheid. Toen pas begreep ze wat consequenties zijn. Maar op dat moment wist ze wat ze wilde en had haar vader haar stil gefaciliteerd door haar twee, drie jaar gratis te laten wonen, iets waar ze tot op de dag van vandaag dankbaar voor is.

Ik ben eigenlijk gek als ik naar school ga, ik kan hier zoveel van leren

Suzanne zag haar blog en haar vroege ondernemersschap niet als een risico maar als een opleiding. Ze maakte haar content zelf, deed haar eigen sales, analyseerde statistieken, leerde teasende zinnetjes schrijven op Twitter zodat mensen doorklikten, en verdiepte zich in elk aspect van het vak. Zeven jaar lang werkte ze grotendeels fulltime aan haar blog en nam ze freelanceopdrachten aan als content marketeer en copywriter. Ze redeneerde: een ander gaat vier jaar naar school, ik ga vier jaar dit doen, en daarna worden de kaarten opnieuw geschud. Mislukken was in haar ogen eigenlijk niet mogelijk, want wat ze ook leerde, ze leerde iets.

Je bent je onderneming, alles wat in je zit wordt uitvergroot

Jonathan en Suzanne praten over wat ondernemerschap met je doet als mens. Suzanne vertelt eerlijk dat ze als kind niet bepaald gedisciplineerd was. Ze had pianoles van haar vader, zeven jaar lang, maar oefende eigenlijk nooit. Dingen gingen haar makkelijk af, dus doorzetten had ze nauwelijks hoeven leren. Dat veranderde toen ze op haar zeventiende startte. Er ging een knop om. Deels gedreven door ambitie, maar ook door angst. Een stemmetje dat zei: als je het nu niet doet, sta je straks achter de kassa. Niet dat ze zich daarboven stelde, maar ze wist: dat betaalt niet genoeg. Die angst zette haar in beweging.

Het ondernemerschap bracht haar karakter bij dat ze daarvoor niet had. Discipline, volharding, flexibiliteit, nederigheid, ze leerde het allemaal gewoon in de praktijk. Jonathan herkent dat en benoemt wat hij ziet: ondernemerschap is een snelkookpan. Alles wat je in je hebt, wordt uitvergroot. Je angsten, je kwaliteiten, je blinde vlekken. Bij een baas kun je op de achtergrond blijven en bepaalde dingen niet hoeven aanpakken. Zodra je voor jezelf werkt, verdwijnt die mogelijkheid. Je moet jezelf altijd meenemen.

“Ze is soft in her strongness”

Dan doet Jonathan iets wat hij nog nooit eerder deed in zijn podcast: hij deelt een gedicht dat hij speciaal voor Suzanne schreef. De avond ervoor begon hij eraan, zijn dochter werd ’s nachts ziek, hij was een paar keer wakker en gebruikte die momenten om verder te schrijven. Vanmorgen paste hij het nog aan. Hij is er zichtbaar zenuwachtig over, wat hij zelf grappig vindt.

Het gedicht is in het Engels, de taal waarin hij zichzelf het best uit. Hij beschrijft Suzanne als iemand die veel heeft meegemaakt, maar weigert slachtoffer te blijven. Haar verleden definieert haar niet, ze pakte haar eigen kracht terug. Ze is wijs geworden door mensen te leren kennen, de goede en de slechte, maar dat heeft haar niet verbitterd. Ze kent haar waarde, stelt grenzen, en zegt wat ze bedoelt op een manier die mensen ontwapent in plaats van afstoot.

Het gedicht sluit af met een beeld dat blijft hangen: waar veel mensen in de loop der jaren hun licht zien dimmen door moeilijke ervaringen of gewoon door de tijd, is bij Suzanne het tegenovergestelde gebeurd. Haar licht is dag na dag sterker en helderder geworden. En ze leert de mensen om haar heen hetzelfde te doen. Jonathan zegt het tot slot simpel: ik weet niet wat de toekomst voor haar in petto heeft, maar ze is er een om te volgen. Suzanne luistert, is zichtbaar geraakt, en zegt: ja, de omschrijving klopt.

Het schakelen tussen die twee, dat blijft best wel zwaar

Suzanne heeft co-ouderschap, en ze vertelt hoe dat voelt: alsof je continu in een auto zit en moet terugschakelen. Het is niet het tempo zelf dat vermoeit, het is het voortdurende wisselen tussen twee werelden. Mensen onderschatten dat, zegt ze. Doorstomen mag, langzamer leven mag, maar dat schakelen ertussenin, dat vreet energie op een manier die moeilijk te omschrijven is. Jonathan vergelijkt het met intervaltraining. Suzanne is het er niet mee eens: sporten is zoveel makkelijker dan ouderschap, al was het maar omdat ze al vijftien jaar intensief traint en dus weet wat inspanning is. Ouderschap raakt je binnenwereld op een heel andere manier.

Je wordt geforceerd om in het moment te zijn, want daar heeft het kind je nodig

Jonathan herkent het patroon dat hij ook bij de moeders ziet die hij coacht: ze zijn bij hun kind en denken aan hun onderneming, of andersom. Twee petten tegelijk dragen werkt niet, en een kind heeft dat meteen door. Vanaf baby-leeftijd al. Suzanne beaamt het: een baby in een draagdoek, en je hebt nog enigszins je eigen tempo. Maar zodra een kind gaat lopen, pas je je aan aan zijn tempo, zijn beleving, zijn wereld. Toen begon voor haar het echte vertragen.

Een kind krijgt altijd een trauma

Loslaten is een van de moeilijkste dingen die ouders moeten leren, zegt Jonathan, en controle is daar een groot onderdeel van. Suzanne vult aan: niet alleen controle over je kind, maar ook accepteren dat er een hele wereld om je kind heen bestaat die jij niet bepaalt. Gastouder, kinderdagverblijf, vader, anderen. Je kunt als moeder geen gespreid bedje creëren, en dat is een harde waarheid. Ze leerde het the hard way, vroeg en snel. Haar visie is sindsdien: een kind krijgt altijd een trauma, thuis, op school, ergens. Dat is niet te voorkomen.

Ik hoop dat ik haar kan leren met het lijden om te gaan

Beschermen tegen lijden gaat sowieso mislukken, zegt Suzanne. Wat je als ouder wel kunt, is je kind trainen om met lijden om te gaan. Daar ziet ze een van de mooiste rollen van ouderschap. Jonathan noemt het veerkracht. Suzanne noemt het de kunst van het lijden. Hetzelfde, andere woorden. Jonathan herkent het al in de kleine dingen: Haley die begint te lopen, valt, en hij die leert dat hij het niet altijd kan voorkomen. Die machteloosheid, als ze hoest en hij het niet weg kan nemen. En Suzanne voegt toe: biologisch zijn moeders gericht op beschermen, vaders op voorbereiden op de buitenwereld. Zwart-wit gezegd, maar het verklaart waarom een kind zien lijden voor moeders misschien extra zwaar is. De navelstreng, onzichtbaar, is er gewoon nog.

Een kind is een soort van je hart op pootjes

Jonathan en Suzanne praten over wat het betekent om je kind los te laten in de wereld. Suzanne vertelt hoe ze haar dochter naar school brengt en hoe ze dan kijkt naar dat kleine meisje in dat grote gebouw, omringd door al die andere kinderen. Ze weet rationeel dat het goed is, maar de impuls om er gewoon naast te blijven zitten laat zich niet zomaar wegdenken. Jonathan herkent het beeld meteen: een kind is als je hart op pootjes, zeggen ze wel eens. Hij heeft het zelf nog nooit zo gehoord, maar het klopt precies.

Ik dacht dat iemand naar je kan kijken en zo van jou kan houden

Jonathan deelt hoe de geboorte van zijn dochter hem overviel met een vorm van liefde die hij niet kende. Hij onderscheidt verschillende vormen van liefde: de liefde voor jezelf, de liefde in een partnerschap, en de liefde voor een kind. Die drie zijn niet inwisselbaar, niet met elkaar te vergelijken, en geen van drieën minder echt dan de andere. Zelf houdt hij van zichzelf, maar wat hij van zijn dochter terugkrijgt is van een heel andere orde. Omdat hij een moeilijke jeugd had bij ouders die er met de beste bedoelingen niet altijd voor hem konden zijn, raakt die puurheid hem extra diep. Ze hoeft niks te doen. Ze kijkt hem gewoon aan. Dat is al genoeg.

Dan hoef ik alleen maar met mijn kind te zijn. Dat is best wel bizar

Jonathan merkt op hoe simpel het eigenlijk is. Geen geld, geen prestatie, geen diploma nodig. Gewoon aanwezig zijn bij zijn dochter, dat is een van de intenste vormen van geluk die hij kent. Suzanne herkent dat. Ze noemt het de innigheid, het koala-gevoel als ze om haar dochter heen ligt. Vrijheid, zegt Jonathan, zit niet in de buitenwereld. Uiteindelijk is alles liefde, en als je daarnaar terugkeert, heb je eigenlijk niets anders nodig.

Het leven is er op een bepaalde manier ingewikkelder door geworden

Suzanne is eerlijk: die intense liefde brengt ook meer lagen mee. Het gaat haar niet alleen meer om hoe het met haarzelf gaat, het gaat nu ook, en soms zwaarder, om hoe het met haar kind gaat. Ze gelooft in een lot, in de weg die haar dochter te gaan heeft, en kan daar in de diepte vrede mee vinden. Maar emotioneel, als haar kind lijdt op wat voor manier dan ook, is dat het moeilijkste van het ouderschap. Ze heeft co-ouderschap, en hoewel ze er grotendeels mee in het reine is gekomen, blijft de wisseldag, de maandag, nooit echt makkelijk. Haar advies aan zichzelf is hetzelfde als aan haar klanten: daarmee zijn, kijken wat wel kan, en doorlopen.

“Ik ben zes toen mijn moeder overleed. Maar mijn zusje was een baby.”

Suzanne was zes jaar oud toen haar moeder overleed aan de gevolgen van een auto-ongeluk. Haar zusje was pas zes maanden. De politie belde aan, haar vader reed naar het ziekenhuis, maar toen hij aankwam was ze al dood. Diezelfde avond moest hij zijn dochter vertellen dat de vrouw die haar die ochtend nog naar school had gebracht, nooit meer terug zou komen. De impact daarvan reikt verder dan mensen vaak beseffen: je groeit niet alleen op zonder moeder, je groeit ook op met een vader die getraumatiseerd was en gewoon door moest. Hij had twee jonge kinderen, een drukke baan, en nauwelijks ruimte om te rouwen.

Haar vader zocht naar een nieuwe partner, naar vrouwelijke energie in huis, naar een moederfiguur voor zijn kinderen. Dat lukte niet al te best. Er volgden samengestelde gezinnen die niet werkten, een vriendin uit het buitenland, situaties die hij met de beste bedoelingen aanging maar die stuk voor stuk mislukten. Suzanne vertelt het zonder oordeel: zo is het gegaan, niet meer en niet minder. Maar dat het zo is gegaan, heeft haar wel degelijk getekend.

“Er moet nog iets bij. Want anders is het niet heel.”

Iets wat Suzanne onbewust heeft meegekregen uit die jaren is het gevoel dat een gezin van drie niet genoeg is. Dat er nog iets bij moet om compleet te zijn. Ze heeft dat lang niet bewust zo benoemd, maar terugkijkend herkent ze hoe dat idee zich in haar heeft vastgezet. Naast dat overtuiging was er iets anders wat haar heeft geraakt: de vrouwen die haar vader mee naar huis bracht, kwamen altijd met cadeautjes en aandacht. Als kind had ze al door dat het via de kinderen werd gespeeld, dat ze gewonnen moesten worden. Ze zegt het met respect naar haar vader, maar ze noemt het zoals ze het ervoer.

Wat haar het meest heeft bijgebleven, is niet dat die relaties uitgingen. Het is wat er daarna niet was. De vrouwen verdwenen, en daarmee ook de band die er langzaam was gegroeid. In de theorie heten dat hechtingsfiguren: als kind hecht je open en puur, zonder de beschermingsmechanismen die je later opbouwt. Door die verliezen heeft Suzanne vrij jong geleerd dat mensen een belang hebben, en dat dat belang niet per se jij bent. Ze neemt haar eigen aandeel daarin, maar benoemt ook: ze was een kind.

“Mijn vader heeft mij altijd gestimuleerd te doen wat ik spannend vond.”

Als Jonathan vraagt naar het beste wat haar vader haar heeft meegegeven, hoeft Suzanne niet lang na te denken. Haar vader stimuleerde haar altijd om door te gaan waar ze tegenop zag. Een auditie op de basisschool, iets wat spannend voelde: hij zei doe het maar. Dat beschermende heeft ze gemist, geeft ze toe, maar de stimulans om haar grenzen op te zoeken heeft haar gevormd. Ze herkent nu, in het ondernemerschap en in het leven, dat ze minder dan anderen de neiging heeft om op safe te spelen, en dat ze dat aan hem te danken heeft.

“Mijn vader heeft me best wel vaak onaangepast genoemd.”

Waar ze het minder mee eens is, is het diplomatieke model dat haar vader belichaamt. Hij is een middelste kind, een diplomaat, een bewarder van harmonie. Suzanne is de oudste, en ze zocht de confrontatie. Haar vader noemde haar regelmatig onaangepast: Suus die kan zich niet zo goed aanpassen. Ze heeft er nog steeds iets bij, een klein vrouwmaatje dat ze daarin voelt. Ze zegt het zonder wrok: er zit ook gewoon waarheid in aanpassen, maar aanpassen zoals haar vader, dat is niet wie ze wil zijn en ook niet wie ze wordt. Autonoom staan, je eigen mening hebben, alleen kunnen staan: dat is haar goud, de keerzijde van iets wat ook een last kan zijn.

Je kracht is je valkuil

Jonathan legt uit hoe je sterkste eigenschappen altijd een keerzijde hebben. Waar je goud zit, zitten ook schaduwkanten ingebakken. De eigenschappen die je het meest ver brengen, zijn dezelfde eigenschappen die je soms de meeste pijn opleveren. Dat is geen fout in het systeem, dat is hoe het werkt. De loodgieter lekt zelf ook, zegt hij, en hij heeft op zijn eigen stukken net zo hard coaching nodig als de klanten die hij helpt.

Geen concessies maken op je hart

Suzanne wordt gevraagd wat ze haar dochter zou meegeven als allerbelangrijkste advies. Haar antwoord: geen concessies maken op je hart. Jonathan reageert direct, want het raakt iets wat hij ook in zijn eigen werk terugziet. Je kunt niet tegelijkertijd voor jezelf kiezen en voor iemand anders, dat leidt altijd tot compromis. Wie een beetje voor zichzelf kiest en een beetje voor een ander, is eigenlijk de hele tijd aan het inleveren. Suzanne geeft toe dat ze het advies ooit leerde van iemand anders, maar het inmiddels zo heeft doorleefd dat het echt haar eigen woorden zijn geworden. Zo gaat dat, zegt Jonathan, we zijn allemaal kanalen van wat we hebben geleerd, en de beste dingen blijven millennia goed omdat de mens uiteindelijk mens blijft.

Ik zou haar geen advies geven, ik zou haar een knuffel geven

Jonathan vraagt Suzanne wat ze tegen haar achtjarige zelf zou zeggen. Ze denkt even, en kiest dan voor iets wat geen woorden nodig heeft. Acht is te jong voor advies, zegt ze. Wat een kind van die leeftijd nodig heeft is geborgenheid en veiligheid, geen wijsheid. Zeker voor haar, die op haar zesde haar moeder verloor, is er op die plek een gat geslagen dat alleen warmte kan vullen, geen woorden.

Als het vandaag niet lukt, ga ik gewoon niet slapen

Als Jonathan vraagt wat Suzanne vroeger belangrijk vond maar nu niet meer, komt ze bij haar blogtijd terecht. Jarenlang twee posts per dag, een periode zelfs vier. Kerst, oud en nieuw, het maakte niet uit. Vroeger stond uitstellen gewoon niet in haar woordenboek, nu is ze veel losser. Jonathan herkent iets in die gedrevenheid en nuanceert: obsessie is niet per definitie destructief, zolang het vanuit jezelf komt en niet vanuit druk. Een schilder die dagenlang opgaat in zijn werk, een sporter die jarenlang traint op zijn zolderkamertje, een ondernemer met een missie die hem doet rennen, dat is een ander soort obsessie dan de stress van het moet, het moet. Echte ondernemers, zegt hij, worden intrinsiek aangedreven, niet door een KVK-nummer of technische facturen. Obsessie is gezond zolang het vanuit flow komt, niet vanuit dwang.

Veel mensen zijn niet aan het onthechten, maar die zijn aan het onderdrukken

Suzanne legt uit wat de Tao is en wat het niet is. Het verschil tussen taoisme als filosofische stroming en de Tao zelf is groot: taoisme kun je bestuderen, over de Tao kun je nadenken, maar dat is niet hetzelfde als erin zitten. De eerste les van de Tao Te Ching zegt het al: de Tao die je kunt benoemen is niet de Tao. Woorden schieten altijd tekort, en wie de Tao benadert vanuit de mind, benadert hem niet. Dat is ook waarom Suzanne voorzichtig is met uitleggen: zodra je het gaat beschrijven vanuit denken, ben je er al naast.

Wat dan wel werkt, is beoefening. Niet lezen over de Tao, niet filosoferen over loslaten, maar het werkelijk doorleven. En precies daar zit de valkuil die ze benoemt: veel mensen denken dat ze onthechten, terwijl ze in werkelijkheid onderdrukken. Ze nemen aan dat ze niet hun ego zijn, ze zeggen het hardop, maar ze hebben het nooit echt ervaren. Dat is een wezenlijk verschil, en het is waarom mensen soms jarenlang aan zichzelf werken en toch op hetzelfde punt blijven uitkomen.

De diepgaande transformatie is nooit gebeurd

Jonathan herkent het patroon dat Suzanne beschrijft: mensen die lang aan zichzelf werken, maar bepaalde delen altijd met zich meenemen. Suzanne bevestigt dat. Wezenlijke transformatie gaat verder dan de mind bijsturen. Het gaat om bewustzijnsverruiming die je conditioneringen, je familiesysteem, je zelfbeeld raakt. Identiteit is alles, zegt ze, en de Tao vraagt je die identiteit los te laten. Maar dat kun je niet besluiten. Je kunt het niet willen en dan doen. Daar is iets voor nodig dat dieper gaat.

Dat is ook wat ze samen met haar leraar Pranay doet en wat ze met hun groep aanbieden: mensen begeleiden in die beoefening, in het uitdiepen van de Tao Te Ching vanuit eigen ervaring. Ze noemen het persoonlijke macht vergroten, losser raken. Niet rationeel loslaten, niet relativeren zoals de meeste mensen dat kennen, maar werkelijk los raken van wie je denkt te zijn. En dat, zegt Suzanne, is een kloof die de meeste mensen onderschatten.

“Je kunt alleen de vrede brengen als je de vrede bent”

Suzanne legt uit waarom spiritualiteit voor haar juist zo realistisch is. Het gaat haar niet om zweven of de wereld afwijzen, integendeel. Aarde is een van de vijf elementen, en hoort er dus gewoon bij. Ze ziet het als een valkuil die veel spiritueel ingestelde mensen maken: hun leven op het aardse vlak niet op orde krijgen, terwijl dat element net zo wezenlijk is. Haar pad is anders: de diepte in, maar met beide voeten op de grond.

Jonathan vraagt haar hoe ze de liefde die ze voelt, levend houdt in haar onderneming. Haar antwoord is simpel en direct: het is voor haar niet gescheiden. Ze verdiept zich in de tao voor haarzelf, voor haar kind, haar partner, de wereld, en dat straalt ze gewoon uit. Na haar live talk merkte ze het opnieuw: ze deed niks bijzonders, ze vertelde haar verhaal, was zichzelf, en mensen raakten geïnspireerd. Niet omdat ze iets “instopte”, maar omdat ze er gewoon was.

“Je bent een mogool als je niet komt”

Richting het einde van het gesprek noemt Suzanne haar teacher Pranay als de persoon die Jonathan absoluut zou moeten interviewen. Ze beschrijft hun samenwerking als een duo: hij brengt dertig jaar diepte als moderne monnik, zij brengt de vertaalslag voor mensen die nog midden in het gewone leven staan. Ze noemt zichzelf soms zijn demo-model, maar ziet hoe ze steeds meer de leraar wordt voor hun eigen klanten. Jonathan is wat haar betreft de brug: hij stelt precies de vragen die een luisteraar ook zou stellen, omdat hij zelf ook zoekende is.

Het gesprek sluit af met wederzijds oprechte dankbaarheid. Jonathan bedankt Suzanne voor haar openheid en de ruimte die ze gaf. Suzanne kijkt terug op drie uur die voorbijvlogen. Ze spreekt al over een terugkeer in seizoen 2 of 3, als ze zelf nog verder gegroeid is. En voor haar live talk laat ze er geen misverstand over bestaan: wie niet komt, is een mogool.

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Start met de gratis meditatiePlan een gratis Mini Familieopstelling

Meer afleveringen van Hart & Zakelijk

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Ontdek in een gratis Mini Familieopstelling waar jouw patronen vandaan komen.

➞ Plan je gratis Mini Familieopstelling
Groep mensen samen, advies vragen aan de juiste mensen

Aan wie vraag jij advies

Aan wie vraag jij advies? Er zijn zoveel mensen die aan andere mensen vertellen wie ze moeten zijn zonder dat ze zelf weten wie ze zijn. Tip. Neem minder advies van deze mensen aan.Advies vragen, super goed als…

Lees verder »
Stel je vraag aan Saar